Een wandeling over een begraafplaats heeft iets opbeurends. Daar liggen ze allemaal. Die doen niemand meer kwaad.
Mogelijk heeft een enkeling, een jong mens bijvoorbeeld, de nabestaanden in groot verdriet gestort. Maar ik ken er minstens één die sommige van de mensen waarmee ze omging, na haar dood dichter bij elkaar heeft gebracht. Dus zo kan het ook. Een leven kan soms met terugwerkende kracht opnieuw zinvol worden gemaakt als het passend wordt afgesloten.
Zelf hoop ik nog een tijdje in levend gezelschap te verkeren, maar de bliksem zou me nog kunnen treffen voordat dit stukje klaar is.
Ik zie het helemaal voor me: ik zit te typen en mijn bureaulamp begint te flikkeren. Tijd om de lamp te vervangen en bamknetterdeknetter, een stevige stroomstoot door mijn kleine lijfje en Johnny is er niet meer. Of ik krijg opeens vreselijke maagkrampen en bij de autopsie blijkt dat ik overleden ben aan voedselvergiftiging. Ik vroeg mij bij mijn leven al af hoe het kon dat de Indische rijsttafel die wij thuis hadden laten bezorgen zo goedkoop was. Daar zat dus gewoon bedorven vlees in. Gelukkig dat Paula nog net op tijd geholpen kon worden. Terwijl ik hier lig weg te rotten ligt zij op de IC aan de beademing, maar ze gaat het vast redden.
Ja, ook voor mij zal blijken dat de weg die ik ga doodlopend is.
Maar gelukkig is er leven na de dood. Er is zelfs heel veel leven dat zich maar al te graag tegoed doet aan mijn stoffelijke resten. Cremeren vind ik milieuonvriendelijk. Laat het ongedierte maar aanschuiven aan een feestelijk banket. Al vraag ik hen nog zo’n kleine veertig jaar geduld te hebben.
Het grote ijzeren hek bij de ingang is er om de nog levenden gerust te stellen. Hun doden zitten hier goed opgeborgen en niemand zal ze hier lastig vallen. Tenzij de grafrechten niet worden betaald, want dan wordt het graf geruimd.
Het is weliswaar erg koud door de gure oostenwind, maar de zon schijnt fel, waardoor de grafschriften van hun stenen lijken te springen. Het is zeker dat de Britse roker die op de zijkanten van de rouwauto’s bordjes liet bevestigen met de tekst “Smoking killed me” en deze woorden ook op zijn grafsteen had laten beitelen, velen heeft geïnspireerd tot meer aansprekende teksten dan “Hier rust Jan” of “Wie om een grafschrift lacht, Die zal dat ooit berouwen. Nu lach je om dat van mij, Straks lacht men om het jouwe (Fons Jansen)
De 90-jarige wilde vooral jongeren waarschuwen voor het roken. Al zal een enkeling mogelijk hoop putten uit de respectabele leeftijd die deze spijtoptant, die aan longemfyseem overleed, ondanks zijn roken heeft gehaald.
Hier ligt een slachtoffer van een moord. De tekst zegt: “Ik vond monogamie maar kloten. Toen heeft mijn vrouw mij neergeschoten.” Of wat te denken van het grafschrift van een zelfmoordenaar “Mijn leven was hard, maar de trein was harder”?
Dit is ook een mooie “Eindelijk geïntegreerd. Nu mag ik blijven. Allah hu akbar”. Die had de IND toch maar mooi bij de neus. En als laatste “Mijn leven lang heb ik gezopen. Je ziet hoe het is afgelopen.” Over een passend tekstje voor mijn steentje moet ik nog even nadenken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten