Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

12 juli 2009

4. Solo

Laten we naar boven gaan en een CD-tje maken.
Heb jij dan een studio? vraagt Santino.
Zo kun je het wel noemen. Theo wendt zich tot mij. Je lijkt me niet zo zwaar. Misschien kan je op Santino ’s rug zitten. Kan dat Santino?
Dat kleine mannetje stop ik mijn binnenzak. Natuurlijk kan hij mijn rug op.
En hij schiet in de lach om zijn eigen grapje.
Ja, met een beetje goeie wiet is alles leuk,
denk ik.
Behalve Theo, Yvonne, Lilian, Santino en ik gaan ook Frank en Monique mee naar boven. Hen leer ik later beter kennen. Verder zijn er nog een paar mensen bij die ik ook later niet gesproken heb.
Santino draagt mij op zijn rug alsof dat zijn dagelijkse werk is. Agenten zouden zich best nuttig kunnen maken door invaliden of oude vrouwtjes en mannetjes die slecht ter been zijn op hun rug te nemen, denk ik. Deze hier heeft er in ieder geval geen moeite mee.
Boven moeten we eerst door een donkere gang die verlicht wordt door tl-lampen met ultraviolet licht. Als we in een spookachtige stoet langs de gesloten deuren lopen hoor ik achter één van de deuren gebonk en geschreeuw. Santino hoort het ook. Hij staat stil en roept naar Theo: Wat is dat?
Oh, dat is een verboden kamer. Die deur kun je maar beter dicht laten.
Santino aarzelt. Zijn speurneusinstinct zegt dat er iets achter de deur zit dat er niet hoort. Maar echt veel zin om te kijken heeft hij niet. Dus loopt hij verder achter Theo aan.
De anderen hebben geen aandacht aan het geluid geschonken. Mogelijk weten zij wat er achter de deur schuil gaat.
We gaan nog een trap omhoog en komen dan in een ruimte die er uit ziet als de binnenkant van een ruimtevaartuig. Alleen heel anders.
Overal staan of hangen gitaren. De meeste zijn elektrisch. Ik herken een paar Gibsons en enkele Fenders. Verder een Yamaha, een Washburn en een Ibanez. Er staan er veel die ik niet ken maar alles ziet er tiptop verzorgd uit.
Ik zie twee mengpanelen en nog wat ander spul dat ik niet kan thuisbrengen.
De anderen zijn hier eerder geweest en voor hen is het niet nieuw. Maar Santino en ik zijn opgetogen. Ik ga op de donkere leren bank zitten, terwijl Santino voorzichtig een Gibson van de muur plukt. Wow, een Dark Fire, hoor ik hem zeggen.
Zal ik hem even inpluggen? vraagt Theo en hij pakt een snoertje uit het bosje snoeren dat op een tafel ligt en sluit de Dark Fire aan op een versterker.
Santino pielt wat op de snaren, stopt even en gooit er dan opeens foutloos en strak een gitaarrif uit van Led Zeppelin. Voor onze ogen verandert Santino in Jimmy Page. Hij raakt in no time helemaal in extase en terwijl hij bij elke beat met zijn schouders schokt en op de grond stampt brult iedereen uitzinnig “Whole lotta love”. Wat een sfeertje. Alsof oude tijden herleven. Wat kan jij spelen, jongen. Theo is helemaal opgewonden.
Lilian is wat dichter bij Santino gaan staan. Ze ziet er uit als een dweperige groupie. Zoals jij die gitaar beetpakt, dat is bijna obsceen.
Een beetje geil is het wel, hè? is zijn reactie.
Iedereen begint opeens tegen elkaar te praten over optredens die ze hebben gezien en festivals die ze hebben bezocht, over Michael Jackson die dood is en andere dode rockstars, vakantiebelevenissen, Wouter Bos, de crisis, de verandering van het klimaat. Na deze hemelse ervaring is er behoefte om weer even met de voetjes op de grond te staan. Over het maken van een CD-tje wordt niet meer gesproken.
Ik ben de enig die zit en kan daarom goed zien wat er allemaal om mij heen gebeurt.
Theo is bezig een fototoestel te bevestigen op een statief.
Lilian zit nog steeds idolaat naar Santino te staren en hangt aan zijn lippen terwijl hij haar wat sterke verhalen vertelt over zijn avonturen bij de hermandad.
Yvonne heeft uit een kast een knalrode pruik gepakt en op haar hoofd gezet. Ze staat wat voor een spiegel te tutten. Monique helpt haar om de pruik recht te krijgen. Ik zie haar glimlachend in de spiegel naar mij kijken en als ze klaar is loopt ze samen met Monique naar mij toe. Hé John, dit is Monique. Hoe vind je mijn schoenen ?
Ik word in verlegenheid gebracht. Die felrode hakjes zien er fantastisch uit. Maar dat geldt ook voor Monique, die ik schat op zo’n jaar of veertig. Ik weet even niet wat ik zeggen moet en stotter mooi, erg mooi. Staat goed bij je haar.
Dames en heren. Mag ik even uw aandacht alstublieft, roept Theo boven het geroezemoes uit. Mag ik even uw aandacht?

Geen opmerkingen: