Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

09 november 2009

Dood gaan we allemaal. Hoewel...

Het lijkt hier de Keukenhof wel, zei ze. Mij maakt het niet uit, maar ik heb kleinkinderen en die wil ik niet besmetten. Tientallen oude mannen en vrouwen stonden in een lange rij te wachten tot ze naar binnen mochten voor de griepprik. Dat ze geen zin hadden om aan zo’n lullig griepje dood te gaan zei niemand.
Onze gezondheidszorg is een van de beste in de wereld en we mogen daar heel blij mee zijn. Ik moet er ook niet aan denken dat een van mijn kinderen of Paula dood zou gaan aan zo’n lamlendig virus. Maar zelf heb ik geen behoefte aan de griepprik.
Een weekend op de weg, met de kans dat ik geramd word door iemand die teveel heeft gedronken of door iemand die er een eind aan wil maken, baart me meer zorgen dan de griep. Straks zit ik met mijn grote bek natuurlijk ook hoestend en rochelend met rode oogjes thuis of lig ik op de IC, maar het zou me eerlijk gezegd verbazen.

Zoals bekend is het met dood gaan toch raar gesteld. Op tv is er zelfs een programma dat gaat over bijzondere doodsoorzaken. Zo zag ik gisteren hoe twee jonge mannen aan hun einde kwamen omdat zij via een rietje een aantal vuurmieren in hun neus omhoog gesnoven hadden. Waarom zij dit hadden gedaan weet ik niet, maar de mieren begonnen natuurlijk te steken en door allerlei zwellingen werden hun luchtwegen afgesloten. Uiteindelijk zijn de mannen gestikt.
Een collega van Paula kwam uit een familie waar er genetisch gezien grote kans was op het krijgen van kanker. Onderzoek had uitgewezen dat zij dit vervelende gen niet geërfd had. Een paar weken geleden overleed ze aan een hersenbloeding.
Toen mijn vriendin Bea in het voorjaar overleed aan leverkanker was het doodvonnis haar al ruim twee jaar eerder bekend gemaakt. Tot het laatst heeft ze moeite gehad om het onvermijdelijke te accepteren. De dood is dus overal en altijd. Reden temeer om van het leven een feestje te maken als je denkt dat je voorlopig nog niet aan de beurt bent.

Nee, ons probleem is dat we te weinig fantasie hebben. Alles lijkt eeuwig en altijd door te gaan, maar we weten dat dit een illusie is. Niets is blijvend en dat is maar goed ook.
We leven in een cultuur waar de dood is uitgebannen. De dood is een randverschijnsel geworden dat we negeren zo lang dat kan. Niet onbekend zal zijn dat sommigen zich via cryogene suspensie (zeg maar ‘invriezen’) willen verzekeren van een voortzetting van hun leven in een tijd dat het wetenschappelijk mogelijk is hen weer terug te halen.
Een beetje zoals de farao’s, met dat verschil dat dezen de wederopstanding verwachtten in een hiernamaals, terwijl cryonauten verwachten tot wederopstanding te komen in een wereld die de dood heeft uitgebannen. Het zal ze tegen vallen. Niemand zit er op ze te wachten en alles wat hun vertrouwd was bij het leven is voorgoed verdwenen.

Alles om mij heen is oogverblindend wit. Ik lig in een soort van doorzichtige cocon in een lauwwarme vloeistof. Er zitten buisjes en draadjes in mijn lichaam die mij in leven houden. Vandaag hebben ze mij mijn gezichtsvermogen terug gegeven. Morgen herstellen ze mijn gehoor. Als het zo door gaat kan ik over enkele weken weer helemaal functioneren zoals vroeger. Beter zelfs, want met deze ogen kan ik beter zien dan met de ogen die ik heb moeten achterlaten.
Leven…Eeuwenlang was mijn lichaam ingevroren. Ik heb begrepen dat ze nu een andere jaartelling hanteren dan in mijn tijd, maar als ik daar vanuit zou gaan dan is het nu het jaar 3680. Bijna 1700 jaar zijn er voorbij gegaan en nu ben ik er weer. Ik heb geen idee waar ik ben en hoe de wereld er uit ziet. Hoe mijn leven vroeger was weet ik ook niet meer. Ik zal vermoedelijk wel een andere identiteit krijgen. Ik heb geen idee wat er gaat gebeuren.

Intermezzo (leuk muziekje)

Ik wil dood, maar dat kan niet meer. Het is nu vijftig jaar geleden dat ze mij hebben teruggehaald. Ik blijk de enige niet te zijn. Ze hebben me aan de anderen voorgesteld. Alles natuurlijk via een virtuele tour. Het leek of we met zo’n duizend man in een zaal bij elkaar zaten, maar in werkelijkheid lagen we in onze cocon.
Ik ben er achter gekomen dat allen die zijn teruggehaald uit hun diepvriesslaap net als ik in een cocon liggen. Door mensachtige wezens is mij verteld dat dit niet anders kan omdat we te kwetsbaar zijn.
Ze hebben mij laten zien in wat voor een wereld wij nu leven. Eigenlijk herken ik bijna niets meer terug. Op aarde wonen nu nog maar een paar miljoen mensen. In de afgelopen eeuwen is de wereldbevolking door rampen en oorlogen gedecimeerd.
Iedereen woont nu onder de grond, want de wereld er boven schijnt onleefbaar geworden te zijn. Maar hier beneden is daar niets van te merken.
Vanuit mijn cocon kan ik alles zien, horen en voelen. Net of het echt is. Alsof ik helder droom. Zelfs seks lijkt levensecht.
Nu begrijp ik pas echt wat er wordt bedoeld met dat alles een illusie is. Onze hersens bepalen wel wat echt voor hun is.
Mijn lichaam is een overbodig aanhangsel geworden en er zijn plannen om het van me af te nemen. Straks ben ik alleen nog maar een grote grijsrosse walnoot die drijft in een bak met voedingsstoffen. Ik zal het nooit weten, want ik zal altijd de illusie hebben dat ik een gezond lichaam heb waarmee ik alles kan doen wat ik wil.
Ik wil dood en heb ze dat gezegd. Maar ze hebben gezegd dat ze willen onderzoeken hoe lang ik in leven ben te houden. Samen met die andere duizend ben ik opgenomen in een experiment en minstens nog honderden jaren volledig aan mijn verzorgers overgeleverd.

Geen opmerkingen: