Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

22 juli 2009

10. Een confrontatie

Ik geloof mijn oren niet. Nieuwsgierig wacht ik haar reactie af.
Natuurlijk wil ik John wel even naar boven brengen, zegt Sabine. Steunend op één van haar schouders volg ik haar de trap op. Ik zie dat ze op haar rug de tekst 'Jesus died for you' draagt.
Het klimmen kost me aanmerkelijk meer moeite dan de eerste keer. Vermoeidheid, drugs en leeftijd beginnen blijkbaar hun tol te eisen.
In de studio aangekomen laat ik mij zacht kreunend op de bank zakken.
Sabine loopt wat heen en weer. Gaat even achter de computer zitten die blijkbaar altijd aan staat, logt in en leest haar mail. Hierna draait ze een stickie en gaat naast me zitten. Ik beschouw dit als een uitnodiging. Het liefst wil ik nu slapen, maar dwangmatig richt ik mij op en strek ik mijn hand naar haar uit met de bedoeling om haar naar mij toe te trekken. Mijn ooghandcoördinatie is echter zo ontregeld dat ik misgrijp en weer achterover val.
Voorzichtig jongen, lacht ze. Straks bezeer je jezelf. Hier..Ze houdt mij de stick uitnodigend voor maar ik bedank.
Moet je me niet bekeren? probeer ik voorzichtig. Of gewoon lekker pijpen, denk ik.
Sabine lacht. Jij hebt echt niet door wat er aan de hand is, hè?
Ik begrijp haar opmerking niet. Wat is er dan aan de hand?
Is je niets bijzonders vanavond opgevallen? vraagt Sabine.
Iets bijzonders? Volgens mij was alles bijzonder. Heb ik misschien iets over het hoofd gezien?
Ik vind het een compliment voor ons dat je zelfs nu nog niet door hebt wat er aan de hand is. Maar het is niet zo best dat jouw observatievermogen zo te kort schiet.Ik begrijp nog steeds niet waar ze het over heeft. Sterker nog, het zal me worst zijn. Dat mijn weinig subtiele poging om haar plat te krijgen is mislukt vind ik zo erg niet op dit moment, maar ik baal er wel een beetje van dat ik nu gevraagd wordt om raadseltjes op te lossen. Daar is mijn stemming niet naar.
Ik ga languit op de bank liggen en probeer het nog een keer. Kom even lekker naast me liggen, vraag ik haar. Ik ben redelijk vindingrijk als het gaat om vrouwen te bewegen tot een ongecompliceerde wip maar ik kan het niet meer opbrengen om zoveel te investeren als vroeger. Voor een afwijzing ben ik niet zo bang. Als je, zoals bij mij het geval is, maar vaak genoeg bent afgewezen dan doet een nieuwe afwijzing je niet zoveel meer Bovendien heb ik slaap dus als ik word afgewezen heb ik in ieder geval laten zien dat ik een kerel ben.
Teddybeer, leg hier je vermoeide hoofd maar neer, zegt Sabine en streelt met een hand door mijn haar. Mijn adem stokt. Wàt zeg je? Hoe noem je me? vraag ik geschrokken.
Teddybeer. Zo heet je toch? Overal waar jij je lessen komt geven noemen ze je Mr. Ted the Bear. Maar dat weet je zelf wel. De knuffelbeer die anderen leert dat knuffelen niet de handigste manier is om informatie los te krijgen. Leuke bijnaam. Zelf verzonnen?Ik ga overeind zitten en staar haar ontzet aan. Mijn slaap is verdwenen. Ik ben alleen nog maar vreselijk stoned.
Wie ben jij? vraag ik. Het bizarre van de situatie ontgaat mij niet.
Daar zit ik dan ergens op een zolder in een onbekend huis met onbekende mensen met naast mij een aantrekkelijke jonge godsdienstwaanzinnige nymfomane die op luchtige toon spreekt over mijn werkzaamheden voor de AIVD.
Ik ben Jezebel, zegt ze. Een collega. Maar laten we het over jou hebben.
John, als we de tijd dat jij werkte voor de IBD en BVD optellen bij je tijd voor de AIVD, hoelang werk jij dan al voor onze regering?
Zo’n vijfentwintig jaar,
antwoord ik.
Dus…? zegt ze en wacht op mijn reactie. Maar er gaat nog steeds geen belletje rinkelen.
Dus wat? Je zegt dat je een collega bent. Ik vind dat wel heel toevallig.
Toevallig? Jij denkt dat wij hier samen toevallig zitten. Dan heb ik een verrassing voor je.

Geen opmerkingen: