Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

13 september 2009

8. Aandoenlijke tafereeltjes, nr. 3

Mijn ogen worden slechter, zegt de oude man. Vanmorgen wilde ik gaan rennen en zag gelukkig nog net op tijd dat ik mijn shirt binnenstebuiten had aangetrokken.
Ik geef toe dat ouder worden niet altijd even leuk is. Een leerling van mij zei dat ze vond dat mijn haren zo grijs waren geworden sinds zij mij voor het laatst in juni had gezien. Ik ben blij dat ik sowieso nog haren heb. Veel collega’s van mij beginnen aardig kaal te worden. Je zei dat je nog een verhaal had over de minder fijne kanten van het ouder worden.
Zeker,
zeg ik. Ik zal je het net als die andere verhalen vertellen alsof de gebeurtenis nu plaats vindt.

Een bloederig verhaal

Er klinkt paniek in zijn stem. Alles zit onder het bloed. Er moet gauw iemand komen.
Ze kijkt op de klok. Het is kwart voor vijf. Haar dienst zit er bijna op.
Er komt zo meteen iemand bij u langs, meneer de Vries. U zit nu op de rand van uw bed? Leg uw voet omhoog op het kussen. Ga maar tegen de muur zitten als dat kan. Ja, vervelend dat uw kussen vuil wordt. Begrepen meneer de Vries? Verder zo min mogelijk bewegen. Dag meneer de Vries. Ze legt de telefoon neer.
Margreet, er moet nu meteen iemand naar meneer de Vries. Ja, dat is die alleenstaande oude man die de laatste tijd zo in de war is. Die met dat kleine witte hondje. Volgens mij ben jij er vroeger wel eens geweest. Hij zegt dat hij in de scherven van een glas is gaan staan en dat hij vreselijk bloedt. Eens kijken. Ze opent een kastje en geeft Margreet een sleutel. Hang je de sleutel straks weer terug? Neem de verbandtrommel mee. Weet je nog waar het is?
Ze zucht. Gelukkig is het weekend.
Margreet kijkt of de verbandtrommel compleet is, loopt de trap af en rijdt even later op haar fiets naar meneer de Vries, waar ze tien minuten later aankomt.
Ze opent de deur. De gordijnen zijn gesloten en het is schemerig in huis.
Schel blaffend komt een wit keeshondje aangerend. Margreet ziet dat zijn pootjes overal op de licht beige vloerbedekking donkerrode pootafdrukken heeft gemaakt.
Hallo, roept ze luid en het hondje schiet in zijn mand.
Snel loopt ze naar de slaapkamer.
Dag meneer de Vries. We zijn er gelukkig. Hoe gaat het?
Meneer de Vries heeft gedaan wat hem over de telefoon is geadviseerd en zit met zijn rug tegen de muur op het bed, met zijn rechtervoet rustend op een kussen. Dit is, net als de lakens trouwens, besmeurd met rode vlekken.
Laat eens zien. Margreet tilt de voet op. Doet het pijn, vraagt ze. Een heel klein beetje,is het antwoord. Ik voel het haast niet. Ik denk dat er een splinter heel diep in mijn voet is gaan zitten.
Blijf zo liggen, ik maak het even schoon, zegt Margreet. Ze doet de gordijnen van de slaapkamer open en ziet dat behalve de pootafdrukken van de hond er ook voetafdrukken op de vloerbedekking staan van meneer de Vries.
Ze pakt een steriel gaasje en veegt hiermee voorzichtig de voet van meneer de Vries schoon.
Ik was bijna gevallen vandaag, zegt meneer de Vries. Gelukkig kon ik me nog net aan de tafel vast houden. Ik geloof wel dat er een glas en een vaasje met bloemen is omgevallen.
Gisteren liet uw collega een glas in de badkamer vallen. Ik denk dat ik daar in een scherf ben gaan staan die bij het opruimen over het hoofd is gezien.

Margreet heeft de voet schoon gemaakt. Deze bloedt niet meer. Vreemd genoeg kan ze nergens een wondje bekennen.
Ik ga even in de badkamer kijken, meneer de Vries. Blijft u nog even zitten.
Ze loopt naar de badkamer maar de grond ziet er schoon uit. Nergens ziet ze glas.
Dan gaat ze naar de huiskamer en doet daar ook de gordijnen open. Op de eettafel ligt een omgevallen vaas met bloemen. En een omgevallen glas. Ze besluit om de rommel even op te ruimen nu ze hier toch is. Als ze de grote donkere vlek op de grond ziet begrijpt ze wat er is gebeurd.
Meneer de Vries kan gerust zijn, denkt ze en onwillekeurig moet ze glimlachen. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over een glassplinter in zijn voet.

Geen opmerkingen: