Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

18 september 2009

13. Thaise avonturen. 4. Het hanengevecht.

Joep had natuurlijk wel een beetje gejokt toe hij Theo wijsmaakte dat het allemaal wel meeviel. Bij hanengevechten gaan de hanen net zo lang tekeer tot er één van de twee dood is. Tenzij de verliezer een kans krijgt om af te druipen, maar er wordt wel voor gezorgd dat dit niet kan. Om het nog wat bloederiger te maken worden er soms ook wel scherpe mesjes aan de sporen van de hanen bevestigd.
Joep nam Theo en mij mee naar een obscure buurt waar jonge vrouwen met weinig om het lijf ons vriendelijk lachend toezwaaiden. We negeerden hen en uiteindelijk parkeerde Joep Theo ’s jeep ergens voor een klein restaurantje. Hij sprak even met iemand die waarschijnlijk de eigenaar was en gebaarde ons toen hem te volgen.
Vond je dat niet vreselijk spannend?
vraag ik de oude man.
Natuurlijk, antwoordt hij. Het zag er ook niet zo fris uit, het was er klam en vochtig en er zaten diverse kerels in het restaurant die ons wantrouwend aanstaarden.
Aan het eind van een lange gang gingen we door een deur en kwamen in een schemerige ruimte waar zo’n stuk of twintig mannen in een grote kring op hun hurken zaten. Het leek wel of ze allemaal zaten te poepen, want het was een gekreun en gesteun van jewelste.
De enige lichtbron was een laaghangende lamp die zorgde voor een heldere lichtcirkel in het midden. Het was net even pauze.
Joep was hier blijkbaar eerder geweest, want hij fluisterde ons zacht toe wat ons te wachten stond. Al gauw kwamen er twee mannen met elk een grote bamboetas bij zich waarin de hanen zaten. De gehurkte mannen werden onrustig en gingen staan. Het viel me op dat Theo niet ongevoelig was voor de onrust die ontstond. Hij begon zenuwachtig aan zijn baard te plukken. De hanen werden aan het publiek getoond en men begon zijn geld in te zetten op de favoriet die men voor ogen had. Kleine bedragen. Zo’n 100 of 200 baht. Dus niet meer dan 1 of 2 euro. De hanen werden met hun koppen tegen elkaar gezet om ze even lekker op te fokken. Ineens werden ze losgelaten. De hel barstte los. Iedereen begon te gillen en de veren vlogen in het rond.
En toen gebeurde er iets ongelooflijks. Theo, een reus van een kerel, stormde naar voren en greep één van de hanen van de grond. En nog voordat iedereen van zijn verbazing was bekomen was hij met de haan door de deur verdwenen en stonden Joep en ik tegenover twintig woedende kerels die met gebalde vuisten op ons af kwamen.
Toen pas zag ik een kant van Joep die ik niet van hem verwacht had. Voor mijn ogen veranderde hij in een soort minihulk en mepte hij stevig om zich heen. Je mag wel weten dat ik zeven kleuren stront scheet van angst.
Zeven kleuren stront,
zeg ik. Dat moet je me eens laten zien.
Om een lang verhaal kort te maken, we slaagden er gelukkig in om aan onze belagers te ontsnappen.
Theo zat in shock op de achterbank en hield de haan vast op zijn knieën. Joep sprong achter het stuur en we reden er met hoge snelheid vandoor. Theo hield de haan nog steeds vast.
Ik keek over mijn schouders en zag de kerels achter mij op hun scootertjes springen.
Gooi die haan weg, brulde Joep. Het lukte mij om de haan uit de vingers van Theo te bevrijden en terwijl de jeep door de straten scheurde gooide ik het beest uit de wagen.
De achtervolgers vonden het blijkbaar voldoende dat ze ons hadden weggejaagd en stopten de achtervolging. Joep zette de jeep even aan de kant van de weg. Theo kwam uit zijn trance en kotste keurig netjes de inhoud van zijn maag op straat. Hij kreeg zowaar weer een beetje kleur op zijn behaarde wangen. Joep moest lachen. Hij kende Theo al heel erg lang en het zou mij niets verbazen als hij een dergelijke actie wel van hem verwacht had. Ik weet het niet.
In ieder geval was ik Joep dankbaar dat hij ons uit deze benarde situatie had gered en om mijn dank te tonen stelde ik hem bij terugkomst in het hotel voor om de komende dagen alsnog te gebruiken voor het zoeken naar de gouden Boeddha. Joep glimlachte fijntjes en zei dat hij dit waardeerde. Alsof hij wist dat ik met dit voorstel zou komen.
De volgende dag voerden we met een kleine vissersboot en met gehuurde duikspullen de zee op. Natuurlijk ging iedereen mee. Blijkbaar was Joep geen geldwolf en ging het hem meer om het idee. Alleen hij en ik wisten dat we op zoek gingen naar een schat. De anderen dachten dat we alleen maar gezellig een eindje zouden gaan varen. Ook Paula wist nog van niets. Nog voor de zon onder was zou ik ontdekken wat een weirdo die Joep eigenlijk was.

Geen opmerkingen: