AMSTERDAM – Mensen met een hoog IQ hebben relatief vaak liberale en atheïstische opvattingen. Dat blijkt uit een statistisch onderzoek van Britse wetenschappers.
Bron: Nu.nl
Gelovige mensen blijken gemiddeld gezien minder intelligent te zijn dan atheïsten. Waar de gelovigen gemiddeld 97 scoorden op hun IQ (dit is beneden gemiddeld) scoorden de atheïsten 103. Ook erg behoudende mensen zijn vaak minder intelligent dan liberale mensen. Waar de erg behoudende mensen op hun IQ 95 scoorden (wederom beneden het gemiddelde) haalden de zeer liberalen een score van 106.
Het is fijn te weten dat ik de wetenschap deze keer aan mijn zijde heb. Zie http://www.cpc.unc.edu/projects/addhealth voor een Amerikaans longitudinaal onderzoek dat loopt over een periode van 1994 t/m 2008.
Dit soort artikeltjes is natuurlijk koren op mijn molen en spekkie naar mijn bekkie. Met genoegen heb ik dan ook een aantal van de fel polemische reacties op dit artikel gelezen van zowel atheïsten als van hen die zeggen dat zij in een God geloven.
Zelf vind ik de reacties van de atheïsten nog het best beargumenteerd. Dat komt omdat een Christen altijd maar weer de bijbel er bij haalt. Een boek dat hij uit zijn hoofd geleerd heeft, maar waarvan hij de ballen snapt. Want daar moet je juist atheïst voor zijn.
Ik denk dat behoudende en gelovige mensen ook in het algemeen banger zijn dan liberale en atheïstische mensen. Banger voor het leven en banger voor de dood.
Ik denk dat, omdat een atheïst weet dat hij gewoonlijk alleen de mensen heeft te vrezen, terwijl een gelovige behalve de mensen ook nog eens gelooft dat hij een almachtige God te vrezen heeft. Eén die weet wat je doet, wat je gedaan hebt, wat je denkt en wat je gedacht hebt. Een omnipotente Big Brother.
Behoudende mensen houden zich vast aan wat in eerste instantie door anderen waardevol gevonden wordt om te behouden. Die ander is per definitie een autoriteit (een ouder, een baas, een leraar, enzovoorts), terwijl een liberaal zich voorlopig vasthoudt aan datgene wat hij zelf waardevol vindt. Hij moet hiervoor veel onderzoeken en veel weggooien totdat hij datgene overhoudt dat bij hem past.
Als behoudende mens gooi je iets wat een autoriteit als waardevol heeft bestempeld niet gemakkelijk weg. Er bestaat immers altijd kans op straf.
Een liberaal (Voor alle duidelijkheid,; dit heeft niks, maar dan ook helemaal niks te maken met het VVD-liberalisme, dat m.i. meer gevoed wordt door egoïsme dan door een gezonde vrijheidsdrang) heeft op weg naar volwassenheid al deze autoriteiten achter zich gelaten. Hij weet dat hij ze niks schuldig is. Het is eerder andersom: als er al sprake is van een schuld dan is het die van de autoriteiten aan het individu. Zij onthouden hem vaak de mogelijkheden om zijn leven zo in te richten dat hij tijd en energie kan steken in kernwaarden, die de basis zijn voor verdraagzaamheid, duurzaamheid en een rechtvaardiger verdeling van kennis, macht en goederen.
De kans dat een behoudende gelovige banger is voor autoriteiten dan een atheïstische vrijdenker acht ik daarom erg groot. En angst voor autoriteiten staat bij mij gelijk aan angst voor het leven en angst voor de dood. Vergezocht? Misschien. Ik gebruik hier in ieder geval geen sluitende redeneringen, waarmee ik mijn gelijk wil aantonen, maar breng een aantal argumenten naar voren waarover nagedacht kan worden.
Overigens besef ik heel goed dat de onderzoeksresultaten niet zeggen dat iemand die een vrijdenker en atheïst is per definitie slimmer is dan een behoudende gelovige.
Al acht ik op basis van de onderzoeksgegevens de kans wel groot dat dit zo is.
Nu je er toch bent...
Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.
Pagina's
28 februari 2010
27 februari 2010
Toen
Het is al langer dan een halve eeuw geleden dat ik zes jaar was.
Op de foto sta ik als bruidsjonker gekleed voor het huwelijk van een oom van me. Vreemd genoeg wil zijn naam me nu even niet te binnen schieten. Ik dacht dat hij Ton heette. Zijn achternaam was Olie. Zijn naam was daarom vermoedelijk Ton Olie of zoiets. Olieton. Als hij nog leeft zal hij in de zeventig zijn.
Mijn ouders waren pas uit elkaar, mijn moeder was om psychische redenen niet in staat om mij en mijn broer te verzorgen en ik zat daarom een paar jaar bij familie die geen familie was, maar die wel de verzorging voor mij op zich wilde nemen. Mijn broer zat verderop in het dorp bij een ander pleeggezin.
Het was een goeie tijd. Een knulletje met een exotisch uiterlijk was in een dorp nog een uitzondering en het staat me bij dat iedereen aardig voor me was.
Terugblikken op mijn leven doe ik niet veel. En als ik dat doe is het onvermijdelijk dat er een vorm van geheugenvervalsing ontstaat. Had ik bijvoorbeeld nu wel een onbezorgde jeugd bij mijn ouders of niet? Wat ik mij herinner is dat zij altijd het beste met mij hebben voor gehad.
Maar pa was wel erg getraumatiseerd door zijn jaren in het Jappenkamp, de Bersiap periode en de politionele acties. Herinneringen aan mijn kleuterjaren zullen niet voor niets ontoegankelijk voor mij zijn. Want dat is de periode dat mijn ouders de basis legden voor hun scheiding en het zal dan ook geen tijd van rozengeur en maneschijn zijn geweest.
En ook van de periode later, toen mijn vader weer hertrouwd was en wij uiteindelijk een gezin vormden met zes kinderen, kan ik mij niet veel herinneren. Ja, dat wij met zijn achten een tijdje in een driekamerwoning zaten en ik als twaalfjarige vanachter de gordijnen voor de glazen deur van de slaapkamer stiekem naar mijn stiefmoeder zat te gluren als ze zich omkleedde voor het slapen gaan. De beelden hebben blijkbaar erg weinig indruk gemaakt, want ik kan ze niet meer oproepen, gesteld dat ik dit zou willen.
Paula zegt dat ik sowieso een geheugen heb als een zeef. En helemaal ongelijk heeft ze niet. Het geheugen heeft vele functies en één daarvan is het helpen vorm geven aan het leven dat je nu leidt. En daar ben ik, zoals genoeglijk bekend, niet ontevreden over. Overmorgen begint school weer en daarom ga ik morgen eens kijken wat ik nog allemaal doen moet. Als je het mij nu zou vragen, zeg ik je “geen idee”.
25 februari 2010
Gribus
Soms heb je anderen nodig om er achter te komen dat je eigenlijk in een gribus woont.
Zonder hen had ik nog steeds gedacht dat de Woudhoek één van de rustigste wijken van Schiedam is. Als er ergens nooit wat gebeurt, is het immers hier. Wij hebben het journaal, internet en de krant nodig om te beseffen dat wij in een soort enclave zitten, waar de boze buitenwereld nog niet in is doorgedrongen.
Je hoort wel eens van burenoverlast, maar hier merk je niet eens dat je buren hebt.
Zeker, er staat wel eens een auto scheef geparkeerd op de parkeerplaats en soms wordt het grof vuil te vroeg bij de containers aan het begin van de straat gezet. Hier en daar zijn kleine verzakkingen en niet alle bloembakken die men in de herfst in de wijk heeft neergezet hebben de winter overleefd.
Verder is het ’s avonds stil op straat, want er wonen hier uitsluitend tweeverdieners en die willen ’s avonds de deur niet meer uit. En voor het geval dat ze dat wel willen zijn de straten helder verlicht.
In de spaarzame weken per jaar dat het ´s avonds warm is, hangen de jongeren met elkaar bij de bankjes aan de singel en wordt er wel eens een prullenbak in de fik gestoken, want voor hen is hier natuurlijk niets te doen.
En tot slot wil ik opmerken dat in de bijna vijfentwintig jaar dat ik hier woon slechts één keer een ruit bij mij is ingegooid. Dus tot nu toe dacht ik dat het allemaal wel meeviel.
De naderende gemeenteraadsverkiezingen hebben echter mijn ogen geopend. Pas door het lezen van de verkiezingsfolders ben ik er achter gekomen hoe erg het is gesteld met ons stadje.
Werkeloosheid, criminaliteit, winkelleegstand, gebrek aan jeugdvoorzieningen, sociaal zwakkeren uit de wijde omgeving die zich graag willen vestigen tussen de andere sociaal zwakkeren die hier al wonen, vuile straten…enzovoorts.
De waslijst met ellende is groot en als ik bij de diverse partijprogramma´s kijk, zie ik dat alle partijen er wel aandacht aan besteden. Blijkbaar is er wel wat aan de hand. Ik wist niet dat onze huidige bestuurders er zo´n potje van hadden gemaakt. En ik had dit niet geweten als ik niet de diverse verkiezingsprogramma´s gelezen had, die allemaal beloofden dat zij de problemen zouden aanpakken. Problemen nota bene waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden.
Verder las ik dat de economische crisis ons allemaal raakt en dat terwijl ik er zelf nog geen jota van gemerkt heb. Ik heb blijkbaar een probleem dat ik nog niet heb herkend en ik zal moeten afwachten of de komende verkiezingen hiervoor een oplossing zullen bieden.
Ja, soms heb je anderen nodig die je helpen te beseffen dat het allemaal anders en beter kan. Net als de tellsellprogramma´s op tv.
Zonder hen had ik nog steeds gedacht dat de Woudhoek één van de rustigste wijken van Schiedam is. Als er ergens nooit wat gebeurt, is het immers hier. Wij hebben het journaal, internet en de krant nodig om te beseffen dat wij in een soort enclave zitten, waar de boze buitenwereld nog niet in is doorgedrongen.
Je hoort wel eens van burenoverlast, maar hier merk je niet eens dat je buren hebt.
Zeker, er staat wel eens een auto scheef geparkeerd op de parkeerplaats en soms wordt het grof vuil te vroeg bij de containers aan het begin van de straat gezet. Hier en daar zijn kleine verzakkingen en niet alle bloembakken die men in de herfst in de wijk heeft neergezet hebben de winter overleefd.
Verder is het ’s avonds stil op straat, want er wonen hier uitsluitend tweeverdieners en die willen ’s avonds de deur niet meer uit. En voor het geval dat ze dat wel willen zijn de straten helder verlicht.
In de spaarzame weken per jaar dat het ´s avonds warm is, hangen de jongeren met elkaar bij de bankjes aan de singel en wordt er wel eens een prullenbak in de fik gestoken, want voor hen is hier natuurlijk niets te doen.
En tot slot wil ik opmerken dat in de bijna vijfentwintig jaar dat ik hier woon slechts één keer een ruit bij mij is ingegooid. Dus tot nu toe dacht ik dat het allemaal wel meeviel.
De naderende gemeenteraadsverkiezingen hebben echter mijn ogen geopend. Pas door het lezen van de verkiezingsfolders ben ik er achter gekomen hoe erg het is gesteld met ons stadje.
Werkeloosheid, criminaliteit, winkelleegstand, gebrek aan jeugdvoorzieningen, sociaal zwakkeren uit de wijde omgeving die zich graag willen vestigen tussen de andere sociaal zwakkeren die hier al wonen, vuile straten…enzovoorts.
De waslijst met ellende is groot en als ik bij de diverse partijprogramma´s kijk, zie ik dat alle partijen er wel aandacht aan besteden. Blijkbaar is er wel wat aan de hand. Ik wist niet dat onze huidige bestuurders er zo´n potje van hadden gemaakt. En ik had dit niet geweten als ik niet de diverse verkiezingsprogramma´s gelezen had, die allemaal beloofden dat zij de problemen zouden aanpakken. Problemen nota bene waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden.
Verder las ik dat de economische crisis ons allemaal raakt en dat terwijl ik er zelf nog geen jota van gemerkt heb. Ik heb blijkbaar een probleem dat ik nog niet heb herkend en ik zal moeten afwachten of de komende verkiezingen hiervoor een oplossing zullen bieden.
Ja, soms heb je anderen nodig die je helpen te beseffen dat het allemaal anders en beter kan. Net als de tellsellprogramma´s op tv.
24 februari 2010
Bij de kapper
Weet jij wat er met mevrouw Geurts aan de hand is? De blonde kapster stopt even met het permanentje dat ze aan het zetten is bij de oude vrouw, die naast me zit.
Is er dan wat met haar aan de hand? vraagt de gezette brunette, die mij aan het doen is, nieuwsgierig. Ook zij stopt met knippen en ik heb nu even tijd om mezelf goed in de spiegel te bekijken. Hopeloos. Maar waarschijnlijk zit het maandag weer zoals ik het graag heb.
Ik hoorde dat ze was opgenomen in het ziekenhuis, vervolgt de blonde.
Echt waar? Heus? Wat is er gebeurd dan? De brunette heeft een gretige blik in haar ogen.
Dat vraag ik net aan jou, reageert de blonde.
Ik wist niet eens dat ze in het ziekenhuis lag, antwoordt de brunette verontschuldigend. Hoe had ze dit nu niet kunnen weten, zij die altijd de laatste nieuwtjes kende?
De oude vrouw en ik zijn de enige klanten in de kapperszaak. Om etenstijd is het altijd wat stiller. Omdat het vakantie is, is het vermoedelijk ook rustiger dan anders.
Ze is al weer thuis, zegt de oude vrouw. Het is mijn buurvrouw.
De kapsters zijn beiden verrast. Wat toevallig, zegt de brunette.
Ja, ze vonden haar op de grond in haar duster, vervolgt het permanentje.
De drie vrouwen gaan nu helemaal op in mevrouw Geurts. Ik luister hun gesprek af en hoor dat mevrouw Geurts de laatste twee jaar ook al geen kerstkaart meer gestuurd heeft naar de kapperszaak. Langzaam maar zeker ging het steeds slechter met haar. Ze was nog te goed om opgenomen te worden, maar zonder hulp van de thuiszorg ging het eigenlijk niet.
Blijkbaar heb ik een deel van de conversatie gemist, want opeens zit mevrouw Geurts met haar duster en met haar pantoffels aan in een taxi op weg naar het Vlietland ziekenhuis.
Daar wordt ze onderzocht, maar omdat er niets wordt gevonden sturen ze haar weer weg. Als mevrouw Geurts thuis komt, kan ze er niet in.
De huismeester had het slot geforceerd om naar binnen te komen toen ze nog op de grond lag. Tijdens haar afwezigheid had hij er een nieuw slot in gezet. En nu kon ze er niet in. Tot overmaat van ramp was hij nergens te vinden en daarom klopte mevrouw Geurts in haar duster en op haar pantoffels bij de buurvrouw aan.
De brunette ging weer met me verder. Ook de blonde hervatte haar werkzaamheden aan het permanentje.
Dat ze die vrouw dan weer weg sturen met alleen haar duster en pantoffels aan. Het is hartstikke koud, zegt de blonde nog. De brunette reageert niet, maar loopt naar achteren om een spiegel te pakken. Ik zie dat ze de achterkant van mijn hoofd keurig heeft bijgewerkt.
Ik reken af en loop de kou in. De sneeuw is nu overal verdwenen.
Het zou je moeder maar zijn, denk ik. Niet eens een nachtje opgenomen voor observatie.
Een dementerende oude vrouw de kou in sturen. Nee, het is niet best gesteld met de gezondheidszorg. Net als in het onderwijs wordt er veel geluld over wat er anders en beter moet, maar met zo’n mentaliteit wordt het alleen maar slechter. But who cares?
Is er dan wat met haar aan de hand? vraagt de gezette brunette, die mij aan het doen is, nieuwsgierig. Ook zij stopt met knippen en ik heb nu even tijd om mezelf goed in de spiegel te bekijken. Hopeloos. Maar waarschijnlijk zit het maandag weer zoals ik het graag heb.
Ik hoorde dat ze was opgenomen in het ziekenhuis, vervolgt de blonde.
Echt waar? Heus? Wat is er gebeurd dan? De brunette heeft een gretige blik in haar ogen.
Dat vraag ik net aan jou, reageert de blonde.
Ik wist niet eens dat ze in het ziekenhuis lag, antwoordt de brunette verontschuldigend. Hoe had ze dit nu niet kunnen weten, zij die altijd de laatste nieuwtjes kende?
De oude vrouw en ik zijn de enige klanten in de kapperszaak. Om etenstijd is het altijd wat stiller. Omdat het vakantie is, is het vermoedelijk ook rustiger dan anders.
Ze is al weer thuis, zegt de oude vrouw. Het is mijn buurvrouw.
De kapsters zijn beiden verrast. Wat toevallig, zegt de brunette.
Ja, ze vonden haar op de grond in haar duster, vervolgt het permanentje.
De drie vrouwen gaan nu helemaal op in mevrouw Geurts. Ik luister hun gesprek af en hoor dat mevrouw Geurts de laatste twee jaar ook al geen kerstkaart meer gestuurd heeft naar de kapperszaak. Langzaam maar zeker ging het steeds slechter met haar. Ze was nog te goed om opgenomen te worden, maar zonder hulp van de thuiszorg ging het eigenlijk niet.
Blijkbaar heb ik een deel van de conversatie gemist, want opeens zit mevrouw Geurts met haar duster en met haar pantoffels aan in een taxi op weg naar het Vlietland ziekenhuis.
Daar wordt ze onderzocht, maar omdat er niets wordt gevonden sturen ze haar weer weg. Als mevrouw Geurts thuis komt, kan ze er niet in.
De huismeester had het slot geforceerd om naar binnen te komen toen ze nog op de grond lag. Tijdens haar afwezigheid had hij er een nieuw slot in gezet. En nu kon ze er niet in. Tot overmaat van ramp was hij nergens te vinden en daarom klopte mevrouw Geurts in haar duster en op haar pantoffels bij de buurvrouw aan.
De brunette ging weer met me verder. Ook de blonde hervatte haar werkzaamheden aan het permanentje.
Dat ze die vrouw dan weer weg sturen met alleen haar duster en pantoffels aan. Het is hartstikke koud, zegt de blonde nog. De brunette reageert niet, maar loopt naar achteren om een spiegel te pakken. Ik zie dat ze de achterkant van mijn hoofd keurig heeft bijgewerkt.
Ik reken af en loop de kou in. De sneeuw is nu overal verdwenen.
Het zou je moeder maar zijn, denk ik. Niet eens een nachtje opgenomen voor observatie.
Een dementerende oude vrouw de kou in sturen. Nee, het is niet best gesteld met de gezondheidszorg. Net als in het onderwijs wordt er veel geluld over wat er anders en beter moet, maar met zo’n mentaliteit wordt het alleen maar slechter. But who cares?
22 februari 2010
Klussen
De winter is voorbij. Drie hoeraatjes voor de lente. Er breken betere tijden aan. Of ben ik nu een beetje te optimistisch?
Noodgedwongen moest ik vandaag op de fiets naar de bouwmarkt. De ijskoude regen striemde mijn gezicht. En ik maar over mijn stuur gebogen brullen over hoe sterk die eenzame fietser is en mezelf ervan overtuigen dat dit goed voor me was. Beter dan thuis met een boek op de bank zitten. Of in bed liggen.
De spullen die ik gekocht had pasten netjes in mijn fietstassen en ik feliciteerde mezelf dat ik zo verstandig was geweest om de fiets te nemen. Nu hoefde ik immers niet te sjouwen.
Later vandaag heb ik Chinees gehaald en toen Paula zeiknat en rillend van de kou thuis kwam kon ze, nadat ze had gedoucht, gelijk met mij aan tafel.
Om tien uur vanavond ben ik gestopt met het afsteken van behang. Morgen ga ik verder. Zo is er deze week elke dag wat in huize Breedvelt & van Geenen te beleven.
Noodgedwongen moest ik vandaag op de fiets naar de bouwmarkt. De ijskoude regen striemde mijn gezicht. En ik maar over mijn stuur gebogen brullen over hoe sterk die eenzame fietser is en mezelf ervan overtuigen dat dit goed voor me was. Beter dan thuis met een boek op de bank zitten. Of in bed liggen.
De spullen die ik gekocht had pasten netjes in mijn fietstassen en ik feliciteerde mezelf dat ik zo verstandig was geweest om de fiets te nemen. Nu hoefde ik immers niet te sjouwen.
Later vandaag heb ik Chinees gehaald en toen Paula zeiknat en rillend van de kou thuis kwam kon ze, nadat ze had gedoucht, gelijk met mij aan tafel.
Om tien uur vanavond ben ik gestopt met het afsteken van behang. Morgen ga ik verder. Zo is er deze week elke dag wat in huize Breedvelt & van Geenen te beleven.
21 februari 2010
Lethargie.
Vandaag kost het me veel moeite om een samenhangend verhaal op het scherm te krijgen.
Vermoeidheid? Een vroege aanval van seniliteit? Of is er iets anders aan de hand?
Met de BackSpacetoets veeg ik de ene na de andere regel weg. Met een doffe blik in mijn ogen zit ik onverschillig voor mij uit te staren. Ja, het komt niet vaak voor, maar vandaag is het weer zo’n dag. Ik denk toch dat het vermoeidheid is. Of slaap. Want ik zit me hier een partij te gapen. Ongehoord. Ik bedenk opeens dat het ook het rebounse effect kan zijn van de colaatjes die ik vanmiddag heb gedronken.
Foetsie is mijn verhaal over mijn ontmoeting met Kletsnoos, de lilliputterswami die sliep in een prullenbak en die onverwachts tevoorschijn kwam, toen ik op een bankje in het zonnetje een boek zat te lezen. En swami Kletsnoos is ook foetsie, al hoop ik dat ik hem in de nabije toekomst weer tegen kom.
Het gedicht over de vamp die oudere mannen verleidt om hun versleten kloten, die zij na hun castratie op zuur zet, wilde maar niet vlotten. Dus weg er mee.
Na twee regels over het gevallen kabinet vroeg ik me af wat ik nu weer aan het doen was, waarna ik de zinnen verpulverde met de Deletetoets.
Ik overwoog of ik wat over ons bezoekje aan Ikea zou opschrijven. Maar wie is er nou geïnteresseerd in een verhaal over het uitzoeken van een bed of garderobekasten? Nee, natuurlijk zijn we niet geslaagd, maar uiteindelijk konden we de verleiding niet weerstaan om een paar pakken zalm en potjes gemarineerde haring te kopen. Die laatste heb ik voor het eerst geproefd in Denemarken en vind ik toch wel zo lekker. In de vriezer ligt nog een bosbessentaart die we ook hebben gekocht, die in minder dan een kwartier ontdooid is en uitstekend smaakt na een blowtje.
Nee, vandaag wil het schrijven niet zo vlotten. Morgen maar opnieuw proberen.
Vermoeidheid? Een vroege aanval van seniliteit? Of is er iets anders aan de hand?
Met de BackSpacetoets veeg ik de ene na de andere regel weg. Met een doffe blik in mijn ogen zit ik onverschillig voor mij uit te staren. Ja, het komt niet vaak voor, maar vandaag is het weer zo’n dag. Ik denk toch dat het vermoeidheid is. Of slaap. Want ik zit me hier een partij te gapen. Ongehoord. Ik bedenk opeens dat het ook het rebounse effect kan zijn van de colaatjes die ik vanmiddag heb gedronken.
Foetsie is mijn verhaal over mijn ontmoeting met Kletsnoos, de lilliputterswami die sliep in een prullenbak en die onverwachts tevoorschijn kwam, toen ik op een bankje in het zonnetje een boek zat te lezen. En swami Kletsnoos is ook foetsie, al hoop ik dat ik hem in de nabije toekomst weer tegen kom.
Het gedicht over de vamp die oudere mannen verleidt om hun versleten kloten, die zij na hun castratie op zuur zet, wilde maar niet vlotten. Dus weg er mee.
Na twee regels over het gevallen kabinet vroeg ik me af wat ik nu weer aan het doen was, waarna ik de zinnen verpulverde met de Deletetoets.
Ik overwoog of ik wat over ons bezoekje aan Ikea zou opschrijven. Maar wie is er nou geïnteresseerd in een verhaal over het uitzoeken van een bed of garderobekasten? Nee, natuurlijk zijn we niet geslaagd, maar uiteindelijk konden we de verleiding niet weerstaan om een paar pakken zalm en potjes gemarineerde haring te kopen. Die laatste heb ik voor het eerst geproefd in Denemarken en vind ik toch wel zo lekker. In de vriezer ligt nog een bosbessentaart die we ook hebben gekocht, die in minder dan een kwartier ontdooid is en uitstekend smaakt na een blowtje.
Nee, vandaag wil het schrijven niet zo vlotten. Morgen maar opnieuw proberen.
20 februari 2010
Vreemd gaan.
Toen ik gisteren Tiger Woods op televisie excuses zag maken voor de keren dat hij vreemd was gegaan vroeg ik mij af waarom dit op televisie moest. Gaat dit niet alleen hem en zijn vrouw aan? Vermoedelijk maakt het onderdeel uit van de therapie die hij volgt. Want de arme jongen zou volgens de media seksverslaafd zijn.
Die Amerikanen zijn echt knettergek. De man is beroemd, viriel, heeft geld en is ijdel. So what? Probeert hij op deze wijze soms zijn vroegere sponsors weer voor hem te winnen?
Ik hoop dat mij een dergelijke vernedering bespaard blijft. Ik bedoel te zeggen: “Goh, wat is dat ‘vreemdgaan’? Doen mensen dat? Tjonge, je hoort de raarste dingen.”
Zo langzamerhand weten we dat promiscuïteit vermoedelijk eerder regel dan uitzondering is. En dat is niet zo vreemd. De chimpansees en bonobo’s zijn in het dierenrijk onze naaste verwanten. Hun genotype schijnt maar minimaal af te wijken van het onze.
Van de chimpansees wordt gezegd dat zij sterk promiscue zijn.
Net als de bonobo’s, waar seks een belangrijke sociale functie heeft. Seksueel gedrag wordt onder andere door hen gebruikt om spanningen binnen de groep te verlagen en vriendschappen te smeden.
Mannen en vrouwen die voor hun vlees even naar een andere scharrelslager gaan dan de vaste die ze al jaren hebben, kom je onder alle lagen van de bevolking tegen. Behalve onder de vegetariërs dan.
Het blijft een controversieel onderwerp. Ik ken in mijn personenkring geen mannen of vrouwen met een relatie, die openlijk toegeven dat zij het wel eens met een ander doen. En waarom zouden zij ook?
Ook ik heb geen zin om openlijk over de escapades te schrijven in mijn leven. Dat doe ik pas als ik levensmoe ben of van mijn partner af wil komen. Want dat laatste is meestal de prijs die je betaalt als je tot een bekentenis over gaat uit schuldgevoel.
- Schat, ik moet je wat vertellen.
- Wat is er, lieverd?
- Ik weet niet waar ik moet beginnen.
- Is het dan zo ernstig?
- Ernstig? Ja..eh..nee. Hè, je maakt het me moeilijk.
- Ben je soms vreemd gegaan?
- Nou, vreemd…Ja, het was met Sonja.
- Met Sonja? Maar dat is mijn beste vriendin.
- Nu dus niet meer.
- Vuile schoft, ga uit mijn ogen. Ik wil je nooit meer zien.
- Het spijt me. Ik ben dom geweest.
- Ja, om het mij te vertellen, klootzak.
- Had je het dan liever niet geweten?
- Natuurlijk niet, lul. Wat heb ik aan die kennis?
- Ja, maar ik ben vreemd gegaan.
- Dat weet ik nu wel. En je kunt het niet meer terugdraaien.
- Maar het spijt me.
- Nee, als je de kans kreeg zou je het zo weer doen.
- Ik, waarom denk je dat?
- Jullie mannen lopen allemaal je lul achterna.
- Vrouwen schijnen net zo erg te zijn.
- We hebben het nu over jou. Hoe kun je dit doen?
- Ik zei al dat het me spijt.
- Vannacht slaap je maar op de bank.
- Goed. Als jij dat wil.
- En ik ga vanavond naar Kees.
- Kees? Je bedoelt mijn vriend Kees?
- Ja, ik was toch al van plan om bij je weg te gaan.Dit was de druppel.
Het beste advies dat ik heb aan vreemdgangers bestaat uit één woord: Ontken.
Ontken alles. Waarom zou je je partner kwetsen? Deze heeft het recht om te denken dat zij of hij de enige in je leven is en dat dit altijd zo zal blijven. Complete onzin dus, maar menselijke relaties zijn in zekere zin onzinnig. Het is zoals bij alles de fantasie die er zin aan geeft. Misschien wel zin aan moèt geven. Blijf geloven dat je voor elkaar geschapen bent. Blijf investeren. Blijf van elkaar houden door dik en dun. En blijf ook geloven dat je de enige bent. Dan komt alles goed.
Die Amerikanen zijn echt knettergek. De man is beroemd, viriel, heeft geld en is ijdel. So what? Probeert hij op deze wijze soms zijn vroegere sponsors weer voor hem te winnen?
Ik hoop dat mij een dergelijke vernedering bespaard blijft. Ik bedoel te zeggen: “Goh, wat is dat ‘vreemdgaan’? Doen mensen dat? Tjonge, je hoort de raarste dingen.”
Zo langzamerhand weten we dat promiscuïteit vermoedelijk eerder regel dan uitzondering is. En dat is niet zo vreemd. De chimpansees en bonobo’s zijn in het dierenrijk onze naaste verwanten. Hun genotype schijnt maar minimaal af te wijken van het onze.
Van de chimpansees wordt gezegd dat zij sterk promiscue zijn.
Net als de bonobo’s, waar seks een belangrijke sociale functie heeft. Seksueel gedrag wordt onder andere door hen gebruikt om spanningen binnen de groep te verlagen en vriendschappen te smeden.
Mannen en vrouwen die voor hun vlees even naar een andere scharrelslager gaan dan de vaste die ze al jaren hebben, kom je onder alle lagen van de bevolking tegen. Behalve onder de vegetariërs dan.
Het blijft een controversieel onderwerp. Ik ken in mijn personenkring geen mannen of vrouwen met een relatie, die openlijk toegeven dat zij het wel eens met een ander doen. En waarom zouden zij ook?
Ook ik heb geen zin om openlijk over de escapades te schrijven in mijn leven. Dat doe ik pas als ik levensmoe ben of van mijn partner af wil komen. Want dat laatste is meestal de prijs die je betaalt als je tot een bekentenis over gaat uit schuldgevoel.
- Schat, ik moet je wat vertellen.
- Wat is er, lieverd?
- Ik weet niet waar ik moet beginnen.
- Is het dan zo ernstig?
- Ernstig? Ja..eh..nee. Hè, je maakt het me moeilijk.
- Ben je soms vreemd gegaan?
- Nou, vreemd…Ja, het was met Sonja.
- Met Sonja? Maar dat is mijn beste vriendin.
- Nu dus niet meer.
- Vuile schoft, ga uit mijn ogen. Ik wil je nooit meer zien.
- Het spijt me. Ik ben dom geweest.
- Ja, om het mij te vertellen, klootzak.
- Had je het dan liever niet geweten?
- Natuurlijk niet, lul. Wat heb ik aan die kennis?
- Ja, maar ik ben vreemd gegaan.
- Dat weet ik nu wel. En je kunt het niet meer terugdraaien.
- Maar het spijt me.
- Nee, als je de kans kreeg zou je het zo weer doen.
- Ik, waarom denk je dat?
- Jullie mannen lopen allemaal je lul achterna.
- Vrouwen schijnen net zo erg te zijn.
- We hebben het nu over jou. Hoe kun je dit doen?
- Ik zei al dat het me spijt.
- Vannacht slaap je maar op de bank.
- Goed. Als jij dat wil.
- En ik ga vanavond naar Kees.
- Kees? Je bedoelt mijn vriend Kees?
- Ja, ik was toch al van plan om bij je weg te gaan.Dit was de druppel.
Het beste advies dat ik heb aan vreemdgangers bestaat uit één woord: Ontken.
Ontken alles. Waarom zou je je partner kwetsen? Deze heeft het recht om te denken dat zij of hij de enige in je leven is en dat dit altijd zo zal blijven. Complete onzin dus, maar menselijke relaties zijn in zekere zin onzinnig. Het is zoals bij alles de fantasie die er zin aan geeft. Misschien wel zin aan moèt geven. Blijf geloven dat je voor elkaar geschapen bent. Blijf investeren. Blijf van elkaar houden door dik en dun. En blijf ook geloven dat je de enige bent. Dan komt alles goed.
18 februari 2010
Bekentenis.
Toegegeven, ik ben een oude mopperkont. En ik denk het altijd beter te weten. Alsof het mensenras er weliswaar een puinhoop van maakt maar ik slechts een getuige ben.
Omdat ik nagenoeg geen auto rij, mijn glas in de glasbak gooi en mijn papier in de papiercontainer, maak ik mezelf wijs dat ik niet zo’n viespeuk ben als de anderen. Ondertussen eet ik nagenoeg elke dag mijn stukje scharrelvlees van de scharrelslager, boontjes uit Kenia, druifjes uit Zuid-Afrika en peultjes uit Egypte als het zo uitkomt. Koolzuurhoudend mineraalwater vind ik lekker en meestal staat er wel een petfles koud.
Ik mopper op het onderwijssysteem, maar ben er ondertussen wel mee bezig vorm aan te geven. Goed, ik hou geen informatie achter de hand zoals sommigen van mijn collega’s en probeer de leerlingen duidelijk te maken waar ze aan toe zijn. En als mij tijdens een audit wordt verteld dat er klachten van leerlingen zijn, reageer ik met de opmerking dat het mij verbaast dat dit niet eerder het geval is geweest. Maar ondertussen ben ik een en al begrip voor iedereen van hoog tot laag die zo z’n best doet om er, misschien tegen beter weten in, nog wat van te maken. Nee, een revolutionair ben ik nooit geweest. Alleen maar opstandig.
Ik heb er mijn mond van vol dat ik zo sportief ben, maar zit me na een stevige stick helemaal vol te proppen met chips, bonbons, drop en nootjes. ’s Nachts vliegen soms de dekens in de lucht van de knallende scheten die ik vervolgens laat.
Dat ik al bijna zestig ben kan ik zelf niet geloven en nog minder accepteren. Dus denk ik nog steeds met mijn charmes een glimlach te kunnen ontlokken aan jonge vrouwen en als dat lukt maak ik mezelf wijs dat ze me niet alleen een aardige oude man vinden, maar ook een leuke jongen.
Moet ik nog even doorgaan? Heb ik met deze voorbeelden niet duidelijk genoeg gemaakt dat het onze fantasie is die ons voortdrijft? De illusie dat wij werkelijk anders zijn? Vooral beter.
Ik zou ook kunnen denken dat ik net als de anderen inderdaad gewoon een viespeuk ben. De wijze waarop wij in een betrekkelijk korte tijd van deze wereld een door het heelal suizende vuilnisbelt hebben gemaakt baart me zeker zorgen, maar eerlijk gezegd lig ik er niet wakker van. Latente schuldgevoelens koop ik af met een lidmaatschap op greenpeace en milieudefensie en zo af en toe een kleine donatie.
Ik doe mijn werk zo goed mogelijk en met veel plezier. Maar in mijn hart denk ik dat we de leerlingen vaker in de weg staan bij hun ontwikkeling dan dat we ze goed voorbereiden op het leven in deze samenleving en sowieso op het leven in het algemeen.
Het is fijn om door de polders te rennen en je sterk te voelen. Maar het blowen en snoepen dat ik doe valt hier niet mee te rijmen.
Daarnaast ben ik een oude viezerik die er van geniet als hij de aandacht krijgt van vrouwen en met name van jonge vrouwen. En ik hoop dat ik tot mijn dood op zeer hoge leeftijd daarvan kan blijven genieten en hem op commando omhoog kan blijven krijgen.
Erg vrouwvriendelijk schrijf ik ook niet over het andere geslacht. En dat gaat ook niet gebeuren. Daarmee zou ik mezelf geweld aandoen. In de dagelijkse omgang bewaar ik mijn goede manieren, hou de deur voor ze open, probeer hun opmerkingen en verhalen naar waarde te schatten en let er op mijn seksistische opmerkingen te bewaren voor mijn weblog.
Daarnaast kleed ik ze met mijn ogen uit als ze even niet opletten en er appetijtelijk uitzien.
Nee, ik deug niet. Voor mij straks geen zaligverklaring na mijn dood.
En het ergste van alles is dat ik zo zelfingenomen ben. Dat ik vind dat ik zo mag zijn van mezelf. Dat ik geen reden heb om anders te zijn. Vreselijk toch? Je zou zo iemand als partner, vader, broer, kind, vriend, kennis, collega of docent hebben. Je moet er niet aan denken.
Omdat ik nagenoeg geen auto rij, mijn glas in de glasbak gooi en mijn papier in de papiercontainer, maak ik mezelf wijs dat ik niet zo’n viespeuk ben als de anderen. Ondertussen eet ik nagenoeg elke dag mijn stukje scharrelvlees van de scharrelslager, boontjes uit Kenia, druifjes uit Zuid-Afrika en peultjes uit Egypte als het zo uitkomt. Koolzuurhoudend mineraalwater vind ik lekker en meestal staat er wel een petfles koud.
Ik mopper op het onderwijssysteem, maar ben er ondertussen wel mee bezig vorm aan te geven. Goed, ik hou geen informatie achter de hand zoals sommigen van mijn collega’s en probeer de leerlingen duidelijk te maken waar ze aan toe zijn. En als mij tijdens een audit wordt verteld dat er klachten van leerlingen zijn, reageer ik met de opmerking dat het mij verbaast dat dit niet eerder het geval is geweest. Maar ondertussen ben ik een en al begrip voor iedereen van hoog tot laag die zo z’n best doet om er, misschien tegen beter weten in, nog wat van te maken. Nee, een revolutionair ben ik nooit geweest. Alleen maar opstandig.
Ik heb er mijn mond van vol dat ik zo sportief ben, maar zit me na een stevige stick helemaal vol te proppen met chips, bonbons, drop en nootjes. ’s Nachts vliegen soms de dekens in de lucht van de knallende scheten die ik vervolgens laat.
Dat ik al bijna zestig ben kan ik zelf niet geloven en nog minder accepteren. Dus denk ik nog steeds met mijn charmes een glimlach te kunnen ontlokken aan jonge vrouwen en als dat lukt maak ik mezelf wijs dat ze me niet alleen een aardige oude man vinden, maar ook een leuke jongen.
Moet ik nog even doorgaan? Heb ik met deze voorbeelden niet duidelijk genoeg gemaakt dat het onze fantasie is die ons voortdrijft? De illusie dat wij werkelijk anders zijn? Vooral beter.
Ik zou ook kunnen denken dat ik net als de anderen inderdaad gewoon een viespeuk ben. De wijze waarop wij in een betrekkelijk korte tijd van deze wereld een door het heelal suizende vuilnisbelt hebben gemaakt baart me zeker zorgen, maar eerlijk gezegd lig ik er niet wakker van. Latente schuldgevoelens koop ik af met een lidmaatschap op greenpeace en milieudefensie en zo af en toe een kleine donatie.
Ik doe mijn werk zo goed mogelijk en met veel plezier. Maar in mijn hart denk ik dat we de leerlingen vaker in de weg staan bij hun ontwikkeling dan dat we ze goed voorbereiden op het leven in deze samenleving en sowieso op het leven in het algemeen.
Het is fijn om door de polders te rennen en je sterk te voelen. Maar het blowen en snoepen dat ik doe valt hier niet mee te rijmen.
Daarnaast ben ik een oude viezerik die er van geniet als hij de aandacht krijgt van vrouwen en met name van jonge vrouwen. En ik hoop dat ik tot mijn dood op zeer hoge leeftijd daarvan kan blijven genieten en hem op commando omhoog kan blijven krijgen.
Erg vrouwvriendelijk schrijf ik ook niet over het andere geslacht. En dat gaat ook niet gebeuren. Daarmee zou ik mezelf geweld aandoen. In de dagelijkse omgang bewaar ik mijn goede manieren, hou de deur voor ze open, probeer hun opmerkingen en verhalen naar waarde te schatten en let er op mijn seksistische opmerkingen te bewaren voor mijn weblog.
Daarnaast kleed ik ze met mijn ogen uit als ze even niet opletten en er appetijtelijk uitzien.
Nee, ik deug niet. Voor mij straks geen zaligverklaring na mijn dood.
En het ergste van alles is dat ik zo zelfingenomen ben. Dat ik vind dat ik zo mag zijn van mezelf. Dat ik geen reden heb om anders te zijn. Vreselijk toch? Je zou zo iemand als partner, vader, broer, kind, vriend, kennis, collega of docent hebben. Je moet er niet aan denken.
17 februari 2010
Haar lichaam omgespit.
Elke vierkante centimeter van haar lichaam wil ik verkennen, had ik mezelf gezegd. Haar innerlijk interesseert me niet.
Toen ik met mijn plannen voor het eerst naar buiten kwam, werd ik door iedereen voor gek verklaard. Vervolgens waren ze net zo verbaasd als ik over het aantal reacties op mijn advertentie, die drie weken geleden in de Televaag stond.
Hiermee heb ik alle sceptici kunnen overtuigen dat deze onderneming niet onmogelijk is.
In de door mij geplaatste advertentie zocht ik naar een gehuwde vrouw, niet ouder dan 35 jaar, die bereid was om haar lichaam grondig te laten onderzoeken door een nieuwsgierige man. Geen financiële vergoeding en geen seks. Tot mijn schrik kreeg ik zeven reacties.
Je bent weer lekker bezig, zei mijn moeder. De lieverd is nog opgegroeid in de tijd dat in sommige kringen al over een blote enkel schande werd gesproken. Zij kan zich daarom absoluut niet voorstellen dat een vrouw bereid zou zijn haar hele lichaam aan een grondige onderzoek te laten onderwerpen door een vreemde man. En zeker niet door mij. Mijn moeder denkt namelijk dat ik elke mooie vrouw als een lustobject zie en al heeft ze daar wel gelijk in, ik respecteer het als zij mij vertellen daar niet gediend van te zijn.
Doen, zei Theo. Zo’n kans krijg je nooit meer. Zeker niet op jouw leeftijd. Gelukkig ziet hij nooit problemen waar anderen ze wel zien. En dat maakt de drempel voor experimenten flink lager.
Zou je daar wel aan beginnen? vroeg Gerda me. Vindt je vriendin dit allemaal wel goed? Er zijn relaties om minder stuk gegaan. Ben je niet bang voor problemen met hun kerels?
Gerda ziet altijd problemen waar anderen ze niet zien. Ik word wel eens moe van de tobberige manier waarop zij met haar leven omgaat. Maar het is een lieve meid en ik weet dat ze het goed bedoelt.
Met de zeven vrouwen heb ik in de afgelopen weken kennis gemaakt. Drie zijn er afgevallen. Eén was geen vrouw, maar voelde zich wel een vrouw. Een ander wilde perse wèl seks, terwijl ik duidelijk had aangegeven dat het mij hier niet om ging. En de derde was acht maanden zwanger en wilde van mij een inwendig onderzoek. Haar verwees ik naar het RIAGG. Met de overige vier maakte ik een afspraak om bij hen langs te komen.
En nu sta ik aan het bed van Annie, die het volgens mij ook niet helemaal begrepen heeft. Want ze heeft een uitdagende negligé aangetrokken en zit wulps naar me te lonken, terwijl ze ligt te kronkelen als een krolse poes.
Het is een knappe meid en met die paal in mijn broek kan ik moeilijk ontkennen dat ze me iets doet. Maar daar kom ik niet voor.
Zou je alles uit willen trekken, vraag ik haar.
Help je me even, vraagt ze en ze draait haar rug naar me toe, zodat ik haar BH los kan maken. In één beweging draait ze zich om en sta ik met haar borsten in mijn handen.
Ik verontschuldig me. Dit gaat niet goed.
Onbeholpen kijk ik naar het mooie lichaam dat op bed ligt. Waar moet ik beginnen met mijn onderzoek? Ik besef dat ik geen plan gemaakt heb. Dat zou wel geholpen hebben.
Stap 1: Begin bij de schouders. Raak niets aan, kijk alleen maar.
Stap 2: Laat je blik vervolgens over de rug naar de billen toe gaan. Neem daar een halve minuut voor. Ook nu raak je nog niets aan.
Stap 3: Vertel haar wat je gaat doen. Leg je handen op haar schouders en maak zachte cirkelende bewegingen in de richting van de ruggengraat, maar zorg dat je deze niet aanraakt. Oefen een lichte druk met je handen uit op haar schouders.
Stap 4…
Wat wilde ik met mijn onderzoek eigenlijk te weten komen? Ik had gezegd tegen alle vrouwen dat ik mij afvroeg of het vrouwenlichaam bij aanraking als één grote erogene zone functioneerde of dat er misschien specifieke plekjes waren die gevoeliger waren dan andere.
En of ik in dit laatste geval ook een duidelijk onderscheid zou kunnen maken tussen de gevoeligheid van de diverse erogene zones.
Ik zat natuurlijk gewoon uit mijn nek te lullen, omdat ik uit ervaring al wist dat de verschillen enorm groot waren. Bij sommige vrouwen hoefde je maar aan hun oorlelletje te sabbelen of ze kwamen klaar. Bij anderen moest je tot een diepe penetratie komen en dan nog kon het een kwartier duren voordat ze daar op reageerden.
En daar tussen had je honderden verschillende variaties. Sommige hiervan leken niets met seks te maken te hebben, zoals bijvoorbeeld het uitspreken van vieze woordjes of de klank van een stem terwijl je een vinger streelde. Het vrouwenlichaam was een mysterie voor me en dat is het nog steeds.
Vandaag wil ik alleen je borsten onderzoeken, zeg ik haar. Is dat goed?Ze krijgt een glinstering in haar ogen.
Mijn borsten zijn zeer gevoelig, zegt ze. Vooral mijn tepels.
Als ik je aanraak wil ik dat je me zegt wat je voelt, zeg ik haar. Ik probeer mijn stem te laten klinken als een onderzoeker, die zich niet persoonlijk betrokken voelt bij het object van zijn onderzoek.
Ze knikt, maar het gehijg en gezucht wat ze voortbrengt terwijl ik haar voorzichtig masseer maakt me alleen maar duidelijk dat haar borsten inderdaad heel gevoelig zijn.
In tien minuten krijgt ze drie keer een orgasme. Ik voel me opgelaten. Ik begrijp dat ik word gebruikt, terwijl ik juist dacht dat het andersom zou zijn. Maar in dit spel ben ik de underdog.
Het is half tien als ik de deur uit ga, de koude avondlucht in. Bij het afscheid geeft ze me een hand. Wanneer kom je weer? vraagt ze. Ik zeg haar dat ik haar wel zal mailen. Maar ik heb voor mezelf al besloten dat wat mij betreft het experiment voorbij is. In de volgende advertentie die ik morgen plaats laat ik “geen seks” weg.
Toen ik met mijn plannen voor het eerst naar buiten kwam, werd ik door iedereen voor gek verklaard. Vervolgens waren ze net zo verbaasd als ik over het aantal reacties op mijn advertentie, die drie weken geleden in de Televaag stond.
Hiermee heb ik alle sceptici kunnen overtuigen dat deze onderneming niet onmogelijk is.
In de door mij geplaatste advertentie zocht ik naar een gehuwde vrouw, niet ouder dan 35 jaar, die bereid was om haar lichaam grondig te laten onderzoeken door een nieuwsgierige man. Geen financiële vergoeding en geen seks. Tot mijn schrik kreeg ik zeven reacties.
Je bent weer lekker bezig, zei mijn moeder. De lieverd is nog opgegroeid in de tijd dat in sommige kringen al over een blote enkel schande werd gesproken. Zij kan zich daarom absoluut niet voorstellen dat een vrouw bereid zou zijn haar hele lichaam aan een grondige onderzoek te laten onderwerpen door een vreemde man. En zeker niet door mij. Mijn moeder denkt namelijk dat ik elke mooie vrouw als een lustobject zie en al heeft ze daar wel gelijk in, ik respecteer het als zij mij vertellen daar niet gediend van te zijn.
Doen, zei Theo. Zo’n kans krijg je nooit meer. Zeker niet op jouw leeftijd. Gelukkig ziet hij nooit problemen waar anderen ze wel zien. En dat maakt de drempel voor experimenten flink lager.
Zou je daar wel aan beginnen? vroeg Gerda me. Vindt je vriendin dit allemaal wel goed? Er zijn relaties om minder stuk gegaan. Ben je niet bang voor problemen met hun kerels?
Gerda ziet altijd problemen waar anderen ze niet zien. Ik word wel eens moe van de tobberige manier waarop zij met haar leven omgaat. Maar het is een lieve meid en ik weet dat ze het goed bedoelt.
Met de zeven vrouwen heb ik in de afgelopen weken kennis gemaakt. Drie zijn er afgevallen. Eén was geen vrouw, maar voelde zich wel een vrouw. Een ander wilde perse wèl seks, terwijl ik duidelijk had aangegeven dat het mij hier niet om ging. En de derde was acht maanden zwanger en wilde van mij een inwendig onderzoek. Haar verwees ik naar het RIAGG. Met de overige vier maakte ik een afspraak om bij hen langs te komen.
En nu sta ik aan het bed van Annie, die het volgens mij ook niet helemaal begrepen heeft. Want ze heeft een uitdagende negligé aangetrokken en zit wulps naar me te lonken, terwijl ze ligt te kronkelen als een krolse poes.
Het is een knappe meid en met die paal in mijn broek kan ik moeilijk ontkennen dat ze me iets doet. Maar daar kom ik niet voor.
Zou je alles uit willen trekken, vraag ik haar.
Help je me even, vraagt ze en ze draait haar rug naar me toe, zodat ik haar BH los kan maken. In één beweging draait ze zich om en sta ik met haar borsten in mijn handen.
Ik verontschuldig me. Dit gaat niet goed.
Onbeholpen kijk ik naar het mooie lichaam dat op bed ligt. Waar moet ik beginnen met mijn onderzoek? Ik besef dat ik geen plan gemaakt heb. Dat zou wel geholpen hebben.
Stap 1: Begin bij de schouders. Raak niets aan, kijk alleen maar.
Stap 2: Laat je blik vervolgens over de rug naar de billen toe gaan. Neem daar een halve minuut voor. Ook nu raak je nog niets aan.
Stap 3: Vertel haar wat je gaat doen. Leg je handen op haar schouders en maak zachte cirkelende bewegingen in de richting van de ruggengraat, maar zorg dat je deze niet aanraakt. Oefen een lichte druk met je handen uit op haar schouders.
Stap 4…
Wat wilde ik met mijn onderzoek eigenlijk te weten komen? Ik had gezegd tegen alle vrouwen dat ik mij afvroeg of het vrouwenlichaam bij aanraking als één grote erogene zone functioneerde of dat er misschien specifieke plekjes waren die gevoeliger waren dan andere.
En of ik in dit laatste geval ook een duidelijk onderscheid zou kunnen maken tussen de gevoeligheid van de diverse erogene zones.
Ik zat natuurlijk gewoon uit mijn nek te lullen, omdat ik uit ervaring al wist dat de verschillen enorm groot waren. Bij sommige vrouwen hoefde je maar aan hun oorlelletje te sabbelen of ze kwamen klaar. Bij anderen moest je tot een diepe penetratie komen en dan nog kon het een kwartier duren voordat ze daar op reageerden.
En daar tussen had je honderden verschillende variaties. Sommige hiervan leken niets met seks te maken te hebben, zoals bijvoorbeeld het uitspreken van vieze woordjes of de klank van een stem terwijl je een vinger streelde. Het vrouwenlichaam was een mysterie voor me en dat is het nog steeds.
Vandaag wil ik alleen je borsten onderzoeken, zeg ik haar. Is dat goed?Ze krijgt een glinstering in haar ogen.
Mijn borsten zijn zeer gevoelig, zegt ze. Vooral mijn tepels.
Als ik je aanraak wil ik dat je me zegt wat je voelt, zeg ik haar. Ik probeer mijn stem te laten klinken als een onderzoeker, die zich niet persoonlijk betrokken voelt bij het object van zijn onderzoek.
Ze knikt, maar het gehijg en gezucht wat ze voortbrengt terwijl ik haar voorzichtig masseer maakt me alleen maar duidelijk dat haar borsten inderdaad heel gevoelig zijn.
In tien minuten krijgt ze drie keer een orgasme. Ik voel me opgelaten. Ik begrijp dat ik word gebruikt, terwijl ik juist dacht dat het andersom zou zijn. Maar in dit spel ben ik de underdog.
Het is half tien als ik de deur uit ga, de koude avondlucht in. Bij het afscheid geeft ze me een hand. Wanneer kom je weer? vraagt ze. Ik zeg haar dat ik haar wel zal mailen. Maar ik heb voor mezelf al besloten dat wat mij betreft het experiment voorbij is. In de volgende advertentie die ik morgen plaats laat ik “geen seks” weg.
16 februari 2010
Het oog
Het is smerig werk en het betaalt slecht. Maar het was tenminste werk en iets anders hadden ze nu even niet. Ook voor het uitzendbureau waren het moeilijke tijden. Voor laarzen en een overal wordt gezorgd, hadden ze mij gezegd, alsof ze mij hiermee over de streep wilden trekken. Nu interesseerde het mij geen reet wat voor werk ze voor me hadden. In principe was ik bereid om sowieso overal ja op te zeggen. Dus ook tegen deze klus.
Ik had nog niet eerder in een slachthuis gewerkt. Ik hoefde geen beesten dood te maken. Alleen de rommel op te ruimen die de slachters gemaakt hadden.
Daar sta ik dan. Het is een mooie zomerse dag. Ik hoef me pas om vijf uur te melden en het is nu half vijf. De zoete weeë geur van vers bloed hangt in de lucht. Ik ga bij de ingang op het stoepje in het zonnetje zitten met “Slaugtherhouse five” van Kurt Vonnegut. Het is druk op straat. De mensen gaan na een dag van hard werken naar huis. Straks is het mijn beurt.
Ik weet dat deze klus weer een test is van de Tralfamadorians, maar laat me er niet door uit het veld slaan. Net als die keer in Eilat dat ik ’s morgens in alle vroegte Mike wakker maakte en mijn geld terug eiste omdat de papertrips die hij mij verkocht had gewoon stukjes karton waren. De Tralfamadorians stonden over mijn schouders mee te kijken. Ze hadden zich, zoals altijd in dit soort situaties, onzichtbaar gemaakt. Mike gaf mij vloekend mijn geld terug en ik stopte het vlijmscherpe mes dat ik in mijn mouw verborgen had onopvallend terug in de schede. Misschien had ik hem toen uit zijn lijden moeten verlossen. Maar ik had er helaas geen reden voor. Van anderen hoorde ik later dat Mike waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de diefstal van meerdere paspoorten van de mensen die hier waren neergestreken op weg naar hun bestemming in Nepal, Afghanistan of India. Je zou toch maar door zo’n rat genaaid worden.
Een jongen die er uit ziet als een student rijdt de stoep op met zijn fiets. Ik sta op, loop op hem af en vraag of hij ook door het uitzendbureau hier naar toe is gestuurd. Dat blijkt zo te zijn. Samen melden we ons bij de portier. Die zorgt er voor dat we worden opgehaald.
We kunnen een paar laarzen en een overal uitkiezen en kleden ons om in een witbetegelde kleedkamer, waar we onze kleren kunnen achterlaten.
Vervolgens worden we overgedragen aan een kale veertiger met een loensende blik. Hij vertelt ons dat we precies moeten doen wat hij zegt. Hij neemt ons mee het slachthuis in.
Aan grote haken hangen de karkassen van de koeien, die een schilder ooit inspireerden tot het maken van een serie schilderijen voor de drogisterijketen “Het Kruitvat”.
Tegen de muur en op de vloer is het een gore troep van organen en stukjes vlees.
De schele heeft ons een lange slang laten meezeulen. Terwijl de schele de spuit er op zet, gaan wij aan de slag met bezems en trekkers. De student heeft al snel een paar koeienogen ontdekt en schopt ze mijn richting uit. Ik schop ze terug. We lachen, maar de schele heeft besloten om ons in het gareel te houden. Met zijn blote handen pakt hij een oog op, dompelt hem kort in een emmer met schoon water en roept ons bij zich. Jullie moeten niet met eten spelen, zegt hij en stopt tot onze afschuw het oog in zijn mond. Hij trekt zijn mond open in een brede grijns en bijt het oog dan kapot. Er klinkt een zachte plop. De zwarte smurrie loopt langs zijn lippen en zijn kin. De boodschap is overgekomen. De rest van de tijd werken we zwijgend door. Tijd om met elkaar te praten of om nog meer geintjes uit te halen is er niet.
Ik voel hoe de Tralfamadorians elkaar gniffelend aanstoten. We zijn niet over onze nek gegaan en daarmee geslaagd voor de test. Tevreden trekken zij zich terug in de vierde dimensie.
Het is acht uur als ik op mijn fietsje stap. De zon schijn nog steeds en overal zitten mensen op de terrassen. Ik heb een kurkdroge keel en trek in een koud biertje. Ik besluit daarom nog even naar mijn stamkroegje “De Schouw”te gaan. Als ik die nacht stomdronken thuis kom heb ik alles wat ik met het schoonmaken verdiend heb met rente uitgegeven.
Ik had nog niet eerder in een slachthuis gewerkt. Ik hoefde geen beesten dood te maken. Alleen de rommel op te ruimen die de slachters gemaakt hadden.
Daar sta ik dan. Het is een mooie zomerse dag. Ik hoef me pas om vijf uur te melden en het is nu half vijf. De zoete weeë geur van vers bloed hangt in de lucht. Ik ga bij de ingang op het stoepje in het zonnetje zitten met “Slaugtherhouse five” van Kurt Vonnegut. Het is druk op straat. De mensen gaan na een dag van hard werken naar huis. Straks is het mijn beurt.
Ik weet dat deze klus weer een test is van de Tralfamadorians, maar laat me er niet door uit het veld slaan. Net als die keer in Eilat dat ik ’s morgens in alle vroegte Mike wakker maakte en mijn geld terug eiste omdat de papertrips die hij mij verkocht had gewoon stukjes karton waren. De Tralfamadorians stonden over mijn schouders mee te kijken. Ze hadden zich, zoals altijd in dit soort situaties, onzichtbaar gemaakt. Mike gaf mij vloekend mijn geld terug en ik stopte het vlijmscherpe mes dat ik in mijn mouw verborgen had onopvallend terug in de schede. Misschien had ik hem toen uit zijn lijden moeten verlossen. Maar ik had er helaas geen reden voor. Van anderen hoorde ik later dat Mike waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de diefstal van meerdere paspoorten van de mensen die hier waren neergestreken op weg naar hun bestemming in Nepal, Afghanistan of India. Je zou toch maar door zo’n rat genaaid worden.
Een jongen die er uit ziet als een student rijdt de stoep op met zijn fiets. Ik sta op, loop op hem af en vraag of hij ook door het uitzendbureau hier naar toe is gestuurd. Dat blijkt zo te zijn. Samen melden we ons bij de portier. Die zorgt er voor dat we worden opgehaald.
We kunnen een paar laarzen en een overal uitkiezen en kleden ons om in een witbetegelde kleedkamer, waar we onze kleren kunnen achterlaten.
Vervolgens worden we overgedragen aan een kale veertiger met een loensende blik. Hij vertelt ons dat we precies moeten doen wat hij zegt. Hij neemt ons mee het slachthuis in.
Aan grote haken hangen de karkassen van de koeien, die een schilder ooit inspireerden tot het maken van een serie schilderijen voor de drogisterijketen “Het Kruitvat”.
Tegen de muur en op de vloer is het een gore troep van organen en stukjes vlees.
De schele heeft ons een lange slang laten meezeulen. Terwijl de schele de spuit er op zet, gaan wij aan de slag met bezems en trekkers. De student heeft al snel een paar koeienogen ontdekt en schopt ze mijn richting uit. Ik schop ze terug. We lachen, maar de schele heeft besloten om ons in het gareel te houden. Met zijn blote handen pakt hij een oog op, dompelt hem kort in een emmer met schoon water en roept ons bij zich. Jullie moeten niet met eten spelen, zegt hij en stopt tot onze afschuw het oog in zijn mond. Hij trekt zijn mond open in een brede grijns en bijt het oog dan kapot. Er klinkt een zachte plop. De zwarte smurrie loopt langs zijn lippen en zijn kin. De boodschap is overgekomen. De rest van de tijd werken we zwijgend door. Tijd om met elkaar te praten of om nog meer geintjes uit te halen is er niet.
Ik voel hoe de Tralfamadorians elkaar gniffelend aanstoten. We zijn niet over onze nek gegaan en daarmee geslaagd voor de test. Tevreden trekken zij zich terug in de vierde dimensie.
Het is acht uur als ik op mijn fietsje stap. De zon schijn nog steeds en overal zitten mensen op de terrassen. Ik heb een kurkdroge keel en trek in een koud biertje. Ik besluit daarom nog even naar mijn stamkroegje “De Schouw”te gaan. Als ik die nacht stomdronken thuis kom heb ik alles wat ik met het schoonmaken verdiend heb met rente uitgegeven.
15 februari 2010
Spindoctor
Het was een fijn gesprek geweest. Zo had ik Jan Peter nog niet eerder meegemaakt.
Mogelijk lag dit ook aan de voortreffelijke maaltijd die wij beiden hadden genoten. Of misschien was het wel zo dat de maaltijd voortreffelijk had gesmaakt omdat wij samen zo gezellig hadden zitten kouten. Wie zal het zeggen?
De bediende van de garderobe reikte ons de jassen en shawls aan. Het sneeuwde nog steeds en zonder warme shawl liep je gewis kans op het vatten van een koudje.
Jan Peter keek mij peinzend aan toen wij in het halletje op het punt stonden afscheid van elkaar te nemen. Hij wilde iets zeggen, maar zocht naar de juiste woorden.
Zou jij mijn spindoctor willen zijn? vroeg hij opeens.
Het drong niet gelijk tot mij door wat hij vroeg. Ik was altijd vol ontzag geweest voor onze grote roerganger, deze politicus in hart en nieren, die het ene na het andere kabinet Balkenende in de afgelopen zeven jaar door de woeste branding van de dagelijkse politieke realiteit had weten te manoeuvreren.
Hij had iets bovenmenselijks voor mij. Anderen mochten hem misschien een droogkloot vinden en een draaikont. Toen ik hem nog niet persoonlijk had ontmoet, had ik deze vooroordelen ook. Pas later ontdekte ik hoe standvastig hij was. Alleen zijn PR liet te wensen over. In zijn geval kon de slogan “you get what you see” eenvoudig aangepast worden in “you don’t get what you see”. Vrij vertaald: Je ziet niet wat er is en wat er is, dat zie je niet.
Een leus, die volgens mij het hele CDA op het lijf is geschreven en die door Jan Peter, als één van zijn meest prominente voormannen, op uitzonderlijke wijze werd en wordt uitgedragen.
Of ik je spindoctor zou willen zijn? bouwde ik hem na. De lezer zal het zijn opgevallen dat Jan Peter en ik elkaar tutoyeren. Dat is niet zo vreemd. Dat doen hij en zijn vrouw Bianca ook.
Ja, mijn spindoctor. Met de gemeenteverkiezingen voor de deur vraag ik mij af of ik mijn normen en waarden offensief niet eens nieuw leven in moet blazen. De mensen zijn op zoek naar houvast, de kerken lopen leeg, het aantal overvallen op kleine winkeliers neem toe, misschien moeten we gewoon in Uruzgan blijven, we kunnen er misschien wel een handelspost vestigen…Ik onderbrak hem. Met alle respect Jan Peter, je haalt er nu toch wel heel veel onderwerpen ineens bij. Ik raak hiervan in de war. Ik begrijp dat je het normen en waardedebat nieuw leven in wil blazen en jij wil dat ik je hierbij help. Klopt dat?
Jan Peter knikte. Ik heb iemand nodig die mijn goede bedoelingen op de juiste wijze weet te vertalen naar de mensen. Ik wil niet dat ze allemaal straks gaan roepen “Daar heb je hem weer met zijn normen en waarden. Laat hij eerst maar eens de grote zakkenvullers aanpakken en de grote bedrijven, die hier nauwelijks belasting betalen.” Je kent het wel. De mensen wijzen eerst altijd naar anderen als ze ontevreden zijn. Zelf vinden ze dat ze geen schuld hebben aan de verloedering van de maatschappij. Men zou eens minder moeten wijzen en wat meer bereid moeten zijn om naar zichzelf te kijken. Neem nou eens de coffeeshops. Hoe erg is het om een paar meter verder te moeten lopen? Dat moet toch geen probleem zijn? Waar het om gaat is dat de mensen duidelijk zien waar het CDA voor staat. En dat is fatsoen met een grote F. En dat is in het belang van iedereen.
Zoals altijd werd hij begeesterd door zijn eigen woorden. Alsof hij met genoegen en verbazing de woordenbrij gade sloeg die aan hem ontsnapte.
Mag ik er een nachtje over slapen? vroeg ik hem. Natuurlijk, lachte hij. Denk er maar eens goed over na. Ik hoor het wel van je. Hij schudde mijn hand en verdween in de stuifsneeuw die door de harde wind in onze richting waaide.
Spindoctor? De publieke opinie beïnvloeden, zodat iedereen denkt dat het CDA als enige partij begrip heeft voor de noden van de kleine man. Christelijke normen en waarden. Er liep een rilling langs mijn rug. Al half februari en nog steeds was het verdomde koud.
Mogelijk lag dit ook aan de voortreffelijke maaltijd die wij beiden hadden genoten. Of misschien was het wel zo dat de maaltijd voortreffelijk had gesmaakt omdat wij samen zo gezellig hadden zitten kouten. Wie zal het zeggen?
De bediende van de garderobe reikte ons de jassen en shawls aan. Het sneeuwde nog steeds en zonder warme shawl liep je gewis kans op het vatten van een koudje.
Jan Peter keek mij peinzend aan toen wij in het halletje op het punt stonden afscheid van elkaar te nemen. Hij wilde iets zeggen, maar zocht naar de juiste woorden.
Zou jij mijn spindoctor willen zijn? vroeg hij opeens.
Het drong niet gelijk tot mij door wat hij vroeg. Ik was altijd vol ontzag geweest voor onze grote roerganger, deze politicus in hart en nieren, die het ene na het andere kabinet Balkenende in de afgelopen zeven jaar door de woeste branding van de dagelijkse politieke realiteit had weten te manoeuvreren.
Hij had iets bovenmenselijks voor mij. Anderen mochten hem misschien een droogkloot vinden en een draaikont. Toen ik hem nog niet persoonlijk had ontmoet, had ik deze vooroordelen ook. Pas later ontdekte ik hoe standvastig hij was. Alleen zijn PR liet te wensen over. In zijn geval kon de slogan “you get what you see” eenvoudig aangepast worden in “you don’t get what you see”. Vrij vertaald: Je ziet niet wat er is en wat er is, dat zie je niet.
Een leus, die volgens mij het hele CDA op het lijf is geschreven en die door Jan Peter, als één van zijn meest prominente voormannen, op uitzonderlijke wijze werd en wordt uitgedragen.
Of ik je spindoctor zou willen zijn? bouwde ik hem na. De lezer zal het zijn opgevallen dat Jan Peter en ik elkaar tutoyeren. Dat is niet zo vreemd. Dat doen hij en zijn vrouw Bianca ook.
Ja, mijn spindoctor. Met de gemeenteverkiezingen voor de deur vraag ik mij af of ik mijn normen en waarden offensief niet eens nieuw leven in moet blazen. De mensen zijn op zoek naar houvast, de kerken lopen leeg, het aantal overvallen op kleine winkeliers neem toe, misschien moeten we gewoon in Uruzgan blijven, we kunnen er misschien wel een handelspost vestigen…Ik onderbrak hem. Met alle respect Jan Peter, je haalt er nu toch wel heel veel onderwerpen ineens bij. Ik raak hiervan in de war. Ik begrijp dat je het normen en waardedebat nieuw leven in wil blazen en jij wil dat ik je hierbij help. Klopt dat?
Jan Peter knikte. Ik heb iemand nodig die mijn goede bedoelingen op de juiste wijze weet te vertalen naar de mensen. Ik wil niet dat ze allemaal straks gaan roepen “Daar heb je hem weer met zijn normen en waarden. Laat hij eerst maar eens de grote zakkenvullers aanpakken en de grote bedrijven, die hier nauwelijks belasting betalen.” Je kent het wel. De mensen wijzen eerst altijd naar anderen als ze ontevreden zijn. Zelf vinden ze dat ze geen schuld hebben aan de verloedering van de maatschappij. Men zou eens minder moeten wijzen en wat meer bereid moeten zijn om naar zichzelf te kijken. Neem nou eens de coffeeshops. Hoe erg is het om een paar meter verder te moeten lopen? Dat moet toch geen probleem zijn? Waar het om gaat is dat de mensen duidelijk zien waar het CDA voor staat. En dat is fatsoen met een grote F. En dat is in het belang van iedereen.
Zoals altijd werd hij begeesterd door zijn eigen woorden. Alsof hij met genoegen en verbazing de woordenbrij gade sloeg die aan hem ontsnapte.
Mag ik er een nachtje over slapen? vroeg ik hem. Natuurlijk, lachte hij. Denk er maar eens goed over na. Ik hoor het wel van je. Hij schudde mijn hand en verdween in de stuifsneeuw die door de harde wind in onze richting waaide.
Spindoctor? De publieke opinie beïnvloeden, zodat iedereen denkt dat het CDA als enige partij begrip heeft voor de noden van de kleine man. Christelijke normen en waarden. Er liep een rilling langs mijn rug. Al half februari en nog steeds was het verdomde koud.
14 februari 2010
Mijn handen
Mijn handen zijn rimpelig als craquelé. Het zijn de handen van iemand die zijn brood met praten en luisteren verdient. Het zwaarste instrument dat zij beroeren is het toetsenbord.
Het zijn kleine handjes. De pink aan mijn rechterhand is een beetje misvormd. Die heeft tussen de voordeur gezeten, toen ik als kleuter even niet oplette. Het topje moest er in het Zuiderziekenhuis weer aan worden genaaid. De chirurg die dit heeft gedaan had toen blijkbaar zijn dag niet. Maar het had slechter kunnen aflopen en dan had ik nu negen vingers gehad.
Zo’n twintig jaar geleden ben ik op de fiets in een bocht onderuit gegaan en heb toen dezelfde pink gebroken. De fysiotherapeut heeft er, nadat de breuk geheeld was, stevig aan staan te rukken en trekken en daar ben ik hem nog dankbaar voor. Ja, ik heb m’n pinkje nog steeds en daar ben ik blij om.
Over mijn andere vingers kan ik niets vertellen. Ze hebben weliswaar veel meegemaakt, maar dit is ze niet aan te zien.
De hartlijnen en de lange, ononderbroken stevige hoofdlijnen van mijn beide handen zijn met elkaar vervlochten. Betekent dit dat mijn gevoel en verstand in evenwicht zijn met elkaar? Betekent het sowieso al iets?
Ik heb zachte handen. Er zit nauwelijks eelt op. Dat is wel eens anders geweest.
Heel lang geleden werkte ik in de bouw. Ik was kabeltrekker en grondwerker. En korte tijd was ik ook nog opperman. Zie je het voor je? Natuurlijk was ik met mijn tengere postuur daar helemaal niet op gebouwd. Mijn handen waren alleen pen en papier gewend.
Opeens moesten ze grote zakken zand en cement van 25 kg of meer beetpakken. Urenlang hielden ze een kabel of schep omklemd. De eerste dag lag alles open en ik verrekte van de pijn. Maar in de dagen erna trokken de wondjes dicht en kreeg ik een mooie laag eelt op mijn handen.
Al ben ik blij dat mijn handen zacht en stevig zijn, ik mis dat kleine laagje eelt wel. Echte mannen hebben eelt op hun handen of op hun ziel. Ik heb geen van beide.
Bij mijn polsen wordt het weer interessant. Er loopt een klein littekentje over een van de slagaderen in mijn linkerpols. Tijdens een vakantie in Frankrijk zo’n tien jaar geleden verloor ik mijn evenwicht en knalde met die pols tegen een scherpe rotspunt aan. Er zat opeens een gat in mijn pols van wel een halve centimeter diep. De ader er onder was net niet geraakt. Ook dit had anders af kunnen lopen.
En dan heb ik op mijn pols nog een litteken van de wratjes die er op hebben gezeten.
Deze wratjes had ik gekregen van het vingeren. Dat vond je als jonge gast van veertien vreselijk interessant, al had je geen idee wat je aan het doen was. Maar dat waren nu eenmaal de spelletjes die de meisjes en de jongens, waarmee ik opgroeide, speelden.
En Hannie (Of was het Els?) had daar beneden allemaal wratjes en ik weet nog dat ik zei: “Lieve Heer, laat mij alsjeblieft geen wratjes krijgen” want ik geloofde toen nog. Maar Hij moet geweten hebben dat ik toch een afvallige zou worden want mijn gebed werd niet verhoord. En zo kreeg ik allemaal wratjes. Mijn vader behandelde die met een soort vloeistof en sneed de korst er dan af met een scheermesje. Dat deed me toch zeer.
Mijn wratjes verdwenen, maar één klein litteken is altijd gebleven, zodat ik hier inspiratie uit zou kunnen putten als ik mij weer eens afvroeg wat ik nu weer zou schrijven.
Ik zou zo mijn hele lijf langs kunnen gaan. Overal zijn er wel plekjes met hun eigen verhaal. Maar ik vind dat ik vandaag wel voldoende van mezelf heb bloot gegeven.
Het zijn kleine handjes. De pink aan mijn rechterhand is een beetje misvormd. Die heeft tussen de voordeur gezeten, toen ik als kleuter even niet oplette. Het topje moest er in het Zuiderziekenhuis weer aan worden genaaid. De chirurg die dit heeft gedaan had toen blijkbaar zijn dag niet. Maar het had slechter kunnen aflopen en dan had ik nu negen vingers gehad.
Zo’n twintig jaar geleden ben ik op de fiets in een bocht onderuit gegaan en heb toen dezelfde pink gebroken. De fysiotherapeut heeft er, nadat de breuk geheeld was, stevig aan staan te rukken en trekken en daar ben ik hem nog dankbaar voor. Ja, ik heb m’n pinkje nog steeds en daar ben ik blij om.
Over mijn andere vingers kan ik niets vertellen. Ze hebben weliswaar veel meegemaakt, maar dit is ze niet aan te zien.
De hartlijnen en de lange, ononderbroken stevige hoofdlijnen van mijn beide handen zijn met elkaar vervlochten. Betekent dit dat mijn gevoel en verstand in evenwicht zijn met elkaar? Betekent het sowieso al iets?
Ik heb zachte handen. Er zit nauwelijks eelt op. Dat is wel eens anders geweest.
Heel lang geleden werkte ik in de bouw. Ik was kabeltrekker en grondwerker. En korte tijd was ik ook nog opperman. Zie je het voor je? Natuurlijk was ik met mijn tengere postuur daar helemaal niet op gebouwd. Mijn handen waren alleen pen en papier gewend.
Opeens moesten ze grote zakken zand en cement van 25 kg of meer beetpakken. Urenlang hielden ze een kabel of schep omklemd. De eerste dag lag alles open en ik verrekte van de pijn. Maar in de dagen erna trokken de wondjes dicht en kreeg ik een mooie laag eelt op mijn handen.
Al ben ik blij dat mijn handen zacht en stevig zijn, ik mis dat kleine laagje eelt wel. Echte mannen hebben eelt op hun handen of op hun ziel. Ik heb geen van beide.
Bij mijn polsen wordt het weer interessant. Er loopt een klein littekentje over een van de slagaderen in mijn linkerpols. Tijdens een vakantie in Frankrijk zo’n tien jaar geleden verloor ik mijn evenwicht en knalde met die pols tegen een scherpe rotspunt aan. Er zat opeens een gat in mijn pols van wel een halve centimeter diep. De ader er onder was net niet geraakt. Ook dit had anders af kunnen lopen.
En dan heb ik op mijn pols nog een litteken van de wratjes die er op hebben gezeten.
Deze wratjes had ik gekregen van het vingeren. Dat vond je als jonge gast van veertien vreselijk interessant, al had je geen idee wat je aan het doen was. Maar dat waren nu eenmaal de spelletjes die de meisjes en de jongens, waarmee ik opgroeide, speelden.
En Hannie (Of was het Els?) had daar beneden allemaal wratjes en ik weet nog dat ik zei: “Lieve Heer, laat mij alsjeblieft geen wratjes krijgen” want ik geloofde toen nog. Maar Hij moet geweten hebben dat ik toch een afvallige zou worden want mijn gebed werd niet verhoord. En zo kreeg ik allemaal wratjes. Mijn vader behandelde die met een soort vloeistof en sneed de korst er dan af met een scheermesje. Dat deed me toch zeer.
Mijn wratjes verdwenen, maar één klein litteken is altijd gebleven, zodat ik hier inspiratie uit zou kunnen putten als ik mij weer eens afvroeg wat ik nu weer zou schrijven.
Ik zou zo mijn hele lijf langs kunnen gaan. Overal zijn er wel plekjes met hun eigen verhaal. Maar ik vind dat ik vandaag wel voldoende van mezelf heb bloot gegeven.
13 februari 2010
Droevige Valentijn
Ook vandaag heb ik opnieuw aan je gedacht
Het is onmogelijk voor mij jou te vergeten
Ik ben je geliefde die zo vurig naar je smacht
Maar wie jij echt bent zal ik nimmer weten
Je weet niet dat dit voor jou is geschreven
Dat ik vaak aan je denk bovendien
Ook al leiden wij beiden ons eigen leven
Onthoud, mijn liefste, ik heb je gezien
Men heeft je gekwetst, men heeft je ontkend
Men heeft je veel verdriet gedaan
Warmte en aandacht ben je ontwend
Er is afschuwelijk veel van binnen stuk gegaan
Je sluit je af, je voelt het van binnen schuren
de lach die je toont heb je jezelf verplicht
Maar in het donker, in de stille uren
Lopen warme tranen over je gezicht
Je kunt zien hoe moeilijk het voor je is
Soms kun je de pijn haast niet verdragen
Er is geen plek voor je gemis
Maar ik wil het heel graag voor je dragen
Je lijdt, maar het is beslist onnodig
Je hebt al veel te lang getreurd
Blijven treuren is echt overbodig
Wat gebeurd is, is gebeurd
Wat stuk gemaakt is blijft gebroken
Het is zinloos hier bij stil te staan
Want elk vuur door mensenhand ontstoken
zal eens doven, alles zal tot as vergaan
Als ìk al spijt heb over mijn fouten in ‘t verleden
dan is het dat ik er te weinig van heb geleerd
’t Is daarom dat ik in het heden
mij tot de toekomst heb bekeerd
Het is onmogelijk voor mij jou te vergeten
Ik ben je geliefde die zo vurig naar je smacht
Maar wie jij echt bent zal ik nimmer weten
Je weet niet dat dit voor jou is geschreven
Dat ik vaak aan je denk bovendien
Ook al leiden wij beiden ons eigen leven
Onthoud, mijn liefste, ik heb je gezien
Men heeft je gekwetst, men heeft je ontkend
Men heeft je veel verdriet gedaan
Warmte en aandacht ben je ontwend
Er is afschuwelijk veel van binnen stuk gegaan
Je sluit je af, je voelt het van binnen schuren
de lach die je toont heb je jezelf verplicht
Maar in het donker, in de stille uren
Lopen warme tranen over je gezicht
Je kunt zien hoe moeilijk het voor je is
Soms kun je de pijn haast niet verdragen
Er is geen plek voor je gemis
Maar ik wil het heel graag voor je dragen
Je lijdt, maar het is beslist onnodig
Je hebt al veel te lang getreurd
Blijven treuren is echt overbodig
Wat gebeurd is, is gebeurd
Wat stuk gemaakt is blijft gebroken
Het is zinloos hier bij stil te staan
Want elk vuur door mensenhand ontstoken
zal eens doven, alles zal tot as vergaan
Als ìk al spijt heb over mijn fouten in ‘t verleden
dan is het dat ik er te weinig van heb geleerd
’t Is daarom dat ik in het heden
mij tot de toekomst heb bekeerd
12 februari 2010
Opgroeien
Als kind speelde ik graag op straat. Er waren toen nog bijna geen auto’s en spelen op straat was daarom betrekkelijk ongevaarlijk. Soms gingen we op de stoep aan de Slinge zitten om nummerborden op te schrijven van auto’s die voorbij kwamen. Dit geeft wel aan dat het in vergelijking met nu tamelijk rustig was op de weg.
Natuurlijk speelden we verstoppertje of diefje met verlos. Ik herinner me dat ik behoorlijk handig was in het spelen van deze spelletjes. Als ik mij had verstopt konden ze mij meestal niet vinden. En bij diefje met verlos lukte het mij menigmaal om mijn kameraden te bevrijden.
Goaltje schieten, voetballen, in bomen klimmen, papieren pijltjes op elkaar schieten…Het hoorde er allemaal bij.
Als je tv wilde kijken ging je met z’n allen naar een aardige buurvrouw. Je trok je schoenen voor de deur uit en zat dan voor de bank op de grond met een grote groep andere kinderen naar een klein zwart-wit schermpje te staren. Het zuurtje dat je kreeg probeerde je zo lang mogelijk heel in je mond te houden en na afloop zei je netjes “Dank u wel, mevrouw”.
Wat je ook kon doen is je neus tegen de ruit drukken van degenen die een woning hadden op de begane grond. Soms werd je weggejaagd en schold je de harteloze tv-bezitters eens lekker stevig uit. Een andere keer kon je blijven staan, maar binnengelaten werd je nooit.
Veel van mijn jeugd kan ik mij niet herinneren. Het is dan ook zo lang geleden.
Maar als ik er voor ga zitten komen de beelden vanzelf naar boven.
Een moment dat mij is bijgebleven was het ogenblik dat ik ontdekte dat ik net zo hoog was als de tafel. Een ander moment dat ik echt nooit vergeten zal is het moment dat ik een spijker in het stopcontact stak, omdat hij zo mooi in een van de gaatjes paste. Natuurlijk kreeg ik een geweldige opdonder en vlogen de stoppen in de stoppenkast er met een klap uit.
“Ga terug naar je eiland” zei een meisje tegen mij toen ik ruzie met haar had. “Naar welk eiland?” vroeg ik haar in al mijn onschuld. Haar geografische kennis moet niet groot geweest zijn, want zij bleef mij het antwoord schuldig. Ongetwijfeld had mijn donkere uiterlijk haar tot die uitspraak gebracht, maar zij aapte waarschijnlijk gewoon de volwassenen na uit haar omgeving en had geen idee wat ze zei.
Dat had ik ook niet toen ik, nog geen twaalf jaar oud, aan de zestienjarige Ciska vroeg of zij vanavond weer de hoer ging uithangen. Een uitspraak die ik van mijn ouders had opgepikt, maar waarvan ik niet wist wat deze betekende. Dat Ciska met haar felrode nagels naar voren zich vervolgens op mij stortte en ik ternauwernood aan haar woede ontsnapte begreep ik daarom niet. Het was zomaar een vraag en dan deze vreemde reactie…
De straat was de plek waar ik mij het beste thuis voelde. Ik voel me misschien daarom buiten meestal het prettigst, weer of geen weer.
Mijn speelsheid heeft mij nooit verlaten en vaak zeg ik tegen mijn leerlingen dat ik voor hen hoop dat ook zij het kind in hen zullen blijven koesteren. Het is dat kind waar ze hun hoop op moeten vestigen, dat ze lief moeten hebben en beschermen tegen degenen die van hen droogkloterige volwassenen willen maken.
Het is dat kind waarvoor ze leven.
Natuurlijk speelden we verstoppertje of diefje met verlos. Ik herinner me dat ik behoorlijk handig was in het spelen van deze spelletjes. Als ik mij had verstopt konden ze mij meestal niet vinden. En bij diefje met verlos lukte het mij menigmaal om mijn kameraden te bevrijden.
Goaltje schieten, voetballen, in bomen klimmen, papieren pijltjes op elkaar schieten…Het hoorde er allemaal bij.
Als je tv wilde kijken ging je met z’n allen naar een aardige buurvrouw. Je trok je schoenen voor de deur uit en zat dan voor de bank op de grond met een grote groep andere kinderen naar een klein zwart-wit schermpje te staren. Het zuurtje dat je kreeg probeerde je zo lang mogelijk heel in je mond te houden en na afloop zei je netjes “Dank u wel, mevrouw”.
Wat je ook kon doen is je neus tegen de ruit drukken van degenen die een woning hadden op de begane grond. Soms werd je weggejaagd en schold je de harteloze tv-bezitters eens lekker stevig uit. Een andere keer kon je blijven staan, maar binnengelaten werd je nooit.
Veel van mijn jeugd kan ik mij niet herinneren. Het is dan ook zo lang geleden.
Maar als ik er voor ga zitten komen de beelden vanzelf naar boven.
Een moment dat mij is bijgebleven was het ogenblik dat ik ontdekte dat ik net zo hoog was als de tafel. Een ander moment dat ik echt nooit vergeten zal is het moment dat ik een spijker in het stopcontact stak, omdat hij zo mooi in een van de gaatjes paste. Natuurlijk kreeg ik een geweldige opdonder en vlogen de stoppen in de stoppenkast er met een klap uit.
“Ga terug naar je eiland” zei een meisje tegen mij toen ik ruzie met haar had. “Naar welk eiland?” vroeg ik haar in al mijn onschuld. Haar geografische kennis moet niet groot geweest zijn, want zij bleef mij het antwoord schuldig. Ongetwijfeld had mijn donkere uiterlijk haar tot die uitspraak gebracht, maar zij aapte waarschijnlijk gewoon de volwassenen na uit haar omgeving en had geen idee wat ze zei.
Dat had ik ook niet toen ik, nog geen twaalf jaar oud, aan de zestienjarige Ciska vroeg of zij vanavond weer de hoer ging uithangen. Een uitspraak die ik van mijn ouders had opgepikt, maar waarvan ik niet wist wat deze betekende. Dat Ciska met haar felrode nagels naar voren zich vervolgens op mij stortte en ik ternauwernood aan haar woede ontsnapte begreep ik daarom niet. Het was zomaar een vraag en dan deze vreemde reactie…
De straat was de plek waar ik mij het beste thuis voelde. Ik voel me misschien daarom buiten meestal het prettigst, weer of geen weer.
Mijn speelsheid heeft mij nooit verlaten en vaak zeg ik tegen mijn leerlingen dat ik voor hen hoop dat ook zij het kind in hen zullen blijven koesteren. Het is dat kind waar ze hun hoop op moeten vestigen, dat ze lief moeten hebben en beschermen tegen degenen die van hen droogkloterige volwassenen willen maken.
Het is dat kind waarvoor ze leven.
10 februari 2010
Een onwaarschijnlijke combinatie.
Jan Peter en Wouter. De Dikke en de Dunne. De kikker en de prinses. Onwaarschijnlijke combinaties, die onze aandacht trekken en soms een brede grijns op ons gezicht toveren.
“The beauty and the beast”, zei ze, waarbij ze in het midden liet wie van hun twee de beast en wie de beauty was. Zelf zag ik alleen twee beauty’s, maar zoals bekend is beauty "in the eye of the beholder.” Schoonheid zit in de ogen van de waarnemer.
Ze kwamen nog even bij me langs in de klas terwijl ik mijn spullen aan het opruimen was.
Ik was verrast, omdat ik hen beiden nog nooit samen gezien had in de jaren dat ik les aan hen geef. Het leken wel twee vriendinnen die elkaar al jaren kenden. De ene donker en groot, de ander blond en net zo klein als ik. Allebei afzonderlijk al opvallende verschijningen. En nu, al was het misschien maar voor even, samen.
Natuurlijk kon ik het niet laten om op te merken dat ik hierover wat in mijn weblog zou schrijven. Nou dames, bij deze. En als ik zo vrij mag zijn om me er tegenaan te bemoeien dan…., nee dus. Dat mag ik niet. Ook goed. Ik bemoei me alleen met mijn eigen zaken.
In mijn jonge jaren maakte ik soms ook deel uit van een onwaarschijnlijke combinatie. Zo was mijn Amerikaans vriendin meer dan een half hoofd groter dan ik en kan hetzelfde worden gezegd van sommige andere vriendinnen die ik toen heb gehad. Het zal af en toe wel geleid hebben tot een gefronste wenkbrauw of een glimlach. Maar ik heb het nooit beseft.
Soms kun je aan de buitenkant niet zien dat bepaalde combinaties speciaal zijn. Dat weten alleen degenen die het betreft zelf. Maar wat is speciaal?
Ik kijk uit het raam. Niemand. Een krolse poes wrijft haar genotzieke lijf tegen een lantaarnpaal en verdwijnt dan onverwachts in de bosjes.
Het is tien uur ’s avonds. Hij zal me straks wel roepen.
Kom je nog, roept hij met donderende stem nog geen vijf minuten later.
Ik storm de trap op. Hij ligt met zijn kolossale lijf als een zielig hoopje in bed.
Wil je me vanaf hier voorlezen? Hij legt zijn vinger halverwege de bladzijde.
Ik begin te lezen. Zijn doffe ogen lijken open te breken en beginnen te glanzen. Reeds na tien minuten hoor ik een zacht geronk en als ik kijk zie ik dat zijn ogen dicht zijn. Hij heeft een vredige uitdrukking op zijn gezicht. Even heb ik hem de pijn doen vergeten. Samen zijn we een paar minuten op avontuur geweest.
Ik trek de dekens over hem heen tot aan zijn kin. Hij merkt het niet. Het glas met water staat nog onaangeroerd op het nachtkastje.
Drie maanden, had de dokter gezegd. Hoogstens drie maanden, niet langer. En dat was al ruim een maand geleden.
Ik doe het licht uit en ga naar beneden. Als ik weg ga laat ik alleen een lampje onder een van de keukenkastjes branden.
“Meisje”, had mijn moeder gezegd. Je moet je hart volgen, maar ik denk niet dat je er gelukkiger van wordt. Dat was twee jaar geleden.
Nee, ik ben nooit bij hem gaan wonen. Hij had net zijn beste vriend verloren en wist dat ook hij niet lang meer te leven had.
Al heeft nooit van mij gehouden, voor mij bestond er geen lievere man. “Bestaat” moet ik zeggen, want hij is nog niet dood. Ik weet nu al dat ik hem enorm zal missen.
Een onwaarschijnlijke combinatie, zei een vriendin van me toen ik het met haar over hem en mij had. Ja, onwaarschijnlijk, maar zo echt dat het me vreselijk veel pijn doet als ik aan de toekomst denk.
“The beauty and the beast”, zei ze, waarbij ze in het midden liet wie van hun twee de beast en wie de beauty was. Zelf zag ik alleen twee beauty’s, maar zoals bekend is beauty "in the eye of the beholder.” Schoonheid zit in de ogen van de waarnemer.
Ze kwamen nog even bij me langs in de klas terwijl ik mijn spullen aan het opruimen was.
Ik was verrast, omdat ik hen beiden nog nooit samen gezien had in de jaren dat ik les aan hen geef. Het leken wel twee vriendinnen die elkaar al jaren kenden. De ene donker en groot, de ander blond en net zo klein als ik. Allebei afzonderlijk al opvallende verschijningen. En nu, al was het misschien maar voor even, samen.
Natuurlijk kon ik het niet laten om op te merken dat ik hierover wat in mijn weblog zou schrijven. Nou dames, bij deze. En als ik zo vrij mag zijn om me er tegenaan te bemoeien dan…., nee dus. Dat mag ik niet. Ook goed. Ik bemoei me alleen met mijn eigen zaken.
In mijn jonge jaren maakte ik soms ook deel uit van een onwaarschijnlijke combinatie. Zo was mijn Amerikaans vriendin meer dan een half hoofd groter dan ik en kan hetzelfde worden gezegd van sommige andere vriendinnen die ik toen heb gehad. Het zal af en toe wel geleid hebben tot een gefronste wenkbrauw of een glimlach. Maar ik heb het nooit beseft.
Soms kun je aan de buitenkant niet zien dat bepaalde combinaties speciaal zijn. Dat weten alleen degenen die het betreft zelf. Maar wat is speciaal?
Ik kijk uit het raam. Niemand. Een krolse poes wrijft haar genotzieke lijf tegen een lantaarnpaal en verdwijnt dan onverwachts in de bosjes.
Het is tien uur ’s avonds. Hij zal me straks wel roepen.
Kom je nog, roept hij met donderende stem nog geen vijf minuten later.
Ik storm de trap op. Hij ligt met zijn kolossale lijf als een zielig hoopje in bed.
Wil je me vanaf hier voorlezen? Hij legt zijn vinger halverwege de bladzijde.
Ik begin te lezen. Zijn doffe ogen lijken open te breken en beginnen te glanzen. Reeds na tien minuten hoor ik een zacht geronk en als ik kijk zie ik dat zijn ogen dicht zijn. Hij heeft een vredige uitdrukking op zijn gezicht. Even heb ik hem de pijn doen vergeten. Samen zijn we een paar minuten op avontuur geweest.
Ik trek de dekens over hem heen tot aan zijn kin. Hij merkt het niet. Het glas met water staat nog onaangeroerd op het nachtkastje.
Drie maanden, had de dokter gezegd. Hoogstens drie maanden, niet langer. En dat was al ruim een maand geleden.
Ik doe het licht uit en ga naar beneden. Als ik weg ga laat ik alleen een lampje onder een van de keukenkastjes branden.
“Meisje”, had mijn moeder gezegd. Je moet je hart volgen, maar ik denk niet dat je er gelukkiger van wordt. Dat was twee jaar geleden.
Nee, ik ben nooit bij hem gaan wonen. Hij had net zijn beste vriend verloren en wist dat ook hij niet lang meer te leven had.
Al heeft nooit van mij gehouden, voor mij bestond er geen lievere man. “Bestaat” moet ik zeggen, want hij is nog niet dood. Ik weet nu al dat ik hem enorm zal missen.
Een onwaarschijnlijke combinatie, zei een vriendin van me toen ik het met haar over hem en mij had. Ja, onwaarschijnlijk, maar zo echt dat het me vreselijk veel pijn doet als ik aan de toekomst denk.
09 februari 2010
Geknipt/verknipt 3
RIYAD - Een Saudiër die vorig jaar op de televisie vrijuit vertelde over zijn seksleven, is in hoger beroep tot vijf jaar cel en duizend zweepslagen veroordeeld. Dit hebben Saudische media dinsdag gemeld.
Dit berichtje stond vandaag op www.nu.nl
Al ben je nog zo’n masochist: duizend zweepslagen is toch echt wel over de top.
Te bedenken dat wij met onze consumptiemaatschappij afhankelijk zijn van zo’n stel fundamentalisten. Terwijl zij in een enorm grote zandbak met hun pik en die van anderen zitten te spelen, denken ze likkebaardend aan de kleine jongetjes die ze morgen weer voor het ontbijt zullen nemen.
Het is genoegzaam bekend dat juist dat soort lieden het zelf niet al te nauw neemt met de fatsoensnormen die zij anderen opleggen. En het is niet omdat ze moslim zijn, want onder de christenen kom je dezelfde rukkers tegen.
Ook van de katholieke kerk is bekend dat de linkerhand meestal niet weet wat de rechterhand doet. Laat mij eens citeren uit het “Geïllustreerd anti-papistisch zakboekje” dat naast mij op mijn bureau ligt.
“Zo zyn’er ook 13 Paussen geweest, die overspeelders waren, 3 waren gemeene roffianen, en bordeelhouders, 4 niet alleen hoereerders, maar die ook in bloedschande leefden: 7 waren niet alleen hoereerders, maar ook oprechters, en stichters van bordeelen, en openbare hoerhuizen, waar van elk hoer den Paus weekelyk most betalen een Julianus Penning enzovoort, enzovoort. Anonymus 1720
Natuurlijk is met zo’n citaat niks gezegd. Het mag dan zijn dat het Vaticaan voor een deel gebouwd is met het geld dat prostituees aan hun Roomse pooier moesten afdragen; dat is beslist niet de enige bron van inkomsten geweest die heeft bijgedragen aan hun krankzinnige rijkdom. Ik stel me voor dat behalve kleine jongetjes de priesters ook zo af en toe een nonnetje wilden of een lekkere ruige hoer, die hen een stevige druiper kon bezorgen. Als ze niet ziek werden sprak men van een wonder en werd de betreffende priester vijftig jaar later heilig verklaard.
Fundamentele moslims en fundamentele christenen zouden het goed met elkaar kunnen vinden als niet die ene verkeerde god (De God of Allah) hen hierbij in de weg zat.
Het is triest voor de Saudiër dat hij dacht met zijn ontboezemingen weg te kunnen komen.
En erg naïef. Ik hoop voor hem dat ze hem die zweepslagen in één keer geven aan het begin van zijn gevangenschap. Dan kan hij daar tenminste aan ontsnappen.
Dit berichtje stond vandaag op www.nu.nl
Al ben je nog zo’n masochist: duizend zweepslagen is toch echt wel over de top.
Te bedenken dat wij met onze consumptiemaatschappij afhankelijk zijn van zo’n stel fundamentalisten. Terwijl zij in een enorm grote zandbak met hun pik en die van anderen zitten te spelen, denken ze likkebaardend aan de kleine jongetjes die ze morgen weer voor het ontbijt zullen nemen.
Het is genoegzaam bekend dat juist dat soort lieden het zelf niet al te nauw neemt met de fatsoensnormen die zij anderen opleggen. En het is niet omdat ze moslim zijn, want onder de christenen kom je dezelfde rukkers tegen.
Ook van de katholieke kerk is bekend dat de linkerhand meestal niet weet wat de rechterhand doet. Laat mij eens citeren uit het “Geïllustreerd anti-papistisch zakboekje” dat naast mij op mijn bureau ligt.
“Zo zyn’er ook 13 Paussen geweest, die overspeelders waren, 3 waren gemeene roffianen, en bordeelhouders, 4 niet alleen hoereerders, maar die ook in bloedschande leefden: 7 waren niet alleen hoereerders, maar ook oprechters, en stichters van bordeelen, en openbare hoerhuizen, waar van elk hoer den Paus weekelyk most betalen een Julianus Penning enzovoort, enzovoort. Anonymus 1720
Natuurlijk is met zo’n citaat niks gezegd. Het mag dan zijn dat het Vaticaan voor een deel gebouwd is met het geld dat prostituees aan hun Roomse pooier moesten afdragen; dat is beslist niet de enige bron van inkomsten geweest die heeft bijgedragen aan hun krankzinnige rijkdom. Ik stel me voor dat behalve kleine jongetjes de priesters ook zo af en toe een nonnetje wilden of een lekkere ruige hoer, die hen een stevige druiper kon bezorgen. Als ze niet ziek werden sprak men van een wonder en werd de betreffende priester vijftig jaar later heilig verklaard.
Fundamentele moslims en fundamentele christenen zouden het goed met elkaar kunnen vinden als niet die ene verkeerde god (De God of Allah) hen hierbij in de weg zat.
Het is triest voor de Saudiër dat hij dacht met zijn ontboezemingen weg te kunnen komen.
En erg naïef. Ik hoop voor hem dat ze hem die zweepslagen in één keer geven aan het begin van zijn gevangenschap. Dan kan hij daar tenminste aan ontsnappen.
08 februari 2010
Geknipt/verknipt 2.
Deze zaterdag liep ik langs het strand van Hoek van Holland en zag toen een fles op het zand liggen, waar een briefje in zat. Ik moest meteen denken aan een schipbreukeling op een onbewoond eiland, maar sloot niet uit dat het misschien een liefdesbrief was.
De fles was schoon en het briefje zag er uit alsof het er pas was ingedaan.
Dit stond er in geschreven:
Onder voorbehoud van bovenstaande gaat vanaf maart de ontwerpfase haar tweede termijn in. De projectorganisatie rondt haar rapportages aangaande de vier programmalijnen eind februari af. Nieuwe kwartiermakers worden in stelling gebracht. Aan de (nieuwe) directeuren wordt gevraagd een aanvalsplan op te maken. Het CvB geeft daarbij elke directeur een aantal gelijke issues mee, zoals kwaliteit onderwijs, werving en behoud deelnemers, inrichting topleerlandschap(pen) en Schools of Excellence en relatiemanagement. In deze periode komt ook duidelijkheid over de inrichting en bemensing van de domeinteams en de zogenoemde Servicedesk onderwijs in de loc ’s.
Het bloed schoot naar mijn wangen. Ik voelde dat ik iets heel bijzonders in mijn handen had. Thuis gekomen probeerde ik de boodschap te ontrafelen. ’s Nachts om drie uur gaf ik het op.
Uitgeput ging ik naar bed, maar ik kon de slaap niet vatten. Wat was de verborgen boodschap die het bericht bevatte? Want dat er achter deze onzinnige tekst een boodschap schuil ging stond voor mij wel vast.
Om vijf uur stond ik op en keek nog eens naar de resultaten van mijn gepuzzel. De letters leken op het papier van links naar rechts en van boven naar beneden te schuiven en weer terug. Maar het bleef geheimtaal voor me. Ik werd er gek van. Op mijn bureau lag een hoop verfrommelde blaadjes met aantekeningen, een glas met een bodempje whisky en de resten van een stick, die halverwege was uitgegaan. Om half twaalf moest ik op school zijn, dus ik had nog even de tijd. Ik ben er de persoon niet na om op te geven, maar ik vroeg me wel af waarom ik toch zo graag wilde begrijpen wat er in de brief geschreven stond. Waarschijnlijk was het mijn gevoel voor romantiek. Een brief in een fles heeft een verhaal te vertellen.
Om zeven uur ging ik weer naar bed. Ik nam me voor om het raadsel later wel op te lossen.
Op school lag het personeelsblad in mijn postvakje. Behalve dat ik het digitaal krijg toegezonden, is men ook zo aardig om het op de traditionele manier onder het personeel te verspreiden. Er stond natuurlijk een uitgebreid artikel in over het veranderingsproces waarin we nu zitten. “Voortgang van het proces” stond er boven geschreven.
Ongeïnteresseerd volgden mijn ogen automatisch de regels met het onbegrijpelijke blabla totdat ik onverwachts uit mijn trance werd wakker geschud door de volgende tekst.
De programmalijn ‘teams in hun kracht’ volgt de ingezette lijn en draagt ook zorg voor discussienota’s, die in teams besproken kunnen worden. Je hebt zo’n zachte huid. Stevig en tegelijk zacht. Je moet eens weten hoe ik je mis. ’s Nachts hou ik met beide handen het slipje vast dat je aan me gaf. Vind je het vreemd dat ik er zo af en toe aan ruik? Nee, hè? Ik weet dat je dat niet erg vindt. Het liefste zou ik natuurlijk aan jou ruiken, zou ik je willen vasthouden, je tegen me aan willen drukken, in je willen verdwijnen. Maar dat kan niet.
Ik weet niet wanneer ik je weer zie. Ik weet niet eens of ik je ooit nog zal zien. In deze periode gaat het directieteam van het loc met teamcoördinatoren en onderwijsteams in gesprek over de leiding van de onderwijsteams.
Het is een vreemde wereld. Niets is meer wat het lijkt en niets lijkt meer op wat het is. De wereld is vloeibaar geworden. Zin en onzin zijn inwisselbaar. De natuurwetten zelf leiden aan entropie. Miscommunicatie is de norm geworden. Ik wil niet dat je me begrijpt, maar dat je me mysterieus en ondoorgrondelijk vindt, lijkt de boodschap te zijn. Ja, de donkere middeleeuwen zijn weer onder ons. Misschien zijn ze nooit echt weg geweest.
De fles was schoon en het briefje zag er uit alsof het er pas was ingedaan.
Dit stond er in geschreven:
Onder voorbehoud van bovenstaande gaat vanaf maart de ontwerpfase haar tweede termijn in. De projectorganisatie rondt haar rapportages aangaande de vier programmalijnen eind februari af. Nieuwe kwartiermakers worden in stelling gebracht. Aan de (nieuwe) directeuren wordt gevraagd een aanvalsplan op te maken. Het CvB geeft daarbij elke directeur een aantal gelijke issues mee, zoals kwaliteit onderwijs, werving en behoud deelnemers, inrichting topleerlandschap(pen) en Schools of Excellence en relatiemanagement. In deze periode komt ook duidelijkheid over de inrichting en bemensing van de domeinteams en de zogenoemde Servicedesk onderwijs in de loc ’s.
Het bloed schoot naar mijn wangen. Ik voelde dat ik iets heel bijzonders in mijn handen had. Thuis gekomen probeerde ik de boodschap te ontrafelen. ’s Nachts om drie uur gaf ik het op.
Uitgeput ging ik naar bed, maar ik kon de slaap niet vatten. Wat was de verborgen boodschap die het bericht bevatte? Want dat er achter deze onzinnige tekst een boodschap schuil ging stond voor mij wel vast.
Om vijf uur stond ik op en keek nog eens naar de resultaten van mijn gepuzzel. De letters leken op het papier van links naar rechts en van boven naar beneden te schuiven en weer terug. Maar het bleef geheimtaal voor me. Ik werd er gek van. Op mijn bureau lag een hoop verfrommelde blaadjes met aantekeningen, een glas met een bodempje whisky en de resten van een stick, die halverwege was uitgegaan. Om half twaalf moest ik op school zijn, dus ik had nog even de tijd. Ik ben er de persoon niet na om op te geven, maar ik vroeg me wel af waarom ik toch zo graag wilde begrijpen wat er in de brief geschreven stond. Waarschijnlijk was het mijn gevoel voor romantiek. Een brief in een fles heeft een verhaal te vertellen.
Om zeven uur ging ik weer naar bed. Ik nam me voor om het raadsel later wel op te lossen.
Op school lag het personeelsblad in mijn postvakje. Behalve dat ik het digitaal krijg toegezonden, is men ook zo aardig om het op de traditionele manier onder het personeel te verspreiden. Er stond natuurlijk een uitgebreid artikel in over het veranderingsproces waarin we nu zitten. “Voortgang van het proces” stond er boven geschreven.
Ongeïnteresseerd volgden mijn ogen automatisch de regels met het onbegrijpelijke blabla totdat ik onverwachts uit mijn trance werd wakker geschud door de volgende tekst.
De programmalijn ‘teams in hun kracht’ volgt de ingezette lijn en draagt ook zorg voor discussienota’s, die in teams besproken kunnen worden. Je hebt zo’n zachte huid. Stevig en tegelijk zacht. Je moet eens weten hoe ik je mis. ’s Nachts hou ik met beide handen het slipje vast dat je aan me gaf. Vind je het vreemd dat ik er zo af en toe aan ruik? Nee, hè? Ik weet dat je dat niet erg vindt. Het liefste zou ik natuurlijk aan jou ruiken, zou ik je willen vasthouden, je tegen me aan willen drukken, in je willen verdwijnen. Maar dat kan niet.
Ik weet niet wanneer ik je weer zie. Ik weet niet eens of ik je ooit nog zal zien. In deze periode gaat het directieteam van het loc met teamcoördinatoren en onderwijsteams in gesprek over de leiding van de onderwijsteams.
Het is een vreemde wereld. Niets is meer wat het lijkt en niets lijkt meer op wat het is. De wereld is vloeibaar geworden. Zin en onzin zijn inwisselbaar. De natuurwetten zelf leiden aan entropie. Miscommunicatie is de norm geworden. Ik wil niet dat je me begrijpt, maar dat je me mysterieus en ondoorgrondelijk vindt, lijkt de boodschap te zijn. Ja, de donkere middeleeuwen zijn weer onder ons. Misschien zijn ze nooit echt weg geweest.
07 februari 2010
Geknipt/verknipt. 1.
Agenten zagen donderdag tijdens een ronde over de Brunssumerhei hoe verderop een vrouw een boom in klauterde. Naderbij gekomen zagen de agenten de vrouw naakt op een dikke tak poseren. Ze droeg slechts een carnavalsmasker. Onder de boom stond naar wat later bleek haar 21-jarige dochter foto's van moeder in haar geboortekostuum te maken.
Bron: www.nu.nl Uitgegeven: 5 februari 2010 16:49 Laatst gewijzigd: 5 februari 2010 17:02
Zo gek heb ik mijn moeder nooit gekregen. Nee, dan zou ik pas echt een reden hebben om getraumatiseerd zijn. Ook mijn dochters zullen Paula niet zo ver krijgen dat ze in haar blote gat in een boom gaat zitten om zich door hen te laten fotograferen. En het doet er niet toe of het, zoals in dit geval, om een project van de klutsenacademie gaat of om een alternatieve vakantiefoto voor vrienden en kennissen. Paula is gewoon te stijf om in een boom te kunnen klimmen. Daarom gaat het echt niet gebeuren.
Met de foto’s wilde de dochter de artistieke kant van haar lenige moeder laten zien.
Persoonlijk vind ik zoiets eerder komisch dan artistiek. Kan iemand mij vertellen wat er artistiek aan is om met een masker op in je blote gat in een boom te gaan zitten?
Zou moeder zelf aangeboden hebben om te poseren of zou haar dochter erg hebben moeten zeuren?
Ellen, hoe gaat het met je project? Heb je dat al af?
Nee, mam. Ik heb geen idee hoe ik moet beginnen. Dat wordt straks een vette onvoldoende.
Wat was het thema ook al weer?
“Rare vogels”. Heb jij misschien een idee?
Of ik een idee heb? Nou nee. Je vader heeft vroeger elk spoortje creativiteit in mij kapot gemaakt.
Toe mam. Laat paps er alsjeblieft buiten.
Goed Ellen. Ik zal het niet meer over die klootzak hebben. Nee, ik heb geen idee. Als ik je ergens mee kan helpen moet je het me zeggen.
Ik heb zelf wel een idee, maar ik weet niet wat jij er van vindt…
Wat voor idee heb je?
Ik zou graag willen dat je voor me poseert.
Ik poseren? Maar lieve kind. Je moeder ziet er niet uit met dit piekhaar. En moet je die vlekken eens zien in mijn gezicht. Nee, je bent twintig jaar te laat met je vraag.
En als je nu eens een masker op zet?
Poseren met een masker? Maar dan ziet niemand me.
Als een vogel in een boom. Als een rare vogel.
Wil je foto’s van me maken met mij in een boom? Hoezo ben ik dan een rare vogel?
Wel als je in je blote gat gaat met een masker op.
In mijn blootje? Zie je mij al in mijn blote kont met een masker op in een boom zitten? Hier in de tuin zeker.
We zouden naar de hei kunnen gaan. Daar zijn we in een kwartier.
Wel ja, de hei. Daar lopen al die joggers te rennen.
Juist, en die rennen heus wel door. Wat vind je er van?
Waarvan? Van het idee om me door jou te laten fotograferen in m’n nakie? Ik vind het niet zo’n geweldig idee.
Maar het is wel origineel. Je zei net dat je me best wil helpen.
Ja, maar ik bedoelde iets anders. Meedenken of zo. Maar poseren…
Jammer, dan doe je het niet.
Ellen, ben je nou boos?
Nee mam. Ik ben niet boos. Ik vind het alleen jammer. Niemand herkent je toch met dat masker op? En ik heb je al zo vaak naakt gezien, dus dat is niets bijzonders.
Dan weet je ook dat ik van die hangers heb. Die dingen hangen over mijn navel.
Wat maakt dat nou uit? Ik zei toch dat niemand je herkent. Bovendien staat het wel artistiek.
Vind je? En als ze je vragen wie die rare vrouw in die boom is, wat zeg je dan?
Dat jij het bent.
Zou je dat zeggen? Dat ik het ben?
Natuurlijk. Dat geloven ze toch niet.
En wanneer had je dan willen gaan?
Morgen vroeg. Dan is het zaterdag en slapen de meeste mensen uit.
Oké. Ik blijf het wel vreemd vinden, maar je hebt wel gelijk. Ze kunnen toch niet zien dat ik het ben. Hoe kom je aan een masker?
Dat ligt in mijn kast. Het is het Marilyn Monroemasker dat ik vorig jaar droeg op het afscheidsbal van school. Ik zal het gelijk halen, dan kun je er alvast aan wennen.
Vermomd als Marilyn Monroe naakt in een boom gaan zitten en mij door mijn eigen dochter laten fotograferen. Ik heb volgende week in de yogaclub een mooi verhaal te vertellen.
Ja, en ze kan bewijzen dat het niet gelogen is. Zou dochterlief al voldoende foto’s hebben gemaakt en zo ja, zouden de agentjes haar deze hebben laten houden? Of zou ze een nieuw onderwerp moeten verzinnen voor haar project?
Bron: www.nu.nl Uitgegeven: 5 februari 2010 16:49 Laatst gewijzigd: 5 februari 2010 17:02
Zo gek heb ik mijn moeder nooit gekregen. Nee, dan zou ik pas echt een reden hebben om getraumatiseerd zijn. Ook mijn dochters zullen Paula niet zo ver krijgen dat ze in haar blote gat in een boom gaat zitten om zich door hen te laten fotograferen. En het doet er niet toe of het, zoals in dit geval, om een project van de klutsenacademie gaat of om een alternatieve vakantiefoto voor vrienden en kennissen. Paula is gewoon te stijf om in een boom te kunnen klimmen. Daarom gaat het echt niet gebeuren.
Met de foto’s wilde de dochter de artistieke kant van haar lenige moeder laten zien.
Persoonlijk vind ik zoiets eerder komisch dan artistiek. Kan iemand mij vertellen wat er artistiek aan is om met een masker op in je blote gat in een boom te gaan zitten?
Zou moeder zelf aangeboden hebben om te poseren of zou haar dochter erg hebben moeten zeuren?
Ellen, hoe gaat het met je project? Heb je dat al af?
Nee, mam. Ik heb geen idee hoe ik moet beginnen. Dat wordt straks een vette onvoldoende.
Wat was het thema ook al weer?
“Rare vogels”. Heb jij misschien een idee?
Of ik een idee heb? Nou nee. Je vader heeft vroeger elk spoortje creativiteit in mij kapot gemaakt.
Toe mam. Laat paps er alsjeblieft buiten.
Goed Ellen. Ik zal het niet meer over die klootzak hebben. Nee, ik heb geen idee. Als ik je ergens mee kan helpen moet je het me zeggen.
Ik heb zelf wel een idee, maar ik weet niet wat jij er van vindt…
Wat voor idee heb je?
Ik zou graag willen dat je voor me poseert.
Ik poseren? Maar lieve kind. Je moeder ziet er niet uit met dit piekhaar. En moet je die vlekken eens zien in mijn gezicht. Nee, je bent twintig jaar te laat met je vraag.
En als je nu eens een masker op zet?
Poseren met een masker? Maar dan ziet niemand me.
Als een vogel in een boom. Als een rare vogel.
Wil je foto’s van me maken met mij in een boom? Hoezo ben ik dan een rare vogel?
Wel als je in je blote gat gaat met een masker op.
In mijn blootje? Zie je mij al in mijn blote kont met een masker op in een boom zitten? Hier in de tuin zeker.
We zouden naar de hei kunnen gaan. Daar zijn we in een kwartier.
Wel ja, de hei. Daar lopen al die joggers te rennen.
Juist, en die rennen heus wel door. Wat vind je er van?
Waarvan? Van het idee om me door jou te laten fotograferen in m’n nakie? Ik vind het niet zo’n geweldig idee.
Maar het is wel origineel. Je zei net dat je me best wil helpen.
Ja, maar ik bedoelde iets anders. Meedenken of zo. Maar poseren…
Jammer, dan doe je het niet.
Ellen, ben je nou boos?
Nee mam. Ik ben niet boos. Ik vind het alleen jammer. Niemand herkent je toch met dat masker op? En ik heb je al zo vaak naakt gezien, dus dat is niets bijzonders.
Dan weet je ook dat ik van die hangers heb. Die dingen hangen over mijn navel.
Wat maakt dat nou uit? Ik zei toch dat niemand je herkent. Bovendien staat het wel artistiek.
Vind je? En als ze je vragen wie die rare vrouw in die boom is, wat zeg je dan?
Dat jij het bent.
Zou je dat zeggen? Dat ik het ben?
Natuurlijk. Dat geloven ze toch niet.
En wanneer had je dan willen gaan?
Morgen vroeg. Dan is het zaterdag en slapen de meeste mensen uit.
Oké. Ik blijf het wel vreemd vinden, maar je hebt wel gelijk. Ze kunnen toch niet zien dat ik het ben. Hoe kom je aan een masker?
Dat ligt in mijn kast. Het is het Marilyn Monroemasker dat ik vorig jaar droeg op het afscheidsbal van school. Ik zal het gelijk halen, dan kun je er alvast aan wennen.
Vermomd als Marilyn Monroe naakt in een boom gaan zitten en mij door mijn eigen dochter laten fotograferen. Ik heb volgende week in de yogaclub een mooi verhaal te vertellen.
Ja, en ze kan bewijzen dat het niet gelogen is. Zou dochterlief al voldoende foto’s hebben gemaakt en zo ja, zouden de agentjes haar deze hebben laten houden? Of zou ze een nieuw onderwerp moeten verzinnen voor haar project?
06 februari 2010
Vooruitblik.
Straks komt de voorjaarsvakantie er weer aan. Dan is het gedaan met mijn luizenleventje.
Klussen in huis is prima als je er mee bezig bent, maar er aan denken is dodelijk vermoeiend. Dus als het even kan doe ik dat zo weinig mogelijk.
Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik ooit jaren bezig ben geweest om een huis vanuit de put op te bouwen. Ik had toen voor weinig geld het huis van mijn grootouders gekocht. Over zo’n tien meter liep het 16 centimeter schuin af naar de keuken, omdat de vloerbinten waren verzakt. Alles moest er eerst uit. Vloeren, muren en het plafond. Alle leidingen voor gas, water en licht moesten worden aangelegd. En ga zo maar door. Jaren ben ik er mee bezig geweest. En toen het huis bijna klaar was kregen we te horen dat het zou worden gesloopt.
De gemeente kocht ons uit, zodat wij er in ieder geval financieel niet slechter van werden.
Ik zat toen op de Sociale Academie en het verbouwen van een huis was toen nog prima te combineren met het volgen van een Hbo-opleiding. Twee dagen school per week vond ik meer dan voldoende en ik begrijp daarom goed dat sommige van de leerlingen die ik nu begeleid er ook zo over denken.
Maar “Toen had ik een andere pet op” zoals Wim Kok al zei bij de verhoren van de commissie de Wit, op de vraag hoe het te rijmen viel dat hij als minister-president sprak over exhibitionistische zelfverrijking onder bestuurders en vervolgens zelf als bestuurder zijn eigen zakken eens stevig ging vullen.
Toen was ik student en nu ben ik docent. En dat schrijf je niet hetzelfde.
Nee, verbouwen is niet meer mijn grootste hobby.
Liever denk ik een paar maanden vooruit en zie ik mezelf met glazige ogen op mijn blote voetjes door het bos strompelen om in alle vroegte een duik te nemen in het meertje.
Ik stink naar de rook en zie er na een nacht doorhalen niet bepaald fris meer uit.
De eerste zonnestralen vallen laag door het struikgewas en ik geniet van het betoverende licht. Ik ben over mijn slaap heen maar ik weet dat ik, als ik mij straks na het zwemmen op mijn badlaken uitstrek, waarschijnlijk als een blok in slaap val. En zo niet, dan rust ik toch een beetje uit. Drie weken Buitenkunst is echt het matje en als ik aansluitend daarop weer normaal wil functioneren omdat mijn baas dat wel zo prettig vindt, zal ik het de laatste week een beetje rustig aan moeten doen.
Ik denk liever aan de Coast to Coast wandeling die ik deze zomer ga maken in Engeland van de Noordzee naar de Ierse zee. Of aan de twee weken dat ik samen met Paula op vakantie ga. Ja, ik denk het liefst zo ver mogelijk vooruit. Alsof er alleen maar leuke dingen in het verschiet liggen. Maar aan de voorjaarsvakantie denk ik liever niet.
Klussen in huis is prima als je er mee bezig bent, maar er aan denken is dodelijk vermoeiend. Dus als het even kan doe ik dat zo weinig mogelijk.
Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik ooit jaren bezig ben geweest om een huis vanuit de put op te bouwen. Ik had toen voor weinig geld het huis van mijn grootouders gekocht. Over zo’n tien meter liep het 16 centimeter schuin af naar de keuken, omdat de vloerbinten waren verzakt. Alles moest er eerst uit. Vloeren, muren en het plafond. Alle leidingen voor gas, water en licht moesten worden aangelegd. En ga zo maar door. Jaren ben ik er mee bezig geweest. En toen het huis bijna klaar was kregen we te horen dat het zou worden gesloopt.
De gemeente kocht ons uit, zodat wij er in ieder geval financieel niet slechter van werden.
Ik zat toen op de Sociale Academie en het verbouwen van een huis was toen nog prima te combineren met het volgen van een Hbo-opleiding. Twee dagen school per week vond ik meer dan voldoende en ik begrijp daarom goed dat sommige van de leerlingen die ik nu begeleid er ook zo over denken.
Maar “Toen had ik een andere pet op” zoals Wim Kok al zei bij de verhoren van de commissie de Wit, op de vraag hoe het te rijmen viel dat hij als minister-president sprak over exhibitionistische zelfverrijking onder bestuurders en vervolgens zelf als bestuurder zijn eigen zakken eens stevig ging vullen.
Toen was ik student en nu ben ik docent. En dat schrijf je niet hetzelfde.
Nee, verbouwen is niet meer mijn grootste hobby.
Liever denk ik een paar maanden vooruit en zie ik mezelf met glazige ogen op mijn blote voetjes door het bos strompelen om in alle vroegte een duik te nemen in het meertje.
Ik stink naar de rook en zie er na een nacht doorhalen niet bepaald fris meer uit.
De eerste zonnestralen vallen laag door het struikgewas en ik geniet van het betoverende licht. Ik ben over mijn slaap heen maar ik weet dat ik, als ik mij straks na het zwemmen op mijn badlaken uitstrek, waarschijnlijk als een blok in slaap val. En zo niet, dan rust ik toch een beetje uit. Drie weken Buitenkunst is echt het matje en als ik aansluitend daarop weer normaal wil functioneren omdat mijn baas dat wel zo prettig vindt, zal ik het de laatste week een beetje rustig aan moeten doen.
Ik denk liever aan de Coast to Coast wandeling die ik deze zomer ga maken in Engeland van de Noordzee naar de Ierse zee. Of aan de twee weken dat ik samen met Paula op vakantie ga. Ja, ik denk het liefst zo ver mogelijk vooruit. Alsof er alleen maar leuke dingen in het verschiet liggen. Maar aan de voorjaarsvakantie denk ik liever niet.
05 februari 2010
Iemand die ik bewonder
Iedereen zou Lévi Weemoedt moeten lezen. Treffend drukt hij de Hollandse leepheid uit in het volgende Oudhollands Tafelgebed.
Ick doe mijn handjes
samen
Ick doe mijn ooghjes
dicht
En bid dat
na het
Amen
mijn gehackbal
er nog ligt
Lévi Weemoedt. Uit: Ken uw klassieken.
Ick doe mijn handjes
samen
Ick doe mijn ooghjes
dicht
En bid dat
na het
Amen
mijn gehackbal
er nog ligt
Lévi Weemoedt. Uit: Ken uw klassieken.
03 februari 2010
Nog een droom.
Hallo Kees,
bedank voor je snelle reactie. Ik herken mezelf in je interpretatie van mijn droom. Ik vroeg mij al een tijdje af of ik niet teveel pikgericht ben en jouw droominterpretatie heeft mij in mijn vermoedens bevestigd. Ik ben er nog niet uit wat ik met deze constatering moet doen.
Het zal ook wel met mijn leeftijd te maken hebben. Misschien slijt het wel van zelf.
Zoals iedereen heb ik ook een andere kant en de droom die ik je hierbij toezend is hiervan het bewijs. Ik ben erg benieuwd wat jij er van vindt. Wellicht ten overvloede vermeld ik hierbij dat ik de 10 euro voor je internetconsult op je rekening heb gestort.
Ik sta in een grote hal. Het is er licht en warm. Overal om mij heen staan zilverkleurige glimmende machines die zachtjes zoemen. Ik meen stemmen te horen maar zie niemand.
Ik voel me tevreden. Alles loopt op rolletjes. Dan zie ik tot mijn schrik een oliespoor op de grond. Ik voel walging in mij opkomen. Ik volg het spoor naar buiten, over een ruiterpad. Ik sta ineens in een eeuwenoud bos met enorme bomen. Het oliespoor is in een klein beekje veranderd, waar olie in stroomt in plaats van water. De beek kronkelt door het bos en ziet er smerig uit.
Ergens vanuit het bos klinkt een hels kabaal. Ik schuif wat takken opzij en zie een enorm grote machine, wel zo groot als een flink huis. De machine pompt olie in het beekje. Ik voel me verontwaardigd en machteloos. Wat moet ik doen? Ik loop naar de machine.
Dan zie ik een ijzeren staaf liggen. Ik pak hem op en gooi hem in een opening van de machine. De machine stopt met het spuiten van olie. In plaats daarvan komt er een rode vloeistof uit, die al snel rosse wordt en hierna verandert in helder water. Ik zie op mijn horloge dat het tijd is om naar huis te gaan. Langzaam, heel langzaam word ik wakker. Ik voel me prima.
Hoewel de droom volgens mij niet moeilijk is te verklaren, zou ik graag jouw mening ook horen, Kees. Ik ben benieuwd.
Hallo John,
Zoals je weet is het bij dromen zo, dat het vanzelfsprekende juist niet vanzelfsprekend is.
Ik vermoed dat jij deze droom zelf interpreteert als een situatie waarin jij opkomt voor een schoon milieu. Een wensdroom, waarin jij wenst dat je de vervuiling door een daad van jou kan tegen houden. Mijn verklaring is echter anders.
De grote warme lichte hal is de baarmoeder. Jij bevind je in de baarmoeder en je voelt je tevreden. Je hoort het ruisen van het bloed dat door de bloedvaten stroomt en de stemmen van mensen. Deze staan misschien te praten met je moeder.
Je kunt echter niet in de baarmoeder blijven, want je moet geboren worden. Het oliespoor is zaad (sperma) dat op de grond ligt. Waarschijnlijk is dit zaad daar gekomen door je eigen toedoen. Je walgt er van, maar in feite walg je van jezelf.
Je volgt dit zaad naar de bron. Het eeuwenoude bos is een archetype van het ondoorgrondelijke mysterie. Het bos verbergt een geheim.
De grote machine is je eigen geslachtsdeel. Veel mannen dromen over grote machines, grote torens, grote treinen enzovoort. Altijd groot, terwijl ze in werkelijkheid maar klein geschapen zijn. Ik vermoed dat jij klein geschapen bent, John. Heb ik gelijk?
De machine doet waarvoor hij gemaakt is, namelijk urineren en zaad spuiten. In jouw beleving is dit smerig en dient dit te worden gestopt. Je weet hiervoor maar één oplossing en dat is het gebruik van geweld.
Je horloge staat voor verandering. De tijd staat nooit stil. Door jouw daad heeft zich een verandering in jou voltrokken waarover je erg tevreden bent. Je hebt de zaadspuitende machine laten zien wie er de baas is. Het resultaat is dat je penis geen schade meer aanricht, maar een bijdrage levert aan een betere wereld.
Samenvattend zou ik willen zeggen dat de droom wijst op schuldgevoelens over je losbandige seksuele leven en jouw behoefte om hier wat aan te doen.
Mogelijk is deze droom ook te zien als een vervolgdroom op de droom waarvan ik je eerder een interpretatie heb toegezonden.
Vriendelijke groeten,
Kees
Nou, die Kees heeft er wel kijk op. Knap dat iemand zoveel uit een droom kan halen. Ik zou er zelf nooit zijn opgekomen.
Op 22 januari kreeg ik een mailtje van Truus (Echte naam bij mij bekend) Zij vroeg mij om advies over hoe ze aan een leuke jongen kon komen. Omdat ik een beetje lullig reageerde kreeg ik ook een lullige reactie terug.
Ik had niet verwacht om nog wat van haar te horen, maar wie schetst mijn verbazing toen ik gisteren het volgende mailtje kreeg.
Hallo John,
Je zult wel denken “Daar heb je haar weer”, maar ik had ontzettend de behoefte om contact met je op te nemen. Ik reageerde nogal stom op jouw mailtje, al begrijp je best waarom. In ieder geval heb ik jouw advies om gewoon op iemand af te stappen als ik hem leuk vond toch opgevolgd. Dit had je niet van mij verwacht, hè? Ik zag een leuke Marokkaanse jongen in “De skihut” en ben op hem afgestapt. Hij reageerde heel leuk.
De dagen erna zijn we samen een paar keer uit geweest. Ik heb allemaal leuke cadeautjes van hem gekregen en word echt door hem verwend.
Hij schijnt goed te verdienen, al heb ik geen idee wat hij doet. Ik ben heel gelukkig met hem en wou je daarom bedanken voor het advies dat je me gaf. Toen vond ik het wat vreemd, maar achteraf moet ik zeggen dat je wel gelijk had. Nogmaals bedankt en wie weet zien wij elkaar nog eens. De wereld is tenslotte klein. De hartelijke groeten,
Truus
bedank voor je snelle reactie. Ik herken mezelf in je interpretatie van mijn droom. Ik vroeg mij al een tijdje af of ik niet teveel pikgericht ben en jouw droominterpretatie heeft mij in mijn vermoedens bevestigd. Ik ben er nog niet uit wat ik met deze constatering moet doen.
Het zal ook wel met mijn leeftijd te maken hebben. Misschien slijt het wel van zelf.
Zoals iedereen heb ik ook een andere kant en de droom die ik je hierbij toezend is hiervan het bewijs. Ik ben erg benieuwd wat jij er van vindt. Wellicht ten overvloede vermeld ik hierbij dat ik de 10 euro voor je internetconsult op je rekening heb gestort.
Ik sta in een grote hal. Het is er licht en warm. Overal om mij heen staan zilverkleurige glimmende machines die zachtjes zoemen. Ik meen stemmen te horen maar zie niemand.
Ik voel me tevreden. Alles loopt op rolletjes. Dan zie ik tot mijn schrik een oliespoor op de grond. Ik voel walging in mij opkomen. Ik volg het spoor naar buiten, over een ruiterpad. Ik sta ineens in een eeuwenoud bos met enorme bomen. Het oliespoor is in een klein beekje veranderd, waar olie in stroomt in plaats van water. De beek kronkelt door het bos en ziet er smerig uit.
Ergens vanuit het bos klinkt een hels kabaal. Ik schuif wat takken opzij en zie een enorm grote machine, wel zo groot als een flink huis. De machine pompt olie in het beekje. Ik voel me verontwaardigd en machteloos. Wat moet ik doen? Ik loop naar de machine.
Dan zie ik een ijzeren staaf liggen. Ik pak hem op en gooi hem in een opening van de machine. De machine stopt met het spuiten van olie. In plaats daarvan komt er een rode vloeistof uit, die al snel rosse wordt en hierna verandert in helder water. Ik zie op mijn horloge dat het tijd is om naar huis te gaan. Langzaam, heel langzaam word ik wakker. Ik voel me prima.
Hoewel de droom volgens mij niet moeilijk is te verklaren, zou ik graag jouw mening ook horen, Kees. Ik ben benieuwd.
Hallo John,
Zoals je weet is het bij dromen zo, dat het vanzelfsprekende juist niet vanzelfsprekend is.
Ik vermoed dat jij deze droom zelf interpreteert als een situatie waarin jij opkomt voor een schoon milieu. Een wensdroom, waarin jij wenst dat je de vervuiling door een daad van jou kan tegen houden. Mijn verklaring is echter anders.
De grote warme lichte hal is de baarmoeder. Jij bevind je in de baarmoeder en je voelt je tevreden. Je hoort het ruisen van het bloed dat door de bloedvaten stroomt en de stemmen van mensen. Deze staan misschien te praten met je moeder.
Je kunt echter niet in de baarmoeder blijven, want je moet geboren worden. Het oliespoor is zaad (sperma) dat op de grond ligt. Waarschijnlijk is dit zaad daar gekomen door je eigen toedoen. Je walgt er van, maar in feite walg je van jezelf.
Je volgt dit zaad naar de bron. Het eeuwenoude bos is een archetype van het ondoorgrondelijke mysterie. Het bos verbergt een geheim.
De grote machine is je eigen geslachtsdeel. Veel mannen dromen over grote machines, grote torens, grote treinen enzovoort. Altijd groot, terwijl ze in werkelijkheid maar klein geschapen zijn. Ik vermoed dat jij klein geschapen bent, John. Heb ik gelijk?
De machine doet waarvoor hij gemaakt is, namelijk urineren en zaad spuiten. In jouw beleving is dit smerig en dient dit te worden gestopt. Je weet hiervoor maar één oplossing en dat is het gebruik van geweld.
Je horloge staat voor verandering. De tijd staat nooit stil. Door jouw daad heeft zich een verandering in jou voltrokken waarover je erg tevreden bent. Je hebt de zaadspuitende machine laten zien wie er de baas is. Het resultaat is dat je penis geen schade meer aanricht, maar een bijdrage levert aan een betere wereld.
Samenvattend zou ik willen zeggen dat de droom wijst op schuldgevoelens over je losbandige seksuele leven en jouw behoefte om hier wat aan te doen.
Mogelijk is deze droom ook te zien als een vervolgdroom op de droom waarvan ik je eerder een interpretatie heb toegezonden.
Vriendelijke groeten,
Kees
Nou, die Kees heeft er wel kijk op. Knap dat iemand zoveel uit een droom kan halen. Ik zou er zelf nooit zijn opgekomen.
Op 22 januari kreeg ik een mailtje van Truus (Echte naam bij mij bekend) Zij vroeg mij om advies over hoe ze aan een leuke jongen kon komen. Omdat ik een beetje lullig reageerde kreeg ik ook een lullige reactie terug.
Ik had niet verwacht om nog wat van haar te horen, maar wie schetst mijn verbazing toen ik gisteren het volgende mailtje kreeg.
Hallo John,
Je zult wel denken “Daar heb je haar weer”, maar ik had ontzettend de behoefte om contact met je op te nemen. Ik reageerde nogal stom op jouw mailtje, al begrijp je best waarom. In ieder geval heb ik jouw advies om gewoon op iemand af te stappen als ik hem leuk vond toch opgevolgd. Dit had je niet van mij verwacht, hè? Ik zag een leuke Marokkaanse jongen in “De skihut” en ben op hem afgestapt. Hij reageerde heel leuk.
De dagen erna zijn we samen een paar keer uit geweest. Ik heb allemaal leuke cadeautjes van hem gekregen en word echt door hem verwend.
Hij schijnt goed te verdienen, al heb ik geen idee wat hij doet. Ik ben heel gelukkig met hem en wou je daarom bedanken voor het advies dat je me gaf. Toen vond ik het wat vreemd, maar achteraf moet ik zeggen dat je wel gelijk had. Nogmaals bedankt en wie weet zien wij elkaar nog eens. De wereld is tenslotte klein. De hartelijke groeten,
Truus
02 februari 2010
Droom
Hallo Kees,
ik heb op jouw site gelezen dat je een expert bent in het uitleggen van dromen. Ik zend je mijn droom met dit bericht mee en hoop dat je er een verklaring voor hebt. De 10 euro heb ik inmiddels op je bankrekeningnummer overgemaakt. Hier volgt mijn droom, zover ik hem mij kan herinneren.
Ik loop een lichtblauwe kamer in en zie dat er een vaas op tafel staat, met een schitterende mooie bos bloemen. Als ik aan de bloemen wil ruiken, zie ik dat het allemaal minivrouwtjes zijn. Net elfjes. Ik ben verrast, want ik wist niet dat elfjes bestonden, maar blijkbaar heb ik mij vergist. Ik weet even niet wat ik moet doen.
Als ik ze aan het observeren ben, hoor ik achter mij een vertrouwde stem, maar ik weet niet zeker van wie hij is. Hé, lekker ding. Alles goed?, klinkt het.
Ik draai me om en zie tot mijn verbazing dat de kamer vol is met mooie jonge vrouwen. Ze lijken een uitvergroting van de minivrouwtjes, die ik eerst voor een mooie bos bloemen hield.
Een vrouw met lang donkerbruin haar staat op en reikt mij een glas champagne aan. Ze lacht geheimzinnig en loopt langs me heen. Op het moment dat ze passeert fluistert ze in mij oor Ga jij eens met me mee?. Ik volg haar door een deur naar buiten. Ze is vreemd genoeg opeens verdwenen en ik vraag me af waar ze heen is gegaan.
Iemand laat zich aan een touw langs de glazen gevel van een flatgebouw naar beneden zakken en komt op mij afgelopen. Ik herken de vrouw die ik naar buiten ben gevolgd. Waar bleef je nou? Het was toch zo leuk., zegt ze. Voordat ik haar antwoord geven kan, is ze opnieuw verdwenen. Mijn glas champagne ook, want nu heb ik opeens een pen in mijn handen. Ik stop de pen in mijn binnenzak. Zal je voorzichtig zijn? vraagt een zachte vriendelijke stem, maar er is niemand.
Ik zie een mooi wit huis. De voordeur staat open. Ik weet dat ik dit huis heel goed ken, maar als ik naar binnen ga sta ik opeens op het strand. In de golven dartelen grote vreemde vissen, die bij nader inzien zeemeerminnen blijken te zijn. Ik hoor hoe ze verleidelijk zingen en ik loop met mijn kleren aan het water in. Dan word ik wakker.
Kees, ik heb vroeger zelf ook aan droomwerk gedaan, maar hier kan ik geen touw aan vast knopen. Ik wacht je verklaring met spanning af.
Hallo John,
eerst wil ik je bedanken voor je vertrouwen in mij. Zoals je op mijn website hebt kunnen lezen ben ik pas met droomduiding begonnen. Neem mijn verklaring wel serieus, maar niet te.
Als jij zelf ook droomwerk gedaan hebt, dan weet je dat je met duiding voorzichtig moet zijn. Als mijn verklaring niet goed voelt, ga er dan van uit dat ik er met mijn interpretatie naast zit. Maar als je een gevoel van herkenning hebt, dan is de kans groot dat mijn verklaring klopt.
Je droom heb ik met plezier gelezen. Volgens mij is het een klassieke droom over het verlangen naar seks met jonge vrouwen.
Lichtblauw is de kleur van rust. Een kamer is de vagina van een vrouw. Jij komt tot rust als je met een vrouw seks hebt.
De bos bloemen blijken kleine vrouwtjes te zijn. Zoals je misschien wel weet wordt de vagina van een vrouw ook wel met een bloem vergeleken. Als jij aan de vagina’s wil ruiken veranderen ze in vrouwen.
De vrouw die jou het glas champagne geeft staat voor de verleidelijke vrouw. Jij zou je graag door haar willen laten verleiden. Als zij je vraagt om mee te komen doe je dat.
Je volgt haar door de deur. Ook deze staat symbool voor de vagina. Als jij in haar vagina gaat heb je een stijve. Dat maak ik op uit het flatgebouw, die symbool staat voor de harde penis.
Je hebt angst dat je niet kunt presteren. De vrouw vraagt je waar je bleef. Je kwam niet op tijd. Snap je wat ik bedoel? Zij is bij wijze van spreken al klaar en jij hebt nog steeds een stijve. De ontlading moet blijkbaar nog komen. Ook de pen, die je in je binnenzak stopt, is typisch een symbool van de geslachtsdaad. De vraag of je alsjeblieft voorzichtig wilt zijn lijkt mij op een echte vraag die misschien ooit aan je is gesteld door een vrouw. Was zij misschien nog maagd?
Een mooi wit huis staat symbool voor het lichaam van een mooie vrouw. Waarom een vrouw, vraag je jezelf misschien af. Huizen bieden geborgenheid en bescherming. Veel mannen blijven daar hun hele leven naar op zoek. Op onbewust niveau missen zij nog steeds hun moeder, die zij vaak hopen terug te vinden in de vrouw waar zij verliefd op worden.
Het binnengaan van de woning is natuurlijk de geslachtsdaad. Dat wordt nog eens bevestigd als je de zeemeerminnen in de golven ziet. Zij worden er verantwoordelijk voor gehouden dat zij met hun onweerstaanbaar mooie gezang de schepen naar zich toe lokken en daarna op de rotsen laten lopen. In jouw droom kun je dit interpreteren als een waarschuwing. Jij kunt aan hun gezang ook geen weerstand bieden, want je loopt met je kleren aan het water in. Het is geen toeval dat je toen wakker werd, want je bespeurde gevaar.
In jouw leven neemt de vrouw, en dan vooral de jonge vrouw, een belangrijke plaats in. Je droom is een typische mannendroom. Zoals jij ook wel weet, is een droom een boodschap aan jezelf.
In de talmud staat dat een droom die je niet begrijpt als een ongelezen brief is.
Jij hebt mij de kans gegeven om de brief aan jou te lezen. Je lijkt me een beetje een dwangmatig verlangen te hebben naar jonge vrouwen. In de andere gegevens die je me hebt opgestuurd staat dat je 58 jaar bent en werkt in het onderwijs. Geef je daar les aan jonge vrouwen? Meisjes misschien?
De droom die je mij hebt toegezonden houdt jou een spiegel voor. In het laatste deel word je gewaarschuwd voor de risico’s die dit met zich meebrengt. Misschien doe je er verstandig aan om daar rekening mee te houden. Ik hoop dat je wat aan mijn uitleg hebt gehad en dat je jezelf er in herkent. Vriendelijke groet,
Kees.
ik heb op jouw site gelezen dat je een expert bent in het uitleggen van dromen. Ik zend je mijn droom met dit bericht mee en hoop dat je er een verklaring voor hebt. De 10 euro heb ik inmiddels op je bankrekeningnummer overgemaakt. Hier volgt mijn droom, zover ik hem mij kan herinneren.
Ik loop een lichtblauwe kamer in en zie dat er een vaas op tafel staat, met een schitterende mooie bos bloemen. Als ik aan de bloemen wil ruiken, zie ik dat het allemaal minivrouwtjes zijn. Net elfjes. Ik ben verrast, want ik wist niet dat elfjes bestonden, maar blijkbaar heb ik mij vergist. Ik weet even niet wat ik moet doen.
Als ik ze aan het observeren ben, hoor ik achter mij een vertrouwde stem, maar ik weet niet zeker van wie hij is. Hé, lekker ding. Alles goed?, klinkt het.
Ik draai me om en zie tot mijn verbazing dat de kamer vol is met mooie jonge vrouwen. Ze lijken een uitvergroting van de minivrouwtjes, die ik eerst voor een mooie bos bloemen hield.
Een vrouw met lang donkerbruin haar staat op en reikt mij een glas champagne aan. Ze lacht geheimzinnig en loopt langs me heen. Op het moment dat ze passeert fluistert ze in mij oor Ga jij eens met me mee?. Ik volg haar door een deur naar buiten. Ze is vreemd genoeg opeens verdwenen en ik vraag me af waar ze heen is gegaan.
Iemand laat zich aan een touw langs de glazen gevel van een flatgebouw naar beneden zakken en komt op mij afgelopen. Ik herken de vrouw die ik naar buiten ben gevolgd. Waar bleef je nou? Het was toch zo leuk., zegt ze. Voordat ik haar antwoord geven kan, is ze opnieuw verdwenen. Mijn glas champagne ook, want nu heb ik opeens een pen in mijn handen. Ik stop de pen in mijn binnenzak. Zal je voorzichtig zijn? vraagt een zachte vriendelijke stem, maar er is niemand.
Ik zie een mooi wit huis. De voordeur staat open. Ik weet dat ik dit huis heel goed ken, maar als ik naar binnen ga sta ik opeens op het strand. In de golven dartelen grote vreemde vissen, die bij nader inzien zeemeerminnen blijken te zijn. Ik hoor hoe ze verleidelijk zingen en ik loop met mijn kleren aan het water in. Dan word ik wakker.
Kees, ik heb vroeger zelf ook aan droomwerk gedaan, maar hier kan ik geen touw aan vast knopen. Ik wacht je verklaring met spanning af.
Hallo John,
eerst wil ik je bedanken voor je vertrouwen in mij. Zoals je op mijn website hebt kunnen lezen ben ik pas met droomduiding begonnen. Neem mijn verklaring wel serieus, maar niet te.
Als jij zelf ook droomwerk gedaan hebt, dan weet je dat je met duiding voorzichtig moet zijn. Als mijn verklaring niet goed voelt, ga er dan van uit dat ik er met mijn interpretatie naast zit. Maar als je een gevoel van herkenning hebt, dan is de kans groot dat mijn verklaring klopt.
Je droom heb ik met plezier gelezen. Volgens mij is het een klassieke droom over het verlangen naar seks met jonge vrouwen.
Lichtblauw is de kleur van rust. Een kamer is de vagina van een vrouw. Jij komt tot rust als je met een vrouw seks hebt.
De bos bloemen blijken kleine vrouwtjes te zijn. Zoals je misschien wel weet wordt de vagina van een vrouw ook wel met een bloem vergeleken. Als jij aan de vagina’s wil ruiken veranderen ze in vrouwen.
De vrouw die jou het glas champagne geeft staat voor de verleidelijke vrouw. Jij zou je graag door haar willen laten verleiden. Als zij je vraagt om mee te komen doe je dat.
Je volgt haar door de deur. Ook deze staat symbool voor de vagina. Als jij in haar vagina gaat heb je een stijve. Dat maak ik op uit het flatgebouw, die symbool staat voor de harde penis.
Je hebt angst dat je niet kunt presteren. De vrouw vraagt je waar je bleef. Je kwam niet op tijd. Snap je wat ik bedoel? Zij is bij wijze van spreken al klaar en jij hebt nog steeds een stijve. De ontlading moet blijkbaar nog komen. Ook de pen, die je in je binnenzak stopt, is typisch een symbool van de geslachtsdaad. De vraag of je alsjeblieft voorzichtig wilt zijn lijkt mij op een echte vraag die misschien ooit aan je is gesteld door een vrouw. Was zij misschien nog maagd?
Een mooi wit huis staat symbool voor het lichaam van een mooie vrouw. Waarom een vrouw, vraag je jezelf misschien af. Huizen bieden geborgenheid en bescherming. Veel mannen blijven daar hun hele leven naar op zoek. Op onbewust niveau missen zij nog steeds hun moeder, die zij vaak hopen terug te vinden in de vrouw waar zij verliefd op worden.
Het binnengaan van de woning is natuurlijk de geslachtsdaad. Dat wordt nog eens bevestigd als je de zeemeerminnen in de golven ziet. Zij worden er verantwoordelijk voor gehouden dat zij met hun onweerstaanbaar mooie gezang de schepen naar zich toe lokken en daarna op de rotsen laten lopen. In jouw droom kun je dit interpreteren als een waarschuwing. Jij kunt aan hun gezang ook geen weerstand bieden, want je loopt met je kleren aan het water in. Het is geen toeval dat je toen wakker werd, want je bespeurde gevaar.
In jouw leven neemt de vrouw, en dan vooral de jonge vrouw, een belangrijke plaats in. Je droom is een typische mannendroom. Zoals jij ook wel weet, is een droom een boodschap aan jezelf.
In de talmud staat dat een droom die je niet begrijpt als een ongelezen brief is.
Jij hebt mij de kans gegeven om de brief aan jou te lezen. Je lijkt me een beetje een dwangmatig verlangen te hebben naar jonge vrouwen. In de andere gegevens die je me hebt opgestuurd staat dat je 58 jaar bent en werkt in het onderwijs. Geef je daar les aan jonge vrouwen? Meisjes misschien?
De droom die je mij hebt toegezonden houdt jou een spiegel voor. In het laatste deel word je gewaarschuwd voor de risico’s die dit met zich meebrengt. Misschien doe je er verstandig aan om daar rekening mee te houden. Ik hoop dat je wat aan mijn uitleg hebt gehad en dat je jezelf er in herkent. Vriendelijke groet,
Kees.
01 februari 2010
Honderd jaar. (Onze wekelijkse bijdrage van columnist Geentjes.)
De illegale handel in levensjaren schijnt het laatste jaar flink te zijn toegenomen, las ik.
Voor een modaal salaris kun je er nu vijf levensjaren bij kopen, mits je de juiste contacten hebt. Vijf gezonde jaren welteverstaan. Op je status zijn deze illegale jaren niet te onderscheiden van de jaren die de gemeenschap je heeft geschonken.
De autoriteiten zijn een offensief begonnen tegen deze praktijken, maar men vreest dat nu de kennis over lifecontrol op straat ligt, de handel in levensjaren alleen maar zal toenemen.
Gewone mensen zoals jij en ik zijn tevreden met de honderd jaar die men ons bij de geboorte heeft gegeven. Maar voor wetsovertreders, die voor straf soms vele jaren moeten inleveren, is dit natuurlijk een uitkomst.
Deze illegale handel ondergraaft ons hele strafstelsel. Er zijn zelfs al stemmen opgegaan om de gevangenis weer in te voeren. En dat, terwijl de laatste een kleine honderd jaar geleden is afgebroken.
Prof. dr. H. Goudenneus, genentechnoloog van beroep en woordvoerder van de Levenspartij, beweert dat zijn staf ontdekt heeft hoe het proces van versnelde veroudering onomkeerbaar gemaakt kan worden. Dat zou betekenen dat gestrafte wetsovertreders de hun afgenomen levensjaren niet via de zwarte markt meer zouden kunnen aanvullen met een langere levensverwachting. Sceptici verklaren dat Goudenneus een charlatan is en alleen met zijn verklaring naar buiten is gekomen om wetsovertreders te ontmoedigen en reclame te maken voor zijn eigen partij.
Zoals bekend is het nu standaard zo, dat iedereen in principe bij zijn honderdste sterft. Tot die tijd staat het verouderingsproces zo goed als stil. Het zijn dan ook honderd kwaliteitsjaren die men tot zijn beschikking heeft. Door nanotechnologie en genentechnologie is het mogelijk om het lichaam ten alle tijde weer te repareren. Daarvan zijn krasse staaltjes bekend. Zoals bijvoorbeeld die enorme brand in het shopodrome in Utrecht, waar zo’n vijfhonderd slachtoffers te betreuren vielen. Nog geen jaar later liepen ze op twee na weer rond alsof er niets was gebeurd. Een kubieke centimeter weefsel dat voldoende DNA bevat is al genoeg om van iemand een replica te maken.
Meer dan een maand aan geheugen is men nooit kwijt, want iedereen moet immers maandelijks zijn geheugen laten aftappen voor de geogeheugenbank. Daarin is het geheugen van de gehele mensheid opgeslagen.
Omgekeerd kan men een duplicaat van het geheugen uploaden, al gaat dat niet altijd goed.
Het is bekend dat sommige replica’s het geheugen van anderen hebben gekregen. Of delen van geheugen van anderen. Dat dit tot rare situaties kan leiden begrijpt iedereen.
In de maand dat men honderd is geworden kan men van zijn geliefden, vrienden en kennissen afscheid nemen. De dag dat de toegemeten jaren aflopen is bekend. Iedereen kent tot op een uur nauwkeurig het moment dat de hersens tot desintegratie overgaan.
Wetsovertreders kennen dat moment ook. Ik weet van een geval waarin iemand zestig jaar moest inleveren, maar zelf al vijftig was. Toen is besloten de straf om te zetten naar 49 jaar en had hij nog een jaar te leven.
Maar dit was een uitzonderlijk geval. Het aantal in te leveren jaren schommelt meestal tussen de vijf en de veertig.
Als je mij vraagt wat ik vind van het lifecontrolsysteem, zeg ik dat we in barbaarse tijden leven. Soms moeten mensen, om een overtreding in hun jeugd begaan, jaren wachten tot het moment dat hun levensklok tot stilstand komt.
Je bent jong, doet iets doms en zestig jaar later moet je ineens tien jaar van je leven inleveren. Te gek voor woorden. Ik vind het geen slecht idee om de herinvoering van de gevangenis opnieuw in overweging te nemen. Al was het maar bij wijze van experiment. Gun iemand gewoon zijn honderd jaar. Niemand is zo slecht dat hij het verdient om eerder te sterven.
Voor een modaal salaris kun je er nu vijf levensjaren bij kopen, mits je de juiste contacten hebt. Vijf gezonde jaren welteverstaan. Op je status zijn deze illegale jaren niet te onderscheiden van de jaren die de gemeenschap je heeft geschonken.
De autoriteiten zijn een offensief begonnen tegen deze praktijken, maar men vreest dat nu de kennis over lifecontrol op straat ligt, de handel in levensjaren alleen maar zal toenemen.
Gewone mensen zoals jij en ik zijn tevreden met de honderd jaar die men ons bij de geboorte heeft gegeven. Maar voor wetsovertreders, die voor straf soms vele jaren moeten inleveren, is dit natuurlijk een uitkomst.
Deze illegale handel ondergraaft ons hele strafstelsel. Er zijn zelfs al stemmen opgegaan om de gevangenis weer in te voeren. En dat, terwijl de laatste een kleine honderd jaar geleden is afgebroken.
Prof. dr. H. Goudenneus, genentechnoloog van beroep en woordvoerder van de Levenspartij, beweert dat zijn staf ontdekt heeft hoe het proces van versnelde veroudering onomkeerbaar gemaakt kan worden. Dat zou betekenen dat gestrafte wetsovertreders de hun afgenomen levensjaren niet via de zwarte markt meer zouden kunnen aanvullen met een langere levensverwachting. Sceptici verklaren dat Goudenneus een charlatan is en alleen met zijn verklaring naar buiten is gekomen om wetsovertreders te ontmoedigen en reclame te maken voor zijn eigen partij.
Zoals bekend is het nu standaard zo, dat iedereen in principe bij zijn honderdste sterft. Tot die tijd staat het verouderingsproces zo goed als stil. Het zijn dan ook honderd kwaliteitsjaren die men tot zijn beschikking heeft. Door nanotechnologie en genentechnologie is het mogelijk om het lichaam ten alle tijde weer te repareren. Daarvan zijn krasse staaltjes bekend. Zoals bijvoorbeeld die enorme brand in het shopodrome in Utrecht, waar zo’n vijfhonderd slachtoffers te betreuren vielen. Nog geen jaar later liepen ze op twee na weer rond alsof er niets was gebeurd. Een kubieke centimeter weefsel dat voldoende DNA bevat is al genoeg om van iemand een replica te maken.
Meer dan een maand aan geheugen is men nooit kwijt, want iedereen moet immers maandelijks zijn geheugen laten aftappen voor de geogeheugenbank. Daarin is het geheugen van de gehele mensheid opgeslagen.
Omgekeerd kan men een duplicaat van het geheugen uploaden, al gaat dat niet altijd goed.
Het is bekend dat sommige replica’s het geheugen van anderen hebben gekregen. Of delen van geheugen van anderen. Dat dit tot rare situaties kan leiden begrijpt iedereen.
In de maand dat men honderd is geworden kan men van zijn geliefden, vrienden en kennissen afscheid nemen. De dag dat de toegemeten jaren aflopen is bekend. Iedereen kent tot op een uur nauwkeurig het moment dat de hersens tot desintegratie overgaan.
Wetsovertreders kennen dat moment ook. Ik weet van een geval waarin iemand zestig jaar moest inleveren, maar zelf al vijftig was. Toen is besloten de straf om te zetten naar 49 jaar en had hij nog een jaar te leven.
Maar dit was een uitzonderlijk geval. Het aantal in te leveren jaren schommelt meestal tussen de vijf en de veertig.
Als je mij vraagt wat ik vind van het lifecontrolsysteem, zeg ik dat we in barbaarse tijden leven. Soms moeten mensen, om een overtreding in hun jeugd begaan, jaren wachten tot het moment dat hun levensklok tot stilstand komt.
Je bent jong, doet iets doms en zestig jaar later moet je ineens tien jaar van je leven inleveren. Te gek voor woorden. Ik vind het geen slecht idee om de herinvoering van de gevangenis opnieuw in overweging te nemen. Al was het maar bij wijze van experiment. Gun iemand gewoon zijn honderd jaar. Niemand is zo slecht dat hij het verdient om eerder te sterven.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
