Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

30 maart 2010

Koesteren

Als ik onverwachts een paar uurtjes eerder thuis kom uit mijn werk, tref ik haar aan op een stoel voor het raam. Ze staart naar buiten en houdt zo haar ogen voor mij verborgen. Het is haar manier om te zeggen “laat me met rust”.
Wanneer ik het toch niet na kan laten haar te vragen of er wat aan de hand is, schudt ze haar hoofd en zwijgt. Op momenten als deze is ze onbereikbaar. Niets dringt er meer tot haar door, zo gaat ze op in haar gedachten. Al heb ik dit vaker meegemaakt, het went nooit. Nog steeds voel ik me er hulpeloos bij.
Zo lang ik haar ken weigert ze om afstand van te doen van haar verdriet. Het is geworden tot haar kostbaarste bezit.
Vroeger hadden we er vaak ruzie over. Soms verholen, soms openlijk. We zochten dan beiden naar een opening om door te dringen tot elkaar en sloten tegelijkertijd alle ramen en deuren. Altijd liepen we vast in wederzijds onbegrip.
Zou haar moeder weer gebeld hebben? Ja, dat moet het zijn. Altijd als haar moeder haar gebeld heeft is ze overstuur. Haar moeder die maar niet begrijpen wil dat sommige dingen niet vergeven kunnen worden. Dat vergeven een ontkenning zou zijn van wat haar was aangedaan.
Soms ligt het verleden onvermijdelijk in de toekomst verscholen. Bij elke stap die je voorwaarts doet komt het dichterbij. Uiteindelijk omvat het je geheel en is er geen toekomst meer.
De worm was al jaren geleden ondergronds gegaan. Ze had er niets van gemerkt. Sindsdien was ze alleen met haar onverklaarbare angsten. Met de lichte paniekaanvallen die toenamen met het ouder worden.
Nee,vergeten kon ze niet. En vergeven evenmin. Al wat ze wil is erkenning. Erkenning van haar recht op pijn. Niets minder, niets meer. Ze haat het als haar wordt gevraagd om redelijk te zijn. Om het ook van een andere kant te zien. Voor haar bestaat er geen andere kant.
Nee, ik heb geleerd om te zwijgen. Ik gun haar de pijn die ze koestert en wil deze niet van haar afpakken. Ze heeft er genoeg voor geleden, ze heeft er jaren in geïnvesteerd.
Ik begrijp het dat ze zoiets niet zo maar door haar vingers laat glippen. Het is van haar en van haar alleen. Daarom valt er niets te delen.
Ik kook vanavond wel, zeg ik. Ze kijkt me aan, loopt naar me toe en geeft me een kus.
Het is al weer goed, zegt ze quasi opgewekt. Laten we maar uit eten gaan.

1 opmerking:

Thezero de Verschrikkelijke Schreeuwman zei

ontroerend en mysterieus,
wordt vervolgd?