Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

27 januari 2010

Veranderingsmoe.

Zal het erg opvallen als ik morgen om acht uur met van die grote rode stuiters bij de vervroegde vergadering zit, waarvoor ook de voorzitter van het College van Bestuur is uitgenodigd?
Hij (en ik geloof nog een ander duur bestuurslid) is gevraagd om wat te komen vertellen over de grote organisatieverandering waar we midden in zitten, waarbij ons Regionaal Opleiding Centrum (ROC) wordt omgevormd tot een Lokaal Opleiding Centrum (LOC).
Deze verandering wordt versneld doorgevoerd naast de onderwijskundige verandering waarmee we te maken hebben, waarbij het Probleem gestuurd Onderwijs (PGO) wordt ingeruild voor het Competentie Gericht Leren (CGL) en naast de organisatorische verandering bij de opleiding waar ik zit, waarbij twee opleidingen zijn samengevoegd.
Drie veranderingen die door elkaar heen lopen en die voor grote onduidelijkheid zorgen.
Deze zal na morgen vermoedelijk alleen maar groter zijn.
Waarschijnlijk roepen de antwoorden die we krijgen alleen maar meer vragen op.
Zelf heb ik totaal geen behoefte om te weten waarheen we koersen. Ik ben al zo vooringenomen over de resultaten die ik van al deze veranderingsprocessen verwacht, dat ik het liefst morgen een half uurtje blijf liggen.
Bovendien ben ik een beetje veranderingsmoe. Er is de laatste jaren teveel met mij gezeuld van links naar rechts en dan weer terug. Gewoon omdat het management ook geen duidelijk beeld had waarheen zij wilde. En dat hebben ze nog niet, zodat we voortdurend elkaar tegensprekende instructies krijgen. Gezonde mensen worden er knettergek van en alleen omdat ik ook niet helemaal geestelijk gezond ben red ik het uitstekend. Maar ik ben wel een beetje mentaal moe geworden van dit amateuristisch gefröbel dat enorm zijn weerslag heeft op het onderwijs.
Maar ik kom toch, omdat ik Wim niet wil afvallen. Dat is onze coördinator en heel toevallig zijn wij samen in dezelfde buurt opgegroeid. We kwamen op dezelfde plekken en kenden dezelfde mensen. Het is een goeie vent en het zou een beetje lullig zijn als de helft van het team niet zou komen opdagen. Ieder ander had ik waarschijnlijk laten weten dat ik niet komen zou.
Om negen uur begint gewoonlijk onze donderdagochtend vergadering en ik moet deze keer toevallig surveilleren. Gewoon verkeerd ingeroosterd, vermoed ik. Misschien kan ik dan nog een beetje slapen. De acht leerlingen die komen kan ik wel zo uit elkaar zetten dat ik voor spieken niet bang hoef te zijn. En dan nog.
Laat ik mezelf voor morgenvroeg maar de rol van observator aanmeten. Een uitgelezen kans om het gedrag van mezelf en dat van mijn collega’s te observeren in de buurt van iemand met een hogere status. Daar had ik het vroeger ook niet gemakkelijk mee. Toen werd ik meestal agressief. Met het ouder worden schijn je echter volgens Erickson steeds vaker geneigd te zijn om te zeggen “Mankind my kind”, alsof die arme sodemieters er ook niets aan kunnen doen. En terwijl ik dit typ voel ik opeens mijn maag omhoog komen. Hoe zou dat toch komen?

Geen opmerkingen: