Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

04 januari 2010

Werk

Vandaag was mijn eerste werkdag in 2010 en morgen volgt een tweede. Wie was het toch die adviseerde om nooit met werken te beginnen, omdat het verslavend schijnt te zijn?
Hoe kun je anders verklaren dat mensen vechten om het behoud van hun baan tijdens een recessie of dat ze tot hun 65e (sommige gelukkigen straks tot hun 67e) aan het werk blijven? Ik weet van vroegere buren dat ze hele plannen hadden voor ná hun 65e. Wereldreizen met campers en zo. Tweede huisjes in het buitenland. Voettochten naar Santiago de Compostella. Maar stoppen met werken en al deze dingen nu doen zagen ze blijkbaar niet zitten. Want ze wilden werken. En ze mogen dit nu twee jaar langer dan ze gedacht hadden.
Ik zal ook nog wel zo’n kleine zeven jaar op de loonlijst van mijn baas staan, D.V.
Omdat ik het zo erg naar mijn zin in het onderwijs heb en zo goed verdien. Dus geheel uit vrije wil. Maar als ik een kutbaan had, een lelijk wijf thuis die stonk uit haar straatje, een uitzichtloos monotoon bestaan in een krot, maar wel genoeg geld om een jaartje een huis in Bali te huren…
Natuurlijk lul ik maar wat uit mijn nek. We zijn allemaal zo gesocialiseerd dat we het normaal vinden om te werken. Werken is de norm, of het zinloos of zelfs destructief werk is doet er niet toe.
Werk wordt gezien als belangrijk voor het vormen van de identiteit. Als mensen zich aan je voorstellen weet je binnen een paar tellen wat voor werk ze doen. Vooral als zij hiermee hun ego een beetje kunnen oppoetsen. Zovele van ons identificeren zich volledig met hun baan, dat zij als mens daar helemaal in verloren zijn geraakt. Als deze mensen hun werk kwijt raken hebben ze niets meer. Zelfs een kutbaan met een scheldende chef lijkt velen van ons beter dan thuis te moeten zitten met een uitkering. Maar mocht het socialisatieproces toch niet helemaal te zijn gelukt, dan zijn er wel ambtenaren van de Sociale Dienst of medewerkers van het UWV-werkbedrijf die het karwei willen afmaken.

Ja, werk verrichten is de norm geworden. Ook al is dit niet perse de natuurlijke staat van de mens. Daar trekt men zich bij het vorm geven aan de cultuur toch niet zo veel van aan. Juist als de natuurlijke staat luiheid en gemakzucht zou zijn, vindt men dat dit moet worden aangepakt. Zoiets maakt deel uit van het beschavingsoffensief.
Eigenlijk is het zo dat consumeren de norm is geworden en dat voor de meeste onder ons geldt dat ze dit pas een beetje op niveau kunnen doen als ze genoeg verdienen.
Als je voldoende geld hebt en niet teert op de gemeenschap dan is het wel acceptabel als je niet werkt. Maar velen die niet zouden hoeven werken blijven dit wel doen. Werk is natuurlijk meer dan het verdienen van geld alleen. Er zijn dikke boeken geschreven over wat werk voor de moderne mens betekent.
In Nederland heerst nog steeds armoede en dat schrikbeeld is vaak voldoende om je enige bron van inkomsten met beide handen vast te houden. Hoe ernstig deze armoede is en wat het met mensen doet kun je uitgebreid op internet nalezen.
Dus toch maar werken allemaal? Zou dit de remedie zijn tegen armoede? Of is er iets anders aan de hand?
Ooit werd ons gezegd dat het werk in de toekomst door machines zou worden overgenomen. Dat is ook gebeurd en vooral ongeschoolde mensen zijn hierna aan de kant geschoven. Zij mochten niet meer mee doen en krijgen nu van de Sociale Dienst een papierprikker in de hand geduwd en een mooi vuurrood vestje.
Nederland is een samenleving van dienstverleners geworden. Met een midden- en bovenlaag van kleine en wat minder kleine baasjes die er genoegen in schijnen te scheppen om anderen constant voor de voeten te lopen. Hun werk is vaak niet alleen overbodig, het kost de samenleving vermoedelijk miljarden.
Maar waarom stoppen deze mensen dan niet met werken? Ten eerste omdat men ze laat denken dat hun werk wèl erg belangrijk is. Daarin zijn ze snel te overtuigen.
Ten tweede omdat ze goed verdienen en dus op niveau kunnen consumeren. En ten derde omdat het leuk is om baasje te spelen en jezelf wijs te maken dat je enige invloed uitoefent op anderen.
Werken is blijkbaar inderdaad verslavend. Dat geldt voor alle soorten werk. Mensen willen er bij behoren en als je maar veel positieve etiketjes plakt op de groep werkenden en veel negatieve etiketjes op de groep nietwerkenden dan zullen de meeste mensen toch het liefst bij de eerste groep willen behoren. Het zou m.i. voor de samenleving beter zijn als velen zich hun verslaving realiseerden en probeerden af te kicken. Ze kunnen voor zichzelf en voor anderen zoveel meer betekenen dan alleen in die kutjob die ze hebben.