Er zijn mensen die bang zijn om levend te worden begraven. En niet geheel ten onrechte.
In “De relatie tussen leven en dood” uit 1974 van Lyall Watson, vermeldt deze een aantal situaties, waarin men abusievelijk dacht dat een persoon dood was, maar deze achteraf gezien nog springlevend bleek te zijn.
Zo was Vesalius, de beroemde Belgische anatoom (1514 – 1564) bezig met het ontleden van een edelman, maar kwam deze tijdens het snijden weer tot leven. Vesalius werd hierna door de Inquisitie ter dood veroordeeld. De edelman herstelde van zijn wonden en leefde nog zo'n jaar of tien.
Maar niet alleen vroeger was het blijkbaar soms erg moeilijk om vast te stellen of iemand daadwerkelijk was overleden. In 1964 kwam een lichaam in New York bij de postmortale ontleding plotseling tot leven en greep de chirurg bij de keel. Deze schrok zo erg, dat hij een hartaanval kreeg en dood neer viel.
En wie kent er niet het beroemde verhaal van Romeo en Julia? Blijkbaar kon Romeo ook niet zien dat Julia slechts buiten bewustzijn was. Zijn zelfmoord is extra dramatisch omdat hij hiermee Julia en zichzelf de mogelijkheid ontnam om samen gelukkig te worden. Beiden hielden van elkaar en van het leven, maar konden de man uit Isfahan niet ontlopen.
Levend begraven worden lijkt mij geen lolletje. Maar wat ik vandaag las is nog gruwelijker.
Ruim 23 jaar geleden kwam een Belg na een ernstig auto ongeluk terecht in het ziekenhuis. Men stelde vast dat hij in coma lag. Onlangs werd echter met nieuwere apparatuur vastgesteld dat hij niet in coma lag, maar verlamd was. Al die jaren was hij bij volle bewustzijn. Hij heeft geprobeerd om te schreeuwen, maar door zijn verlamming kwam er geen geluid uit zijn keel. Elk gesprek dat er in zijn buurt werd gevoerd kon hij gewoon volgen. Nu kan hij met behulp van een computer weer met zijn omgeving communiceren. Probeer het je eens voor te stellen. Wat zal deze man zich hulpeloos hebben gevoeld.
Het is nu al weer tien jaar geleden dat ik met mijn auto uit de bocht vloog en tegen een boom knalde. Ik weet dat, omdat ze elke dag keurig de dag van gisteren doorkrassen op de kalender die aan de muur hangt en die ik vanuit mijn bed goed kan zien.
Ze zeggen dat ik in coma lig maar dat is niet zo. Alleen kan ik niemand duidelijk maken dat ik alles hoor en zie wat er om mij heen gebeurt. Als mijn buurman tv kijkt, kan ik via de spiegel aan de kast meekijken. Ik hoor echter niets want hij luistert met een koptelefoon.
Mijn vroegere verloofde zie ik al jaren niet meer. Ze vertelde me dat ze ging trouwen met de jongen waarmee ze af en toe naar bed ging toen wij samen nog een relatie hadden. Natuurlijk wist zij niet dat ik haar kon horen. Ze zei nog wel dat ze veel van me had gehouden toen ze voor het laatst weg ging.
Vorig jaar is mijn vader overleden. Dat vertelde mijn zus, die wekelijks langs komt. Een zuster vroeg haar eens waarom zij tegen mij zat te praten want als comapatiënt hoorde ik toch niets. Dat weet je niet, was haar antwoord. Ik praat tegen hem omdat ik denk dat hij mij toch kan verstaan.
Ik heb het opgegeven om contact te zoeken. Misschien lig ik hier de rest van mijn leven wel en zal niemand ooit weten dat ik al die tijd gewoon bij bewustzijn was.
Tien jaar zijn er nu voorbij. Ik blijf hopen dat ze eens zullen ontdekken dat ik niet in coma lig, zoals zij denken. Misschien volgend jaar. Of anders het jaar daarop. Ik zou zo graag gewoon weer eens buiten in de frisse lucht willen zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten