Voor de enkele leerling die dit leest, is het misschien wel een troostrijke gedachte dat ook ik van die momenten heb dat er niets uit mijn handen komt. Dat ik maar loop te lummelen.
Er ligt een klus die geklaard moet worden, er is een deadline en anderen zijn van je afhankelijk. Elke dag neemt de werkdruk een beetje toe. De dagen glijden voorbij, je zit in de trein en kijkt naar buiten en denkt aan het werk dat op je wacht, je opent een lade in je hoofd waar je deze gedachte in kiepert en als het lijkt alsof een slapend monster in die lade tot leven komt, loop je zuchtend de kamer uit en doet de deur stevig achter je dicht. Wat ik niet zie, dat bestaat niet.
Ik heb het nog niet eens over de verbouwing, die al sinds de herfst stil ligt. De HR-ketel is nog niet besteld, het laminaat moet nog in de gang en de slaapkamer worden gelegd, de muren kunnen wel een behangetje en een likje verf gebruiken, het bekleden van de radiatoren is geen overbodige luxe en over mijn werkkamer wil ik het niet eens hebben. Dat is een hoofdstuk apart.
Nee, ik heb het over mijn werk. De handleidingen die ik maken moet. De toetsen die ik nog na moet kijken. De afspraken die ik nog met de stage-instellingen maken moet. De gesprekken die ik allemaal nog moet voeren met de leerlingen die ik begeleid.
Ja, soms vliegt het me even aan.
Dan pak ik de gitaar maar weer of ga ik wat lezen, ik beantwoord mijn mailtjes of neem een warme douche. Dat ik wekelijks een aantal keer moet rennen is voor mij een zegen. Al heb ik me nog steeds niet opgegeven voor de marathon. Dat komt omdat ik nu nog twijfel of ik me tot nu toe wel goed voorbereid heb en ik me afvraag hoeveel tijd ik nog heb om me voor te bereiden.
De korte stukjes, zeg maar zo’n 15 kilometer, gaan probleemloos. Maar boven de 25 kilometer heb ik nog wat probleempjes. Ik zal in de weekends een paar dertigers moeten inplannen en eens kijken hoe dat gaat.
Natuurlijk kost het rennen veel tijd, maar dat doe ik voor mezelf. En jezelf verwaarlozen is toch wel zo onverstandig. Nee, dat moet je pas doen als je alle anderen om je heen verwaarloost heb en er niemand meer over is dan jezelf. Tot nu toe is het zover in mijn leventje niet gekomen.
Het is nu half elf. Ik zou nog wel wat voor school kunnen doen, maar ik heb er geen zin in. Eens kijken of er nog post is. En een pretsigaretje draaien. Ik geef er de voorkeur aan om de dag lummelend af te sluiten.
N.B. Veertien dagen geleden zat ik ook al zo te zeiken dat ik het druk had. Terwijl 'het druk hebben' helemaal 'uit' schijnt te zijn. Nee, je bent pas interessant als je het NIET druk heb; als je met een lach op je gezicht kunt zeggen dat alles onder controle is, dat je barst van de energie en zin heb om weer eens wat anders te ondernemen. En ik wil ook interessant gevonden worden. Daarom dus bij deze: ik heb het niet druk. Ik doe niet eens druk. Ontspannen zit ik achter mijn toetsenbord en geniet van de gedachte dat ik me de komende dagen de blubber kan werken zodat ik mijn spullen op tijd af heb. Tenslotte is dit tot nu toe altijd gelukt. Mijn handen trillen niet, er staat geen zweet op mijn voorhoofd, mijn hart klopt rustig en 's nachts slaap ik als een onschuldig kind, dat voor het slapen gaan nog even gezoogd is aan de warme borsten van zijn mams. Ik voel een en al vrede in mij. Wat is het leven toch mooi. En nu de hoogste tijd voor de pretsigaret die mij zelf heb beloofd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten