Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

16 november 2009

Op weg 3.

Sinds Greet dood is gaat Piet naar lezingen. Niet uit interesse voor een specifiek onderwerp, maar omdat hij het ’s avonds thuis alleen niet uithoudt en behoefte heeft aan mensen om zich heen. In de zaal waar de lezing wordt gehouden is het druk. Er zitten vooral vrouwen van onbestemde leeftijd en ouder. Een enkele man is met zijn vrouw meegegaan en doet of hij belangstelling heeft voor wat haar boeit.
Op het met bloemen versierde podium zit een mollige vrouw van middelbare leeftijd. Ze draagt een rosse sweater en een opzichtige ketting van grote glazen kralen. Met een vorsende blik monstert ze haar publiek, dat zachtjes met elkaar fluistert. Sommigen hebben elkaar lange tijd niet gezien en er is behoefte om even bij te praten.
De vrouw schraapt zachtjes haar keel en drinkt een slokje water uit het glas dat naast haar op een tafeltje staat. Ze legt een bundeltje blaadjes op haar schoot en pakt het bovenste er van af. Het geroezemoes verstomt. Als ze met een donkerbruine stem begint te spreken wordt het doodstil.

Lieve mensen, van harte welkom. Echt, van harte. Aan wie mij nog niet kent wil ik mij eerst even voorstellen. Mijn naam is Lydia Vermeer. In het dagelijkse leven geef ik Reiki één, twee en drie en leg ik de Tarot. Na afloop van mijn lezing kunt u mijn kaartje krijgen mocht u daarin geïnteresseerd zijn.
Vandaag wil ik het met jullie hebben over het Goddelijke in onszelf. Ik wil echter eerst vertellen dat ik het zo leuk vind, dat ik hier vorig jaar ook was en ik vind het heel erg fijn dat ik weer gevraagd ben. Dag mevrouw. Ik herken u nog van vorig jaar. Toen zat u volgens mij ook hier vooraan.

De vrouw vooraan knikt en wordt er een beetje verlegen van. Nooit ziet iemand haar staan, maar deze Lydia, die wist zelfs nog op welke stoel ze vorig jaar had gezeten. Hieruit bleek toch maar haar bijzondere krachten.

Ja, hier ben ik dan. Ook het afgelopen jaar zijn we allemaal weer een beetje spiritueel gegroeid. Ja toch,meneer? U toch ook? Lieve mensen, bent u niet allemaal op zoek naar de wijsheid in uzelf? De wijsheid van uw hart? Wie ben ik eigenlijk? Wat doe ik in dit leven? Wat doen wij als mensen in dit leven? Zijn dit niet de vragen die ons allemaal bezig houden? Met die vragen bedoelen we dat we onszelf willen leren kennen. Er is zelfs een spreekwoord dat zegt: Wie zichzelf kent, die kent de wereld. Dat is nogal wat. Die kennis waar het om gaat zit niet in ons hoofd. Maar het is de kennis van ons hart. De wijsheid van ons hart. Niet van een ander, niet de wijsheid vanavond van mij. De wijsheid van uw hart, die maakt dat u blij wordt van binnen. Dan weet u dat het ook uw wijsheid is. Ik ben er heilig van overtuigd dat onze kern, onze bron, datgene die we werkelijk zijn, u en ik, wij allemaal, dat deze kern goddelijk is. Ik heb ik in mijn zoektocht werkelijk ondervonden, dat het niet anders kan, dan dat de mensen licht in zich moeten hebben. Dat het goddelijke niet buiten mij is maar in mij, in u. In iedereen. Ons lichaam is eindig. Maar wie we werkelijk zijn is oneindig. Daar gaan we het zo meteen verder over hebben. Dat vieren we. En als er iets te vieren is, dan heet dat een feest. En bij feest hoort muziek.

Ze zet een CD-tje op en uit de speakers klinkt het geluid van stromend water en het ruisen van de wind. Een dwarsfluit en viool zacht op de achtergrond. Een macrobiologisch muziekje om je lekker op te ontspannen.
Piet is moe. De afgelopen nachten heeft hij slecht geslapen en langzaam dommelt hij in. Dan schiet hij met een schok weer wakker als hij hoort wat Lydia over afscheid nemen heeft te zeggen.

Van kalm en ontspannen is de stem van Lydia begeesterd geworden. Haar ogen glanzen en ze heeft rosse koortswangetjes gekregen.
En soms in ons leven moeten wij afscheid nemen van iemand die ons erg dierbaar is. En afscheid nemen is moeilijk. Het is vaak zo definitief. Toen mijn man een paar jaar geleden stierf leek het soms net of hij er nog was. Overal hoorde ik zijn stem. Op elke straathoek dacht ik hem te zien staan. Eerlijk gezegd leek het of hij bij zijn dood dichter bij mij was dan tijdens zijn leven. Wat vroeg die man om aandacht, lieve mensen. Ik voelde mij schuldig want die aandacht heb ik hem niet altijd gegeven. En na zijn dood leek het wel of hij die gemiste aandacht kwam opeisen. Soms kon ik er niet van slapen.
Ik kreeg toen van mijn therapeut het advies om opnieuw afscheid van hem te nemen. Ik heb zijn as op een dag meegenomen naar het strand en dat over de golven uitgestrooid. Ik heb hem bedankt voor de goede tijd dat we samen waren. Toen heb ik hem gezegd dat hij nu maar moest gaan en geloof me, na die dag heb ik hem niet meer gezien of gehoord.

Piet is nu helemaal wakker. Wat Lydia gezegd had over het goddelijke in hemzelf had bij hem geen snaar van herkenning geraakt. Ze kon mooi praten maar het boeide hem niet zo wat ze zei. En opeens had ze het over afscheid nemen gehad. Hij moest gelijk aan Greet denken. Die liet hem na haar dood ook niet met rust. Goed, zo lang geleden was het niet dat zij was gestorven, maar voor hem maakt dit niet uit. Hij wil zijn leven weer oppakken, maar dat lukt maar niet. Het wordt tijd dat hij definitief afscheid van haar neemt en wat Lydia gezegd had spreekt hem wel aan.

Na afloop van de lezing en pas als de meeste mensen weg zijn stapt hij op haar af en brengt haar verhaal over afscheid nemen ter sprake. Hij vertelt dat zijn Greet ook maar niet weg wil gaan. Lydia luistert naar hem zonder hem te onderbreken. Terwijl hij praat over zijn Greet zit zij met haar gedachte bij haar nieuwe vriend. Deze is nog wel getrouwd, maar hij heeft haar gezegd dat hij vast van plan is om bij zijn vrouw weg te gaan. Zou hij dit nu al met haar besproken hebben, vraagt ze zich af.
Als Piet opeens zijn mond houdt zegt ze verontschuldigend Ik was even met mijn gedachte ergens anders. Wat zei u ook al weer?
Dat uw Greet van huis uit Hindoestaan was? En dat met zo’n mooie Hollandse naam. Maar ze deed niets meer aan haar geloof… Mmmm…u zou haar as in de Ganges kunnen laten uitstrooien. Ik zeg niet dat u dit moet doen, maar als zij Hindoestaan was dan komt haar ziel zeker tot rust als deze opgenomen wordt in deze heilige rivier. Welke rivier? De Ganges natuurlijk.


In de daaropvolgende dagen zit Piet in de bibliotheek en leest alles over het Hindoeïsme en over India en bij hem rijpt het plan om naar Benares te gaan. Dat komt goed uit, want zoals reeds gezegd had hij een onverklaarbaar verlangen om te reizen sinds Greet dood was en hij het geld van de levensverzekering ontvangen had. Nu zit hij met de andere passagiers te wachten tot zij aan boord van het vliegtuig mogen dat hen naar Delhi zal brengen.
Hij hoopt maar één ding en dat is dat hij geen last krijgt van misselijkheid.
Onder de wachtenden is hem een slanke vrouw met glanzend donker haar en een lichtbruine huid opgevallen. Ze heeft een fijn gevormd gezicht en ogen die flonkerend schitteren. Door de karmozijnrode sari die ze draagt is gouddraad geweven en om haar nek heeft ze een ketting van bloedkoraal. Hij heeft al een paar keer gezien dat ze onderzoekend naar hem keek en hij vraagt zich af of ze wat van hem wil. Als ze ineens naast hem staat en hij door haar op een vriendelijke toon wordt aangesproken is hij daarom allerminst verbaasd.

Geen opmerkingen: