Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

30 december 2009

In de kroeg (3)

Twee dagen geleden was het allemaal begonnen. Ik woon in het dorpje Bedum waar, zoals bekend, de scheefste toren van Nederland staat. Er wonen ongeveer tienduizend mensen en het is mooi landelijk gelegen op nog geen half uur van de hoofdstad Groningen vandaan.
De afgelopen zeven jaar was ik directeur van de Wilgenstee, een openbare basisschool in Zeerijp. Dat is een gemeente zo’n twintig kilometer verderop.
Die avond zat ik met de mannen in mijn stamkroeg Grand Café Koning in Bedum. Vroeger at ik er ook wel eens, maar in het voorjaar is het restaurantgedeelte gesloten omdat het te weinig opleverde.
Vrijdag is de avond dat ik daar een kaartje kom leggen. Maar deze keer had ik daar geen zin in en koos ik er voor om mijn biertjes aan de toog leeg te drinken.
Iedereen was er. Arie De Bok zat samen met Tom Akkerman, Gerard Boele en Ingetje Abbenbroeck te klaverjassen. Ingetje had voor deze keer mijn plaats ingenomen.
Aaltje Kaag zat met haar vriendinnen Lijntje de Heer en Hendrikje Hoek de dag van haar huwelijk door te nemen. Iedereen wist dat ze volgende week donderdag zou gaan trouwen. Daar had ze wel voor gezorgd. Met die Aaltje heb ik nog een blauwe maandag verkering gehad. Maar dat is al weer jaren geleden.
Verder zag ik een onbekende oude man met lange grijze haren en dito baard met zijn zoon aan een tafeltje zitten; de ouwe achter een pintje en zijn zoon achter een glas limonade.
Ik kan niet zo goed tegen alcohol en de acht biertjes die ik op had, hadden me in een melancholieke stemming gebracht.
Ik zag hoe Arie op Ingetje zat te schelden, die schichtig en met een bang lachje mijn kant opkeek. Hoe kun je met zo’n kaart passen, hoorde ik hem verwijtend roepen.
Anton, riep Arie. Heb je echt geen zin om te spelen? Ik schudde mijn hoofd.
Waarom zeg je niet gewoon wat er aan de hand is, sprak Gerard. Zo erg kan het toch niet zijn?
Ze gaan de school sluiten, zei ik huilend en de tranen liepen langs mijn wangen.
De mannen en Ingetje keken elkaar aan en toen weer naar mij.
Gaan ze de school sluiten? zei Ingetje en ze kwam naar me toe. Ik had niet in de gaten dat mijn opmerking de belangstelling getrokken had van de jongen die in het gezelschap was van de oude man. Ingetje sloeg haar arm om mij heen. Zit je jezelf daarom te bedrinken Anton? vroeg ze me. En waarom gaan ze de school sluiten als ik vragen mag?
Omdat er te weinig leerlingen zijn, antwoordde ik haar.
Je moet niet huilen Anton, zei ze en ze droogde mijn tranen met een zakdoek. Maar wat erg, zeg. Wie heeft je dat gezegd?
Vanmorgen iemand van het ministerie. Als ik na de zomervakantie niet veertien nieuwe leerlingen er bij heb, dan moeten de deuren dicht.
Het leven is hard, zei Ingetje en ze gaf me een kus op mijn wangen. Weet je zeker dat je niet wil kaarten met de jongens? Ze boog zich naar mij toe en fluisterde Die Arie zit de hele tijd op mij te vitten, maar hij kan er zelf ook niets van.
Mijnheer. Het was de jongen, die naar mij toe was gelopen. Wat is er?, vroeg ik hem.
Bent u leraar?
Nog wel, jongen. Nog wel. Ik keek hem eens aandachtig aan. Nu pas viel mij de ernstige blik op in zijn ogen. En wat was zijn huid bleek. Vreemd, want de afgelopen twee weken had de zon volop geschenen. En ook vandaag was de temperatuur boven de dertig graden geweest. De eerste dag van de vakantie was, althans wat het weer betreft, niet slecht begonnen.
Als u nog een baan zoekt, dan moet u maar contact opnemen. Maar wacht u niet te lang. En tot verbazing van Ingetje en mij gaf hij mij een kaartje, waarop een telefoonnummer stond.
Het spijt mij dat ik u heb gestoord, zei hij en vervolgens draaide hij zich om en liep door de openstaande deur naar buiten. Ik begreep nu pas dat de oude baas blijkbaar niets met hem te maken had.
Dat was vreemd, zei Ingetje en ik knikte. Je hebt gelijk, zei ik. Maar eigenlijk is het vandaag helemaal een vreemde dag en daarom is alles normaal. En toen viel ik van mijn kruk af.

Geen opmerkingen: