Het jaar is net twee dagen oud of een 28-jarige man probeert de cartoonist Kurt Westergaard met een bijl en een mes om zeep te helpen. Onze blonde narcistische maagd uit Venlo zag hier een aanleiding in om drie voor Islamieten controversiële cartoons van Kurt op zijn website te plaatsen. Ja, aan de reflexen van onze Geert mankeert niets. Ook voor hem is 2010 goed begonnen. Ik ben benieuwd of de aanklacht tegen hem tot ‘het aanzetten tot discriminatie en haat’ op 20 januari zal leiden tot een veroordeling.
Iedereen die zich tegen welke vorm van fundamentalisme dan ook verzet, heeft wat mij betreft op voorhand gelijk.
Bij fundamentalisme gaat het immers om ‘het handelen vanuit een geheel van normen en waarden waarbij die normen en waarden algemeen geldend worden geacht en waarbij er tevens geen ruimte is voor wijziging van die normen en waarden. Dan is er geen enkele mogelijkheid meer tot een compromis met een ander.’ (Bron: Wikipedia)
Of dit verzet nu gericht is tegen automobilisten, die menen dat van Nederland één grote asfaltweg moet worden gemaakt, of tegen veganisten of fruitariërs die een ander zijn stukje vlees niet gunnen, het maakt me niet uit. In een seculiere geïndividualiseerde samenleving (je kunt wel merken dat ik ooit de sociale academie heb gedaan, hè, hè..) is er niets zo belangrijk als de dialoog. En dat is niet zoiets als ‘ik praat en jij luistert.’
Vrije meningsuiting is een groot goed, al kan men twisten over de vraag wat vrij is, wat er onder een mening wordt verstaan en welke uitingsvormen acceptabel zijn.
Verknipt religieus besef staat vaak aan de basis van fundamentalistisch geloof.
Zelf zou ik er een voorstander van zijn om elke vorm van gericht godsdienstonderwijs aan kinderen en jongeren tot 18 jaar te verbieden. Het gaat hierbij immers niet om het delen van een opvatting alleen, maar in alle gevallen om indoctrinatie. Of dit nu bij wijze van spreken vanuit Joods, Hindoestaans, Christelijk of Islamitische perspectief gebeurt is niet interessant. Kinderen en jongeren zijn van volwassenen afhankelijk en betrekkelijk weerloos tegen dit godsdienstig geweld. Helaas is het inherent aan elk geloof om zoveel mogelijk zieltjes te winnen en andersdenkenden te verketteren. Waarbij men zich natuurlijk beroept op een of ander geheimzinnig heilig boek, dat de enige en echte waarheid bevat.
Je zou toch maar in een gezin opgroeien dat je leefregels bij brengt waar je je maar aan te houden hebt, op straffe van uitstoting of erger.
Ik zou er wel een groot voorstander van zijn om, naast humanisme, godsdienstonderwijs in brede zin aan te bieden, zodat kinderen al vroeg kennis kunnen maken met wat er op godsdienstig en humanistisch gebied in de wereld te koop is. En niet zomaar een uurtje per week, maar als een fundamenteel onderdeel van het onderwijs, net zo belangrijk als rekenen en Nederlands.
Ik zou het hele onderwijs sowieso totaal anders willen zien. Met veel meer ruimte voor sport, ecologie, expressieve vakken, droomwerk, meditatie en debatteren. Ik maak nu dagelijks mee wat onze mbo-leerlingen als basis hebben meegekregen en geloof mij, dit is niet zo best. Als zij hier hun toekomst op moeten bouwen, dan staat hen en onze samenleving nog wat te wachten.
De ideologische strijd over het beste onderwijsmodel wordt natuurlijk over hun ruggen en die van de docenten uit gestreden. Een strijd die meer verliezers dan winnaars telt. Ik spreek met enige kennis van zaken als ik beweer dat een meerderheid van degenen die deze strijd voeren zelf niet in staat is om een fatsoenlijke les te verzorgen. Achter de tekentafel en de vergadertafel is men in zijn element. In de klas beslist niet. Het idee dat managers en beleidsmedewerkers niet in staat hoeven te zijn om het werk aan de basis aan te kunnen is gebaseerd op een misverstand, dat zij zelf graag in stand houden. Het misverstand is het idee dat er tussen het managen en het uitvoerend werk een afstand behoort te zijn. Dat zou de besluitvorming ten goede komen. Nou, mooi niet.
Veranderingen gaan langzaam. Ook onder de hard werkende docenten zelf zijn er niet veel die het onderwijsmodel dat ze moeten uitvoeren openlijk ter discussie durven stellen. Niet zo vreemd, want zij lopen het risico dat ze van hogerhand op een vervelende manier tot de orde worden geroepen.
Heeft de bijdrage van vandaag nog een pointe? Ik dacht het niet, of het moet zijn dat er, behalve het verketteren van andersdenkenden, nog genoeg andere manieren zijn waarmee we ons leven wèl een zinvolle invulling kunnen geven en dat het onderwijs volgens mij hierin een belangrijke rol kan vervullen. En natuurlijk dat alles hopeloos is, maar dat heb ik in veel van mijn vorige bijdragen al gezegd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten