Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

15 maart 2010

Schedel.

Na de gebruikelijke sombere en controversiële boodschap die ik er zo af en toe tussendoor pleur, is het tijd voor goed nieuws. Namelijk dat ik het ook niet weet. En dat filosoferen uiteindelijk een spel met woorden blijft. Het zal wel toeval zijn dat ik nooit of weinig ziek ben en meestal over een zonnig humeur beschik. Het heeft natuurlijk niets te maken met hoe ik in het leven sta.
Ik mag de wereld dan wel een wrede plek voor mensen vinden, in het dagelijkse leven word ik gevoed met mooie plaatjes van mensen die ik tegen kom op straat of het openbaar vervoer, spannende wolkenluchten en prettige gebeurtenissen die mij ten deel vallen. Er is veel om blij over te zijn en mogelijk heb ik daar een oog voor. Vandaag nog zei een leerling tegen me: “Meester, u bent altijd vrolijk, hè?” en een ander leerling kon het niet laten om mij duidelijk maken dat ze op oudere, rijpere mannen viel, waarbij ze me bijna smachtend aankeek. Zulke lieverds zitten er elk jaar wel tussen. Jonge meisjes met een vadercomplex.
Als laatste wil ik kwijt dat wat voor de één werkt als medicijn soms gif is voor een ander. Dus wat werkt voor mij kunnen sommigen maar beter niet uitproberen. Het kan ze hun gezondheid of relatie kosten. Of erger.
Als kind speelde ik eens op het ijs bij de zuiderbegraafplaats in Rotterdam. Ik was met een aantal vriendjes en wij vonden een menselijke schedel op het ijs. Dat was natuurlijk dikke pret. Zo’n schedel kun je een zwieperd geven en dan glijdt hij mooi en strak over het ijs heen. Wij verzonnen een soort van ijshockey en met een tak in ons hand duwden wij de schedel voor ons uit en speelden hem naar elkaar toe. Uiteindelijk hebben we hem kapot gemaakt en we feliciteerden ons zelf dat we zo’n lol hadden gehad.
Het speelde zich trouwens allemaal af ter hoogte van de plek waar ik eerder dat jaar een paar grote baarzen had gevangen. Een enkeling was zo stom geweest om de haak in te slikken en dan moest er stevig worden gerukt om deze weer terug te krijgen. Dat er wel meer mee naar boven kwam dan de haak alleen hoef ik natuurlijk niet te vertellen.
Later heb ik mij wel eens afgevraagd aan wie die schedel had toebehoord. Welk leven zou die mens hebben geleid? Hoe was hij of zij aan zijn einde gekomen en op welke leeftijd?
Als ik nu een schedel zou vinden zou ik hem schoon maken en op mijn bureau zetten met een zonnebril op. Misschien zou ik hem zwart schilderen. Of mooi blauw. Maar ik zou hem zeker niet kapot maken.
Nu bedenk ik dat ook ik na mijn dood geen zeggenschap meer heb over mijn schedel. En dan bof ik nog, want velen onder ons hebben daar al geen zeggenschap meer over tijdens hun leven. Daar wordt maar van alles in gestopt en gepropt als ware het een vuilnisvat.
Al zul je daar vaak minder troep in tegen komen.
Nee, op je schedel moet je zuinig zijn.Goed beschermen tegen de kou en nog meer tegen de onzin die je medemens er vaak in wil gieten.