Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

22 november 2009

Oud

Met mijn feuilleton ga ik niet verder. Als ik dat wel doe vrees ik dat het een langdradig verhaal wordt. Kill your darlings oftewel schrijven is schrappen is een uitgangspunt dat ik volledig onderschrijf. Die letters hebben hun werk gedaan en kunnen nu de prullenbak in. Met mijn gebabbel sluit ik de komende tijd weer aan bij de actualiteit. De vorm die ik daar voor kies zal per keer verschillen.

Afgelopen dinsdag stierf de Mexicaanse Ana María Pérez González op 119-jarige leeftijd. Zij was de oudste vrouw ter wereld.

Vanuit het raam kun je de besneeuwde bergen zien. Ze kijkt naar buiten maar ziet slechts een waas. Eigenlijk is ze al jaren blind. Veel horen doet ze ook niet meer. Het einde zal nu wel niet lang meer op zich laten wachten.
Als ik dood ga heb ik minstens 250 nakomelingen, denkt ze. Het zijn er meer, maar het juiste getal is ze vergeten. Na haar dood wordt een getal van 266 genoemd.
Het is haar gelukt om in het Guiness Book of Records te komen als oudste vrouw ter wereld.
Het is prettig dat ze niet weet dat dit wordt betwist door een vrouw uit Turkije, waarvan haar familie beweert dat ze geboren is in 1884. Zij is slechts 119 jaar.
Nu het einde nadert kijkt ze vaak terug op haar leven. Veel herinnert ze zich niet meer. En wat ze zich wel herinnert wordt haar door één van haar nog levende dochters ingefluisterd.
Weet je nog hoe pa het hout in de herfst hakte en dat hij daar dagen lang mee bezig was? Dan konden we de winter doorkomen zonder dat we thuis kou hoefden te lijden.
Pa?
dacht ze. Wie was pa ook al weer? En waarom moest hij zoveel hout hakken?
Ja,
zegt ze dan. Ja, natuurlijk herinner ik mij dat. Maar ze heeft bijna geen herinneringen meer van zichzelf. Haar levensverhaal is door anderen vele malen herschreven.
Toen ze 115 werd, zijn ze met z’n allen op de foto gegaan.
Zij zat in haar rolstoel in het midden vooraan, terwijl haar kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen zich om haar heen hadden verzameld.
Haar werd verteld dat ze 250 nakomelingen had. Er zouden er nog 16 bijkomen voordat ze stierf.
Men heeft haar de foto van deze reünie later laten zien, maar haar ogen waren toen al zo slecht dat het haar zelfs met het sterkste vergrootglas niet lukte om ook maar één gezicht te herkennen.
Tot vorige week woonde ze nog zelfstandig. Haar oudste dochter woonde bij haar in en verzorgde haar. De ander die nog leefde woonde in dezelfde straat en zij kwam dagelijks langs. Totdat ze tijdens een gewone verkoudheid toch nog onverwachts erg kortademig werd en moest worden opgenomen. Haar hele leven had ze ziekenhuizen weten te vermijden. Artsen en verpleegkundigen waren voor haar de handlangers van de dood.
Zoveel wist zij nog wel dat veel patiënten hun leven verloren door medische missers.
Al vroeg in haar leven had zij gezworen dat ze niet opgenomen wilde worden in een ziekenhuis omdat zij vreesde voor haar leven. Nu men haar tegen haar wil naar het ziekenhuis had gebracht zag zij dit als een stille wenk. Ga maar oudje. Je hebt nu lang genoeg geleefd. Het is niet normaal dat je nog steeds door gaat met ademhalen. We zullen je wel naar een ziekenhuis brengen. Daar weten ze wat wel normaal is.
Iemand houdt haar hand vast. Ze weet niet wie het is en het kan haar ook niet zo veel schelen. Ik ben een plant, denkt ze. Ik sta in een pot en krijg water. Ze laat het lopen in haar luier. Dat is lekker warm. Ze glimlacht.
Oma heeft het naar haar zin, hoort ze een stem in de verte zeggen. Ja, ze heeft het naar haar zin. Nu ze weet dat het binnenkort afgelopen is, heeft ze het naar haar zin.