Hij laat zich voorzichtig tussen de lakens uit glijden om haar niet wakker te maken en gaat naar beneden.
Omdat hij zelf altijd naakt onder de dekens ligt trekt hij eerst even de rosse duster van zijn vrouw aan.
In de keuken pakt hij uit de ijskast de schaal waarop de rest ligt van de aardbeienbavarois, die van het diner is overgebleven en snijdt er een stevig stuk van af. Zijn gezondheid is belangrijk voor hem en hij maakt zichzelf wijs dat het niet ongezond is om ’s nachts om drie uur een stuk pudding te eten dat is gemaakt van gepureerde aardbeien.
Als hij dit naar binnen heeft gewerkt schenkt hij zich een glas sinasappelsap met een scheut Smirnoff in. Een ‘screwdriver’ noemen de Amerikanen dat. Het smaakt hem goed. Ietsje teveel wodka, denkt hij.
Dan schuift hij het gordijn een stukje open en kijkt naar de zilverkleurige Volvo V70 die geparkeerd staat voor de deur. Glanzend in het witgele licht van de straatlantaarn staat zijn laatste aanwinst. Hij heeft er ruim € 40.000 voor betaald.
Gelukkig had hij het advies van Pieter Lakeman opgevolgd en nog net op tijd zijn geld van de DSB-bank gehaald. In een impuls had hij een mooie ansicht gekocht, daar met grote letters “Bedankt” in geschreven en deze naar hem toegestuurd.
Gisteren was de Volvo netjes afgeleverd. De buren kwamen toen net thuis met hun Peugeot 107 en feliciteerden hem. Het leek of de mooie wagen de straat nog chiquer maakte, zeiden ze. Samen met de buurman, die zijn jaloezie nauwelijks kon verbergen maar daartoe wel onbeholpen pogingen deed, had hij de prestaties van de wagen doorgenomen.
Het is een vijfcilinder turbodiesel met voorwielaandrijving, vertelde hij hem. 175 Pk. De buurman had een bewonderend gefluit tussen zijn tanden laten ontsnappen. En het verbruik?
In de stad 1 op 11 en op de grote weg 1 op 16. Dat klonk redelijk, vond de buurman.
Ze waren het er over eens dat hij een goede koop had gedaan.
Later op de dag had zijn vrouw hem gezegd dat hij zo’n verliefde blik in zijn ogen had en dat dit haar deed denken aan de tijd dat zij elkaar pas kenden. Maar dat was wel ruim twintig jaar geleden, dacht hij. Als hij haar nu op straat voor het eerst tegen zou komen had hij zich niet eens omgedraaid.
Ik zou nu best zin hebben om een stukje te rijden, denkt hij. Het is vijf minuten naar de snelweg en om deze tijd is er ook niet zoveel verkeer meer.
Een paar minuten later zit hij al achter het stuur. Hij zet de verwarming aan, want in de duster heeft hij het koud. De V70 ligt als een dijk op de weg en soepeltjes stuurt hij hem de snelweg op. Hij drukt het gaspedaal in en voelt hoe de krachtige motor de wagen naar voren trekt.
De teller geeft 160 aan. Op de radio zit een dj grapjes te maken. “Hier een ingezonden mop van Thezero. Staan twee koeien in de wei. Laat één van hen een wind. Zegt de andere koe: Als je zo meurt kunt je hem beter peren.
Ja dames en heren, ik snap hem niet. Twee koeien in de wei. Altijd leuk. Net als ons volgende nummer…”
In zijn spiegel ziet hij een blauw zwaailicht dat snel naderbij komt. Even later rijdt een motoragent voor hem langs en wordt hij gemaand om deze te volgen.
Dan pas dringt het tot hem door hoe hij gekleed is en dat hij zijn rijbewijs, zijn autopapieren en zijn paspoort thuis heeft laten liggen. Bovendien heeft hij net een flinke slok wodka op. Het kon niet erger.
Hij volgt de agent naar een parkeerplaats en draait zijn raampje open. De agent stapt van zijn motor en loopt naar hem toe. Pas als hij in hem zijn buurman herkent beseft hij dat het wel degelijk erger kon.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten