Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

12 september 2009

7. Aandoenlijke tafereeltjes, nr. 2

Het is zondagmorgen elf uur. Uit een effen grijze lucht daalt een dreinerige motregen op de stad neer. De oude vrouw zit voor het raam en kijkt via haar spionnetje de straat in. De straat is leeg. Bij de vuilcontainer trekt een stel meeuwen krijsend een vuilniszak aan stukken.
Waar blijft haar kleinkind nou? Elke zondag om elf uur stipt staat zij voor de deur maar nu is zij zelfs nog niet in zicht.
De telefoon gaat. Ook al zo vreemd. Op zondag gaat haar telefoon nooit. Wie zou haar moeten bellen. Haar dochter? Daar heeft ze geen contact mee. Alleen via haar kleinkind. Dan vraagt ze ‘Hoe gaat het met je moeder?’ en krijgt ze te horen wat er sinds vorige week allemaal gebeurd is. Ze neemt de telefoon op.
Hallo?
Dag oma.
Het is de stem van haar kleinkind.
Dag lieverd. Waar blijf je nou?
Ik kan vandaag niet komen, oma.
Kun je vandaag niet komen? Maar je komt altijd op zondag. Ik heb van die lekkere stroopwafels gekocht.
Dat weet ik oma, maar ik ben ziek.
Ziek? Wat heb je dan?
Mama zegt dat het de Mexicaanse griep is.

De Mexicaanse griep? Kindje toch, wat erg. Hoe voel je je?
Heel erg misselijk, oma. Maar mama zegt dat ik nu moet ophangen.
Zegt mama dat? Kun je nog niet even…?
Nee, oma. Ik moet nu echt ophangen. Als ik beter ben dan kom ik weer.

De verbinding wordt verbroken.
Verbitterd gaat de oude vrouw zitten. De Mexicaanse griep. Het zou wat. Dat is toch geen reden om niet even langs te gaan. Shawl om en jas goed dichtgeknoopt. Haar eigen dochter had haar best wel even langs kunnen brengen. Een kwartiertje was genoeg geweest.
Nu moest ze zeker weer een week wachten.
Ze pakt het pakje met stroopwafels uit de keukenkast. Het zijn echte Goudse. Tien stuks.
Als diabetespatiënt mocht ze al jaren geen zoetigheid meer. Gelukkig waren de inzichten wat betreft het gebruik van zoetigheid de laatste jaren veranderd en werd het niet als een probleem gezien als de diabetespatiënt een kleine hoeveelheid zoetigheid nam. Tot nu toe had zij daaraan geen behoefte gevoeld. Maar nu heeft ze dit wel en ze gunt zichzelf wel een wafeltje.
Eerst zet ze een kopje thee en legt dan een wafeltje op het kopje. Ze ziet de stroop smelten. Voorzichtig pakt ze de stroopwafel en legt deze op een schoteltje. Nadat de wafel bijna is afgekoeld neemt ze een klein hapje. En dan nog één. En nog één. In een mum van tijd heeft ze de stroopwafel opgegeten. Wat smaakte dit heerlijk. Ze vergeet haar kleinkind en dat ze niet al te royaal met zoetigheid moet zijn. Een tweede stroopwafel gaat dezelfde weg. En een derde. Zo gaat ze door totdat ze het hele pakje heeft opgegeten. Hijgend zit ze op de stoel voor het raam. Op haar rok en de grond liggen allemaal kruimels. Ze moet glimlachend denken aan de tijd dat ze nog jong was en zo af en toe een stickie rookte. Wat kon ze daar een vreetkick van krijgen.
Ze veegt met de rug van haar hand de zoetigheid van haar lippen en besluit dat ze morgen bij de supermarkt nog een paar pakken stroopwafels zal halen. Ze kunnen allemaal de pot op. Allemaal.

De oude man schudt zijn hoofd. Die dame is niet erg verstandig bezig. Ze weet zeker niet wat dit voor gezondheid betekent. Maar misschien ook wel. Je zei dat je nog een verhaaltje had?
Ja, dat vertel ik een volgende keer.

Geen opmerkingen: