Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

08 april 2009

Nu even niet.

Wat heb ik toch een geweldig leven. De laatste rekeningen van de voorjaarsvakantie moeten nog binnen komen en ...hop, daar hoef ik weer een paar dagen niet naar mijn baas omdat het paasvakantie is.
En leuk. Er gaat eigenlijk geen dag op de afdeling voorbij zonder vrolijkheid. Wij docenten lachen wat af. Als het niet om de toetsresultaten van de leerlingen is dan wel om de lessen die wij moeten verzorgen. En wat dacht je van de verzoeken die door het management aan ons worden gedaan? Hilarisch gewoon.
Nee, hoor. Natuurlijk maak ik maar een grapje. Flauw van me. Na het bekijken van de toetsresultaten voelen wij ons soms diep ongelukkig. Wij klampen elkaar wanhopig aan en schudden meewarig ons hoofd. Zijn al onze inspanningen dan voor niets geweest? Hebben we echt geen leerling zo ver kunnen krijgen dat deze zijn boek open deed? Al was het alleen maar om even aan de inhoud te ruiken?
De lessen die wij moeten geven en waarvan de handleidingen soms door onze collega's geschreven zijn zien we vaak als een uitnodiging om het beste van ons zelf met anderen te delen. "Heb je de handleiding van die-en-die al gelezen voor dat-en-dat? Vind je het ook geen meesterwerk? Wat een heldere taal, wat leuk en inspirerend geschreven."
Maar helemaal stil worden we als we van het management het verzoek krijgen om de zaken weer eens anders aan te pakken. En dat we dit vooral moeten doen naar eigen inzicht. Maar wel binnen de grenzen van de missie en het beleid. Briljant gewoon. Op zulke dagen hangt er bijna een gewijde sfeer in de docentenkamers. Alsof ons het laatste inzicht is geopenbaard.
Hè. Ik moet eens ophouden. Waarom doe ik nou zo lullig als ik ècht meen dat ik als docent een wereldbaan heb? Dan hoef ik toch niet ironisch te zijn?
Natuurlijk wel. Want van wat hier staat geschreven is alles een beetje waar en een beetje niet waar.
Zo kan ik de vele vakanties die ik heb gelukkig altijd cash betalen. Niks rekeningen achteraf.
Zo wordt er soms gelachen maar ook diep gezucht als leerlingen in al hun onnozelheid toegeven dat ze 'het' niet geleerd hebben en dat dit verklaart waarom ze een onvoldoende hebben behaald. Alsof ze een voldoende zouden hebben behaald als ze de leerstof wel hadden doorgenomen. Terwijl het duidelijk is dat, als je zo dom bent om niet te leren voor een toets, je vermoedelijk dom genoeg bent om ook een onvoldoende te halen als je wel leert. Nee, ga jij maar wieberen.
Dan het geven van lessen. Het is echt beschamend dat er zo weinig middelen beschikbaar worden gesteld die aansluiten bij de technische mogelijkheden en de belangstelling van de leerlingen. Alsof er gewoonweg geen computers bestaan.
Nee, daar lachen wij niet van harte om maar met tegenzin. Grote mensen huilen immers niet.
En dan ons management. Ik doe weer eens lullig terwijl het juist zo goed gaat. Ik bedoel, wat zit ik toch onaardig te doen? Deze mensen doen toch ook gewoon hun werk?
Er hangt helemaal geen gewijde sfeer bij ons in de docentenkamers als wij weer eens het verzoek krijgen om de boel opnieuw anders aan te pakken. Sommigen vloeken dan de boel bij elkaar. Dat is meer in de buurt van de werkelijkheid.
Maar het management is er niet op uit om het de mensen moeilijk te maken. Hou toch op. Ze proberen een doorgeefluik te zijn van wat er in de samenleving aan behoeften worden geuit. Misschien verzetten zij zich wel tot het uiterste en doen zij hun best om de vernieuwingen buiten de deur te houden (Verklaart dit het gebrek aan computers, printers en kopieerapparaten?). Weet ik veel. Goede managers beschermen immers hun personeel (lees de managementshandboeken er maar op na) en doen er heel veel aan om ze tevreden te houden. Gewijde stiltes noch gevloek zijn op hun plaats als zij hun werk trachten te doen binnen de kaders die hen dit mogelijk maken. Hoed af voor deze zwoegers. Voor deze mollen die ons in het duister voor gaan op zoek naar het licht.
Rest nog één vraag. Waarom heb ik dit toch allemaal hier neer gezet? Was ik misschien weer hard aan vakantie toe?

Geen opmerkingen: