Vooruit Theo, nog één bordje pap. Dan heb je genoeg gehad.
Ik kan natuurlijk niet bezig blijven. Daarom is dit mijn laatste ontmaagding. Straks denk je nog dat ik het allemaal verzonnen heb.
Het zou wel origineel zijn om een boekje met korte verhalen te schrijven die uitsluitend gaan over de keren dat de schrijver zelf ontmaagd werd. En niet alleen in deze wereld, maar ook in Wonderland door Alice, door Katrien Duck in Disneyland en door Tinkerbel in Nooitgedachtland, om maar een paar bekende hete dametjes te noemen. En wat te denken van een ontmaagding door vrouwen die leefden in een wereld die al voorbij is?
De geschiedenis heeft de mooiste en interessantste vrouwen voortgebracht. Hun naam en wat anekdotes is alles wat er nog van ze rest. Zelfs de mest die van hen over bleef is soms al gerecycled. Waarom de gedachten aan hen geen nieuw leven ingeblazen?
Ontmaagding heeft iets obsessief. Alsof het heel bijzonder is en dat pas hierna het leven echt voor je begint. Natuurlijk de grootste flauwekul, maar dat weet je niet als je zelf nog maagd bent. Voor vrouwen of meisjes is het vooral triest dat hun leven een kans loopt verwoest te worden door de verkeerde ideeën over ontmaagding. Als bij hun huwelijk bijvoorbeeld blijkt dat ze geen maagd meer zijn en hun omgeving ten prooi valt aan een collectieve krankzinnigheid.
Er zijn vrouwen die zich genoodzaakt voelen om een nieuw vliesje te laten aanbrengen omdat ze groot gevaar lopen als het uitkomt dat ze geen maagd meer zijn. Geloof me, die kerels die hen dat kwalijk nemen gaan zelf niet als maagd het huwelijk in. Anders vinden hun vrienden hen een watje. Walgelijk deze dubbele moraal.
Maar goed, ik ben nog steeds maagd als ik haar tegen kom in het dorp Goudswaard. Het is honderd jaar geleden en een zachte dag in mei.
Het is vrijdag en aan het eind van de middag. Ik loop onder aan de dijk en zie haar boven dezelfde richting uit lopen. Ik herken haar van de bus waarin ik samen met haar zat. Lange blonde haren, leuk koppie en een strak lijf. Ze lacht tegen me en ik lach terug. Ze ziet dat ik niet uit het dorp kom. Mensen van buiten worden in Goudswaard gelijk opgemerkt en ik kom van buiten.
Hoe zou ze reageren als ik naar haar toe ga? denk ik. Is ze echt zo knap als ik denk? Ik klim de dijk op. Haar lach wordt breder als ze de klauterpartij gade slaat. Het laatste stuk is stijl en ze steekt haar hand uit om me te helpen. Als ze me omhoog trekt voel ik hoe sterk ze is. Maar haar hand is zacht en warm en daar ben ik niet ongevoelig voor.
Als ik naast haar sta blijkt ze minstens vijf centimeter groter dan ik te zijn.
Hoi, ik ben John, zeg ik lachend. Want dat doe je als je een goede indruk op iemand maken wil. Je lacht zo vriendelijk mogelijk en stelt je voor.
Jannie, zegt ze. Jij bent niet van hier,hè?
Ik vertel haar dat ik uit Rotterdam kom en dat ik op weg ben naar twee vrienden van me.
Als ik hun namen noem, weet ze precies wie het zijn en waar ze wonen. Goudswaard was honderd jaar geleden nog echt een dorp en iedereen kende iedereen.
Ik moet dezelfde kant uit, zegt ze. Ik woon aan het begin van de westdijk.
Waarom kom je straks niet even langs? vraag ik als we uit elkaar gaan. Ik zie dat ze aangenaam verrast is door mijn directheid. Dat lijkt me wel leuk, zegt ze. We spreken af dat ze na het avondeten komt. En als ik met Hans en Lilian aan het toetje bezig ben, stapt ze zo de kamer binnen. Ik had al verteld dat ze komen zou, dus haar komst is geen verrassing. Uit mijn beschrijving van haar had Lilian al opgemaakt over wie het ging.
Jannie is niet verlegen en zoals ze ontspannen bij ons aan tafel komt zitten lijkt het wel of we haar al veel langer kennen. Ze zit tegenover mij, zodat we elkaar goed kunnen zien. We lijken beiden tevreden te zijn over de uitkomst. Leuke meid, leuke jongen.
Het is al bijna twaalf uur als ze opstapt en zegt dat ze naar huis moet. Ik stel haar voor om haar even weg te brengen. Het is maar zo’n vierhonderd meter. Ze vindt dit aardig van me en als we door de dorpsstraat lopen in de richting van de westdijk geeft ze me een hand. Haar huis staat net buiten het dorp. Het is donker op de dijk en daardoor zijn de sterren goed te zien. Zo af en toe staan we stil en kussen elkaar hartstochtelijk. Het initiatief komt aanvankelijk van haar en ik vind dit wel iets hebben. Ze vindt me blijkbaar echt leuk.
Als ik mijn hand onder haar bloesje wil stoppen duwt ze hem weg. Dat is toch iets teveel initiatief, vindt ze. Als we bij de woning zijn aangekomen zie ik dat het licht in de huiskamer nog brandt. We nemen afscheid van elkaar en ze zegt Ik zie je morgen wel.
De volgende dag gaan Hans en Lilian op de motor naar Rotterdam om wat wiet te kopen.
Ik blijf alleen achter. Het is elf uur ’s morgens. Er staat een plaat op van Country Joe & The Fish en ik heb net een kop koffie voor mezelf in geschonken als de deur open gaat en Jannie binnen stapt. Ik vertel haar dat Hans en Lilian weg zijn, maar dat lijkt haar niet uit te maken.
Ze komt bij me op de bank zitten en binnen een paar minuten zitten we alweer te zoenen. Deze keer duwt ze mijn hand, die uit zichzelf op ontdekkingsreis gaat, niet weg.
Ben je altijd zo ondernemend? vraagt ze me tussen twee zoenen door.
Niet altijd, zeg ik haar. Maar nu wel. Hoewel ik nog nooit met een meisje naar bed ben geweest, weet ik dat ik zo tegen het eind van de ochtend de meeste onrust voel. De hormonen doen hun werk, de geest is zwak en het lichaam is sterk.
Ze vraagt of ik ‘iets’ bij me heb, maar ik ben zo onnozel dat ik haar vraag niet begrijp.
Een condoom, legt ze uit. Nee, die heb ik niet bij me. Maar ik weet toevallig wel waar Hans zijn condooms bewaart en vijf minuten later tover ik er een tevoorschijn.
Jannie blijkt van wanten te weten. Ik ben niet haar eerste vriendje, ook al is zij pas zestien.
Zij is wel mijn eerste vriendinnetje waarmee ik tot het gaatje kan gaan. En dat doe ik dan ook. Jannie is een echte lieverd en ik merk niet aan haar dat ze denkt “Oh, dit is voor hem de eerste keer. Wat een klungel.” Want achteraf gezien was ik dat toen wel.
Onze verkering heeft nog drie maanden geduurd. Daarna viel ze voor een jongen uit het dorp zelf en was ik weer een vrij man. En als je bijna achttien bent is dat wel zo fijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten