Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

22 mei 2010

Spotter

“Die gaat naar Schiphol”, zei de man en wees schuin naar boven. Zijn vrouw ging onverstoorbaar door met het lezen van het damesblad en reageerde niet. Ze wist ook dat hij niet van haar verwachtte dat ze reageerde. Zijn grote zware gestalte vormde een donker silhouet tegen de helderblauwe lucht. Dagelijks stond hij uren bij het raam om haar te vertellen waar de vliegtuigen heen vlogen.
Hij keek over de stad. Het was voorjaar en de zon scheen. Het zag er nu toch veel vrolijker uit dan vorige week toen het zo regende.
“Die daar gaat naar Rotterdam Airport”. Een Boeing 737-800 vloog laag over. Hij kon de raampjes tellen.
“Koffie, schat?” klonk het achter hem. Hij draaide zich om. Daar zat ze. Al ruim veertig jaar deelde ze haar leven met dat van hem. Een klein schraal vrouwtje. Haar kapsel was als een enorme grijze suikerspin en haar hoofd leek hierdoor wel twee keer zo groot.
Hoe kon het toch dat ze zo energiek was? Als ze samen aan het wandelen waren had hij moeite om haar bij te houden. “Ze overleeft me zeker tien jaar”, dacht hij bitter.
“Doe maar”, reageerde hij kort. Hij deed de balkondeur open. Er stond een straffe wind. Dat viel tegen. “Vat je geen kou?”, vroeg ze bezorgd.
Hij deed de deur weer dicht en ging in één van de twee witte leren fauteuils zitten. Ze keek hem vragend aan. “Het is te koud”, zei hij. Altijd moest hij uitleggen waarom hij iets deed of juist niet. Ze bemoeide zich met de meest onbenullige dingen.
Als je haar dit zou zeggen zou ze het ontkennen. Ze bemoeide zich nooit ergens mee, zou ze zeggen. Hij had altijd zelf de behoefte om zich te verklaren. “Ik ga even naar de WC” zei hij of “Ik schenk mezelf een glaasje melk in” of “Ik ga een boek lezen” of “ik doe de tv aan”. De hele dag door was hij bezig om commentaar te leveren op zijn eigen gedrag.
“Warme melk of koffiemelk?” vroeg ze. Soms wilde hij gewoon koffiemelk, maar zij hield daar niet van. Als ze uit eten gingen dronk ze haar koffie altijd zwart.
“Doe maar koffiemelk”, zei hij. “Over vijf minuten begint het nieuws. Ik zet de tv aan.”
In het nieuws werd verteld dat er een grote vulkaanuitbarsting in IJsland was geweest. De aswolk gaf veel overlast voor het vliegverkeer. In heel Nederland werden sinds een half uur de vliegtuigen aan de grond gehouden.
“Dat is niet best”, zei hij. En herhaalde “Dat is niet best”.

In de dagen die volgden waren er geen vliegtuigen aan de hemel te bespeuren. Met een oude verrekijker zocht hij het hemelruim af. “Ik zie niets”, zei hij.
Ze keek niet op van haar boorduurtje. Als ze aan het borduren was hoorde ze niets of niemand meer, zo geconcentreerd was ze bezig. “Denk je dat ze nog lang aan de grond blijven?” vroeg hij. Hij zag hoe ze zo verzonken was in haar bezigheden dat ze hem niet hoorde.
Al drie dagen waren er geen vliegtuigen overgevlogen. Al drie dagen. Hij werd er vreemd onrustig van. Bij het raam staan en alleen maar over de stad kijken ging ook snel vervelen. Hij miste de witte strepen tegen het blauw. Het zachte gezoem hoog in de lucht. Het geronk van de laagvliegende vliegtuigen die naar Rotterdam Airport vlogen.
Zij had het makkelijk. Zij had tenminste nog iets om handen. Maar wat moest hij nou nu er geen vliegtuigen waren? Hij zuchtte diep. Tegen zijn gewoonte in liep hij naar de keuken. Hij draaide zich bij de deur om naar haar en riep met luide stem: “Ik ga koffie zetten. Moet je ook?” Ze reageerde niet.

2 opmerkingen:

Thezero de Verschrikkelijke Schreeuwman zei

wat erg !
Op mijn eigen manier
herken ik mezelf.

john zei

this is everyman