Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

16 februari 2010

Het oog

Het is smerig werk en het betaalt slecht. Maar het was tenminste werk en iets anders hadden ze nu even niet. Ook voor het uitzendbureau waren het moeilijke tijden. Voor laarzen en een overal wordt gezorgd, hadden ze mij gezegd, alsof ze mij hiermee over de streep wilden trekken. Nu interesseerde het mij geen reet wat voor werk ze voor me hadden. In principe was ik bereid om sowieso overal ja op te zeggen. Dus ook tegen deze klus.
Ik had nog niet eerder in een slachthuis gewerkt. Ik hoefde geen beesten dood te maken. Alleen de rommel op te ruimen die de slachters gemaakt hadden.
Daar sta ik dan. Het is een mooie zomerse dag. Ik hoef me pas om vijf uur te melden en het is nu half vijf. De zoete weeë geur van vers bloed hangt in de lucht. Ik ga bij de ingang op het stoepje in het zonnetje zitten met “Slaugtherhouse five” van Kurt Vonnegut. Het is druk op straat. De mensen gaan na een dag van hard werken naar huis. Straks is het mijn beurt.
Ik weet dat deze klus weer een test is van de Tralfamadorians, maar laat me er niet door uit het veld slaan. Net als die keer in Eilat dat ik ’s morgens in alle vroegte Mike wakker maakte en mijn geld terug eiste omdat de papertrips die hij mij verkocht had gewoon stukjes karton waren. De Tralfamadorians stonden over mijn schouders mee te kijken. Ze hadden zich, zoals altijd in dit soort situaties, onzichtbaar gemaakt. Mike gaf mij vloekend mijn geld terug en ik stopte het vlijmscherpe mes dat ik in mijn mouw verborgen had onopvallend terug in de schede. Misschien had ik hem toen uit zijn lijden moeten verlossen. Maar ik had er helaas geen reden voor. Van anderen hoorde ik later dat Mike waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de diefstal van meerdere paspoorten van de mensen die hier waren neergestreken op weg naar hun bestemming in Nepal, Afghanistan of India. Je zou toch maar door zo’n rat genaaid worden.
Een jongen die er uit ziet als een student rijdt de stoep op met zijn fiets. Ik sta op, loop op hem af en vraag of hij ook door het uitzendbureau hier naar toe is gestuurd. Dat blijkt zo te zijn. Samen melden we ons bij de portier. Die zorgt er voor dat we worden opgehaald.
We kunnen een paar laarzen en een overal uitkiezen en kleden ons om in een witbetegelde kleedkamer, waar we onze kleren kunnen achterlaten.
Vervolgens worden we overgedragen aan een kale veertiger met een loensende blik. Hij vertelt ons dat we precies moeten doen wat hij zegt. Hij neemt ons mee het slachthuis in.
Aan grote haken hangen de karkassen van de koeien, die een schilder ooit inspireerden tot het maken van een serie schilderijen voor de drogisterijketen “Het Kruitvat”.
Tegen de muur en op de vloer is het een gore troep van organen en stukjes vlees.
De schele heeft ons een lange slang laten meezeulen. Terwijl de schele de spuit er op zet, gaan wij aan de slag met bezems en trekkers. De student heeft al snel een paar koeienogen ontdekt en schopt ze mijn richting uit. Ik schop ze terug. We lachen, maar de schele heeft besloten om ons in het gareel te houden. Met zijn blote handen pakt hij een oog op, dompelt hem kort in een emmer met schoon water en roept ons bij zich. Jullie moeten niet met eten spelen, zegt hij en stopt tot onze afschuw het oog in zijn mond. Hij trekt zijn mond open in een brede grijns en bijt het oog dan kapot. Er klinkt een zachte plop. De zwarte smurrie loopt langs zijn lippen en zijn kin. De boodschap is overgekomen. De rest van de tijd werken we zwijgend door. Tijd om met elkaar te praten of om nog meer geintjes uit te halen is er niet.
Ik voel hoe de Tralfamadorians elkaar gniffelend aanstoten. We zijn niet over onze nek gegaan en daarmee geslaagd voor de test. Tevreden trekken zij zich terug in de vierde dimensie.
Het is acht uur als ik op mijn fietsje stap. De zon schijn nog steeds en overal zitten mensen op de terrassen. Ik heb een kurkdroge keel en trek in een koud biertje. Ik besluit daarom nog even naar mijn stamkroegje “De Schouw”te gaan. Als ik die nacht stomdronken thuis kom heb ik alles wat ik met het schoonmaken verdiend heb met rente uitgegeven.

1 opmerking:

Thezero de Verschrikkelijke Schreeuwman zei

Goeie aanbieding,
heb die hele serie
koeienschilderijen van het
Kruitvat gelijk aangeschaft.