Van de droom waarin ik met een mooie vrouw zit te tafelen rest slechts een euforisch gevoel als ik met een schok wakker wordt. De beelden lossen snel op en laten slechts vage indrukken achter. Er is een stem. Een glimlach. Een paar glinsterende bruine ogen die mij van dichtbij aankijken. Er is de geur van brand.
Cómo estás? Het klinkt bezorgd. De stem is echt. Net als de ogen. De barstende koppijn die ik voel is ook echt. Muy mal, antwoord ik.
Ik grijp naar mijn hoofd en voel iets kleverigs. Bloed. Ze pakt mijn hand en zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken. Waarschijnlijk ben ik gevallen. Het kan ook een schampschot zijn. Ik kijk opzij en nu pas zie ik dat de man die naast mij ligt dood is. Met zijn lichaam in een onnatuurlijke verwrongen houding kijkt hij met opengesperde ogen de leegte in.
Muerto?, vraag ik en knik in de richting van mijn buurman. Si, zegt ze ernstig.
Ze helpt me overeind en neemt me mee. De brandgeur wordt sterker. Ze ondersteunt me op onze tocht naar buiten via steile trappen en donkere gangen. Ik zie meer lijken liggen. Cómo tardío es le? vraag ik haar. Ze zegt dat het negen uur is.
Tijd. Het enige houvast dat ik nu heb is de tijd. Ik heb geen idee wat er aan de hand is maar het geeft me enige rust nu ik weet hoe laat het is.
Op de binnenplaats staan tientallen zwaar bewapende mannen en vrouwen in groene uniformen.
Zo’n dertig havenloos geklede mannen zitten op het gras naast de vijver met de goudkarpers. Ik herken ze als mijn lotgenoten.
Het hoofdgebouw staat in brand. De vlammen slaan naar buiten maar niemand schenkt er enige aandacht aan.
De vrouw die mij heeft meegenomen brengt me bij een fors gebouwde man met een indrukwekkende snor en kijkt toe hoe hij me verzorgt. Ik hoor hoe zij hem Pedro noemt en hij haar Juanita.
Pedro strijkt mijn haar opzij en bekijkt mijn hoofdwond. Het is inderdaad een schampschot. Er verschijnt een brede lach op zijn gezicht als hij mij feliciteert en zegt dat ik veel geluk heb gehad. Terwijl hij de wond verzorgt vraagt hij me waar ik vandaan kom. Als ik hem dat vertel is hij verrast.
Hij wil weten waarom ik hier vast zit en ik vertel hem dat het een misverstand is. Dat toen ze me vrij wilden laten ik gevraagd had of ik misschien nog een paar nachten mocht blijven omdat ik zo geld kon besparen op de kosten van een hotel. Als hij beseft dat ik er niet over praten wil dringt hij niet verder aan. Hij geeft me een paar pillen tegen de hoofdpijn en draagt me daarna over aan Juanita, die mij tot mijn verrassing niet bij de anderen brengt, maar mij verzoekt om haar te volgen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten