Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

08 september 2009

4. Samen aan de wandel.

Vandaag ben ik overdag met de oude man naar zijn werk gegaan. Hij geeft les aan jongeren in het beroepsonderwijs.
De school waarvoor ik werk is een kleine ramp, vertrouwt hij me toe terwijl we naar de tramhalte gaan. Ik zit op zijn schoudertas. Het zonnetje schijnt, er staat een zacht briesje, het leven is goed. Het is fijn om weer even buiten te zijn. Ik vlieg op, snoep hier en daar wat stuifmeel en krijg bijna ruzie met een grote kruisspin die mij als ontbijt wil gebruiken. De oude man bevrijdt me en ik strijk weer neer op zijn schoudertas. De tram komt snel en we gaan achterin zitten. De mensen die op weg zijn naar hun werk zien er moe en afgetobd uit. Ze kijken stug voor zich uit of hebben hun neus diep in een krant gestoken. Wat erg als je blijkbaar zo ongelukkig moet zijn in die korte tijd dat je leeft, denk ik. En deze mensen leven notabene in een welvaartsmaatschappij.
Waarom is die school een ramp, vraag ik hem. De oude man was zijn opmerking aan mij al weer bijna vergeten.
Voor mij is het een kleine ramp. Voor de studenten en enkele collega’s is het soms een grote ramp. We zijn nu al anderhalve week bezig en er zijn nog steeds geen roosters, de klassenlijsten kloppen niet, de jaarplanning is onduidelijk, de handleidingen die we gebruiken zijn niet geredigeerd en bevatten verouderde informatie…Het jaar is net begonnen en veel van mijn collega’s zijn nu al moe. Dat wordt wat met die Mexicaanse Griepgolf die straks op ons afkomt.
Waarom ben jij niet chagrijnig?
vraag ik hem.
Kwestie van mentaliteit, reageert hij. Ik vind mijn werk leuk maar heb inmiddels niet meer de verwachting dat de organisatie ooit behoorlijk zal functioneren. En blijkbaar is dat ook niet nodig, want hij bestaat nog steeds. Dus ik laat alles maar op mij af komen en zie dan wel weer verder. ‘Loslaten’ is het toverwoord. Hij praat op een fluistertoon zodat het klinkt als zachte muziek uit een MP3-speler.
Ik vind het belangrijk dat die jonge gasten een diploma halen. Zelf heb ik jaren ongeschoold werk moeten doen omdat ik geen goed diploma had. Het is nog steeds zo in de samenleving dat iedereen op je schijt als je onder aan de ladder staat. Je wordt dan echt vaak als stront behandeld.
Dat is toch zo erg niet,
reageer ik. Geef mij maar een goeie drol en ik ben uren zoet.
Misschien word ik wel gek, zegt de oude man. Zit ik met een strontje in mijn oog te praten en besta jij helemaal niet.
Leuk,
zeg ik. Een strontje in je oog. Nee man, je zit met een strontvlieg te praten en dus is er niets aan de hand. Mensen praten met alles wat levend is. Iemand van jullie koninklijk huis praat zelfs met bomen en die wordt ook niet officieel gek verklaard. Maak jij je maar geen zorgen.
Hoe komt het dat je dit allemaal weet,
vraagt de oude man.
In mijn hoofd zit een minuscule ontvanger waarmee ik ben afgestemd op het Akasha-archief.
Zoals je misschien weet is dat een collectief geheugen waar alle gedachten, emoties en gebeurtenissen van alle tijden op aarde tot op heden, worden opgeslagen. Je vindt er zelfs zaken in terug die er nooit in zijn opgeborgen. Dat klinkt misschien vreemd, maar is niet alles vreemd op deze blauwe planeet? Het archief is voor iedereen toegankelijk. Dus ook voor mij. Alleen is het soms wel even zoeken tussen al die informatie. Zo weet ik wat een chaos het is bij jou op school. Maar als ik jou daar vragen over stel heb ik sneller antwoord dan door te gaan zoeken in het archief, begrijp je? Volgens mij moet je er hier uit.

Geen opmerkingen: