Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

22 april 2009

Klonen

Poging om mens te klonen mislukt, lees ik op internet. Dat is nou pech. Ik kan mij voorstellen dat het echt niet lang meer zal duren of wij zijn omgeven door duplo’s. In een niet al te verre toekomst zit ik in de trein op weg naar huis en komt er een aantrekkelijk meisje tegenover mij zitten. Ze heeft zwart haar, blauwgrijze ogen, een mooie rechte neus, volle lippen en ziet er zelfverzekerd uit.We babbelen wat en als ik uitstap en haar verder een goede reis toe wens vind ik het jammer dat ik niet honderd jaar jonger ben.
Ik pak de tram en kom tot mijn verrassing het meisje van zo-even tegen. Alleen is ze anders gekleed. Ze doet alsof ze me niet kent. Ik wil me niet opdringen en laat haar met rust. Hoe ze zich zo snel heeft omgekleed is mij een raadsel. En ik dacht toch echt dat ze in de trein was blijven zitten.
Ik stap uit bij de supermarkt, kijk nog even over mijn schouders naar haar maar geen blik van herkenning.
Ik haal mijn boodschappen en als ik af wil rekenen zie ik haar opnieuw. Ze vraagt of ik koopzegels wil, maar ik kan geen stom woord uitbrengen en schud mijn hoofd. Ik krijg het benauwd en voel steken in mijn borst. Frisse lucht.
Hevig in de war kom ik thuis. Er staan twee fietsen voor de deur. Angelique, de nieuwe collega van Paula, komt vanavond bij ons eten. Beiden zijn wijkverpleegkundigen.
Ik zie haar al zitten in de huiskamer. Zwart haar, blauwgrijze ogen…en terwijl het zweet mij uitbreekt staat ze op en geeft mij een hand. “Hallo, wat leuk” en ze wendt zich tot Paula. “Ik kwam je vriend vanmiddag al toevallig tegen bij een bezoek aan mevrouw Wiersma.”
Ze kijkt me aan en zegt “Wel fijn dat je moeder zo dicht bij woont”. Ik durf haar niet te zeggen dat mijn moeder al vijftien jaar dood is en dat ik mevrouw Wiersma niet ken. Ik draai mij om en ga naar boven. De tranen biggelen over mijn wangen. Morgen meld ik me voor de rest van de week ziek.

Geen opmerkingen: