Toegegeven, ik ben een oude mopperkont. En ik denk het altijd beter te weten. Alsof het mensenras er weliswaar een puinhoop van maakt maar ik slechts een getuige ben.
Omdat ik nagenoeg geen auto rij, mijn glas in de glasbak gooi en mijn papier in de papiercontainer, maak ik mezelf wijs dat ik niet zo’n viespeuk ben als de anderen. Ondertussen eet ik nagenoeg elke dag mijn stukje scharrelvlees van de scharrelslager, boontjes uit Kenia, druifjes uit Zuid-Afrika en peultjes uit Egypte als het zo uitkomt. Koolzuurhoudend mineraalwater vind ik lekker en meestal staat er wel een petfles koud.
Ik mopper op het onderwijssysteem, maar ben er ondertussen wel mee bezig vorm aan te geven. Goed, ik hou geen informatie achter de hand zoals sommigen van mijn collega’s en probeer de leerlingen duidelijk te maken waar ze aan toe zijn. En als mij tijdens een audit wordt verteld dat er klachten van leerlingen zijn, reageer ik met de opmerking dat het mij verbaast dat dit niet eerder het geval is geweest. Maar ondertussen ben ik een en al begrip voor iedereen van hoog tot laag die zo z’n best doet om er, misschien tegen beter weten in, nog wat van te maken. Nee, een revolutionair ben ik nooit geweest. Alleen maar opstandig.
Ik heb er mijn mond van vol dat ik zo sportief ben, maar zit me na een stevige stick helemaal vol te proppen met chips, bonbons, drop en nootjes. ’s Nachts vliegen soms de dekens in de lucht van de knallende scheten die ik vervolgens laat.
Dat ik al bijna zestig ben kan ik zelf niet geloven en nog minder accepteren. Dus denk ik nog steeds met mijn charmes een glimlach te kunnen ontlokken aan jonge vrouwen en als dat lukt maak ik mezelf wijs dat ze me niet alleen een aardige oude man vinden, maar ook een leuke jongen.
Moet ik nog even doorgaan? Heb ik met deze voorbeelden niet duidelijk genoeg gemaakt dat het onze fantasie is die ons voortdrijft? De illusie dat wij werkelijk anders zijn? Vooral beter.
Ik zou ook kunnen denken dat ik net als de anderen inderdaad gewoon een viespeuk ben. De wijze waarop wij in een betrekkelijk korte tijd van deze wereld een door het heelal suizende vuilnisbelt hebben gemaakt baart me zeker zorgen, maar eerlijk gezegd lig ik er niet wakker van. Latente schuldgevoelens koop ik af met een lidmaatschap op greenpeace en milieudefensie en zo af en toe een kleine donatie.
Ik doe mijn werk zo goed mogelijk en met veel plezier. Maar in mijn hart denk ik dat we de leerlingen vaker in de weg staan bij hun ontwikkeling dan dat we ze goed voorbereiden op het leven in deze samenleving en sowieso op het leven in het algemeen.
Het is fijn om door de polders te rennen en je sterk te voelen. Maar het blowen en snoepen dat ik doe valt hier niet mee te rijmen.
Daarnaast ben ik een oude viezerik die er van geniet als hij de aandacht krijgt van vrouwen en met name van jonge vrouwen. En ik hoop dat ik tot mijn dood op zeer hoge leeftijd daarvan kan blijven genieten en hem op commando omhoog kan blijven krijgen.
Erg vrouwvriendelijk schrijf ik ook niet over het andere geslacht. En dat gaat ook niet gebeuren. Daarmee zou ik mezelf geweld aandoen. In de dagelijkse omgang bewaar ik mijn goede manieren, hou de deur voor ze open, probeer hun opmerkingen en verhalen naar waarde te schatten en let er op mijn seksistische opmerkingen te bewaren voor mijn weblog.
Daarnaast kleed ik ze met mijn ogen uit als ze even niet opletten en er appetijtelijk uitzien.
Nee, ik deug niet. Voor mij straks geen zaligverklaring na mijn dood.
En het ergste van alles is dat ik zo zelfingenomen ben. Dat ik vind dat ik zo mag zijn van mezelf. Dat ik geen reden heb om anders te zijn. Vreselijk toch? Je zou zo iemand als partner, vader, broer, kind, vriend, kennis, collega of docent hebben. Je moet er niet aan denken.
2 opmerkingen:
wat hou ik toch veel van je
Nou weet ik het zeker,
ik stem drie maart op jou.
Een reactie posten