Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

19 mei 2010

Misverstand.

Als ze me heel even aankijkt met de die onschuldige blauwe ogen en daarna snel haar blik afwendt ben ik verkocht. Kitties, puppies en jonge vrouwen die kwetsbaar lijken zijn mijn achilleshiel.
Je sjouwt de hele dag door de stad, je zintuigen ingetrokken om de overdaad aan prikkels buiten te houden en opeens besef je dat je in de rij voor de kassa staat.
Ik zou gedachteloos hebben afgerekend en voor ik buiten stond vergeten zijn wat ik had gekocht maar door haar ben ik opeens klaarwakker.
Wat doe ik hier met deze zonnebril in mijn handen? Wil ik deze echt kopen? Ja, ik heb een zonnebril nodig. Het zonlicht doet soms pijn aan mijn ogen zo fel als het schijnt. Deze hier is heel donker en maakt dat ik er uitzie als een pooier. Dat bevalt me wel.
De brede rug van de grote vrouw voor me is onbewegelijk. Het lijkt wel een bootwerker. Zou ze een snor hebben? Grote vrouwen met een snor. Ik kan er vreselijk opgewonden van raken. Ze raadt mijn gedachten en draait zich om. Het is een man. Hij heeft geen snor.
“Twintig euro”, zegt de kassajuf en ik geef haar een splinternieuw blauw briefje. Deze is nog niet gebruikt. De maagdelijkheid straalt er van af.
Ze doet de bril in een groot etui en als ik me omdraai en weg wil lopen zie ik hoe ze weer even vluchtig naar me kijkt. Ken ik haar? Ben ik iemand die haar aan iemand doet denken?
Ze is minder jong dan ik dacht en een beetje sleets. Maar ik mag niet mopperen als zo’n kippetje belangstelling voor me toont. Ook niet als ik me dit inbeeld. Want in beide gevallen wordt mijn ijdelheid gestreeld.
Ik ga op weg naar de uitgang en blijf in gedachten verzonken bij de vitrines met bonbons en chocola staan. Vier euro voor twee ons. Ik heb al een tijd geen chocola meer gegeten. De laatste keer was toen ik wat zoetigheid nodig had omdat de bubblegum die ik net gerookt had een beetje te heftig was. Ja, de marathon zat er op. Maar moest ik mijn lijf nu gelijk weer volproppen met choco? Ik besluit om door te lopen. Bij de uitgang zie ik haar opeens voor me lopen. Blond stijl haar, tengere schoudertjes en mooie rechte benen. Ze is klein. Net zo klein als ik.
Als ze door de poortjes loopt gaat het alarm af. Ik loop vlak achter haar en het lijkt daarom dat dit door mij komt. Aarzelend blijf ik staan en zie haar doorlopen alsof er niets gebeurd is. Een vriendelijke man in blauwgrijs uniform is inmiddels aan komen lopen en vraagt mij of ik terug door het poortje wil gaan. Ik voldoe aan zijn verzoek. Opnieuw gaat het alarm af. Al snel blijkt dat het komt door de zonnebril. Ik toon de man het bonnetje dat ik in mijn portemonnee bewaar. Bij de kassa wordt het labeltje dat voor het alarm verantwoordelijk is opnieuw gedemagnetiseerd. Nu kan ik zonder problemen naar buiten. Van het vrouwtje met de onschuldig blauwe ogen is geen spoor meer te bekennen.

Geen opmerkingen: