Het is altijd fijn als je weet wie je metgezel is als je op reis bent. En daarom zal ik je hier wat over Piet vertellen. Want met hem lopen we straks door Varanasi, de stad die ook wel bekend is onder de naam Benares, Kashi of Kasi en die een belangrijke pelgrimsplaats is voor de Hindoes. Bovendien is het één van de oudste steden ter wereld.
Piet is op 7 november 48 jaar geworden. Veel heeft hij niet aan zijn verjaardag gedaan. Zijn vrouw is al weer enkele maanden dood en met zijn dochter Irma die bij zijn ex woont heeft hij al tien jaar geen contact.
Familie heeft Piet niet. Althans geen familie waar hij mee omgaat. Zijn beide ouders zijn overleden en zijn enige broer heeft hij niet meer gezien sinds deze op twintigjarige leeftijd met onbekende bestemming naar Azië vertrok.
Piet is zijn leven lang magazijnbediende geweest en heeft ruim dertig jaar bij hetzelfde bedrijf gewerkt. Eind oktober was hij er weg gegaan, nog voordat ze een afscheidsreceptie voor hem hadden kunnen organiseren. Hij haatte zijn baan en het bedrijf waarvoor hij al die tijd gewerkt had. En hij had een gloeiende hekel aan Daan Platjes, zijn directe chef.
Daan was van het type bruine tong en eelt op je ellebogen. Drie jaar geleden was hij Piet op de ladder naar boven gepasseerd. Hij had zich daarvoor stevig ingelikt bij Clara, de secretaresse van Wouter, die als adjunct-directeur een klein legertje van lakeien om zich heen had verzameld. Clara was een spichtige dertiger met kleine borstjes en een droge huid.
Ze was uiterst onzeker en hypergevoelig voor een lovend woord. Dat kreeg zij niet of slechts zelden van Wouter, maar de laatste maanden des te meer van Daan, waarvan zij aanvankelijk niet eens wist dat hij ook bij het bedrijf werkte. Ze zagen elkaar vaak in de kantine of in de pauze voor de deur, waar ze met de anderen een peukje rookten.
Daan had haar zonder veel omhaal achter in het magazijn genomen toen zij op een vrijdag tegen sluitingstijd bij hem langs kwam en liet blijken dat ze zijn avances op prijs stelde. Drie weken later al had hij zijn promotie.
Toen Piet de deur voor het laatst achter zich dicht trok was het alsof er een last van zijn schouders viel. Voordat hij vertrok had hij als laatste afscheid genomen van Daan en hem een hand gegeven. Met een lach op zijn gezicht had hij hem verteld dat hij toevallig getuige geweest was van de vrijpartij in het magazijn drie jaar geleden. Hij vond het maar een onsmakelijke vertoning en dat Clara niet was gaan gillen kwam vast omdat Daan maar een klein pikkie had. Toen had hij al begrepen dat Daan bereid geweest was tot het brengen van grote offers om zijn ambities waar te kunnen maken. Piet vertelde dat hij hem deze tyfusbaan van harte gunde en dat hij hoopte dat hij tot zijn pensioen in het magazijn zou zitten. Daan had geprobeerd om zijn hand los te trekken toen hij begreep dat hij in de zeik werd genomen, maar Piet had een stalen greep en liet niet los.
Je bent een zielig mannetje, Daan. Dat was het laatste wat hij gezegd had. Daarna had hij zijn jas gepakt, een stevige fluim op de vloer gedeponeerd en was weggegaan.
Buiten in de frisse wind was langzaam het besef tot hem doorgedrongen dat hij zo-even zijn kluisters had afgelegd en dat hij nu een vrij man was. Dank je Greet, mompelde hij. Bedankt dat je me verlost hebt. De tranen liepen lang zijn wangen, maar niemand kon het zien want hij hield zijn hoofd gebogen en afgewend van de enkele voorbijganger die hem passeerde.
Op zijn horloge zag hij dat de bijeenkomst in het buurthuis waar hij naartoe wilde pas over twee uur begon, dus hij had nog alle tijd om ergens een patatje te halen.
Het is deze bijeenkomst geweest die er voor zorgde dat het leven van Piet helemaal op zijn kop werd gezet. Al kon hij dat toen nog niet beseffen. Voor velen van ons geldt dat er een direct verband bestaat tussen hun leven nu en een belangrijke, vaak toevallige gebeurtenis uit het verleden. Het leven van Piet is hier geen uitzondering op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten