In het zaaltje zitten mensen van alle leeftijden. De jongste is misschien 2 en zit bij zijn mama op schoot. De oudste zal een jaar of tachtig zijn en heeft haar rollator naast zich staan.
Wat heeft die kleine? vraag ik aan de moeder. Eczeem en astma, antwoordt ze. En u zelf?
Migraine, maar op het moment gaat het goed. Ze schenkt me een mooie glimlach en ik probeer mij haar voor te stellen terwijl ze met een van pijn vertrokken gezicht op de bank ligt. Geen vrolijk plaatje en ik ga daarom snel verder naar de volgende. U meneer, wat mankeert u?
Ik heb een te hoge bloeddruk. En suikerziekte. Hij spreekt luid en duidelijk en kijkt mij aan alsof hij van mij een compliment verwacht. Als dat uitblijft voegt hij er aan toe: Maar voor de rest voel ik me prima. De aanwezigen lachen.
Ik wend mij tot de oude vrouw met de rollator. U ziet er nog gezond uit, zeg ik haar. Oh, maar dat ben ik niet hoor, reageert ze. Ik heb last van kortademigheid, suikerziekte, staar en een te hoge bloeddruk. Ze schuift wat heen en weer op haar stoel en kijkt triomfantelijk om zich heen. Achter in de zaal ontstaat het begin van een applausje maar dat dooft uit als het niet door iedereen wordt overgenomen. Ik richt mij op en kijk het publiek aan. Het is muisstil.
Goedenavond allemaal. Ik heet u allen van harte welkom. Mijn naam is John the Revelator, net als de gelijknamige bluesband uit Haarlem. Ik ben blij met deze grote opkomst.
Zoals u allen in de krant heeft kunnen lezen of op het journaal heeft gezien lijdt ruim de helft van de bevolking aan een chronische ziekte. En van de mensen boven de 65 heeft de helft minstens twee chronische ziektes. Hierbij moet u denken aan gewrichtsontsteking, hartaandoeningen en vernauwing van de bloedvaten.
In Nederland kunnen duizenden zich niet zonder hulp verplaatsen. Als u in een willekeurig winkelcentrum wandelt moet u er daarom op letten dat u niet ondersteboven wordt gereden door een voorbij razende scootmobiel.
Ho, ho, roept er iemand vanuit de zaal. Ik protesteer. Op de eerste rij zit een dikke man met een ongeschoren gezicht zich druk te maken. U doet of mensen met een scootmobiel asociaal zijn, maar ik zeg u dat er met ons helemaal geen rekening wordt gehouden. Ik moet de mensen wel eens laten schrikken anders gaan ze helemaal niet opzij.
Ik knik de man vriendelijk toe en richt mij weer tot de zaal. Deze meneer geeft precies weer waarom u allen vanavond hier bent, zeg ik.
U allen heeft wel een of andere kwaal waaronder u lijdt. Dat is op zich al heel vervelend. Maar wat het erger maakt is, dat niemand rekening met u houdt. De gezonde Nederlander, zeg maar de andere helft van onze bevolking, weet niet eens dat u bestaat. U komt niet voor in zijn wereld. En als hij met u te maken heeft, bijvoorbeeld als collega of als partner, dan zal hij meestal geen of weinig begrip tonen voor uw situatie. Hij denkt recht te hebben op een goede gezondheid en omdat hij altijd gezond is geweest kan hij zich niet voorstellen dat hij op zekere dag misschien behoort tot de helft die chronisch ziek is.
Ik wil u allen uitnodigen om naar voren te komen, een bordje te pakken en te genieten van het fantastische buffet dat hier achter mij staat. Gaat u eens gezellig met elkaar in gesprek en aarzel dan niet om aan de ander te vertellen wat u mankeert en wat dat voor u betekent.
Ik zelf heb helaas een erg goede gezondheid en daarom weet ik niet wat het is om gebukt te gaan onder de last van de kwaaltjes die u heeft. Het spijt me. Als u vanavond naar huis gaat met het gevoel dat u niet de enige bent die lijdt, maar dat u door uw ziekte verbonden bent met vele lotgenoten, dan is deze korte bijeenkomst wat mij betreft geslaagd geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten