Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

06 juli 2009

1. Een vreemde ontmoeting.

Een zwoele nacht. De boven de daken hangende gele maan is nog net niet vol.
Ik loop in gedachten verzonken te slenteren door de Claes de Vrieslaan in Rotterdam als ik van mijn sokken word gereden door een giechelende grote man met een bolhoed, die op een éénwieler rijdt.
Sorry, roept hij geschrokken. Ik had je niet gezien.
Hij heeft me nauwelijks geraakt maar ik heb toen ik opzij sprong mijn enkel verstuikt.
De man is van zijn fietsje gestapt en in het licht kan ik hem nu beter zien. Hij heeft een stevig postuur, een woeste baard en uitpuilende ogen. Karakteristieke kop. Die is goed stoned, denk ik.
Heb je je erg bezeerd, vraagt hij me. Ik vertel hem dat ik mijn enkel heb verstuikt.
Daar moet je wat ijs op doen.
Ik vind dat een goed advies, maar waar haal je midden in de nacht ijs vandaan?
Daar woon ik, zegt de bolhoed en wijst naar een groot pand zo’n dertig meter van ons vandaan. Hij steekt zijn enorme hand uit die ik aarzelend beet pak.
Theo, zegt hij. John.
We hebben een feestje. Kom even mee, dan doen we er wat ijs op.
Zijn stem is vriendelijk en ik besef dat hij het goed bedoelt. Het is niet mijn gewoonte om met vreemde mannen mee te gaan. Maar deze goedaardige reus heeft geen kwaad in de zin, vermoed ik. Bovendien doet mijn enkel behoorlijk zeer en kan een koude zwachtel de pijn misschien verlichten.
Ik ga met hem mee en volg hem een donkere smalle trap op. Boven staat een rijzige roodharige vrouw ons op te wachten.
Dit is John. Ik heb hem ondersteboven gereden.
Ik geef haar een hand. Yvonne, zegt ze.
Is het ernstig?
Alleen mijn enkel verstuikt.
Ik kijk om mij heen en zie dat ik in een enorm grote kamer sta.
De wanden zijn bedekt met fel gekleurde schilderijen, die zowel dynamisch als ingetogen zijn. Grote varens hangen in potten voor het raam en overal staan planten.
De veelkleurige lampjes met hun glazen kralen stralen een warm licht uit.
Mensen staan met een glas in hun hand nieuwsgierig naar ons te kijken.
Een vrouw maakt zich van hen los en loopt op ons af.
John, roept ze verrast.
Lilian. Jij hier? Het zweet breekt me uit. Opeens heb ik het vreselijk warm.

Wordt vervolgd.

1 opmerking:

Joep zei

Wat een leuk en herkenbaar verhaal is dit!
Ik ben erg benieuwd naar de volgende aflevering(en)