Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

01 november 2009

Schijt aan de meester.

De docent loopt naar het raam. Het schemert en de lucht is donkergrijs. De straatlantaarns branden al. Het schoolplein is leeg en verlaten. Nog geen tien minuten geleden ging de bel. Als wilde beesten stormden de leerlingen het lokaal uit. De jongens elkaar stompend en scheldend, de meisjes elkaar duwend en met hoge gilstemmetjes.
Dag meester. Tot morgen meester. Eén van de jongens riep “Klootzak” maar hij kon niet achterhalen wie het was.
Nu zit nog slechts één leerling in de klas. Hij had haar verzocht om na te blijven omdat ze maar niet ophield met kletsen. Ze zit te schrijven. Honderd keer “Ik moet mijn mond houden in de klas als mij dat wordt gevraagd”.
Hoeveel regels heb je al, vraagt hij. Tien, meester, klinkt het timide. Ze is een langzame schrijfster. Het is nu kwart over vier. Dat wordt wel vijf uur vandaag. Hij heeft geen zin om nu de proeftoets al na te kijken. Dat doet hij straks thuis wel.
Hij had haar geen honderd maar vijftig regels moeten geven, denkt hij.
Ze steekt haar vinger op. Wat is er? Het klinkt norser dan hij bedoelt.
Mag ik even naar het toilet? Hij vindt het best. Wel opschieten, hoor, roept hij haar na als ze weg loopt. Hij kijkt naar haar strafwerk. In de laatste zin staat “Ik mot me mond houe in de kast als me dat word gevraagt”. De fouten beginnen al in de eerste zin en nemen toe bij de volgende zinnen. Hij weet dat ze geen sterke leerling is, maar dit had hij niet van haar verwacht. Ze zal wel van streek zijn door de situatie thuis, denkt hij. Daarom was ze natuurlijk ook zo druk in de klas vandaag. Moeder net gescheiden, vader die zo af toe nog langs kwam om haar klappen te geven, bemoeienissen van jeugdzorg en de school. Zo’n kind zit van alle kanten in de tang, denkt hij.
Hij slaakt een diepe zucht en denkt onwillekeurig weer terug aan gisteren. Toen had hij tot tien uur ’s morgens op het politiebureau gezeten omdat hij ’s nachts in zijn nieuwe wagen was aangehouden en bleek geen papieren bij zich te hebben. Hij had een waarschuwing gekregen omdat hij 0,4 promille alcohol in zijn bloed had gehad. Nog net binnen de toegestane wettelijke grenzen.
Zijn vrouw had hem opgehaald en hij had gelijk de bekeuring betaald van € 120,-
De rest van de zondag had ze op hem zitten vitten. Hoe hij zo stom had kunnen zijn om midden in de nacht…enzovoorts. Het was natuurlijk bezorgdheid van haar kant, maar leuk vond hij het niet.
Dat de agent die hem aangehouden had toevallig zijn buurman was had de zaak alleen maar vervelender gemaakt. Natuurlijk had hij gewoon zijn werk gedaan, al leek het wel of hij er lol in had gehad om hem op de bon te slingeren. Maar met de rosse doorzichtige duster van zijn vrouw aan had hij er natuurlijk wel bespottelijk uit gezien.
Waar blijft ze nou? denkt hij.Ze is nu al bijna tien minuten weg. Hij gaat de gang op. Achterin zijn de toiletten. Hij wandelt er rustig naar toe en roept dan haar naam. Het blijft doodstil. Hij roept nu wat harder maar er volgt geen reactie. Hij klopt op de deur maar er gebeurt niets.
Uiteindelijk doet hij de deur open en ziet tot zijn verbazing dat er niemand is.
Ze zal toch niet zijn weg gegaan? denkt hij. Hij ziet dat er aan de kapstok geen jassen meer hangen. Ze is gewoon weg gegaan, denkt hij. Schijt aan de meester.
Hij pakt zijn tas in en ziet het zakje met brood zitten dat hij vergeten is. Het plastic is gescheurd en de stroop is door het zakje gelekt en zit nu aan de binnenkant van zijn tas.
Alles is kleverig. Met een vies gezicht maakt hij zijn tas leeg, veegt alles schoon met een nat doekje en pakt dan zijn tas opnieuw in. Het is nu bijna vijf uur. Er zal nu wel een file staan, denkt hij. Ik zal maar even bellen om te zeggen dat ik pas om zes uur thuis ben.

Geen opmerkingen: