Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

30 maart 2010

Koesteren

Als ik onverwachts een paar uurtjes eerder thuis kom uit mijn werk, tref ik haar aan op een stoel voor het raam. Ze staart naar buiten en houdt zo haar ogen voor mij verborgen. Het is haar manier om te zeggen “laat me met rust”.
Wanneer ik het toch niet na kan laten haar te vragen of er wat aan de hand is, schudt ze haar hoofd en zwijgt. Op momenten als deze is ze onbereikbaar. Niets dringt er meer tot haar door, zo gaat ze op in haar gedachten. Al heb ik dit vaker meegemaakt, het went nooit. Nog steeds voel ik me er hulpeloos bij.
Zo lang ik haar ken weigert ze om afstand van te doen van haar verdriet. Het is geworden tot haar kostbaarste bezit.
Vroeger hadden we er vaak ruzie over. Soms verholen, soms openlijk. We zochten dan beiden naar een opening om door te dringen tot elkaar en sloten tegelijkertijd alle ramen en deuren. Altijd liepen we vast in wederzijds onbegrip.
Zou haar moeder weer gebeld hebben? Ja, dat moet het zijn. Altijd als haar moeder haar gebeld heeft is ze overstuur. Haar moeder die maar niet begrijpen wil dat sommige dingen niet vergeven kunnen worden. Dat vergeven een ontkenning zou zijn van wat haar was aangedaan.
Soms ligt het verleden onvermijdelijk in de toekomst verscholen. Bij elke stap die je voorwaarts doet komt het dichterbij. Uiteindelijk omvat het je geheel en is er geen toekomst meer.
De worm was al jaren geleden ondergronds gegaan. Ze had er niets van gemerkt. Sindsdien was ze alleen met haar onverklaarbare angsten. Met de lichte paniekaanvallen die toenamen met het ouder worden.
Nee,vergeten kon ze niet. En vergeven evenmin. Al wat ze wil is erkenning. Erkenning van haar recht op pijn. Niets minder, niets meer. Ze haat het als haar wordt gevraagd om redelijk te zijn. Om het ook van een andere kant te zien. Voor haar bestaat er geen andere kant.
Nee, ik heb geleerd om te zwijgen. Ik gun haar de pijn die ze koestert en wil deze niet van haar afpakken. Ze heeft er genoeg voor geleden, ze heeft er jaren in geïnvesteerd.
Ik begrijp het dat ze zoiets niet zo maar door haar vingers laat glippen. Het is van haar en van haar alleen. Daarom valt er niets te delen.
Ik kook vanavond wel, zeg ik. Ze kijkt me aan, loopt naar me toe en geeft me een kus.
Het is al weer goed, zegt ze quasi opgewekt. Laten we maar uit eten gaan.

29 maart 2010

Twee keer niks.

Moet ik nu echt nog een stukje in mijn blog schrijven? Het is al weer half twaalf en ik kan toch wel een keertje overslaan? Dat doe ik wel vaker. Als ik zo op internet zit te surfen kom ik genoeg andere blogs tegen die vele malen interessanter zijn. Soms prachtig geïllustreerd en van een niveau om van te likkenbaarden. Mensen die niet alleen weten waarover zij praten, maar dit bovendien met zo’n overrompelende stijl doen, dat het je moeite kost om je van het beeldscherm af te rukken.
Hè, wat druk ik mij nu weer ongelukkig uit. Maar je begrijpt vast wel wat ik bedoel.
Tegen mezelf zeg ik voortdurend dat ik moet blijven schrijven. Ik weet immers maar al te goed dat ik door veel van mijn andere interesses makkelijk ben af te leiden.
Want het is ook leuk om een beetje te pielen op de gitaar, lettertjes te consumeren uit een boek of van het beeldscherm, je voor te bereiden op je vakantie, je belastingpapieren in te vullen en de vele emailtjes te beantwoorden die ik dagelijks van collega’s en leerlingen krijg.
Overdag gebeurt er immers niets. Niets schokkends tenminste. Ik mag wel zeggen “gelukkig maar.” ’s Avonds achter het toetsenbord doe ik een poging om alsnog een zinvolle inhoud aan mijn dag te geven. Dat lukt zeker niet altijd,maar het doen van een poging is soms genoeg.
Nee, dan Paula. Die is in de afgelopen twee weken al zeven klanten kwijt geraakt. Zodra de blaadjes aan de bomen komen begint het grote afscheid nemen. We hadden al voorspeld dat veel oudjes aan het eind van deze lange winter zouden afhaken en volgens Paula zijn het er nu al bijna twee keer zoveel als vorig jaar.
Gelukkig blijven mijn klanten meestal in leven. Maar bij Paula moet je blijkbaar uit de buurt blijven.
Niet alle ideeën die er in mij opkomen werk ik uit. Daar zou ik nog een leven voor nodig hebben. Soms beperk ik mij tot een oppervlakkige schets en tegen beter weten in beloof ik mijzelf daar in de toekomst meer verdieping in aan te brengen.
Nu zit ik zomaar een potje te ouwehoeren. Dit gaat echt nergens over. Dit is twee keer niks. Ik moest daarom maar eens stoppen en een boek pakken om de dag af te bouwen. Met al die onrust van binnen val ik toch niet in slaap.

28 maart 2010

Hallo, wij zijn de nieuwe buren.

De familie Flodder heeft nu toch een woning gekregen in Wassenaar. Het zou in de Eikendael zijn. Inderdaad, dael gespeld met ae.
Volgens Nu.nl hebben ze gisteren kennis gemaakt met hun buren. Toen deze 's avonds laat de straat binnen reden, stonden er tientallen dronken feestgangers voor de deur, die hen tegen probeerden te houden. Maar een rechtgeaarde inwoner van Wassenaar laat zich niet tegen houden en langzaam reed de auto door. Toen sloegen de jongelui maar een deuk in de auto. Gewoon als grap bedoeld natuurlijk. Daarna liepen ze lachend weg.
De geschrokken buren bleven in de wagen zitten en durfden hen niet achterna te gaan.
Eenmaal op de oprit van hun huis zagen ze dat hun tuin bezaaid was met bierflessen en kratten. Verder waren een beeld en een vogeldrinkbak omver gegooid en een hor van een raam en een fiets vernield.
Omdat mogelijk ook Wassenaar zijn eigen achterbuurten heeft ben ik eens gaan googlen, maar vanuit de lucht zag ik alleen maar kasten van huizen staan.
Ik maar vanuit mijn vooroordelen denken dat er alleen maar nette mensen in Wassenaar wonen. Mochten we over enkele jaren gaan verhuizen, dan zal ik Paula zeggen dat we in ieder geval niet naar Wassenaar gaan.

27 maart 2010

Verandering van spijs.

Ze zit dicht naar hem voorover gebogen. Hun benen zijn in elkaar verstrengeld. Als de coupé leeg zou zijn geweest, waren ze vast en zeker op elkaar gekropen. Zij heeft het over penissen en hij over spontane erecties en hormonen. Ze zijn de wereld om hun heen vergeten en gaan helemaal op in hun verlangen naar elkaar. Alsof ze met een fles whisky voor de open haard zitten in plaats van in de sneltrein van Rotterdam naar Den Haag.
Ik schat haar zo’n dertig en hem niet veel ouder. Ze is niet knap en ook niet lelijk en lacht voortdurend haar schelle lach, terwijl hij er rustig en ontspannen bij zit en met een zware stem alleen reageert op wat zij zegt. Zelf neemt hij niet het initiatief; hij is slechts een klankbord.
Het meisje met de mooie bos krullend haar tegenover me zit driftig te schrijven. Ondertussen luistert ze naar muziek van de Rolling Stones. Ik meen Sympathy for the Devil te herkennen. Het enige live concert dat ik ooit van hen heb bijgewoond was in 1970 in de RAI in Amsterdam. Na afloop liepen we in een bonte stoet door de stad richting station. Ergens halverwege liet ik me met mijn slaapzak tussen de struiken zakken. Ik was zo vreselijk stoned en moe dat ik gelijk in slaap viel en alleen maar even wakker werd van iemand die naast me in de struiken stond te pissen.
Ik probeer de Engelse tekst te begrijpen uit het boekje “A Coast to Coast Walk” van Awainwright. Ik heb het overal bij me en krijg een aardig beeld van waar ik straks aan ga beginnen. Op internet kijk ik soms naar foto’s van de dorpjes die langs de route liggen en lees de verhalen van de andere wandelaars. Er zijn geheel verzorgde tochten, waarbij je aan het eind van elke dag overnacht in een B&B. Ik ben van plan om te kamperen en zo af en toe eens in een Youth Hotel te kruipen. Dat laat ik van de omstandigheden afhangen.
Heel even heb ik nog overwogen om een wandelpartner bij het NIVON te zoeken, maar ik bedacht dat ik na deze tocht aansluitend naar Buitenkunst ga en dan heb ik elke dag mensen om mij heen. Nee, het is veel beter dat ik die twee weken in mijn eentje wandel.
Ik ben het niet gewend om erg lang alleen te zijn en ik denk dat dit mij goed zal doen.
De route wordt door veel mensen gelopen en het schijnt dat je elkaar telkens weer tegen komt, dus helemaal alleen zal ik toch waarschijnlijk niet zijn.
Het geile stelletje naast me heeft steeds meer moeite om zich in te houden nu ze hun reisdoel lijken te naderen. Mijn fantasie slaat op hol en ik zie hoe ze zijn broek losknoopt en zijn penis in haar mond neemt. Het lijkt hem niets te doen, want met een verveeld gezicht pakt hij een sinasappel uit zijn tas en begint deze te pellen. Terwijl zij gulzig ligt te zuigen peutert hij met pijnlijke nauwkeurigheid de witte draadjes weg en pas als de partjes helemaal schoon zijn stopt hij deze in zijn mond. Het sap loopt langs zijn kin.
Goedemiddag. Uw kaartje alstublieft. De stem van de conducteur brengt me weer tot mezelf.
Ik geef hem mijn OV-chipkaart. Hij controleert deze en wenst mij een goede reis.
De krullenbol tegenover me is gestopt met schrijven en belt haar vriend om te vertellen dat ze nu ter hoogte van Rijswijk zitten.
Even later rijden we Hollands Spoor binnen. Als we uitstappen wordt het geile stel opgewacht door een knap uitziende man. Zij vliegt hem in zijn armen en kust hem. Haar reisgezel staat er wat schaapachtig bij. Ik begrijp het even niet meer. Ook de jonge schrijfster wordt verwelkomt door iemand, maar dit is een stuk verderop.
Ik loop het perron af de stad in om te gaan winkelen. Den Haag is een leuke stad en ik kom er wel vaker. In de tram terug naar het station kom ik het geile meisje met de knappe man weer tegen. Ze zit hem met grote verliefde ogen aan te kijken. Haar metgezel uit de trein is verdwenen. Vermoedelijk naar zijn eigen vriendin.

Selectieve verontwaardiging.

Wat hebben de volgende mensen gemeen: Bankiers, Bisschoppen, Schoolbestuurders en Politici? Heel eenvoudig: dat hun functioneren in de media al een tijdje alle aandacht krijgt.
Wat hebben zij nog meer gemeen? Dat zij vinden dat al deze aandacht onterecht is, want het gaat hier immers niet om de aandacht die ze graag hebben. Zij zijn in het beklaagdenbankje gezet en vinden dit onterecht.
Mede door hun toedoen zitten we in een wereldwijde economische crisis met alle ellende die daar bij hoort, zijn tienduizenden getraumatiseerd door seksueel misbruik in hun jeugd, krijgen scholieren niet het onderwijs dat hen een stevige basis moet bieden voor hun toekomst en rukt rechts steeds verder op.
Dit zijn bijzondere tijden en als ik mij niet vergis is er een patroon in bovenstaande opsomming te ontdekken. En dat is heel eenvoudig: de mensen lijken het niet langer te pikken. Opnieuw zijn we op een punt in de geschiedenis aan beland van grote onzekerheden en is men op zoek naar echte leiders en niet naar ambitieuze bureaucraten die slechts lippendienst bewijzen aan de normen en de waarden die zij zeggen voor te staan.
In plaats van een oprecht “Mea Culpa Maxima” weigeren zij de verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van hun daden en vechten zij terug, hierbij geen middel onbeproefd latend. Of zij er weer mee weg zullen komen? De geschiedenis leert ons dat er momenten zijn dat dit niet altijd het geval is. Zou er nu weer zo’n moment aangebroken zijn?

24 maart 2010

De stand van zaken in onderwijsland.

Soms kun je op "Uitzending gemist" een programma bekijken dat je behoorlijk aangrijpt. Gevoelens van boosheid, verontwaardiging, maar ook de pijn die je voelt als in nog geen half uur zichtbaar wordt gemaakt wat er van ons goede beroepsonderwijs is overgebleven, strijden om voorrang. Gelukkig komt de stront nu naar buiten. De duvel is uit de doos. Met de verkiezingen voor de boeg zullen de politici met de billen bloot moeten. Laat degenen aan de top die verantwoordelijk zijn voor de puinhopen in het onderwijs verrekken. Aan onbekwame bestuurders heeft het nooit ontbroken.

De aflevering van ZEMBLA:"Wij willen les" was zo enorm herkenbaar, dat ik het nodig vond om via mijn blog hiernaar te verwijzen, zodat geïnteresseerden hier alsnog kennis van kunnen nemen.
Standpunten van leerlingen, docenten, bestuursleden en andere betrokken partijen komen er duidelijk in naar voren. En juist omdat ik voortdurend verkondig dat wij allen worden bedrogen, bestolen en genaaid, past een verwijzing naar deze aflevering naadloos in mijn blog.
Bij ons op school is het niet anders. Als je dus geïnteresseerd bent in waar ik mij zorgen over maak, als je wilt weten waar ik mij echt over kan opwinden, als je nieuwsgierig bent naar waar vooral mijn collega's en onze leerlingen last van hebben, kijk dan naar deze documentaire. Ook jij!!!

Voor ik weer in slaap val…

Hé, fuck you. Fuck you, too. Een gezellig dialoogje op straat tussen twee kindertjes die lachend afscheid van elkaar nemen. Wie durft er te beweren dat onze jeugd niet taalvaardig is? Als je op de fiets door de stad rijdt kom je tal van dit soort mooie tafereeltjes tegen.
Een klein dikke opgewonden zwarte man (gewoon dus een neger) die loopt te schelden tegen een boomlange, verbaasd kijkende blonde man (gewoon dus een witscheet), die hem blijkbaar zonder diens toestemming heeft gefilmd. De fuck you ’s die hier worden uitgewisseld hebben een andere betekenis.
Een meisje dat achteloos een leeg blikje op straat gooit voor de voeten van een voorbijganger en een ‘tyfuswijf, kijk waar je je troep neer pleurt ’ naar haar hoofd krijgt geslingerd.
Drie beppende dikke vrouwen, boodschappentassen naast zich op de grond, die zich vertederd buigen over een klein verlegen jochie en hem zo ongewild in het middelpunt van de belangstelling plaatsen. Tegenover elkaar zijn ze blijkbaar even uitgeluld en bang voor de stilte als ze zijn, zoeken ze nu naarstig naar een ander gespreksonderwerp. Meestal is dat snel gevonden en als de kleine de vergissing begaat om te denken dat ze nog steeds in hem zijn geïnteresseerd, kan hij een hijs krijgen als hij begint te zeuren om de verloren aandacht.
De mensen gaan de straat weer op, de energie die ze maandenlang niet kwijt konden heeft zich opgehoopt en wordt nu ingezet om kleine ruzietjes te beslechten, het wassen van de auto of voor de voorjaarsschoonmaak. Voor dit laatste is het de hoogste tijd, want het stof ligt milimetersdik op kasten en planken, de keukenkastjes zijn vet en alleen door de ramen tegenover elkaar open te zetten wil de muffe lucht die er in huis hangt verdwijnen. Natuurlijk is de geroemde Hollandse properheid al lang niet meer wat hij vroeger was, maar één keer per jaar de ramen zemen is toch niet teveel gevraagd.
Dank zij een klein brandje op school moest het pand vandaag worden ontruimd en is de werkdag voortijdig beëindigd. Met dit mooie weer is dit geen straf te noemen.
Gisteravond kwamen we pas om twaalf uur thuis van een muzikale show in het Nieuwe Luxor.
Om één uur er in en om zes er weer uit. Het chronisch gebrek aan slaap dat ik al weer dagen heb, begint me op te breken, want door een snurkende en hoestende partner heb ik de laatste tijd heel wat uurtjes wakker gelegen. Soms ben ik er ’s nachts zelfs even uitgegaan en ook Paula zelf had daar soms even behoefte aan. En dan zaten we samen om drie uur op de bank de tv-kanalen af te zappen. Of we wisselden elkaar af. Zij er uit, ik er in. En andersom.
Gelukkig voor ons beiden is haar verkoudheid bijna over. Ik ben zelf de dans ontsprongen.
Het wereldnieuws is nu even wat minder belangrijk voor me. Natuurlijk is het nooit echt belangrijk voor me geweest. Maar je wilt toch over alles een beetje mee kunnen lullen en het zit toch wel een beetje in me om mezelf hiervan op de hoogte te houden.
Zo zag ik op nu.nl een klein berichtje over een incestpleger, die na het slikken van Viagrapillen een beroerte kreeg. Het tweejarige dochtertje van zijn veertienjarige dochter krijgt er voorlopig geen broertje of zusje bij. Jammer dat ik niet in God geloof, anders zou ik hem in een gebed bedanken voor dit mooie gebaar.
Wil ik, nu ik toch weer bezig ben met één van mijn stokpaardjes uit mijn niet geringe kudde, nog even kwijt dat God onmogelijk bestaan kan, want anders had hij de paus wel ingelicht over het grootschalige seksuele misbruik in de RK-kerk. Die twee zijn toch dikke maatjes? "Wir haben es nicht gewusst" , zei kardinaal Simonis, doelend op de onkunde over dit alles in de top van de organisatie. Of is dit God ’s manier om de afgedwaalde herders in zijn kudde te straffen? Dat zou ik dan wel een streek van Hem vinden. Want je echte vrienden naai je niet. Die bied je de gelegenheid om anderen te naaien. Kleine jongetjes en meisjes bijvoorbeeld.

21 maart 2010

Gluurtelevisie

In de column van Youp kwam ik deze term voor het eerst tegen. Hij schrijft in de NRC van 20 maart op grappige, maar ook integere wijze over hoe de publieksgeile media de moord op het 12-jarige meisje ‘hoe heet ze ook al weer’ gebruiken om eens flink te scoren met de kijkcijfers en krantenoplagen. Over enkele weken is iedereen vergeten hoe het arme kind heette en maken we weer plannen voor een nieuwe stille tocht. Want er zullen nog meer kinderen worden vermoord of omkomen in het verkeer door het rijgedrag van een dronken automobilist.
Youp heeft het ironisch over ‘het recht om te rouwen’ en wat dat betreft is de behoefte hier aan groot. Machteloosheid en angst zijn stevig aanwezig onder een groot deel van de bevolking.
Veelgehoorde uitdrukkingen zijn “Het komt wel dichterbij” of “Waar zijn we dan mee bezig?”. En de media is niet te beroerd om deze angstgevoelens en gevoelens van vervreemding te voeden.
Ik moet uitkijken wat ik hier schrijf, want voor sommigen is het taboe om op deze wijze te praten over wat men zelf ziet als een gemeenschappelijk lijden en solidariteit met de slachtoffers.
Men staat al snel klaar om je te betichten van hardvochtigheid.
Ik gun iedereen zijn stille tochten, zijn verdriet of zijn verontwaardiging. Voor sommigen is dit nog het enige wat ze lijken te hebben. Familie en vrienden hebben ze niet meer en indien dit wel is , zijn de contacten oppervlakkig. Zij zien de toekomst met angst en beven tegemoet. Terwijl de kleine wereld waarin zij leven objectief gezien steeds veiliger wordt, neemt subjectief de onveiligheid voor hen toe. Zij zijn volkomen de weg kwijt.
Dat mensen geschokt zijn door zo’n lafhartige moord is niet verkeerd. En natuurlijk ook niet dat zij zo intens meeleven met de ouders. Maar wat ik zo erg vind, is dat zij hierop hun eigen angsten en ongenoegen projecteren, maar dit niet meer kunnen herkennen.
Zij voelen zich oprecht verbonden met elkaar in het verdriet en hun woede, maar dit is alleen een symptoom van een veel persoonlijker verlies. Het verlies van greep op hun leven, het gemis aan iemand die hen warmte geeft en bescherming. De woede die zij voelen omdat zij zijn overgeleverd aan krachten die zij niet herkennen en waar zij maar geen greep op krijgen zoekt zich een weg naar buiten, zodat zij weer tot rust kunnen komen van binnen. Ik vrees dat de wijze waarop zij dit doen hun angsten alleen maar zal versterken.

Ja, we zijn met zijn allen flink de weg kwijt en het zal nog wel een graadje erger worden. Angst en onzekerheid kun je voeden en er zijn genoeg instituties die daar belang bij hebben.
Heb ik een oplossing? Niet dus. En ik denk ook niet dat iemand die heeft.
Wij hebben een wereld gecreëerd waarin eigenbelang en vervreemding centraal staan.
Gevoelens delen wij alleen nog maar met gelijkgestemden of vertegenwoordigers van instituten die in het leven zijn geroepen om ‘mensen te helpen’. Door de mensen hulpeloos te maken en vanuit ‘de markt’ een hulpaanbod te doen is dit een groeiende markt. Botweg gezegd: er valt geld te verdienen.
Mijn persoonlijke oplossing is om aandacht te geven aan de behoeftes van mezelf, hetzij van het lichaam, hetzij van de geest. Voor mij is dit één pot nat en zijn het twee verschillende uitingen van de mens die ik ben. Lichaam dood, geest foetsie, niks meer te bekennen en op is op.
Maar zolang ik leef, wil ik begrijpen wat mij onderscheidt van anderen en wat wij gemeenschappelijk hebben. Wat zijn de wetmatigheden die mij maken tot wat ik ben? Waar moet ik echt bang voor zijn en waar kan ik wèl greep op krijgen?
In “De ban van de ring” van Tolkien zegt Gandalf ergens “Het gaat er om wat je wilt doen met de rest van je leven”. En dat spreekt mij enorm aan. Ik wil mij geen slachtoffer voelen en denk dat wij ons leven meer vorm inhoud en vorm kunnen geven dan wij beseffen. Lot en bestemming bestaan, vrije wil ook. Al is het meestal achteraf alleen maar een rechtvaardiging voor een eerder genomen besluit.
De gluurtelevisie probeert de mensen te behagen door hen dat te geven waarom zij vragen. Brood en spelen, maar dan in een nieuw jasje en wat subtieler. Rechttoe rechtaan riooljournalistiek.

20 maart 2010

"Vergeef hun misdaad niet en wis hun zonde niet uit!" (Jr 18,1-23).

Dat ieder mens zowel een donkere als een lichte kant heeft, heb ik reeds eerder betoogd. Dat dit daarom geen vrijbrief is om elk soort gedrag goed te keuren, moge duidelijk zijn.
Zo werd het tot voor kort in de katholieke kerk blijkbaar gewoon gevonden dat priesters en nonnen zich vergrepen aan kleine kinderen. Ik zeg gewoon, omdat ik anders niet verklaren kan dat het gaat om duizenden slachtoffers en niet om tientallen.
Natuurlijk gebeurde dit misbruik in het geniep, want men zat niet te wachten op gedonder. Kwam het uit, dan werd dit een incident genoemd en werd het slachtoffer verzocht om zich tot God te wenden om deze te vragen hem kracht te geven de aanrander te vergeven. Instanties buiten de kerk wist men buiten de deur te houden en nadat de dader was overgeplaatst naar een andere parochie of tot bisschop was benoemd, kon het misbruik gewoon door gaan, maar deze keer door anderen, die vonden dat zij nu aan de beurt waren. Een soort van, zeg maar, secundaire arbeidsvoorwaarden, die men het Vaticaan had bedongen. Dit alles met de pauselijke zegen.
Als we bedenken dat de macht van de katholieke kerk is terug te leiden tot een waanidee en de goedgelovigheid en eenzaamheid van de mensen, dan maakt dit de gehele situatie niet alleen afschuwelijk maar ook absurd.
Het is een huiveringwekkende gedachte dat zo’n machtig instituut als de katholieke Kerk zich jarenlang heeft weten te onttrekken aan elke vorm van sancties vanuit de samenleving.
En ik beweer hier dat dit geldt voor meer instituties, die zichzelf boven de wet hebben gesteld. Denk aan andere religieuze clubjes, de politiek, het leger, de grootindustriëlen, de financiële instituties, de media en al die andere anonieme instituties met macht, die ik hier verder niet noem.
Er gebeuren dingen om ons heen waar we geen weet van hebben. Geen wonder dat er zoveel complottheorieën zijn. Het pleidooi voor een terugkeer van normen en waarden door Jan Peter is dan ook niet voor genoemde instituties bestemd, maar voor het gewone volk.

De priester nam het jochie op zijn schoot, trok hem tegen zich aan en stak daarna zijn hand in de broek van het kleine knulletje. Zuchtend en hijgend trok hij aan het kleine pikkie.
Het manneke, dat gisteren zijn zevende verjaardag had gevierd, zei niets en zat stom voor zich uit te staren.
Hij wist niet wat er gebeurde en nam aan dat de priester een onbegrijpelijk ritueel uitvoerde, dat hem later zou worden uitgelegd. Net als het toedienen van de hostie, waarvan werd gezegd dat dit het lichaam van Jezus was.
Nadat hij kreunend was klaar gekomen, zette de priester het ventje op de grond.
Niks tegen de anderen vertellen hoor, anders wordt God boos op je. Hij aaide hem door zijn blonde krulletjes. Deze was wel erg meegaand, vergeleken met die van gisteren. Maar die was dan ook drie jaar ouder en zo vreemd was het daarom niet dat hij tegenstribbelde. Maar dat vond hij eigenlijk wel fijn. Dan moest hij er tenminste nog een beetje moeite voor doen.
De priester haalde uit de la een stukje chocolade tevoorschijn. Dat is voor jou. Maar niet aan de anderen laten zien, hè. En ook niets zeggen. Het is ons geheimpje. En ga nu maar lekker spelen. Hij deed de deur open en duwde het mannetje, dat al die tijd geen woord had gezegd, met zachte hand de gang op.
Daarna waste hij zijn handen in het fonteintje, dat bevestigd was onder een groot houten kruis. De figuur Jezus keek met droevige ogen op hem neer. Het was dat hij was vastgespijkerd, anders had hij met genoegen zijn met gaten doorboorde handen om de keel van de priester gelegd en hem gewurgd.

18 maart 2010

Marathon

Ik had al eerder overwogen om eens een marathon te gaan lopen in een andere stad dan Rotterdam. Maar soms moet het lot je een beetje helpen om zo’n gedachte om te zetten in een besluit.
Gisteravond logde ik dan eindelijk in op de website van de marathon om mij in te schrijven voor de 30e Fortis Marathon in Rotterdam op 11 april. Maar wie schetst mijn schrik toen bleek dat on-line inschrijving slechts tot 16 maart mogelijk was. Ik ging onmiddellijk op zoek naar gegevens over de na-inschrijving, maar kon deze nergens vinden.
Terwijl ik nog steeds aan het zoeken was en mij afvroeg wat ik zou kunnen doen, schoot mij te binnen dat ik al een aantal jaren geleden van plan was om elders de marathon te gaan lopen. Op internet had ik al eerder gezien dat er het hele jaar door in Nederland marathons worden georganiseerd.
Ik vond toen al de marathon in Rotterdam te massaal en bovendien erg duur. Deze keer zou het me € 62,50 kosten en bij na-inschrijving zouden hier vermoedelijk nog kosten bij komen.
Op de site had ik al gezien dat de runnerschip die ik destijds had aangeschaft deze keer niet gebruikt kon worden. Men was overgestapt op een ander meetsysteem en ik voelde me een beetje genaaid, omdat ik de chip destijds juist had aangeschaft omdat er bij werd vermeld dat deze chip een prima registratie van alle tussentijden mogelijk maakte. Toen ik van het andere meetsysteem las, verdacht ik de organisatoren er van dat ze hiermee op een slinkse manier de ijdele renners opnieuw een poot wilden uitrukken.
Aangemoedigd door deze overwegingen ging ik op zoek naar een alternatief. En zo-even heb ik mij voor € 27,50 ingeschreven voor de marathon van Leiden die op 16 mei wordt gelopen. Vorig jaar liepen daar zo’n kleine 300 renners mee. Degene die als laatste binnen kwam had er iets meer dan vijf uur over gedaan. Daar blijf ik wel onder, al zijn mijn tijden nu ook niet bepaald geweldig. Als het alleen wedstrijdlopers geweest waren, had ik me niet ingeschreven.
Het enige nadeel van deze verandering die ik zie, is dat ik wat langer gezond moet blijven leven dan ik van plan was. Al moet ik eerlijk toegeven dat een tijdje niet blowen me goed bevalt. Zwak, hè?
Voordat ik vanmorgen naar mijn werk ging heb ik nog een kleine twintig kilometer gerend. Het ging prima. De laatste tien minuten heb ik een intervaltraining gedaan en daar bleek ik nog genoeg puf voor te hebben.
Onderweg kwam ik een oud-collega tegen met haar hondje. We babbelden een halve minuut met elkaar en ze bezwoer me dat de voorzienigheid me een handje had geholpen.
Door mijn ergernis los te laten en onmiddellijk op zoek te gaan naar een alternatief ga ik dit jaar doen wat ik al veel langer van plan was: eens lekker rennen door een ander deel van Nederland. Fortis kan de pot op.

17 maart 2010

Oorzaak en gevolg.

Een man had tijdens zijn leven altijd de verkeerde keuzes gemaakt.
Hij koos op de middelbare school voor de verkeerde vakken en na het behalen van zijn diploma koos hij voor de verkeerde vervolgopleiding.
Toen hij deze opleiding met een diploma had afgesloten, solliciteerde hij op de verkeerde baan, werd aangenomen en kreeg een verkeerde functie in een verkeerd bedrijf.
Hij had door dit alles een heel negatief beeld van zichzelf en trouwde daardoor met de verkeerde vrouw. Iemand die ook niet bepaald blaakte van zelfvertrouwen. Hij ergerde zich daar steeds vaker aan, maar nam de verkeerde beslissing om bij haar te blijven.
Voor de verkeerde kinderen natuurlijk, want zij hadden alleen maar minachting voor hun vader.
Hij at verkeerd eten en dronk verkeerde drankjes en zag er met zijn veertigste afgeleefd en tobberig uit. Op een ochtend keek hij in de spiegel, zag een lelijke vadsige kerel met grote huilogen en een pokdalige huid naar hem terug kijken en besloot om zelfmoord te plegen.
Hij slikte de verkeerde hoeveelheid pillen en werd met een barstende koppijn wakker in het ziekenhuis. Hij trok de verkeerde conclusie dat dit de voorzienigheid was en nam het verkeerde besluit om het bij deze ene poging te laten.
Hij betuigde zijn spijt aan zijn vrouw en kinderen en die noemden hem een lul, omdat hij zelfs niet in staat bleek te zijn geweest om er een fatsoenlijk einde aan te maken.
De man werd depressief en men nam hem op in een kliniek. Nu kon hij niet meer kiezen maar werd er voor hem gekozen.
De jaren gingen voorbij. Zijn verkeerde vrouw kwam de eerste tijd nog wel langs, maar de bezoekjes werden mettertijd minder en uiteindelijk hielden ze op. Van de kinderen vernam hij niets meer.
Op de laatste dag van zijn leven, hij was nog geen zestig, zat hij voor het raam en keek terug op de weg die hij was gegaan. Het was een mooie zomerse dag. De hemel was strakblauw, de temperatuur was aangenaam en de vogels floten dat het een lieve lust was.
“Ik had nooit geboren moeten worden”, dacht de man. “Ik heb er een potje van gemaakt. Moet je mij nu eens zien. Hier zit ik in een inrichting, waar ze me behandelen alsof ik een idioot ben. Ik zie er niet uit. Ik ben geen mens, maar een aanfluiting. Nu pas zie ik waar het fout is gegaan. Als ik vroeger op school de juiste vakken had gekozen, dan had ik ook een andere vervolgopleiding gedaan. Eentje die meer bij mij paste. Dan had ik ook gesolliciteerd op de juiste baan en was de kans heel groot geweest dat ik in mijn werk gelukkig was geworden. Ik had meer zelfvertrouwen gehad en dan zou ik aantrekkelijker zijn geweest voor de vrouwtjes.
Ik zou kinderen hebben gehad die trots op me zouden zijn geweest en ik zou alle reden hebben gehad om goed voor mezelf te zorgen. Dan was ik niet zo vadsig en lelijk geworden als ik nu ben.
Het zou niet in mij zijn opgekomen om er een eind aan te maken en ik zou niet depressief zijn geworden. Er zou geen reden zijn geweest om mij op te nemen in deze inrichting en ik zou hier niet met pijn in mijn hart terug kijken op mijn verspilde leven."
Hij stond op van zijn stoel en liep de tuin in. Vlinders fladderden van bloem naar bloem en op een tak van een boom zaten twee tortelduifjes met elkaar te kroelen.
“Het is een mooie dag”, dacht de man. “Elke dag van mijn leven had een mooie dag kunnen zijn. Als ik destijds op school maar de juiste vakken had gekozen.” Die nacht stierf de man in zijn slaap. Volgens de dokter was het aan een gebroken hart.

15 maart 2010

Schedel.

Na de gebruikelijke sombere en controversiële boodschap die ik er zo af en toe tussendoor pleur, is het tijd voor goed nieuws. Namelijk dat ik het ook niet weet. En dat filosoferen uiteindelijk een spel met woorden blijft. Het zal wel toeval zijn dat ik nooit of weinig ziek ben en meestal over een zonnig humeur beschik. Het heeft natuurlijk niets te maken met hoe ik in het leven sta.
Ik mag de wereld dan wel een wrede plek voor mensen vinden, in het dagelijkse leven word ik gevoed met mooie plaatjes van mensen die ik tegen kom op straat of het openbaar vervoer, spannende wolkenluchten en prettige gebeurtenissen die mij ten deel vallen. Er is veel om blij over te zijn en mogelijk heb ik daar een oog voor. Vandaag nog zei een leerling tegen me: “Meester, u bent altijd vrolijk, hè?” en een ander leerling kon het niet laten om mij duidelijk maken dat ze op oudere, rijpere mannen viel, waarbij ze me bijna smachtend aankeek. Zulke lieverds zitten er elk jaar wel tussen. Jonge meisjes met een vadercomplex.
Als laatste wil ik kwijt dat wat voor de één werkt als medicijn soms gif is voor een ander. Dus wat werkt voor mij kunnen sommigen maar beter niet uitproberen. Het kan ze hun gezondheid of relatie kosten. Of erger.
Als kind speelde ik eens op het ijs bij de zuiderbegraafplaats in Rotterdam. Ik was met een aantal vriendjes en wij vonden een menselijke schedel op het ijs. Dat was natuurlijk dikke pret. Zo’n schedel kun je een zwieperd geven en dan glijdt hij mooi en strak over het ijs heen. Wij verzonnen een soort van ijshockey en met een tak in ons hand duwden wij de schedel voor ons uit en speelden hem naar elkaar toe. Uiteindelijk hebben we hem kapot gemaakt en we feliciteerden ons zelf dat we zo’n lol hadden gehad.
Het speelde zich trouwens allemaal af ter hoogte van de plek waar ik eerder dat jaar een paar grote baarzen had gevangen. Een enkeling was zo stom geweest om de haak in te slikken en dan moest er stevig worden gerukt om deze weer terug te krijgen. Dat er wel meer mee naar boven kwam dan de haak alleen hoef ik natuurlijk niet te vertellen.
Later heb ik mij wel eens afgevraagd aan wie die schedel had toebehoord. Welk leven zou die mens hebben geleid? Hoe was hij of zij aan zijn einde gekomen en op welke leeftijd?
Als ik nu een schedel zou vinden zou ik hem schoon maken en op mijn bureau zetten met een zonnebril op. Misschien zou ik hem zwart schilderen. Of mooi blauw. Maar ik zou hem zeker niet kapot maken.
Nu bedenk ik dat ook ik na mijn dood geen zeggenschap meer heb over mijn schedel. En dan bof ik nog, want velen onder ons hebben daar al geen zeggenschap meer over tijdens hun leven. Daar wordt maar van alles in gestopt en gepropt als ware het een vuilnisvat.
Al zul je daar vaak minder troep in tegen komen.
Nee, op je schedel moet je zuinig zijn.Goed beschermen tegen de kou en nog meer tegen de onzin die je medemens er vaak in wil gieten.

14 maart 2010

Wat wij menen te zien is er niet.

Door het laagje beschaving dat is aangebracht in ons socialisatieproces en dat dagelijks wordt bijgewerkt door de bevestigingen die wij krijgen, is het vaak moeilijk om te zien wie wij als mens werkelijk zijn. Onze zintuigen schieten tekort omdat zij er op zijn afgestemd om datgene waar te nemen wat men ons verteld heeft dat er is.
Als je bijvoorbeeld opgevoed bent met klassieke muziek en door mensen die dit waarderen, is de kans groot dat ook jij klassieke muziek mooi vindt. Of als je als christen bent groot gebracht, is het heel moeilijk te begrijpen wat er om gaat in het hoofd van een atheïst of agnosticus. Andersom natuurlijk ook.
Kortom, ons waarde en normensysteem geeft ons enerzijds houvast om greep te krijgen op ons leven en maakt het ons mogelijk om relaties aan te gaan, maar de paradox is dat het ons tegelijkertijd vervreemdt van onze medemens.
Dit wordt vaak pijnlijk duidelijk als wij geconfronteerd worden met het geweld in ons zelf en in de buitenwereld.
Zo zag ik vanmorgen een jonge vrouw op tv in het programma “de wandeling”, die als klein meisje in het concentratiekamp in Bosnië Herzegovina had gezeten en zich nu afvroeg hoe het mogelijk was dat mensen tot zulke gruweldaden in staat waren. Van zichzelf zei ze dat ze nog geen vlieg kwaad zou kunnen doen en het leek mij dat ze dit oprecht meende.
Terwijl ik mij niet zou verbazen dat als zij de kans kreeg om met een machinegeweer de moordenaars en verkrachters van destijds neer te maaien zij dit na enige aarzeling zonder pardon zou doen.
Wij hebben het nodig om van ons zelf te denken dat wij fatsoenlijk zijn. Fatsoenlijk in de zin van de beschavingsnormen die ons zijn bijgebracht.
Hiermee beschermen wij ons zelfbeeld. Dit fantasiebeeld dat wij van onszelf hebben is een soort van ijkpunt waarmee wij in het leven op koers trachten te blijven.
Ons geweten waarschuwt ons als wij van deze koers afwijken en vervolgens proberen wij ons gedrag bij te sturen tot wij en onze omgeving hierover weer tevreden zijn.
Wij hebben orde en overzicht nodig in ons leven om niet te verdwalen, maar beseffen meestal niet dat hier ook een keerzijde aan is. Het dwingt ons selectief te kijken, te luisteren en te handelen. De prijs voor het valse gevoel van veiligheid dat hierdoor ontstaat is dat veel van wat er is ons niet opvalt. Velen zien niet wat er is, maar wat er in hun ogen zou moeten zijn. Rechtvaardigheid, schoonheid, liefde en noem maar op. Wij doen er ook alles aan om deze beelden, want meer zijn het niet, te versterken. Soms tegen beter weten in.
Is het leven dan slechts een baggerput waarin wij moeten zien te overleven, maar die wij tegen beter weten in zien als een warm nest? Is het allemaal hopeloos?
Ik beweer juist het tegenovergestelde. Wij hebben het vermogen om dubbelspel te spelen en zowel te leven naar onze menselijke aard als te voldoen aan de eisen die onze omgeving aan ons stelt. Het vraagt om enige behoedzaamheid en veel zelfvertrouwen.
De mens is een gespleten wezen met zowel een lichte als een donkere kant. Beide moeten worden geaccepteerd. Beide hebben eigen bestaansrecht.
Toen ik nog erg jong was kreeg ik door het boek "Demian" van Hermann Hesse interesse in “Abraxas”, een godheid die het goede en het slechte in de wereld verenigt.
De christelijke God heeft voor veel verwarring gezorgd door Abraxas uit de wereld te bannen. Begrippen als ‘zonde’ en ‘vergeving’ zijn toen in de wereld gekomen en hebben tot veel misverstanden geleid. En natuurlijk ook “Geloof, hoop en liefde”.
Psychologen, psychiaters, trainers en de farmaceutische industrie verdienen er een goede boterham aan.
Nee, ik gun die vrouw uit Bosnië Herzegovina dat machinegeweer en het moment dat zij af kan rekenen met de schoften die het leven van haar en dat van vele anderen tot een hel hebben gemaakt. Begrip is mooi, maar veel mooier is het om al je oude vijanden om zeep te helpen. Niet christelijk misschien, niet zoals is ons bijgebracht, maar wel duidelijk. En meer in overeenstemming met hoe wij zijn als mens. En vergeving? Ja, daar is ook ruimte voor. Daarna, vergeving van de daders en van jezelf. De mensen hebben alle reden om meer angst te hebben voor zichzelf en hun medemens, dan voor de God die deel uitmaakt van hun waanideeën.

11 maart 2010

Grote namen, kleine geesten.

Dit blog is vaak een sluitstuk. Ook vanavond heb ik eerst weer wat werk voor school verzet en wat klusjes gedaan en nu het bijna tijd is om naar bed te gaan schrijf ik snel nog even een kort stukje. Dat kan natuurlijk niet ,hè? Maar het is even niet anders.
Camiel Eurlings trekt zich terug uit de politiek. Officieel omdat hij meer tijd aan zijn partner wil besteden. Goed zo Camiel. Misschien is het wel tijd om kleine Camieltjes te maken. Grapje. Niet doen hoor. Eén Camiel is al te veel. Iemand die beoogd kroonprins is geweest bij het CDA en genoemd werd als mogelijke opvolger van Jan Peter kan niet helemaal sporen.
Het bedrijfsleven schijnt idolaat van hem te zijn, maar wij hebben hier dankzij hem straks een snelweg door het stille Delfland liggen, omdat hij natuurlijk nog even vlug de aanleg hiervan wilde doordrukken, zodat zijn toch al niet geringe CV nog aantrekkelijker wordt.
De truc die hij uitgehaald heeft om het rekeningrijden nog even uit te stellen is erg knap en hij heeft zich daarmee bij velen erg populair gemaakt. Ik zei al, het is een ambitieuze slimme knul. Op zo’n jongen, die niet alleen doortastend is, christelijk en intelligent, maar ook nog eens bedrijfskunde heeft gestudeerd, zitten ze allemaal te wachten.
Gerda Verburg heeft een motie van treurnis aan haar gat hangen omdat ze over teveel sterallures blijkt te beschikken. Gratis en ongevraagd liggen haar foto’s en meningen nu in menig huiskamer tussen libelle en de nieuwe revue op de krantenstapel. Zei ik gratis?
De belastingbetaler heeft het 400.000 euro gekost. In tijden van bezuinigingen kun je daar meer mensen mee gelukkig maken dan alleen Gerda.
Prins Bernard bleek ook al niet zuiver op de graat te zijn en illustreert wat mij betreft dat ontmythologisering van de machtigen meestal een grote diepe beerput of strontkuil aan het licht brengt. Een treffend ander voorbeeld hiervan is Berlusconi. Deze slaagt er in om processen stil te leggen die hem moeten ontmaskeren als een fraudeur en zakkenvuller. Is er iets nieuws onder de zon?

10 maart 2010

Hoezo serieus?

Soms kom ook ik bijna in de verleiding om het leven, tegen beter weten in, serieus te nemen. Dat is dan meestal op de momenten dat ik verontwaardigd ben. Het komt niet zo heel vaak meer voor dat het gaat om zaken die mij zelf direct aangaan, maar vooral omdat ik mij dan teveel identificeer met slachtoffers van allerlei misstanden.
Voor slachtoffers hoef je gelukkig nooit ver te zoeken, want ze presenteren zich graag in de krant, op internet en de televisie. Sommigen hopen op deze wijze erkenning te krijgen voor het leed dat hen is aangedaan, anderen maken zich alleen maar belachelijk en daar tussenin vind je allerlei gradaties van ‘oh, wat erg’ tot ‘waar maak je jezelf druk om?’
Ik besef donders goed dat de positie waarin ik verkeer een luxe is. Maar ook dat dit elk moment voorbij kan zijn. Wat dat betreft val ik onder hetzelfde regime van toeval en willekeur als alle andere mensen. Ook mijn luxe positie is erg betrekkelijk.
Er zijn er die beweren dat je je eigen ouders kiest en hoewel je deze baarlijke nonsens moeilijk kan weerleggen, blijft overeind dat sommigen met hun ouders meer geluk hebben dan anderen. Dat er daarom grote verschillen bestaan tussen het welbevinden van volwassenen onderling is zo vreemd niet.
Anderen hebben genetische of andere defecten bij hun geboorte en moeten daar mee leren omgaan, terwijl er natuurlijk ook koters worden geboren met een ijzeren gezondheid. En zo kun je zelf nog vele andere zaken bedenken die kunnen bijdragen tot ons geluk of hier juist afbreuk aan doen.
Nee, mij hoor je niet zeggen dat er niet veel leed in de wereld is. Ik denk eerlijk gezegd dat er vreselijk veel leed in de wereld is. En dat het bovendien niet op een sympathieke wijze verdeeld is over iedereen. Maar dit zijn de feiten en het lijkt mij verstandig om uit te gaan van hoe de dingen zijn en niet hoe wij ze het liefst zouden zien.
Acceptatie is hier vaker meer op zijn plaats dan een verkrampte verontwaardiging.
Je begint altijd bij de feiten, want iets anders is er niet.
Natuurlijk kun je er vervolgens naar streven om het leed te verzachten of zelfs weg te nemen, maar in tegenstelling tot wat velen denken is het meestal niet voldoende om de feiten te veranderen. Zo kun je een slaaf wel van zijn meester verlossen, maar of je de slaaf en de meester daar altijd een plezier mee doet?
Maar is al dat leed een reden om het leven serieus te nemen? Wordt daarmee al het leed minder? Hopen we niet allemaal elke dag iemand tegen te komen die ons even wakker schudt en een glimlach oproept? Die ons even afleidt van wat ons zo bezig houdt?
Omdat die mafkees bijvoorbeeld loopt te hinkelen, te zingen, een gekke theo-hoed op heeft of op een andere manier op een leuke manier afwijkt in zijn gedrag.
In mijn korte leven heb ik vele domme dingen gedaan en gezegd en ik weet niet wat de uitwerking daarvan geweest is op anderen. En dit geldt net zo goed voor alle dingen die misschien minder dom waren. Maar ik kan niet oprecht beweren dat mijn domme gedrag voor de wereld en voor mij zelf slechter heeft uitgepakt dan het gedrag dat minder dom was.
Het leven is niet eendimensionaal en levensprocessen verlopen ingewikkeld.
In een maatschappij die uitgaat van plannen en beheersen klinkt het natuurlijk als vloeken in de kerk als je zegt dat je het leven niet zo serieus moet nemen.
Maar wie hebben er aan de basis gestaan van de economische crisis? Juist. En welke partijen en hun voorgangers in Nederland hitsen bevolkingsgroepen tegen elkaar op? Dat bedoel ik maar. Aan welke mensen en hun opvattingen hebben we het voor een groot deel te danken dat het innerlijke kompas van veel mensen in deze tijd ontregeld is? Zijn we het eens?
Nee, het leven moet je soms serieus nemen. En je moet weten wanneer. Maar in essentie is het leven een kosmische grap en zijn het de Goden die zich elke dag weer rot lachen om ons gestumper. En als je geluk hebt, dan maken ze je zo af en toe deelgenoot van hun slechte gevoel voor humor.

08 maart 2010

07 maart 2010

Reizen.

Ik ben altijd dol geweest op reizen. Toen ik nog veel jonger was plande ik zo weinig mogelijk, maar daar waren de omstandigheden ook naar. Liftend kwam je overal, maar tegenwoordig zie je nergens lifters meer en ik vrees dat je als lifter ook niet meer weg komt. Automobilisten zijn in enkele decennia geëvolueerd tot beroepschagrijnen en hebben blijkbaar geen behoefte meer aan wat aanspraak onderweg. Want daar zorgde je voor als lifter. Je verzon de meest fantastische leugens om de chauffeur te entertainen en die vond dat prachtig.
Ooit heb ik samen met een Oostenrijker in Frankrijk staan liften en die gaf zich uit voor de manager van Udo Jürgens, een destijds bekende Oostenrijkse zanger. Als je het had over ‘der Udo’ dan wist iedereen wie je bedoelde.
Die zogenaamde manager vertelde dat hij beroofd was en hij herhaalde dit verhaal tegenover de chauffeur die ons beiden een lift gaf. Dit was een apotheker en hij genoot van de knul. Onderweg kregen wij beiden een maaltijd aangeboden en geloof het of niet, toen we uitstapten kreeg de babbelzieke Oostenrijker een handvol franken mee, waarvan hij er mij ook enkele gaf. Zo ging dat toen.
Maar het patroon van de laatste jaren bestaat meestal uit het huren van een auto en dan met de tent naar Frankrijk om daar op de bonnefooi ergens aan de kust of in het binnenland een camping te zoeken of van tevoren een huisje te huren voor twee á drie weken.
Dit jaar zullen Paula en ik dit voor hooguit twee weken doen, maar misschien is dit ook wel in een ander land. Tegenwoordig vind ik het namelijk niet zo leuk meer om al te grote afstanden met de wagen af te leggen. Het is heel vermoeiend en je zit de hele dag op je reet. Terwijl ik juist iemand ben met weinig zitvlees.
Daarom lijkt mij de wandelvakantie die ik voor ogen heb zo leuk.
Nu ik besloten heb om de coast to coast wandeling van St Bees naar Robin Hoods Bay (RHB) te maken, ontdek ik wel dat er veel zaken zijn die moeten worden uitgezocht.
Zo weet ik inmiddels dat er in St. Bees aan de Ierse Zee een treinstationnetje is, maar ook dat er geen rechtstreekse verbinding is met NewCastle. En dat er in RHB wel een bus stopt, maar niet waarheen hij gaat.
Toen ik de laatste keer in Engeland was heb ik een kaartje gekocht bij de treinreiswinkel in Leiden. Dat bleek een goede zet te zijn geweest, want in Engeland hoefde ik mij niet meer bezig te houden met het kopen van kaartjes en uit te zoeken hoe ik op mijn bestemming kon komen. Als ik nu op de site echter St Bees invul krijg ik geen enkel resultaat.
Ik zie wel dat de treinmaatschappij die ik hebben moet de National Rail is als ik bij Google ‘train St Bees’ invul. En als ik dan naar de site van National Rail ga en de pdf-file download waarop alle verbindingen staan, zie ik dat er een trein van Carlisle, dat een goede verbinding heeft met NewCastle, naar St Bees gaat. Sommige treinen stoppen echter al in Whitehaven, dat er vier kilometer noordelijker van ligt. Dan zou ik daar vandaan een bus moeten nemen naar St. Bees.
Ik zie ook dat het stationnetje in St. Bees vaak is gesloten, maar misschien is dat anders in de zomer. Er schijnen in ieder geval dagelijks 14 treinen uit Carlisle te stoppen in St Bees.
De dichtstbijzijnde plaatsen bij RHB waarvandaan een trein naar NewCastle vertrekt zijn Whitby en Scarborough. Het zal me vast wel lukken om naar één van hen de bus te pakken.
Ik besef dat ik nog veel heb uit te zoeken en te regelen. Dit wordt een echte doehetzelfvakantie.
Inmiddels weet ik ook dat als ik deze maand nog reserveer ik een korting krijg op de tocht met de ferry van IJmuiden naar NewCastle. De retourprijs van
€ 384,- incl. een bed valt me tegen. Temeer omdat ik ook bedragen heb gezien die beneden de € 100,- liggen.
Ik heb dan straks wel een hut met twee bedden, maar wat moet ik met twee bedden? Zou het slimmer en goedkoper zijn als ik vanaf Amsterdam het vliegtuig neem?
Vragen, vragen en nog eens vragen, waarbij ik de antwoorden zelf moet bedenken of opzoeken. Dat ga ik dus maar doen. Ik zal hier vast nog wel een stukje over schrijven. Overigens zijn adviezen niet welkom.

06 maart 2010

De begraafplaats.

Een wandeling over een begraafplaats heeft iets opbeurends. Daar liggen ze allemaal. Die doen niemand meer kwaad.
Mogelijk heeft een enkeling, een jong mens bijvoorbeeld, de nabestaanden in groot verdriet gestort. Maar ik ken er minstens één die sommige van de mensen waarmee ze omging, na haar dood dichter bij elkaar heeft gebracht. Dus zo kan het ook. Een leven kan soms met terugwerkende kracht opnieuw zinvol worden gemaakt als het passend wordt afgesloten.
Zelf hoop ik nog een tijdje in levend gezelschap te verkeren, maar de bliksem zou me nog kunnen treffen voordat dit stukje klaar is.
Ik zie het helemaal voor me: ik zit te typen en mijn bureaulamp begint te flikkeren. Tijd om de lamp te vervangen en bamknetterdeknetter, een stevige stroomstoot door mijn kleine lijfje en Johnny is er niet meer. Of ik krijg opeens vreselijke maagkrampen en bij de autopsie blijkt dat ik overleden ben aan voedselvergiftiging. Ik vroeg mij bij mijn leven al af hoe het kon dat de Indische rijsttafel die wij thuis hadden laten bezorgen zo goedkoop was. Daar zat dus gewoon bedorven vlees in. Gelukkig dat Paula nog net op tijd geholpen kon worden. Terwijl ik hier lig weg te rotten ligt zij op de IC aan de beademing, maar ze gaat het vast redden.
Ja, ook voor mij zal blijken dat de weg die ik ga doodlopend is.
Maar gelukkig is er leven na de dood. Er is zelfs heel veel leven dat zich maar al te graag tegoed doet aan mijn stoffelijke resten. Cremeren vind ik milieuonvriendelijk. Laat het ongedierte maar aanschuiven aan een feestelijk banket. Al vraag ik hen nog zo’n kleine veertig jaar geduld te hebben.

Het grote ijzeren hek bij de ingang is er om de nog levenden gerust te stellen. Hun doden zitten hier goed opgeborgen en niemand zal ze hier lastig vallen. Tenzij de grafrechten niet worden betaald, want dan wordt het graf geruimd.
Het is weliswaar erg koud door de gure oostenwind, maar de zon schijnt fel, waardoor de grafschriften van hun stenen lijken te springen. Het is zeker dat de Britse roker die op de zijkanten van de rouwauto’s bordjes liet bevestigen met de tekst “Smoking killed me” en deze woorden ook op zijn grafsteen had laten beitelen, velen heeft geïnspireerd tot meer aansprekende teksten dan “Hier rust Jan” of “Wie om een grafschrift lacht, Die zal dat ooit berouwen. Nu lach je om dat van mij, Straks lacht men om het jouwe (Fons Jansen)
De 90-jarige wilde vooral jongeren waarschuwen voor het roken. Al zal een enkeling mogelijk hoop putten uit de respectabele leeftijd die deze spijtoptant, die aan longemfyseem overleed, ondanks zijn roken heeft gehaald.
Hier ligt een slachtoffer van een moord. De tekst zegt: “Ik vond monogamie maar kloten. Toen heeft mijn vrouw mij neergeschoten.” Of wat te denken van het grafschrift van een zelfmoordenaar “Mijn leven was hard, maar de trein was harder”?
Dit is ook een mooie “Eindelijk geïntegreerd. Nu mag ik blijven. Allah hu akbar”. Die had de IND toch maar mooi bij de neus. En als laatste “Mijn leven lang heb ik gezopen. Je ziet hoe het is afgelopen.” Over een passend tekstje voor mijn steentje moet ik nog even nadenken.

05 maart 2010

Geen seks

BLOOMINGTON - Wat is seks? Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat de definitie van seks nogal uiteen ligt. Zo vindt 30 procent van de respondenten tussen de 18 en 96 jaar dat orale seks geen seks is.

In mijn onnozelheid heb ik altijd gedacht dat iedereen het met elkaar eens is over wat er onder seks wordt verstaan. Maar nu begrijp ik de opmerking van Clinton over zijn relatie met Monica Lewinsky beter, toen hij zei ‘I didn’t have sex with that woman’.
Ook als je niet bent klaar gekomen zegt 20% dat er geen sprake is geweest van seks.
In dat geval zijn er veel vrouwen die nog nooit seks hebben gehad. Misschien is dat de reden dat ze soms zo chagrijnig kijken.
Toen ik voor de eerste keer geen seks had, maar wel vreselijk lekker klaar kwam, zei mijn toenmalige vriendinnetje terwijl ze haar lippen aflikte dat dit “the American way” was.
Dus geen seks, maar een orgasme waarbij je oogballen er bijna uitrolden.
Geen seks voor het huwelijk hoeft dus helemaal zo erg niet te zijn.

04 maart 2010

Vakantievoorpret

Natuurlijk slaat het nergens op, maar met de aanschaf van het boekje “A coast to coast walk” van A.Wainwright en twee gedetailleerde waterbestendige landkaarten van Harvey (www.harveymaps.co.uk), die de gehele route van St. Bees naar naar Hood’s Bay bestrijken, is voor mij de voorpret van mijn wandelvakantie in Engeland reeds begonnen.
Niet alleen is een goede voorbereiding het halve werk, het is ook erg leuk.
Ik lees reisverslagen van enthousiaste voorgangers, bekijk fotootjes en filmpjes die betrekking hebben op de route en begin er steeds meer zin in te krijgen.
Bij de voorbereiding behoort natuurlijk ook de aanschaf van mooie spulletjes en heel veel wandelen. Ja, dat komt helemaal goed.
De combinatie van reizen met de boot naar New Castle, met de trein naar St. Bees en twee weken wandelen door de natuur met daarop aansluitend twee weken Buitenkunst, lijkt me ideaal. Ik zal bij elkaar zo’n maand buiten door brengen. Eerst als de dappere wandelaar, die met zijn kloeke blik op zijn kompas en kaart kijkt, daarna naar de horizon, waar de vage contouren van de bergen zich aftekenen waar hij over heen moet, dan naar de lucht waar donkere wolken een naderend onweer aankondigen en die vervolgens even zijn zak recht trekt omdat zijn zaakje niet goed zit, wat onprettig is bij het lopen.
Daarna als die oude, maar wel vriendelijke man, die met grote grondzeilen een soort bivak heeft gebouwd met daar onder een tent en een hangmat bungelend tussen de bomen, die ’s nachts tot in de kleine uurtjes bij een groot vuur zit te zingen, ouwehoeren, verlekkerd om zich heen zit te kijken, een flesje wijn of een jointje met iemand deelt, die aan zijn zak krabt omdat hij jeuk heeft en die overdag toneel speelt, zingt, danst, tekent en schildert en gitaar zit te spelen. Wat zal ik moe zijn als de vakantie weer voorbij is.

02 maart 2010

Mandeville

Ooit wel eens gehoord van de beroemde Nederlandse schrijver en filosoof Mandeville? Ik ook niet. Tot gisteren, maar toen was ik ook gelijk verkocht.
Bernard Mandeville leefde van 1670 tot 1733. Deze Rotterdammer, die in Leiden tot arts was opgeleid, vertrok op 23-jarige leeftijd naar Engeland en is daar tot zijn dood blijven wonen.
Mandeville was in zijn tijd tot ver over de grenzen van Engeland bekend en heeft enorm veel invloed gehad op het denken van velen die aan de basis hebben gestaan van de moderne samenleving. In Nederland is het dankzij Arne C. Jansen dat hij sinds 2005 aan de vergetelheid is ontrukt. Ja, als je over hem en van hem leest wordt het duidelijk waarom Nederland Mandeville graag bij wil zetten in het rijtje illustere filosofen en schrijvers die ons land heeft voortgebracht. Ook de Engelsen hebben hem bij hun cultuur ingelijfd als één van de groten.
Ik citeer: “Mandeville is een scherpe observator, die zijn boodschap lardeert met rake beschrijvingen van taferelen en daarbij moeiteloos tussen beschouwing en concrete praktijk heen en weer pendelt. Zowel in proza als poëzie betoont Mandeville zich een maatschappelijk geëngageerd schrijver, die de mensen, hun samenleving en zichzelf onderzoekt en schildert zoals ze in werkelijkheid zijn. Als dichter is hij vergelijkbaar met de hedendaagse rappers. Tegelijkertijd is hij, evenals Geert Grote, Erasmus, Coornhert en Hugo de Groot, een exponent van de typisch Nederlandse poorterscultuur. Van hen is hij de sociaalwetenschapper avant la lettre: psycholoog, econoom en socioloog. Een opgewekte empirist, die niets van moralisten en idealistische filosofen moet hebben. Zij willen immers de mens anders maken dan hij van nature is, maar geen schepsel kan zichzelf veranderen, ook de mens niet. Het grootste probleem bij mensen is hun gebrek aan zelfkennis: ‘Dat zo weinig mensen zichzelf begrijpen, komt vooral doordat de meeste schrijvers hun altijd leren wat ze zouden moeten zijn, in plaats van te vertellen wat ze werkelijk zijn.”
Centraal in zijn denken staat de ‘zelfvoorkeur’ van mensen. De voorkeur voor zichzelf, oftewel het eigenbelang. Volgens Mandeville zijn de mensen slechts door hun eigenbelang in staat om tot gezamenlijke welvaart te komen. Het zijn ijdelheid, gemakzucht, behagen in luxe, hebzucht, afgunst, eerzucht en bedrieglijkheid die de motor van de welvaart van een samenleving vormen. Een visie die ik met hem deel, al wou ik dat het anders was.
Ik denk dat de openheid waarmee hij het heeft over het belang van deze eigenschappen niet genoeg naar waarde kan worden geschat. Niks geen hypocriete kleinburgerlijke Balkenendenormen en waarden. Laat maar zien dat het de slachters zijn die het ons mogelijk maken te leven zoals wij nu leven. En dat iedereen dit wel best vindt. De prijs betalen we later wel. ‘Apres nous le déluge’ is van alle tijden.
Ik denk wel eens dat wij behoefte hebben om alles mooier voor te stellen dan het is.
In de reclame zie je de mooiste vrouwen en mannen, terwijl iedereen weet dat er soms flink is gefotoshopped. Af en toe gaat er een model dood aan anorexia, maar niet voorkomen kan worden dat tallozen zich ongelukkig voelen omdat zij met hun puistenkoppen zich spiegelen aan al die mooie gladde hoofdjes.
Politici weten het allemaal heel mooi en overtuigend te vertellen, maar achter hen staat een spindoctor. De voordelen, die het stemmen op de partij van deze politicus opleveren, worden breed uitgemeten en opgeblazen, maar wat hij straks met zijn rechterhand geeft, haalt hij met diezelfde vette lach weer met zijn linkerhand uit je portemonnee.
Wij hebben het over moslims alsof het mensen zijn van een andere planeet, maar de werkelijke aliens zitten in de RK-kerk, waar ze zich druk maken over homo’s en neuken voor het huwelijk.
Ach, ik wist het allemaal al, zei de gek. Maar het is prettig om het ook eens te lezen in de woorden van een ander.

01 maart 2010

Toekomstplannetjes.

Het gevoel dat het lente wordt is niet meer verdwenen en wordt met de dag alleen maar sterker. Voor morgen is zelfs een geheel droge zonnige dag voorspeld met een maximumtemperatuur van 8 graden celsius. Op 28 maart mogen we de klok weer een uur terug zetten, dan begint de zomertijd. Of moest die klok nu een uur vooruit gezet worden?
Geloof me, er breken betere tijden aan. Natuurlijk is het af en toe pleuris weer. Gisteren nog een stormpje dat in Europa aan tientallen het leven heeft gekost. Geen doden in Nederland, maar wel veel overlast.
Met in gedachte 11 april, de dag van de Rotterdamse marathon, dwong ik mezelf om 10 kilometer te gaan rennen door de ijskoude regen. Maar in de polder stond zo’n straffe wind dat ik het parcours dat ik in gedachten had moest aanpassen. Recht tegen de wind en regen in rennen was niet te doen. Ik had geen handschoenen bij me en mijn handen deden al na vijf minuten pijn van de kou.
Onderweg kwam ik zowaar nog een andere ouwe knakker tegen. Hij zag er net zo vrolijk afgetobd uit als ik er vermoedelijk uitzag.
Ik moest denken aan mijn eerste marathon in 1993 toen het ook zo hard goot. Alleen was het veel minder koud. Als mijn wandelmaatje Sjaak toen in de laatste kilometers niet met zijn fiets voor me was gaan rijden, was ik misschien wel afgehaakt. Man, wat was ik toen kapot.
Omdat je met al die regen en wind toch niets ziet, keert je blik zich bijna automatisch naar binnen. Allerlei gedachten spelen door je hoofd. Zo vroeg ik mij bijvoorbeeld af hoe ik er straks voor kan zorgen dat ik lekker warm en droog blijf tijdens mijn wandeling van St. Bees Head aan de Ierse Zee naar Robin Hood’s Bay aan de Noordzee. Het is zo’n 325 km en ik ben dan ongeveer twee weken onderweg. Engeland staat nu eenmaal niet bekend om z’n mooie weer. En zou ik nu wel of geen lichtgewicht tentje kopen? Op mijn verlanglijstje staat al een dure trekkingbike en een even dure computer. Bruin kan het wel trekken, maar het is wel erg materialistisch. Ik bedoel, zou ik al die mooie dure spulletjes nu wel aanschaffen? Heb ik het allemaal wel nodig? We komen thuis al bijna om in de overvloed.
Zo zijn die hersentjes aan het malen, terwijl je lichaam gegeseld wordt door regen en wind.
Natuurlijk ga ik een lichtgewicht tentje kopen. En goede kleding. En fijne lichtgewicht wandelschoenen, die gevoerd zijn met goretex, die je voeten lekker warm en droog houden.
En dat geldt ook voor de trekkingbike en computer. Het is leuk om daar geld aan uit te geven. Maar de twijfel is begrijpelijk. Als je verwacht dat de aanschaf van spulletjes je gelukkiger maken, dan wacht je een teleurstelling. Maar met deze spullen kan ik allerlei dingen doen waarbij ik me goed voel. Wandelen, fietsen, overnachten in de vrije natuur. En die computer moet er komen omdat deze waar ik nu op werk zo traag is dat, als ik er nog meer leuke toepassingsprogramma’s op zet, hij helemaal niet meer in beweging is te krijgen.
Ja, de lente komt er aan en ik ben nu al met mijn hoofdje bij de zomer. De komende maanden zie ik als één grote voorbereiding op de zeven weken vakantie die mij straks wacht. Lekker veel schrijven, gitaar spelen, rennen en wandelen, fietsen en nog veel meer.
Oh, ja. Ik vergeet bijna dat ik ook nog moet werken en dat daar ook nog wat tijd in gaat zitten.