Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

09 september 2009

5. Een zonnige dag

Vanmorgen zijn we samen naar school geweest. Nu zitten we in Scheveningen. Het is mooi weer en ik geniet van de zilte zeelucht. De Oude man vroeg mij of ik in een doosje met hem mee wilde, maar daar heb ik voor bedankt. Wij vliegen houden van de vrijheid.
Het lijkt wel of iedereen een vrije dag heeft genomen. Alle terrasjes zijn vol.
Vanmorgen had je het met mij over die chagrijnige koppen in de tram en trein, maar kijk nu eens om je heen. Dezelfde mensen maar nu op een andere plek. Vind je ze nu nog steeds zo stug en tobberig kijken?
Zeg jij het maar,
antwoord ik hem.
Ik zie toch meer vrolijke gezichten dan vanmorgen, zegt hij aarzelend na even om zich heen gekeken te hebben.
In het warme zand gezeten en kijkend naar de golven die af- en aan rollen wordt de man opnieuw filosofisch. Zoals de een bijna nooit denkt zo weet de ander soms niet hoe hij er mee stoppen moet. Beide zijn volgens mij een ziekte. Wat moeten al die mensen met zoveel hersens als ze deze toch niet goed weten te gebruiken?
We hebben laatst een oppervlakkig gesprek gevoerd over Godsdienst, zegt de man. Hoe de mensen hiervan vaak juist in de war geraken in plaats van dat ze er kracht aan ontlenen.
Ik bedacht later dat dit alleen geldt voor degenen die over de schutting durven te kijken.
Degenen die zich beperken tot datgene waarmee zij zijn opgegroeid of die gewoon overtuigd zijn van hun gelijk halen wel degelijk hun kracht uit het geloof of juist het gebrek hier aan. Als je maar denk dat je gelijk hebt en de anderen ongelijk sta je als een rots in de branding. Gelovig of niet. Het zijn de twijfelaars die het moeilijk hebben.
En waarom twijfelen zij? Omdat ze weten dat al die andere gelovigen,maar ook de niet-gelovigen blijkbaar hun houvast ontlenen aan iets anders dan zij.
Laten we over wat anders praten,
zeg ik. Heb je nog iets lekkers te roken bij je?De man lacht. Wat te blowen bedoel je? Nee hoor. Ik heb er geen behoefte aan, ik slaap beter en functioneer beter overdag. Dus ik had gedacht om maar weer eens een paar weken zonder te doen.
Jammer,
zeg ik. Het ruikt zo lekker. Bovendien ben ik een shit-fly en is het niet raar dat ik van shit hou.
Zullen we naar huis gaan,
vraagt de man.

’s Avonds bij het kijken naar het journaal zie ik hoe de kroonprins van Nederland met zijn vrouw een lichtschakelaar omdraait zodat het Empirestate Building een oranje eikel krijgt. Als prins moet je soms zotte dingen doen om je brood te verdienen.
Als aan de New Yorkers gevraagd wordt waarom volgens hen het Empirestate Building oranje is gekleurd zegt één van hen dat hij denkt dat er misschien sprake is van een vervroegd Halloween. Een cadet van West-Point wordt geïnterviewd en zegt dat hij denkt dat Willem Alexander de Prins van Amsterdam is. Een variatie op de opmerking dat Holland een provincie is van Denemarken. Die Amerikanen zijn volkomen onkundig van het feit dat er buiten Amerika nog andere werelddelen zijn, denk ik. Maar hoe slim zijn eigenlijk die Hollanders?
De man heeft nog wat klusjes te doen en geen tijd meer voor me. Prima. Ga ik vanavond eens vroeg slapen.

Geen opmerkingen: