Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

17 maart 2010

Oorzaak en gevolg.

Een man had tijdens zijn leven altijd de verkeerde keuzes gemaakt.
Hij koos op de middelbare school voor de verkeerde vakken en na het behalen van zijn diploma koos hij voor de verkeerde vervolgopleiding.
Toen hij deze opleiding met een diploma had afgesloten, solliciteerde hij op de verkeerde baan, werd aangenomen en kreeg een verkeerde functie in een verkeerd bedrijf.
Hij had door dit alles een heel negatief beeld van zichzelf en trouwde daardoor met de verkeerde vrouw. Iemand die ook niet bepaald blaakte van zelfvertrouwen. Hij ergerde zich daar steeds vaker aan, maar nam de verkeerde beslissing om bij haar te blijven.
Voor de verkeerde kinderen natuurlijk, want zij hadden alleen maar minachting voor hun vader.
Hij at verkeerd eten en dronk verkeerde drankjes en zag er met zijn veertigste afgeleefd en tobberig uit. Op een ochtend keek hij in de spiegel, zag een lelijke vadsige kerel met grote huilogen en een pokdalige huid naar hem terug kijken en besloot om zelfmoord te plegen.
Hij slikte de verkeerde hoeveelheid pillen en werd met een barstende koppijn wakker in het ziekenhuis. Hij trok de verkeerde conclusie dat dit de voorzienigheid was en nam het verkeerde besluit om het bij deze ene poging te laten.
Hij betuigde zijn spijt aan zijn vrouw en kinderen en die noemden hem een lul, omdat hij zelfs niet in staat bleek te zijn geweest om er een fatsoenlijk einde aan te maken.
De man werd depressief en men nam hem op in een kliniek. Nu kon hij niet meer kiezen maar werd er voor hem gekozen.
De jaren gingen voorbij. Zijn verkeerde vrouw kwam de eerste tijd nog wel langs, maar de bezoekjes werden mettertijd minder en uiteindelijk hielden ze op. Van de kinderen vernam hij niets meer.
Op de laatste dag van zijn leven, hij was nog geen zestig, zat hij voor het raam en keek terug op de weg die hij was gegaan. Het was een mooie zomerse dag. De hemel was strakblauw, de temperatuur was aangenaam en de vogels floten dat het een lieve lust was.
“Ik had nooit geboren moeten worden”, dacht de man. “Ik heb er een potje van gemaakt. Moet je mij nu eens zien. Hier zit ik in een inrichting, waar ze me behandelen alsof ik een idioot ben. Ik zie er niet uit. Ik ben geen mens, maar een aanfluiting. Nu pas zie ik waar het fout is gegaan. Als ik vroeger op school de juiste vakken had gekozen, dan had ik ook een andere vervolgopleiding gedaan. Eentje die meer bij mij paste. Dan had ik ook gesolliciteerd op de juiste baan en was de kans heel groot geweest dat ik in mijn werk gelukkig was geworden. Ik had meer zelfvertrouwen gehad en dan zou ik aantrekkelijker zijn geweest voor de vrouwtjes.
Ik zou kinderen hebben gehad die trots op me zouden zijn geweest en ik zou alle reden hebben gehad om goed voor mezelf te zorgen. Dan was ik niet zo vadsig en lelijk geworden als ik nu ben.
Het zou niet in mij zijn opgekomen om er een eind aan te maken en ik zou niet depressief zijn geworden. Er zou geen reden zijn geweest om mij op te nemen in deze inrichting en ik zou hier niet met pijn in mijn hart terug kijken op mijn verspilde leven."
Hij stond op van zijn stoel en liep de tuin in. Vlinders fladderden van bloem naar bloem en op een tak van een boom zaten twee tortelduifjes met elkaar te kroelen.
“Het is een mooie dag”, dacht de man. “Elke dag van mijn leven had een mooie dag kunnen zijn. Als ik destijds op school maar de juiste vakken had gekozen.” Die nacht stierf de man in zijn slaap. Volgens de dokter was het aan een gebroken hart.