Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

09 april 2009

Mensenmannetjes en mensenvrouwtjes

John is een mensenmannetje. Er zijn ook mensenvrouwtjes. Die zijn anders dan mensenmannetjes, maar ze lijken van buiten wel veel op elkaar. Al denken zij zelf van niet. Als ze zijn ingepakt is het soms moeilijk te zien wie er een mannetje is en wie een vrouwtje. Zeker als ze de op dezelfde wijze zijn ingepakt. Alleen als ze niets aan hebben zijn er wel enige verschillen te zien.
Bij mannetjes is de voorkant tamelijk plat als ze nog jong zijn, terwijl de meeste vrouwtjes er twee bultjes hebben. Mannetjes willen daar graag aan zitten, maar dat vinden de vrouwtjes meestal niet goed. Voor één mannetje maken ze soms een uitzondering en die mag dan af en toe eens met de bultjes spelen of er op sabbelen. Een paar minuten per dag of per week. Als ze elkaar al vele jaartjes kennen wordt er minder gefoezeld.
Een ander verschil is, dat de mannetjes een klein staartje tussen hun benen hebben slingeren, dat echter soms als een klein stokje vooruit steekt. Vrouwtjes hebben daar niets, maar als je goed kijkt, dan zie je toch een spleetje, dat verscholen gaat achter een bosje haar. Tenzij dit natuurlijk weg is gehaald. Want dan dan zijn de wat gerimpelde huidplooitjes beter zichtbaar. Verder zijn de mannetjes meestal wat hoekiger dan de vrouwtjes. Maar buiten dat is het verschil niet zo erg groot. Niet zo groot als tussen een mannetje en een organisme dat een geluid maakt, dat klinkt als “waf, waf, waf” en of tussen een vrouwtje en een wezentje op vier pootjes, dat scherpe tanden heeft en dat “miauw, miauw” doet.
De vrouwtjes hebben hoge stemmetjes als ze nog jong zijn. Ook ruiken ze dan nog lekker, maar dat verdwijnt als ze ouder worden. Niet dat ze echt gaan stinken. Gelukkig niet. Maar ze ruiken dan een beetje zuur en zien er ook niet zo fris meer uit. Het worden bloemen, die te lang in een vaas hebben gestaan.
John heeft zijn mooiste tijd wel gehad. Om te voorkomen dat ook hij zuur gaat ruiken gaat hij twee keer per dag onder de douche. Dat helpt wel een beetje, maar zijn buikje krijgt hij er niet mee weg. Daar moet hij meer voor doen. John gaat af en toe rennen. Nergens heen, natuurlijk. Zomaar de polder in. En als hij weer thuis is en gedoucht heeft, ziet hij er lekker fris uit. Als hij dan in de spiegel kijkt, is hij erg tevreden over zichzelf. John is een mensenmannetje met een klein buikje.

Geen opmerkingen: