Vandaag ga ik samen met mijn mentor Ulas, gezegend zijn naam, naar een tentoonstelling over auto’s. Er is mij beloofd dat ik zelf even achter het stuur van een auto mag zitten en dan de auto mag starten. Er worden slechts duizend mensen toegelaten en ik weet dat onze gouverneur tot één van hen behoort. Misschien heb ik wel het geluk om hem tegen te komen.
Zonder de blauwe chip van Utgor, die ik als beloning van hem gekregen heb, omdat ik er in geslaagd ben om de sleutel tot level 6 van Kratorion te vinden, had ik net als iedereen deze unieke tentoonstelling alleen maar kunnen zien via de holo. Maar er gaat toch niets boven het echte werk.
Ik ben op zoek gegaan naar informatie over auto’s, maar behalve een aantal reclamefilmpjes die ik kon bekijken in het stadsarchief heb ik niets gevonden. Er schijnt wel veel informatie te zijn, maar die is ontoegankelijk gemaakt.
Op de holo van het stadsarchief zag ik hoe deze voertuigen in die tijd tot onvoorstelbare prestaties in staat waren.
Met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur reden ze over brede wegen, die de steden van toen met elkaar verbonden, door weer en wind naar hun bestemming toe.
In een filmpje zag ik blij lachende mensen, een man, een vrouw en twee onvolgroeide mensjes, die met elkaar in een auto zaten en door de mooiste landschappen heen reden.
Je kon zien dat de wereld er toen beter uit zag dan nu.
Overal waar mensen met een auto kwamen werden zij door andere vriendelijk lachende mensen welkom geheten. Het hebben van een auto was blijkbaar heel bijzonder.
Auto’s reden de hele wereld over. Ze waren toen vooral handig als je er mee op vakantie wilde gaan.
In die tijd werkten de mensen namelijk heel het jaar, maar soms mochten ze hier enkele weken mee stoppen. Ze hadden dan ‘vakantie’, zeg maar een aantal dagen dat zij niet hoefden te werken. In de reclames zag ik dat zij dan vaak naar de zee toe gingen (echt waar!) en daar aangekomen een plekje zochten waar zij in de zon konden liggen met elkaar.De straling van de zon was toen nog gezond, vermoed ik.
Ook in de steden zelf waren auto’s erg handig voor het doen van boodschappen. Men ging toen naar gebouwen die winkels werden genoemd en waar de spullen in rekken waren opgestapeld. Toen alle boodschappen voortaan rechtstreeks van de bron via het teletransportsysteem bij de mensen thuis konden worden bezorgd en de winkels hiermee overbodig waren geworden, werden de auto’s uit de steden geweerd. Ad acta.
De paar mensen die toen op de wereld leefden waren vrij om overal naar toe te gaan. Het klinkt alsof ik dit verzonnen heb, maar ik heb dit zelf in de filmpjes gezien. Uitgestrekte stranden met slechts enkele mensen, lege wegen, bijna lege steden. Wat was er toen nog ruimte voor iedereen. Als ik toen had geleefd had ik vast ook een auto gekocht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten