Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

10 december 2009

De bergen in.

Via een poort komen we in een straat waar nog meer militairen zijn. Hoewel ik besef dat ik bevrijd ben, heb ik geen idee wat er gaat gebeuren en ik blijf zo dicht mogelijk in de buurt van Juanita. Mijn hoofd doet nog steeds erg zeer. Pedro heeft de wond alleen schoon gemaakt en gehecht maar niet verbonden. Ik heb één van de grote blauwe pillen geslikt die hij me heeft gegeven tegen de pijn, maar ik heb niet het idee dat het veel helpt.
Ze stapt op een jeep af die langs het trottoir staat geparkeerd en spreekt de chauffeur aan die een sigaretje zit te roken. Hij luistert naar wat ze te zeggen heeft, kijkt terloops even naar mij en komt dan achter het stuur vandaan, zodat zij zijn plaats kan innemen.
Venga, gebaart ze naar me en ik zit nauwelijks naast haar of ze scheurt weg. De volgende twee uur sta ik ware doodsangsten uit als ze de wagen over smalle weggetjes vol kuilen en bulten de bergen in rijdt.
Bij elke bocht drukt ze op de claxon maar niet één keer mindert ze vaart. Gelukkig zijn er weinig tegenliggers en komen we alleen ezels of muildieren tegen, die bereden worden door oude vrouwen of oude mannen. Alles schokt en schudt en ik hou me stevig vast aan het portier om te voorkomen dat ik van mijn stoel wordt geslingerd. De ravijnen waar we langs rijden zijn honderden meters diep en ik duw de gedachte opzij, waarin de jeep met ons er in over de rand schiet en naar beneden stort.
De pijn aan mijn hoofd wordt minder en nu ik de tijd heb om Juanita goed in mij op te nemen valt het mij op hoe mooi ze is. Ik schat haar 25 jaar. Ze zal in ieder geval niet veel jonger zijn dan ik. Haar donkere haren zwiepen heen en weer en als ze een enkele keer haar hoofd naar mij toe wendt schenkt ze me een schitterende lach.
Omdat de motor zo’n herrie maakt is het onmogelijk om een gesprek te voeren en ik kijk daarom maar wat om mij heen.
De stad waar we vandaan komen is al lang achter een van de vele bochten verdwenen. Ergens in de verte zie ik de oceaan. Het water glinstert in de felle zon, die nu bijna in het zenit staat. Alleen op korte afstand van waar we rijden is het oerwoud groen, maar naarmate het zich verder uitstrekt in de richting van de oceaan gaat het groen over in een wazig grijs.
Ik kijk weer naar Juanita. Haar gezicht lijkt anders dan zo-even en dichterbij. Haar neus is wat groter en haar ogen liggen wat dieper in hun kassen. Nu pas valt het mij op hoe krampachtig ze het stuur vasthoudt. Haar handen zijn veel groter dan ik eerder meen gezien te hebben. Toen waren ze veel kleiner. De jeep zelf lijkt gekrompen te zijn. Toen ik er in stapte viel het mij op hoe ruim hij van binnen was. Maar dat is nu niet meer zo. Mijn keel voelt droog. Ik heb een vreselijke dorst. Alsof ze mijn gedachten geraden heeft zet ze de jeep onverwachts aan de kant. Uit de kleine rugzak die ze bij zich heeft haalt ze een metalen veldfles en reikt hem mij aan. Ik vind het een vreemde fles en houd hem vast zonder een poging te doen om hem te openen. Het groen fascineert me. Man, wat is dit een mooie kleur groen. Ze pakt de fles uit mijn handen, neemt een slok en geeft hem opnieuw aan mij.
Ik krijg een onbedaarlijke neiging om te lachen en kijk haar aan. Nu is haar neus juist kleiner dan daarnet. Haar handen hebben weer hun normale afmetingen aangenomen. Ik vertel haar dat ze mooie handen heeft en neem een slok water. Het voelt als een golf die zich over mij heen stort. Mijn keelholte vult zich en heel even heb ik het gevoel dat ik stik. Dan hoest ik alles proestend uit. Juanita maakt een afwerend gebaar maar kan niet voorkomen dat ze nat wordt. Ze trekt een vies gezicht en vloekt. Of ik alsjeblieft voorzichtig wil zijn. Wat is ze mooi als ze zo tegen me loopt te schreeuwen.
Dan stopt ze opeens, pakt mijn arm en trekt mij naar zich toe. Haar gezicht is nu dichtbij het mijne. Ze kijkt me indringend enkele tellen aan en duwt ze me dan lachend weg. Ik heb heel grote pupillen, zegt ze en ze vraagt me wat Pedro aan mij heeft gegeven. Ik laat haar de blauwe pillen zien, die er vreemd genoeg nu veel helderder uit zien dan toen ik ze kreeg. Langzaam dringt het tot mij door dat de pillen die mijn hoofdpijn hebben verdreven een bijzondere bijwerking hebben.
Ik kijk haar opnieuw aan en zeg in het Hollands dat ik zo geil als boter ben. Tot mijn verbazing antwoordt ze Ik ook.

Geen opmerkingen: