Geef je portemonnee maar hier, zei Adje. Hij griste er vijf dollars uit. Dit is genoeg. Straks aan boord krijg je je portemonnee wel terug. Adje, een stevige knul van begin twintig, was één van mijn vrienden en werkte als kok in de kombuis.
Ik was net 17 geworden en met de jongens aan het stappen in Port au Prince. Normaal gesproken kwamen we nooit in Haïti en bezochten we elke twee weken alleen Aruba en Curaçao. Maar mogelijk was er deze keer vracht bij voor Haïti.
Het was vroeg in de middag en bloedheet. De verlaten straten waren stoffig en smerig. Overal lag vuil. We liepen op dat moment langs een steeg waar jonge donkere vrouwen uitdagend met hun heupen stonden wiegen en naar ons stonden te roepen. Hier zou ik voor het eerst van mijn leven een wip maken, wist ik. Best spannend. Ik kan me vaag herinneren dat mijn nieuwsgierigheid de overhand had op mijn geilheid. En dat ik ook wel een beetje bang was. Ik had immers geen idee wat mij te wachten stond.
De kleine mollige negerin die mij naar binnen trok in een ruimte met slechts een bed waarop een matras en een handdoek lagen, moet hebben geweten dat ik nog maagd was. Ze had er veel schik in, waarschijnlijk omdat ik zo klungelig deed.
Na mijn kleren uit te hebben gedaan ging ik ongemakkelijk op de handdoek liggen en wachtte op de dingen die komen gingen.
Do you want me to take it in my mouth? vroeg ze me. Ik had geen idee wat ze bedoelde en in het vertrouwen dat ze geen kwaad in de zin had, knikte ik haar vriendelijk toe.
Twee tellen later lag ze tot mijn schrik aan me te sabbelen alsof ik een lolly tussen mijn benen had.
Even vreesde ik zelfs dat ik klaar zou komen voordat ik in haar was geweest en dan zou ik na afloop nog steeds maagd zijn. Ik maakte haar daarom duidelijk dat ik vond dat ze wel genoeg gesabbeld had en dat het tijd werd voor het echte werk. Toen wist ik nog niet dat een blowjob je voorbij de poorten van de hemel en verder kon brengen. Dat ontdekte ik pas toen ik 21 was bij mijn Amerikaanse vriendin, die van onze lieve Heer een paar stevige wangen en een gespierde tong had gekregen. Maar daarover later meer.
Na afloop van het gedoe gaf ik haar als extraatje de goudkleurige riem die ik droeg. Ze reageerde uitgelaten.
Ik begreep dat er een nieuwe fase in mijn leven was aangebroken. Ik had ‘het’ gedaan en hoorde nu bij de mannen. Die avond heb ik me bij het toepen helemaal klem gezopen. Aan boord gebeurde dit wel vaker. Ook dat hoorde er bij. Zeelui, drank en hoeren worden niet voor niets samen in één zin genoemd.
Vandaag is Port au Prince verwoest. Duizenden doden, tienduizenden gewonden. Dat vrouwtje van toen, zou ze de aardbeving hebben overleefd? Of is ze al eerder om het leven gekomen tijdens één van de vele orkanen die het land geteisterd hebben?
Het zijn zo van die gedachten die ineens in je opkomen en daarna weer verdwijnen. Overal en altijd weer wordt er een stukje aan je levensverhaal toegevoegd. En als het boek vol is wordt het dichtgeslagen en opgeborgen in die enorme bibliotheek, waar jouw boek slechts uit de kast wordt gehaald als wat je te vertellen hebt voor de lezer interessant is. Zo schrijf je soms ook na je dood ongewild mee aan het levensverhaal van anderen. Lijkt het je niet mooi om op deze manier toch een beetje onsterfelijk te worden?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten