Alle levende wezens zijn door God geschapen. Ik zou het graag met jou willen hebben over wat er met hun ziel gebeurt na hun dood. Maar eerst, hoe belijden jullie je geloof?
Door ons als vliegen te gedragen. Als onze God hier tevreden over is komen we in de hel. Dan begint het banket dat eeuwig duurt.
De man lacht. Dan zul jij wel in de hemel komen. En daar is alles steriel.
Ik vrees dat je gelijk hebt, zeg ik zuchtend. Dit is geen leuk vooruitzicht. Onze God kent geen vergeving. Fout is fout. Hoe zit dat bij de mensen?
Dat hangt er van af of je een man of een vrouw bent en welke God je dient.
Geef eens een voorbeeld.
Ik heb bijvoorbeeld begrepen dat mannelijke martelaren binnen de Islam in het paradijs een aantal maagden krijgen. Daar zijn ze natuurlijk zo door heen. Van vrouwelijke martelaren weet ik het niet. Die krijgen misschien een aantal eunuchen toe bedeeld. Dan zitten zij beter dan die kerels, want die eunuchen worden niet zomaar viriele Chippendales.
Je spot, zeg ik.
Oké, maar we houden dat onder ons. Als je Christen bent mag je na een deugdzaam leven een stukje dichter in de buurt van de troon komen te zitten. Gezien het aantal deugdzame Christenen betekent dit dat er tussen jou en de troon nog steeds een onafzienbare rij stoelen reeds bezet zijn, dus veel maakt het niet uit. Die anderen hebben hun plek verdiend en die kun je niet een stoeltje terugzetten.
Ik vrees dat je weer spot, zeg ik nu bestraffend.
De man gaat er niet op in en praat verder.
Je hebt ook Godsdiensten die geloven dat je reïncarneert. Je komt dan terug in een vorm die in overeenstemming is met je levenswijze voordat je stierf.
Zou een vlieg kunnen reïncarneren als mens of andersom? vraag ik hem.
Sommigen zeggen van wel, anderen betwisten dat.
Dus je lot na de dood is afhankelijk van je geloof, je geslacht en het leven dat je geleefd hebt?
Dat klopt. Alleen niet-gelovigen gaan rechtstreeks naar de hel.
Dat is niet eerlijk. Waarom worden zij voorgetrokken?
Je vergeet dat de hel voor mensen is als de hemel voor jou. Slechts weinigen gaan graag naar de plek waar de vorst der duisternis regeert. Al ken ik één situatie waar dit wel zo was.
Vertel, zeg ik hem.
Er was een beschermengel, laten we hem Gabriël noemen, die tot opdracht had om een vreselijk slecht mens op het rechte pad te brengen. Maar wat hij ook deed, deze slechte mens werd alleen maar slechter. Dit zou betekenen dat hij na zijn overlijden naar de hel toe zou gaan. Gabriël werd er wanhopig van. Hoe kon hij zijn opdracht tot een goed einde brengen, vroeg hij zich af. Hij ging naar God en vroeg hem om een gunst. Zou deze slechte mens voor één keer alvast in de hel kunnen afdalen zodat hij wist wat hem te wachten stond als hij zijn leven niet beterde. God gaf Gabriël toestemming en zo kwam het dat op zekere dag deze slechterik afdaalde in de hel. Hij keek daar om zich heen en schrok van al het leed dat hij er tegen kwam. Het leek er op dat Gabriël zijn zin zou krijgen. De Duivel had de slechte mens zien rondlopen en wist dat hij weer terug zou gaan naar de aarde. Hij vroeg de slechte mens waarom hij hier op bezoek was. Ik ben een heel slecht mens, kreeg hij als antwoord. En om mij op het rechte pad te krijgen wilde men mij laten weten wat mij na de dood te wachten staat. Wat hier gebeurt vind ik niet zo leuk en ik denk dat ik mijn leven straks maar ga beteren.
De Duivel grijnsde. Als jij je slechte leven op aarde voort zet, dan kun je naast mij op de troon komen zitten. Ik maak je tot één van mijn machtigste voormannen.
En zo geschiedde het en verloor God weer een ziel aan de Duivel.
Ik begrijp dat wat voor de een de hemel is voor een ander de hel kan zijn. Waar sta jij in dit verhaal? Hoe zit het met jouw geloof?
Ik heb het gemakkelijk. Ik geloof in niets. Als je nergens in gelooft is er geen alternatief. Een lege emmer of lege doos zijn allebei leeg en verschillen alleen in de verpakking. Maar iemand die gelooft heeft het niet zo gemakkelijk. Het is als in een supermarkt: als je kunt kiezen is het fijn, maar wat als je verkeerd kiest. Iedereen wil kwaliteit en er zo weinig mogelijk voor betalen. Zo is het voor veel gelovigen ook een beetje. Velen blijven merktrouw maar vragen zich stiekem af of andere merken niet beter zijn. Zij zijn voortdurend in strijd met zichzelf of met andere gelovigen. Ze kunnen berusten in hun situatie maar er uit komen doen ze niet.
Van mij mag iedereen geloven wat hij of zij wil. Wie ben ik om mensen hun houvast niet te gunnen.
Zelf vind ik het prettiger om alles om mij heen te benaderen vanuit een persoonlijke spiritualiteit. Ook ik ben slechts een nietig mensje dat hier even mag rondsnuffelen en daarna voorgoed verdwijnt in het niets. Wat ik een prettige gedachte vindt, want dit geldt ook voor de grote hufters om mij heen, die denken dat zij niet alleen anders maar vooral beter zijn dan hun medemens en menen dat zij overal mee weg kunnen komen. Ook voor hen gaat eens voorgoed het licht uit en dan kunnen hun slachtoffers met voldoening op hun graf spuwen. Als je mij toch in een vakje zou willen stoppen deel me dan maar in bij de vrijzinnige Budhisten. Daar voel ik mij het meest bij thuis.
Gelukkig hebben wij vliegen ook niet veel keuze, zeg ik. De mensengod heeft ons wel gemaakt maar hij heeft ons lot in handen van zijn grootste dienaar gelegd. Ja, zijn grootste dienaar, want het goede wordt pas zichtbaar door het kwade dat er ook is. Zonder mijn meester zou de goedertierenheid van de mensengod niet opvallen.
Het is nu nacht. De oude man slaapt. Wat een dwaas, maar wel aandoenlijk. Hij doet zo zijn best om te begrijpen wat zijn plekje in deze wereld is. Volgens mij is hij een beetje in de war. Mensen hebben ook zoveel om over na te denken. Met mijn bij wijze van spreken ene extra hersencel heb ik het een stuk gemakkelijker.
De oude man heeft nog veel meer onderwerpen waarover hij met mij van gedachten wil wisselen. Ik blijf hier nog een paar dagen rondhangen. Daarna ga ik op zoek naar een grote koeienvla om mij voort te planten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten