Zo’n tweeduizend jaar geleden woonden er eens in een land hier ver vandaan een herder met de naam Jozef en een herderinnetje dat Maria heette. Zij waren op hun ezel Joachim van Nazareth in Galilea naar Bethlehem in Judea toe gegaan, omdat zij gehoord hadden dat daar De Verlosser geboren zou worden. Doodmoe van de lange reis zochten zij te Bethlehem naar onderdak. Het was een koude winternacht en het firmament vibreerde van myriaden twinkelende sterren. Omdat zij geen geld hadden voor een herberg, besloten zij om ergens in een stal te gaan slapen. Maria was hoog zwanger en wist dat zij deze nacht zou gaan bevallen. Want dat had zij in de bijbel gelezen.
Het kind dat geboren zou worden was niet verwekt door Jozef. Dat kon hem ook niet schelen, want hij was een aardige homoseksueel, die alleen met haar getrouwd was om zijn ouders een plezier te doen. En om te voorkomen dat hij zou worden gestenigd, want dat gebeurde in die tijd ook al.
Maria was al zwanger toen hij met haar trouwde. Haar vader hield op een bijna perverse manier ontzettend veel van haar en mogelijk dat hij daarom zo aardig was de kosten van de bruiloft te betalen. Bovendien gaf hij haar een vorstelijke bruidschat mee, die bestond uit wel twintig schapen, een kameel, een ezel, een geit tegen de eenzaamheid en een vers plakje rode Libanon van een pond, die Jozef in minder dan een maand oprookte met zijn vrienden Lucas, Matteüs en Gabriël.
Jozef nam Maria het slippertje dat zij gemaakt had niet kwalijk, al ergerde hij zich er wel aan dat zij hem niet wilde vertellen wie het kind had verwekt. Want daar was hij natuurlijk wel nieuwsgierig naar. Wat hij ook probeerde om haar aan de praat te krijgen, zij hield haar lippen stijf opeen. Was het soms Lucas geweest, die haar had verleid? Zij glimlachte slechts raadselachtig en hield haar mond. Of anders Matteüs? Ze haalde haar schouders op en floot op valse wijze het toen zo populaire “De herdertjes lagen bij nachten”.
Dan moet het Gabriël geweest zijn, riep hij. Die jongen met zijn engelachtige gezicht heb ik nooit vertrouwd. Maria stapte op hem af, zette haar handen in haar heupen en keek hem ernstig aan. Het was de heilige geest, zei ze, waarna ze zich omdraaide en weg liep.
Jozef gaf het op. Hij nam het leven zoals het kwam en als Maria er niet over praten wilde, dan moest zij dat weten.
Ze vonden een stal waar zij drie magiërs aantroffen, die al eerder op de avond waren aangekomen. De jongste van hen heette Caspar. Hij was twintig jaar en kwam uit Azië.
Degene van middelbare leeftijd was Balthasar, een neger uit Ethiopië. Hij was veertig.
En de oudste, een grijsaard, was zestig en kwam uit Nederland. Zijn naam was Melchior.
Toen zij Maria met haar dikke buik zagen, wezen zij er naar en wisselden zij veelbetekenende blikken met elkaar uit. Jozef zag dit en geërgerd vroeg hij hun waarom zij dit deden. Toen vertelde Melchior hem dat zij waren gekomen om De Verlosser te begroeten, maar dat ze begrepen dat zij te vroeg waren gekomen.
Welke Verlosser?, vroeg Jozef. Waar hebben jullie het over? Maar voor zij antwoord konden geven slaakte Maria een kreet. Ik geloof dat het zover is, zei ze.
De mannen legden haar voorzichtig in het stro. Eén van hen zette een pan met water op het vuur, waarin grote linnen lappen werden uitgekookt. Een ander maakt van een voerbak een kribbetje. Weer een ander hield haar hand vast.
Buiten klonk lawaai. Jozef ging kijken wat er aan de hand was. Daar stonden drie herders met een kudde schapen. Wij komen voor het kind, zei een van hen.
Jullie zijn te vroeg, zei Jozef. Dat geeft niet, zei de herder. Mogen wij alvast naar binnen komen? Het is buiten ontzettend koud.
Terwijl de schapen zich in het stro uitstrekten gingen de herders bij de magiërs staan. Zij hadden weliswaar vaak de geboorte van een schaap gezien, maar nog nooit de bevalling van een vrouw meegemaakt. En dit buitenkansje wilden ze niet laten schieten.
Het werd een lange nacht voor iedereen. Tegen de ochtend werd het kindje geboren. Jezus, zei een van de herders, wat een mooi kind. Laten we hem zo noemen, zei Jozef. En aldus geschiedde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten