Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

03 december 2009

Koopavond

We botsen tegen elkaar aan als we beiden op hetzelfde moment de bocht om gaan. De klap is hevig, want allebei proberen we uit te wijken maar doen dat naar de verkeerde kant. De grote plastic tas die ze draagt schiet uit haar handen en valt tussen de plassen op straat.
In een poging om deze te grijpen laat ik ook mijn tas vallen.
We zijn allebei geschrokken en mompelen verontschuldigingen. Ik heb mijn tas al gepakt als zij nog op haar hurken bezig is om de pakjes die er uit haar tas zijn gevallen bij elkaar te rapen. Ik buig voorover om haar te helpen. Ze zegt Bedankt en dan pas herken ik haar stem.
Margot, roep ik verrast uit. Ze zit nog steeds gehurkt en kijkt schuin omhoog.
John. Ze is niet minder verrast dan ik. Ze doet het laatste pakje in de tas en richt zich op.
Het regent al de hele avond en we zijn allebei kletsnat.
Heb je zin en tijd om even wat warms te drinken? vraag ik haar. Er verschijnt een lach op haar gezicht. Het valt me op dat ze oud geworden is. Door de regen is haar mascara doorgelopen. Het lijkt wel of ze heeft gehuild. Waar? vraagt ze.
Kom maar, zeg ik en we lopen naast elkaar met de zware tassen tussen ons in naar een café een paar straten verderop. Ik kom hier wel vaker als ik in de stad ben. Even later zitten we in het vale kroeglicht tegenover elkaar aan een tafeltje, onze natte kleding over de stoelen naast ons en de tassen op de grond. Je mascara is doorgelopen, zeg ik.
Ze staat op, zegt Ik ben zo terug en loopt naar achteren.
Als ze terug komt ziet ze er weer verzorgd uit, al is de vermoeidheid in haar ogen niet verdwenen.
Ik ben doodop van dat gesjouw, zegt ze om het gesprek op gang te brengen. En door die nattigheid is het helemaal vermoeiend, reageer ik. Iedereen blijft binnen hangen want daar is het tenminste lekker warm. Ik heb eigenlijk een gloeiende hekel aan die koopavonden maar overdag heb ik geen tijd.
Ik hoor mezelf praten en opeens dringt het tot mij door dat de vrouw die er tegenover mij zit al vijftien jaar mijn vrouw niet meer is. Maar vreemd genoeg is het net alsof we nog steeds bij elkaar horen. Ik ben dan ook niet verbaasd als zij na een uur naar huis belt en haar man vertelt dat zij vanavond bij een vriendin blijft slapen die zij toevallig in de stad is tegen gekomen. Ik bedenk dat ik er verstandig aan heb gedaan om het tweepersoonsbed niet weg te doen na mijn scheiding vorig jaar. Koopavonden, ze zijn een ramp. Maar soms kom je een cadeautje tegen dat je niet zoekt maar waarmee je jezelf toch een groot plezier kunt doen.

Geen opmerkingen: