Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

03 november 2009

Bang

Ik leef in een wereld vol bange mensen, denkt de kabouter. Telkens weer halen ze de voorpagina. Of ze nu homofobisch zijn zoals Emile Rateldoos of Islamofobisch zoals Wilde Geert, als je maar fobisch genoeg bent en een grote bek op zet dan is de media er als de kippen bij om je te citeren, te becommentariëren en je aan het kruis te nagelen of op een voetstuk te zetten.
Waar ben ik eigenlijk bang voor? Ja, natuurlijk dat de Grote Mensen op mij gaan staan of dat een hond op mijn hoofd schijt. Daar zijn alle kabouters bang voor.
Ik was vroeger bang dat een wezel mij uit mijn holletje zou jagen, maar sinds ik bij een oude schoolmeester op zolder woon heb ik die angst ook niet meer.
Wij kabouters hoeven niet bang te zijn voor andersgelovigen want we zijn allemaal zo atheïstisch als de pest, dus religieus fanatisme en religieuze kortzichtigheid kennen wij ook niet. Oké, we geloven in elfjes en er zijn genoeg kabouters die zweren bij hun baard dat ze wel eens een elfje hebben gezien. Maar daarover maken wij geen ruzie met elkaar.
Die schoolmeester waar ik woon is ook al zo’n bange man. Hij is bang voor zijn leerlingen, want die trekken zich niets aan van wat hij zegt. Ze blijven maar babbelen in de klas. Ik hoorde hem dat laatst tegen zijn vrouw zeggen. Hij kwam met rode ogen beneden en ze vroeg hem of hij geblowd had. En toen vertelde hij dat hij had gehuild en dat hij er echt niet meer tegen kon.”Die kinderen, ze maken me gek,” had hij met schorre stem geroepen.
“Laats was er een meisje dat moest nablijven. Ik laat haar naar het toilet gaan en wat denk je? Ze is weg, foetsie, er vandoor. De volgende dag heeft haar moeder haar ziek gemeld en mij verzocht om haar kind voortaan niet meer te laten nablijven maar eerst met haar te overleggen of dit wel uitkwam. Krankzinnig word je van die ouders…”
Ik zat onder de kast en geloof me, ik kreeg bijna medelijden met hem. Het is een man totaal zonder enig gezag of ruggengraat. Maar hij is wel gevoelig en niet onsympathiek.
Die vrouw van hem is ook zo’n bangerd. Hij schijnt laatst van zijn spaargeld een grote auto te hebben gekocht. Zij vond dat eigenlijk niet zo leuk want ze maakt zich erg veel zorgen over de toekomst. Wat geld achter de hand lijkt haar wel handig, maar hij zegt “We leven maar één keer” en koopt toch die auto. En nu zijn we een week verder en hij heeft er al weer spijt van. Beiden zijn bang voor de verpaupering van de wijk. Ze hebben hier overal bloembakken gezet en die schijnen kapot gemaakt te worden. “Het komt steeds dichterbij” hoorde ik haar laatst tegen hem zeggen. Ik denk dat “Het” één of ander monster is waar ze bang voor zijn.
Nee, ik kan nu niet bedenken waar ik bang voor ben. Maar er zal vast wel iets zijn, alleen moet ik dat nog ontdekken.

Geen opmerkingen: