Theo staat glunderend met een zwarte bolhoed op en een goudkleurige sarong om zich heen gewikkeld onder aan de trap. In de lampen, planten en schilderijen hangen slingers.
De anderen staan met blije gezichten om Theo heen. Allen dragen een zwarte bolhoed.
Gefeliciteerd John. Vijfentwintig jaar spion. Geweldig. Jij had natuurlijk al lang met pensioen moeten zijn na jouw werk voor de IBD. Al je collega’s zijn toen met pensioen gegaan maar jij… semper fidelis.
Hij drukt me tegen zich aan. Nou wat zeg je er van? Met een wijds gebaar introduceert hij opnieuw de mensen die ik meende te kennen.
Hallo John. Van harte. Lilian omarmt me en geeft me een kus. Ik weet heus wel dat jij de tweelingbroer van Jan bent, hoor. Ik ben gisteren nog met hem uit geweest en hij heeft nog steeds zijn vlindertje. Ja jongen, mij neem je niet zo snel in de maling. Je snapt wel dat ik ook een collega ben, hè? Lilith is mijn schuilnaam. Men zegt dat overal waar ik kom er doden vallen. Maar dat is natuurlijk overdreven.
De anderen stellen zich opnieuw aan mij voor maar vertellen niet wat zij bij de AIVD doen.
Frank stapt naar voren en drukt me hartelijk de hand. Ik ben blij dat ik die legendarische Teddybeer heb mogen ontmoeten. Bij ons in Tarin Kowt heb je bijna de cultstatus. Dankzij de ondervragingstechnieken die jij daar de plaatselijke milities hebt bijgebracht is de informatie die ze van hun gevangenen weten los te krijgen niet alleen omvangrijker maar ook betrouwbaarder geworden. Overigens had ik niet verwacht dat jij zo’n klein mannetje zou zijn. Ik had een reus verwacht. Maar dat komt natuurlijk door al die verhalen. Gefeliciteerd.
Ik ben me er niet van bewust dat er zo over mij wordt gepraat. Ik weet hoe belangrijk het is om betrouwbare vijandelijke informatie te verkrijgen. Goede informatie maakt het verschil uit tussen winnen of verliezen. Een modern leger kan ondanks de vele technische hulpmiddelen waarover het beschikt niet zonder zijn infanterie en een inlichtingendienst die zijn informatie niet uit het veld weet te verkrijgen is ondanks het gebruik van computers en satellieten zowel blind als doof. Ik hou van mijn werk al kan ik goed begrijpen dat het bij sommigen veel weerstand oproept. Maar iemand moet de stront opruimen. Anders blijft het stinken.
Monique schuift Frank opzij en geeft me een knuffel. Ze waardeert het dat ik heb laten blijken dat ik haar zo leuk vind. Ik heb je wel zien gluren naar mijn borsten, jongen. Maar laat je niets wijsmaken. Als ik ze uit de verpakking haal hangen ze op mijn navel. Nee, Frank is niet mijn man. Heeft hij dat gezegd? Hé frank, ze loopt naar hem toe en verdwijnt uit beeld.
Yvonne geeft me een pakkert. Zo John, natuurlijk weet ik wel dat jij zo spiritueel bent als een papegaai. Toch wel knap dat je wist dat het gedicht dat Monique en ik voordroegen bij inwijdingsrituelen van de Rozenkruisers wordt gebruikt.
Met Joep en zijn Thaise maak ik alsnog kennis. Hij drukt mij een USB-stick in mijn handen en zegt dat de informatie die er op staat heel belangrijk is en dat ik maar met hem contact moet opnemen voor het maken van een afspraak. Ja, er wordt zowaar nog gewerkt.
Speech, speech…wordt er geroepen.
Ik wil het wel proberen, zeg ik, maar ik weet niet of het lukken gaat.
Beste mensen. Allemaal heel erg bedankt voor deze geweldige ontvangst. Jullie hebben me er fantastisch in laten tuinen. Als er wat bij de AIVD te vieren valt doen wij dat meestal in een hotel dat we afhuren. Met wat Colombiaanse sneeuw en champagne maken we er dan een gezellig feestje van. Dit had ik niet verwacht. Een alternatieve setting en goeie ouderwetse wiet. En een fantastische sfeer. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Nogmaals, allemaal heel erg bedankt. Er wordt geapplaudisseerd.
Als je je neus wil poederen dan kan dat natuurlijk, zegt Theo. Ik bedank hem en zeg dat ik blij ben dat ik nog leef.
Die Santino van zo-even. Wie was dat?
Oh, dat was een gewone agent. Geen geheim agent. We zullen het hoofdkantoor vragen of zij er voor willen zorgen dat hij promotie krijgt. Mensen met lef en fantasie zoals hij moeten op de juiste positie komen, vind je niet?
Leuke ruimte, hè? En hij wijst om zich heen. De hippies die hier wonen hebben hem aan ons voor twee dagen verhuurd. Jammer dat ik morgen weer naar mijn flatje in de Bijlmer moet.
Sabine is er weer bij komen staan.
Heb je een leuke avond gehad? vraagt ze. Ik knik. Ook wel een beetje door jou. Je bent een echte teaser. Ik hou wel van een beetje show.
Vind je? zegt ze lachend. Zal ik je straks thuis brengen? Ik ga zo weg en ik begreep zo-even dat jij het eigenlijk ook wel hebt gezien. Het is bijna vier uur.
Ik zeg haar dat ik graag van haar aanbod gebruik wil maken. Ik neem afscheid van alle gasten. Theo wijst me er op dat er op 2 augustus weer iets valt te vieren.
Ik weet niet of ik dan in het land ben, zeg ik. Maar anders neem ik nog wel contact met je op.
Geef me je e-mail adres maar, zegt Theo. Dan stuur ik nog wat foto’s naar je toe.
Hij zet zijn bolhoed op mijn hoofd en maakt snel nog een paar foto’s.
Bij de deur worden Sabine en ik uitgezwaaid als we in haar Peugeot 205 stappen.
Luid toeterend rijden we de straat uit. Dat zal niet iedereen leuk vinden, denk ik.
Iemand die er thuis op je wacht? vraagt ze. Al jaren niet meer. Leven met iemand als ik is voor elke vrouw een ramp. Ik moet naar Kralingen. Dat is de andere kant uit.
Oh, zegt Sabine. Ze rijdt de oprijlaan van een statig herenhuis aan de Heemraadssingel in.
Hier woon ik. Het zit je echt niet mee vannacht. En met een zwoele blik op mij gericht vleit ze zich eindelijk in mijn armen.
That’s all folks.
Nu je er toch bent...
Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.
Pagina's
25 juli 2009
24 juli 2009
11. Raadseltjes
Net als eerder met Yvonne en Monique verdwijnt ze achter het gordijn waar blijkbaar de attributen hangen, want als ze terug komt heeft ze zwarte hakken, zwarte nylons, een zwart kanten bustier aan van Marlies Dekkers en een bolhoed op. Ze pakt een stoel en zet die tegenover mij met de rugleuning naar mij gericht en gaat zitten zoals Liza Minelli uit Cabaret. Wauh! Hé big spender, spent a little time with me, zegt ze, beweegt haar billen ritmisch heen en weer en kijk me frivool aan. Dan komt ze met een spervuur van vragen.
Wat was de naam van de man met een bolhoed uit de wrekers?
John Steed.
Wat was het beroep van John Steed?
Geheim agent.
Wat moet iemand zijn op een éénwieler?
Uh..evenwichtig.
Waar staat de kleur rood voor?
Gevaar, opletten, waarschuwing…
Wat droeg Yvonne?
Een rode pruik en rode hakjes.
Wat zong Pink Floyd?
Run, rabbit run. Dat is ook een waarschuwing.
Minstens drie keer is je vanavond gevraagd om op te letten.
Het is me ontgaan.
Er is je nog meer ontgaan, lieverd. Waar denk je aan bij een aap in een kooi?
Nergens aan
Fout. Het beest in ons dat getemd moet worden.Dus ook het beest in jou.
Goed. Maar waarom heet hij Gijs?
Geen idee. Wat betekent stoned zijn?
Leven in je eigen universum.
Hoe kun je stoned zijn en toch het contact bewaren met de anderen?
Misschien door samen stoned te worden …?
Heel goed. Wat is de bedoeling van sensitiviteit?
Dat je aanvoelt wat er aan de hand is, iets waar je aandacht aan moet geven.
Wat is een kenmerk van spiritualiteit?
Overgave.
Moet ik je nog meer zeggen?
De puzzelstukjes vallen langzaam op hun plaats. Oké, het is niet allemaal even logisch en soms erg ver gezocht, maar terugkijkend op de gebeurtenissen herken ik wel enige zaken.
Zo is Theo een niet zo evenwichtige geheim agent die mij om een voor mij duistere reden naar binnen gelokt had in dit pand.
Sabine heet eigenlijk Jezebel en is ook een collega van me.
Daarnaast was mij een aantal keer gevraagd om op te letten, maar ik had hier niets van gemerkt. Niet zo vreemd als je gelijk een stick of een bong in je handen krijgt gedrukt.
Ik ben hier samen met anderen stoned geworden. Dat betekent dat onze band met elkaar sterker is geworden, al voel ik dit eigenlijk niet zo.
Daarnaast wordt er van mij verlangd om mij over te geven aan de situatie. Om alles los te laten en het vertrouwen te hebben dat het goed komt.
Eerlijk gezegd begrijp ik het nog steeds niet helemaal, zeg ik.
Ik besef nu wel dat het geen toeval is dat we hier samen zitten. Maar ik krijg ondanks je vragen geen helder beeld van wat er aan de hand is.
Fantasie, John. Gebruik je fantasie. En niet alleen maar om mij in gedachten uit te kleden maar ook om uit te zoeken waarom je eigenlijk hier bent.
Sabine…Jezebel of hoe je ook heet, mag ik het opgeven. Ik ben zo stoned.
Arme jongen. Kom eens hier. Ze slaat haar armen om mij heen. Wat ben je toch een lekker mannetje…jammer. Kom, we gaan weer naar beneden.
Mij best. Het kan me niet meer schelen.
Ze helpt me overeind en steunend op haar arm strompel ik met haar de trap af.
We staan bovenaan de trap die naar de huiskamer voert. Sabine houdt haar wijsvinger voor haar mond. Stil, zegt ze. Luister. Ik luister aan het trappengat. Het is doodstil. De lichten zijn uit. Zou iedereen weg zijn? Voorzichtig lopen we naar beneden.
Opeens gaan alle lichten aan en klinkt er uit de kamer een luid Hoera.
Wat was de naam van de man met een bolhoed uit de wrekers?
John Steed.
Wat was het beroep van John Steed?
Geheim agent.
Wat moet iemand zijn op een éénwieler?
Uh..evenwichtig.
Waar staat de kleur rood voor?
Gevaar, opletten, waarschuwing…
Wat droeg Yvonne?
Een rode pruik en rode hakjes.
Wat zong Pink Floyd?
Run, rabbit run. Dat is ook een waarschuwing.
Minstens drie keer is je vanavond gevraagd om op te letten.
Het is me ontgaan.
Er is je nog meer ontgaan, lieverd. Waar denk je aan bij een aap in een kooi?
Nergens aan
Fout. Het beest in ons dat getemd moet worden.Dus ook het beest in jou.
Goed. Maar waarom heet hij Gijs?
Geen idee. Wat betekent stoned zijn?
Leven in je eigen universum.
Hoe kun je stoned zijn en toch het contact bewaren met de anderen?
Misschien door samen stoned te worden …?
Heel goed. Wat is de bedoeling van sensitiviteit?
Dat je aanvoelt wat er aan de hand is, iets waar je aandacht aan moet geven.
Wat is een kenmerk van spiritualiteit?
Overgave.
Moet ik je nog meer zeggen?
De puzzelstukjes vallen langzaam op hun plaats. Oké, het is niet allemaal even logisch en soms erg ver gezocht, maar terugkijkend op de gebeurtenissen herken ik wel enige zaken.
Zo is Theo een niet zo evenwichtige geheim agent die mij om een voor mij duistere reden naar binnen gelokt had in dit pand.
Sabine heet eigenlijk Jezebel en is ook een collega van me.
Daarnaast was mij een aantal keer gevraagd om op te letten, maar ik had hier niets van gemerkt. Niet zo vreemd als je gelijk een stick of een bong in je handen krijgt gedrukt.
Ik ben hier samen met anderen stoned geworden. Dat betekent dat onze band met elkaar sterker is geworden, al voel ik dit eigenlijk niet zo.
Daarnaast wordt er van mij verlangd om mij over te geven aan de situatie. Om alles los te laten en het vertrouwen te hebben dat het goed komt.
Eerlijk gezegd begrijp ik het nog steeds niet helemaal, zeg ik.
Ik besef nu wel dat het geen toeval is dat we hier samen zitten. Maar ik krijg ondanks je vragen geen helder beeld van wat er aan de hand is.
Fantasie, John. Gebruik je fantasie. En niet alleen maar om mij in gedachten uit te kleden maar ook om uit te zoeken waarom je eigenlijk hier bent.
Sabine…Jezebel of hoe je ook heet, mag ik het opgeven. Ik ben zo stoned.
Arme jongen. Kom eens hier. Ze slaat haar armen om mij heen. Wat ben je toch een lekker mannetje…jammer. Kom, we gaan weer naar beneden.
Mij best. Het kan me niet meer schelen.
Ze helpt me overeind en steunend op haar arm strompel ik met haar de trap af.
We staan bovenaan de trap die naar de huiskamer voert. Sabine houdt haar wijsvinger voor haar mond. Stil, zegt ze. Luister. Ik luister aan het trappengat. Het is doodstil. De lichten zijn uit. Zou iedereen weg zijn? Voorzichtig lopen we naar beneden.
Opeens gaan alle lichten aan en klinkt er uit de kamer een luid Hoera.
22 juli 2009
10. Een confrontatie
Ik geloof mijn oren niet. Nieuwsgierig wacht ik haar reactie af.
Natuurlijk wil ik John wel even naar boven brengen, zegt Sabine. Steunend op één van haar schouders volg ik haar de trap op. Ik zie dat ze op haar rug de tekst 'Jesus died for you' draagt.
Het klimmen kost me aanmerkelijk meer moeite dan de eerste keer. Vermoeidheid, drugs en leeftijd beginnen blijkbaar hun tol te eisen.
In de studio aangekomen laat ik mij zacht kreunend op de bank zakken.
Sabine loopt wat heen en weer. Gaat even achter de computer zitten die blijkbaar altijd aan staat, logt in en leest haar mail. Hierna draait ze een stickie en gaat naast me zitten. Ik beschouw dit als een uitnodiging. Het liefst wil ik nu slapen, maar dwangmatig richt ik mij op en strek ik mijn hand naar haar uit met de bedoeling om haar naar mij toe te trekken. Mijn ooghandcoördinatie is echter zo ontregeld dat ik misgrijp en weer achterover val.
Voorzichtig jongen, lacht ze. Straks bezeer je jezelf. Hier..Ze houdt mij de stick uitnodigend voor maar ik bedank.
Moet je me niet bekeren? probeer ik voorzichtig. Of gewoon lekker pijpen, denk ik.
Sabine lacht. Jij hebt echt niet door wat er aan de hand is, hè?
Ik begrijp haar opmerking niet. Wat is er dan aan de hand?
Is je niets bijzonders vanavond opgevallen? vraagt Sabine.
Iets bijzonders? Volgens mij was alles bijzonder. Heb ik misschien iets over het hoofd gezien?
Ik vind het een compliment voor ons dat je zelfs nu nog niet door hebt wat er aan de hand is. Maar het is niet zo best dat jouw observatievermogen zo te kort schiet.Ik begrijp nog steeds niet waar ze het over heeft. Sterker nog, het zal me worst zijn. Dat mijn weinig subtiele poging om haar plat te krijgen is mislukt vind ik zo erg niet op dit moment, maar ik baal er wel een beetje van dat ik nu gevraagd wordt om raadseltjes op te lossen. Daar is mijn stemming niet naar.
Ik ga languit op de bank liggen en probeer het nog een keer. Kom even lekker naast me liggen, vraag ik haar. Ik ben redelijk vindingrijk als het gaat om vrouwen te bewegen tot een ongecompliceerde wip maar ik kan het niet meer opbrengen om zoveel te investeren als vroeger. Voor een afwijzing ben ik niet zo bang. Als je, zoals bij mij het geval is, maar vaak genoeg bent afgewezen dan doet een nieuwe afwijzing je niet zoveel meer Bovendien heb ik slaap dus als ik word afgewezen heb ik in ieder geval laten zien dat ik een kerel ben.
Teddybeer, leg hier je vermoeide hoofd maar neer, zegt Sabine en streelt met een hand door mijn haar. Mijn adem stokt. Wàt zeg je? Hoe noem je me? vraag ik geschrokken.
Teddybeer. Zo heet je toch? Overal waar jij je lessen komt geven noemen ze je Mr. Ted the Bear. Maar dat weet je zelf wel. De knuffelbeer die anderen leert dat knuffelen niet de handigste manier is om informatie los te krijgen. Leuke bijnaam. Zelf verzonnen?Ik ga overeind zitten en staar haar ontzet aan. Mijn slaap is verdwenen. Ik ben alleen nog maar vreselijk stoned.
Wie ben jij? vraag ik. Het bizarre van de situatie ontgaat mij niet.
Daar zit ik dan ergens op een zolder in een onbekend huis met onbekende mensen met naast mij een aantrekkelijke jonge godsdienstwaanzinnige nymfomane die op luchtige toon spreekt over mijn werkzaamheden voor de AIVD.
Ik ben Jezebel, zegt ze. Een collega. Maar laten we het over jou hebben.
John, als we de tijd dat jij werkte voor de IBD en BVD optellen bij je tijd voor de AIVD, hoelang werk jij dan al voor onze regering?
Zo’n vijfentwintig jaar, antwoord ik.
Dus…? zegt ze en wacht op mijn reactie. Maar er gaat nog steeds geen belletje rinkelen.
Dus wat? Je zegt dat je een collega bent. Ik vind dat wel heel toevallig.
Toevallig? Jij denkt dat wij hier samen toevallig zitten. Dan heb ik een verrassing voor je.
Natuurlijk wil ik John wel even naar boven brengen, zegt Sabine. Steunend op één van haar schouders volg ik haar de trap op. Ik zie dat ze op haar rug de tekst 'Jesus died for you' draagt.
Het klimmen kost me aanmerkelijk meer moeite dan de eerste keer. Vermoeidheid, drugs en leeftijd beginnen blijkbaar hun tol te eisen.
In de studio aangekomen laat ik mij zacht kreunend op de bank zakken.
Sabine loopt wat heen en weer. Gaat even achter de computer zitten die blijkbaar altijd aan staat, logt in en leest haar mail. Hierna draait ze een stickie en gaat naast me zitten. Ik beschouw dit als een uitnodiging. Het liefst wil ik nu slapen, maar dwangmatig richt ik mij op en strek ik mijn hand naar haar uit met de bedoeling om haar naar mij toe te trekken. Mijn ooghandcoördinatie is echter zo ontregeld dat ik misgrijp en weer achterover val.
Voorzichtig jongen, lacht ze. Straks bezeer je jezelf. Hier..Ze houdt mij de stick uitnodigend voor maar ik bedank.
Moet je me niet bekeren? probeer ik voorzichtig. Of gewoon lekker pijpen, denk ik.
Sabine lacht. Jij hebt echt niet door wat er aan de hand is, hè?
Ik begrijp haar opmerking niet. Wat is er dan aan de hand?
Is je niets bijzonders vanavond opgevallen? vraagt Sabine.
Iets bijzonders? Volgens mij was alles bijzonder. Heb ik misschien iets over het hoofd gezien?
Ik vind het een compliment voor ons dat je zelfs nu nog niet door hebt wat er aan de hand is. Maar het is niet zo best dat jouw observatievermogen zo te kort schiet.Ik begrijp nog steeds niet waar ze het over heeft. Sterker nog, het zal me worst zijn. Dat mijn weinig subtiele poging om haar plat te krijgen is mislukt vind ik zo erg niet op dit moment, maar ik baal er wel een beetje van dat ik nu gevraagd wordt om raadseltjes op te lossen. Daar is mijn stemming niet naar.
Ik ga languit op de bank liggen en probeer het nog een keer. Kom even lekker naast me liggen, vraag ik haar. Ik ben redelijk vindingrijk als het gaat om vrouwen te bewegen tot een ongecompliceerde wip maar ik kan het niet meer opbrengen om zoveel te investeren als vroeger. Voor een afwijzing ben ik niet zo bang. Als je, zoals bij mij het geval is, maar vaak genoeg bent afgewezen dan doet een nieuwe afwijzing je niet zoveel meer Bovendien heb ik slaap dus als ik word afgewezen heb ik in ieder geval laten zien dat ik een kerel ben.
Teddybeer, leg hier je vermoeide hoofd maar neer, zegt Sabine en streelt met een hand door mijn haar. Mijn adem stokt. Wàt zeg je? Hoe noem je me? vraag ik geschrokken.
Teddybeer. Zo heet je toch? Overal waar jij je lessen komt geven noemen ze je Mr. Ted the Bear. Maar dat weet je zelf wel. De knuffelbeer die anderen leert dat knuffelen niet de handigste manier is om informatie los te krijgen. Leuke bijnaam. Zelf verzonnen?Ik ga overeind zitten en staar haar ontzet aan. Mijn slaap is verdwenen. Ik ben alleen nog maar vreselijk stoned.
Wie ben jij? vraag ik. Het bizarre van de situatie ontgaat mij niet.
Daar zit ik dan ergens op een zolder in een onbekend huis met onbekende mensen met naast mij een aantrekkelijke jonge godsdienstwaanzinnige nymfomane die op luchtige toon spreekt over mijn werkzaamheden voor de AIVD.
Ik ben Jezebel, zegt ze. Een collega. Maar laten we het over jou hebben.
John, als we de tijd dat jij werkte voor de IBD en BVD optellen bij je tijd voor de AIVD, hoelang werk jij dan al voor onze regering?
Zo’n vijfentwintig jaar, antwoord ik.
Dus…? zegt ze en wacht op mijn reactie. Maar er gaat nog steeds geen belletje rinkelen.
Dus wat? Je zegt dat je een collega bent. Ik vind dat wel heel toevallig.
Toevallig? Jij denkt dat wij hier samen toevallig zitten. Dan heb ik een verrassing voor je.
21 juli 2009
9. Een vleugje spiritualiteit.
Nee, het was geen makkelijke tijd geweest. Je hebt dus nooit afscheid kunnen nemen van je vader…, zegt Sabine.
Omdat ze het onderwerp niet wil laten rusten vrees ik dat ze een emotiepeuteraarster is. Zo’n type dat pas stopt als ze tranen heeft gezien zodat ze je kan troosten. Iemand die je helemaal omspit als ze daar de kans voor krijgt. Ik besluit om de rollen om te draaien.
Hoe is het met jouw ouders? Leven die nog? Ze schrikt van mijn directheid. Ja, die leven gelukkig nog.
Heb je een goed contact met ze?
Met m’n moeder nu wel weer.
De mensen om mij heen schenken geen aandacht meer aan ons. Lilian zit nu bij Theo en Yvonne. Hij zit haar een beetje te plagen. Ik meen de naam ‘Santino’ te horen vallen. Ik concentreer me weer op Sabine.
Soms ben ik een goed luisteraar. Bovendien kan ik net als de meeste mensen heel goed doen alsof. En Sabine heeft behoefte om haar verhaal te vertellen.
Het is geen vrolijk verhaal. Soms stopt ze en staart met lege ogen voor zich uit. Met knikken en hummen moedig ik haar aan als ze op een moeilijk punt aarzelt om verder te gaan.
Als ze er niet zo aantrekkelijk en kwetsbaar uit had gezien zou ik nooit zo veel in haar hebben geïnvesteerd. Daar ken ik mezelf te goed voor.
Ze houdt mijn geveinsdheid voor oprechte belangstelling. Het vreemde is dat ik dat zelf ook geloof op dat moment, al had ze net zo goed in het Swahili verder kunnen gaan want wat ze me vertelt dringt nauwelijks tot mij door of ben ik gelijk weer vergeten. Ik ben nu zo stoned dat ik alleen maar wil zwemmen in die twee blauwe meertjes waar ik op de bodem haar verhaal lees. Eigenlijk wil alleen nog maar met haar vrijen.
De studio is leeg, bedenk ik terwijl ik aanmoedigend blijf knikken en hummen. Ik zal haar voorstellen om daar samen naar toe te gaan. Voordat ik dat kan doen komt Theo naar ons toe. Zo John, ik zie dat je kennis gemaakt hebt met Sabine. Sabine is een beetje Godsdienstwaanzinnig, hè Sabine? Heeft ze je al proberen te bekeren? Ze is ook een beetje nymfo, dus pas maar op.Sabine lacht. Ik besef dat mijn vage plannetje in duigen is gevallen voor het een kans heeft gehad. Ook als ik hem niet bekeer is John een kind van God, zegt ze.
Ja, ja. Nou John, bof jij even. Ben je een beetje spiritueel? Theo wijst op een stalen constructie tegen de muur. Het is een soort van open boekenkast met een boog van boven.
Er hangt een groot kruis in dat ik herken als een kruis van de rozenkruisers.
Ik zie een Boedhakop, foto’s, een tarotspel, wierook en boeken. Boeken over Krishnamurti, over Osho, Benedictus de XVI, de I Tjing, de Kabbala, de Bijbel en nog vele andere spirituele onderwerpen.
Ik ben nu vooral stoned. Is dat hetzelfde als spiritueel? vraag ik.
Yvonne, roep Theo. Ga jij deze jongen, hij wijst op mij, eens uitleggen dat spiritualiteit iets anders is dan stoned zijn.
Hi, zegt Yvonne. Ja , daar zit wel enig verschil tussen. Het begint beide met een ‘s’ dus er zijn ook wel overeenkomsten. Je hebt vast wel eens van de rozenkruisers gehoord.
Ik meen dat het gedicht dat jij en Monique voordroegen van de rozenkruisers is…?
Dat is van Jan van Rijckenborgh. Dat was een rozenkruiser. Dat kruis is van de rozenkruisers.
Ben jij een rozenkruiser, vraag ik.
Nee, ik ben een wicca.
Een wicca? Ja, een wicca. Je weet wel, een moderne heks.
Ben je niet bang dat God je hiervoor na je dood zal straffen? zegt Sabine die heeft meegeluisterd.
Er ontstaat een warrig gesprek over natuurgodsdiensten, de goedheid van God, de persoonlijke beleving van het spirituele, heksen, duivels en het hiernamaals.
Ik kan een geeuw niet bedwingen. Opeens word ik overvallen door een enorme slaap. Op mijn horloge zie ik dat het inmiddels half drie is. Ik moet nogmaals gapen en wel zo overtuigend dat Yvonne mij vraagt of zij mij niet verveelt. Nee, helemaal niet. Allemaal vreselijk interessant. Maar ik heb zo’n geweldige slaap. Misschien moet ik naar huis gaan.
Ga anders even boven liggen, zegt Theo. Daar is het rustig. Wil jij hem even naar boven brengen Sabine?
Omdat ze het onderwerp niet wil laten rusten vrees ik dat ze een emotiepeuteraarster is. Zo’n type dat pas stopt als ze tranen heeft gezien zodat ze je kan troosten. Iemand die je helemaal omspit als ze daar de kans voor krijgt. Ik besluit om de rollen om te draaien.
Hoe is het met jouw ouders? Leven die nog? Ze schrikt van mijn directheid. Ja, die leven gelukkig nog.
Heb je een goed contact met ze?
Met m’n moeder nu wel weer.
De mensen om mij heen schenken geen aandacht meer aan ons. Lilian zit nu bij Theo en Yvonne. Hij zit haar een beetje te plagen. Ik meen de naam ‘Santino’ te horen vallen. Ik concentreer me weer op Sabine.
Soms ben ik een goed luisteraar. Bovendien kan ik net als de meeste mensen heel goed doen alsof. En Sabine heeft behoefte om haar verhaal te vertellen.
Het is geen vrolijk verhaal. Soms stopt ze en staart met lege ogen voor zich uit. Met knikken en hummen moedig ik haar aan als ze op een moeilijk punt aarzelt om verder te gaan.
Als ze er niet zo aantrekkelijk en kwetsbaar uit had gezien zou ik nooit zo veel in haar hebben geïnvesteerd. Daar ken ik mezelf te goed voor.
Ze houdt mijn geveinsdheid voor oprechte belangstelling. Het vreemde is dat ik dat zelf ook geloof op dat moment, al had ze net zo goed in het Swahili verder kunnen gaan want wat ze me vertelt dringt nauwelijks tot mij door of ben ik gelijk weer vergeten. Ik ben nu zo stoned dat ik alleen maar wil zwemmen in die twee blauwe meertjes waar ik op de bodem haar verhaal lees. Eigenlijk wil alleen nog maar met haar vrijen.
De studio is leeg, bedenk ik terwijl ik aanmoedigend blijf knikken en hummen. Ik zal haar voorstellen om daar samen naar toe te gaan. Voordat ik dat kan doen komt Theo naar ons toe. Zo John, ik zie dat je kennis gemaakt hebt met Sabine. Sabine is een beetje Godsdienstwaanzinnig, hè Sabine? Heeft ze je al proberen te bekeren? Ze is ook een beetje nymfo, dus pas maar op.Sabine lacht. Ik besef dat mijn vage plannetje in duigen is gevallen voor het een kans heeft gehad. Ook als ik hem niet bekeer is John een kind van God, zegt ze.
Ja, ja. Nou John, bof jij even. Ben je een beetje spiritueel? Theo wijst op een stalen constructie tegen de muur. Het is een soort van open boekenkast met een boog van boven.
Er hangt een groot kruis in dat ik herken als een kruis van de rozenkruisers.
Ik zie een Boedhakop, foto’s, een tarotspel, wierook en boeken. Boeken over Krishnamurti, over Osho, Benedictus de XVI, de I Tjing, de Kabbala, de Bijbel en nog vele andere spirituele onderwerpen.
Ik ben nu vooral stoned. Is dat hetzelfde als spiritueel? vraag ik.
Yvonne, roep Theo. Ga jij deze jongen, hij wijst op mij, eens uitleggen dat spiritualiteit iets anders is dan stoned zijn.
Hi, zegt Yvonne. Ja , daar zit wel enig verschil tussen. Het begint beide met een ‘s’ dus er zijn ook wel overeenkomsten. Je hebt vast wel eens van de rozenkruisers gehoord.
Ik meen dat het gedicht dat jij en Monique voordroegen van de rozenkruisers is…?
Dat is van Jan van Rijckenborgh. Dat was een rozenkruiser. Dat kruis is van de rozenkruisers.
Ben jij een rozenkruiser, vraag ik.
Nee, ik ben een wicca.
Een wicca? Ja, een wicca. Je weet wel, een moderne heks.
Ben je niet bang dat God je hiervoor na je dood zal straffen? zegt Sabine die heeft meegeluisterd.
Er ontstaat een warrig gesprek over natuurgodsdiensten, de goedheid van God, de persoonlijke beleving van het spirituele, heksen, duivels en het hiernamaals.
Ik kan een geeuw niet bedwingen. Opeens word ik overvallen door een enorme slaap. Op mijn horloge zie ik dat het inmiddels half drie is. Ik moet nogmaals gapen en wel zo overtuigend dat Yvonne mij vraagt of zij mij niet verveelt. Nee, helemaal niet. Allemaal vreselijk interessant. Maar ik heb zo’n geweldige slaap. Misschien moet ik naar huis gaan.
Ga anders even boven liggen, zegt Theo. Daar is het rustig. Wil jij hem even naar boven brengen Sabine?
19 juli 2009
8. Een bekentenis
Vertel het stomste wat je volgens jou ooit hebt gedaan en waarvoor je misschien na je dood in de hel zal moeten branden, lees ik. Is dit soms een spel dat door de E.O. is uitgebracht? vraag ik spottend. Tot mijn verbazing wordt dit door iemand beaamd. Die rakkers deinzen negens voor terug, denk ik.
Vertel, zegt Sabine en ze kijkt me net als de anderen verwachtingsvol aan. Ik zie alle ogen op mij gericht. Daar zit Joep met zijn knappe Thaise. En Monique en Frank. Yvonne natuurlijk. Theo. Lilian. En al die anderen. Geen van deze mensen ken ik. Niemand kent mij. Ik kan ze alles wijs maken. Frank had ik verteld dat ik docent ben. Wat ik eigenlijk ook wel ben, maar dan bij de AIVD, waarvoor ik als intructeur over de hele wereld de mensen leer hoe ze doeltreffend de waarheid uit iemand konden halen. En Lilian hield mij voor mijn broer.
Mensen zijn zo makkelijk te bedriegen.
Ik heb in mijn leven heel wat stomme dingen gedaan. En ongetwijfeld heb ik mijn laatste stomme streek nog niet geleverd. Misschien is het wel heel stom om deze vraag te beantwoorden, bedenk ik. Maar wat was nu het stomste dat ik ooit had gedaan?
Ik denk aan die keer dat ik in Haïti die knappe negerin paalde en befte. Het was een hoer die het deed zonder condoom. Wat was dat stom. Nog maanden later was ik bang geweest dat ik syfilis had opgelopen.
Of die keer dat ik in Londen in het casino zo’n vijftigduizend pond had verdiend en uiteindelijk met een verlies van duizend pond was weggegaan.
Ik denk aan die keer dat ik eenzaam en berooid in Alcobendas verbleef bij een fotograaf die ik in New York had leren kennen en die daar een tweede huis had. Hij had mij gevraagd om bij hem langs te gaan, wat ik op de terugweg naar Nederland na mijn rondreis door Afrika deed omdat ik helemaal blut was en ik wist dat ik bij hem terecht kon. Ik wist niet dat hij homo was. Daar kwam ik echter al snel achter. Toen hij al te opdringerig werd had ik hem met een marmeren beeldje dat de ‘David’ van Michelangelo voorstelde een klap voor zijn kop gegeven. Daarna had ik zijn zakken gerold, waarin ik zo’n vierhonderd dollar vond. Ik vertrok gelijk en heb er nooit meer wat van gehoord. Was dit stom geweest? Ik had er in ieder geval nooit spijt van gehad.
Wel van die Française waarmee ik zo’n twee jaar in Parijs had gewoond en die ik zo bedrogen had met haar vriendin Albertine. Zij werkte als conservatrice in het Louvre en ik verdiende wat geld met het gidsen van toeristen. Op zekere dag, toen ze onverwachts vroeg thuis kwam, betrapte Nicole ons toen we het luid blaffend op z’n hondjes deden in haar bed. Dezelfde dag nog zat ik op het vliegtuig naar Schiphol.
Er schieten nog zoveel andere herinneringen te binnen dat ik heel even mijn leven zie als één grote stommiteit. Maar wat kan ik nu met deze mensen delen?
Het stomste wat ik gedaan heb is om niet terug te keren van vakantie toen mijn vader op sterven lag, zeg ik. Misschien moet ik hiervoor wel branden in de hel.
Iedereen is stil en kijkt me meelevend aan. Dan begint er iemand te klappen en wordt dit door de anderen overgenomen. Ze vinden me oprecht.
Ik zeg ze niet dat mijn vader op het moment dat hij stierf al twee jaar zo dement was dat hij geen vork meer van een lepel kon onderscheiden. Hij rookte geen sigaretten meer maar at ze op. En zat ondertussen ongegeneerd in zijn luier te schijten. Ik was net bij hem geweest toen hij z’n laatste adem uitblies. Zijn dood was voor iedereen uiteindelijk een opluchting.
Sabine kijkt me met vochtige ogen aan en geeft me opeens vol op mijn lippen een zoen.
Ik ben verbaasd. Bedankt, maar waarom zoen je me?
Om je eerlijkheid. Ik denk niet dat God je zal straffen want je zult er best veel spijt van hebben gehad. Het moet niet makkelijk voor je geweest zijn.
Ik vertel haar niet dat God voor mij slechts een drieletterig woord is, dat net als dat andere drieletterige woord sommige vrouwen in grote vervoering brengen kan en dat de hel alleen bestaat op aarde. Of de hemel. En dat beide volgens mij zo dicht aan elkaar grenzen dat het niet voor iedereen altijd helemaal duidelijk is waar ze zich bevinden. “Pain is so close to pleasure.” Nee, in de hel geloof ik niet maar in stommiteiten wel.
Vertel, zegt Sabine en ze kijkt me net als de anderen verwachtingsvol aan. Ik zie alle ogen op mij gericht. Daar zit Joep met zijn knappe Thaise. En Monique en Frank. Yvonne natuurlijk. Theo. Lilian. En al die anderen. Geen van deze mensen ken ik. Niemand kent mij. Ik kan ze alles wijs maken. Frank had ik verteld dat ik docent ben. Wat ik eigenlijk ook wel ben, maar dan bij de AIVD, waarvoor ik als intructeur over de hele wereld de mensen leer hoe ze doeltreffend de waarheid uit iemand konden halen. En Lilian hield mij voor mijn broer.
Mensen zijn zo makkelijk te bedriegen.
Ik heb in mijn leven heel wat stomme dingen gedaan. En ongetwijfeld heb ik mijn laatste stomme streek nog niet geleverd. Misschien is het wel heel stom om deze vraag te beantwoorden, bedenk ik. Maar wat was nu het stomste dat ik ooit had gedaan?
Ik denk aan die keer dat ik in Haïti die knappe negerin paalde en befte. Het was een hoer die het deed zonder condoom. Wat was dat stom. Nog maanden later was ik bang geweest dat ik syfilis had opgelopen.
Of die keer dat ik in Londen in het casino zo’n vijftigduizend pond had verdiend en uiteindelijk met een verlies van duizend pond was weggegaan.
Ik denk aan die keer dat ik eenzaam en berooid in Alcobendas verbleef bij een fotograaf die ik in New York had leren kennen en die daar een tweede huis had. Hij had mij gevraagd om bij hem langs te gaan, wat ik op de terugweg naar Nederland na mijn rondreis door Afrika deed omdat ik helemaal blut was en ik wist dat ik bij hem terecht kon. Ik wist niet dat hij homo was. Daar kwam ik echter al snel achter. Toen hij al te opdringerig werd had ik hem met een marmeren beeldje dat de ‘David’ van Michelangelo voorstelde een klap voor zijn kop gegeven. Daarna had ik zijn zakken gerold, waarin ik zo’n vierhonderd dollar vond. Ik vertrok gelijk en heb er nooit meer wat van gehoord. Was dit stom geweest? Ik had er in ieder geval nooit spijt van gehad.
Wel van die Française waarmee ik zo’n twee jaar in Parijs had gewoond en die ik zo bedrogen had met haar vriendin Albertine. Zij werkte als conservatrice in het Louvre en ik verdiende wat geld met het gidsen van toeristen. Op zekere dag, toen ze onverwachts vroeg thuis kwam, betrapte Nicole ons toen we het luid blaffend op z’n hondjes deden in haar bed. Dezelfde dag nog zat ik op het vliegtuig naar Schiphol.
Er schieten nog zoveel andere herinneringen te binnen dat ik heel even mijn leven zie als één grote stommiteit. Maar wat kan ik nu met deze mensen delen?
Het stomste wat ik gedaan heb is om niet terug te keren van vakantie toen mijn vader op sterven lag, zeg ik. Misschien moet ik hiervoor wel branden in de hel.
Iedereen is stil en kijkt me meelevend aan. Dan begint er iemand te klappen en wordt dit door de anderen overgenomen. Ze vinden me oprecht.
Ik zeg ze niet dat mijn vader op het moment dat hij stierf al twee jaar zo dement was dat hij geen vork meer van een lepel kon onderscheiden. Hij rookte geen sigaretten meer maar at ze op. En zat ondertussen ongegeneerd in zijn luier te schijten. Ik was net bij hem geweest toen hij z’n laatste adem uitblies. Zijn dood was voor iedereen uiteindelijk een opluchting.
Sabine kijkt me met vochtige ogen aan en geeft me opeens vol op mijn lippen een zoen.
Ik ben verbaasd. Bedankt, maar waarom zoen je me?
Om je eerlijkheid. Ik denk niet dat God je zal straffen want je zult er best veel spijt van hebben gehad. Het moet niet makkelijk voor je geweest zijn.
Ik vertel haar niet dat God voor mij slechts een drieletterig woord is, dat net als dat andere drieletterige woord sommige vrouwen in grote vervoering brengen kan en dat de hel alleen bestaat op aarde. Of de hemel. En dat beide volgens mij zo dicht aan elkaar grenzen dat het niet voor iedereen altijd helemaal duidelijk is waar ze zich bevinden. “Pain is so close to pleasure.” Nee, in de hel geloof ik niet maar in stommiteiten wel.
18 juli 2009
7. Het is maar een spelletje
Door een kier zie ik Santino staan.Beneden ligt zijn pet op een tafeltje en hangt zijn uniformjasje over een stoel. Boven had hij zijn stropdas losgemaakt. Nu draagt hij alleen zijn sokken. Strippen over drie verdiepingen heet zoiets.
Schuin achter Santino zie ik Lilian. Ook zij draagt alleen haar sokken. Beiden zien er verhit uit.
Ik geef jullie twee minuten, zegt Theo en trekt de deur dicht. Ik geef ze er wel vijf, ginnegapt hij tegen ons. Maar als ik ze dat zeg beginnen ze weer opnieuw.
Als de vijf minuten bijna voorbij zijn begint Theo langzaam en luid af te tellen.
Iedereen telt hardop mee. Tien, negen, opschieten, zeven, het is mooi geweest, vijf, vier, wij komen nu naar binnen.
De nieuwe situatie heeft ons in een jolige bui gebracht. De deur gaat open en we dringen naar binnen. Ik steun nog steeds op de schouders van Frank.
Santino en Lilian hebben zich aangekleed en staan schaapachtig te grijnzen.
Achter hen in een grote kooi zit een angstig kijkende orang oetan. Dit is dus het Beest waar Monique haar inspiratie vandaan had gehaald voor haar voordracht van zo-even. Een krijsende aap. Dit is Gijs, zegt Theo. Dat is onze logé. Ha die Gijs, wat een drukte, hè? Vertel jij ons eens wat die twee daar hebben gedaan. Hij wijst op Santino en Lilian. Je zult wel geschokt zijn.
Theo vertelt aan de degenen die het nog niet weten dat Gijs van een vriend is. Deze is nu voor een paar maanden met vakantie en daarom logeert Gijs zolang bij Theo en Yvonne. Het is een jonge aap van nog geen zeven jaar.
Eigenlijk wel zielig, waag ik te zeggen. Daar is iedereen het wel mee eens. Nou Gijs, we zullen je met rust laten. De voorstelling is voorbij. Het publiek en de acteurs taaien af.
We laten Gijs alleen en gaan naar beneden. De rest van de gasten zit een spelletje te spelen met elkaar. Ze hebben grote lol. Ik vraag aan een mooi meisje met donker zwart haar en blauwe ogen wat ze spelen. Sensetivity. Ik kijk haar vragend aan en ze legt me uit wat de bedoeling van het spel is.
Als je aan de beurt bent moet je een vraag beantwoorden of een opdracht uitvoeren.
Dat moet je zo authentiek mogelijk doen. Je moet je dus kwetsbaar durven op te stellen. Doel van het spel is om 'bevrijding' te bereiken. Degene die het meest authentiek is gevonden wint.
Ik begrijp dat de anderen bepalen of je authentiek bent. Ze knikt.
Het lijkt me een spel voor voyeurs en ik ga er eens lekker voor zitten om alles goed te kunnen overzien.
Santino is nu echt weggegaan. Lilian heeft hem naar de deur gebracht. Als ze er weer is loopt ze naar me toe. Zo John, hoe gaat hen nu met je enkel?
Voor ik haar kan antwoorden buigt het donkerharige meisje met de mooie blauwe ogen zich naar mij toe en vraagt of ik met het spel mee wil doen. Eigenlijk kijk ik liever maar mijn mond heeft al gezegd Leuk, natuurlijk wil ik meedoen.Vertel me maar wat ik doen moet.
Ik ben gelijk aan de beurt en moet een goudkleurige kaart pakken van een stapeltje.
Je moet de vraag hardop lezen, zegt de donkere. Hoe heet je, vraag ik.
Sabine, antwoordt ze. Jij heeft John,hè? Ik knik. Ik lees de kaart eerst voor mezelf. Wauh, dat is heftig. Hardop, zegt Sabine.
Schuin achter Santino zie ik Lilian. Ook zij draagt alleen haar sokken. Beiden zien er verhit uit.
Ik geef jullie twee minuten, zegt Theo en trekt de deur dicht. Ik geef ze er wel vijf, ginnegapt hij tegen ons. Maar als ik ze dat zeg beginnen ze weer opnieuw.
Als de vijf minuten bijna voorbij zijn begint Theo langzaam en luid af te tellen.
Iedereen telt hardop mee. Tien, negen, opschieten, zeven, het is mooi geweest, vijf, vier, wij komen nu naar binnen.
De nieuwe situatie heeft ons in een jolige bui gebracht. De deur gaat open en we dringen naar binnen. Ik steun nog steeds op de schouders van Frank.
Santino en Lilian hebben zich aangekleed en staan schaapachtig te grijnzen.
Achter hen in een grote kooi zit een angstig kijkende orang oetan. Dit is dus het Beest waar Monique haar inspiratie vandaan had gehaald voor haar voordracht van zo-even. Een krijsende aap. Dit is Gijs, zegt Theo. Dat is onze logé. Ha die Gijs, wat een drukte, hè? Vertel jij ons eens wat die twee daar hebben gedaan. Hij wijst op Santino en Lilian. Je zult wel geschokt zijn.
Theo vertelt aan de degenen die het nog niet weten dat Gijs van een vriend is. Deze is nu voor een paar maanden met vakantie en daarom logeert Gijs zolang bij Theo en Yvonne. Het is een jonge aap van nog geen zeven jaar.
Eigenlijk wel zielig, waag ik te zeggen. Daar is iedereen het wel mee eens. Nou Gijs, we zullen je met rust laten. De voorstelling is voorbij. Het publiek en de acteurs taaien af.
We laten Gijs alleen en gaan naar beneden. De rest van de gasten zit een spelletje te spelen met elkaar. Ze hebben grote lol. Ik vraag aan een mooi meisje met donker zwart haar en blauwe ogen wat ze spelen. Sensetivity. Ik kijk haar vragend aan en ze legt me uit wat de bedoeling van het spel is.
Als je aan de beurt bent moet je een vraag beantwoorden of een opdracht uitvoeren.
Dat moet je zo authentiek mogelijk doen. Je moet je dus kwetsbaar durven op te stellen. Doel van het spel is om 'bevrijding' te bereiken. Degene die het meest authentiek is gevonden wint.
Ik begrijp dat de anderen bepalen of je authentiek bent. Ze knikt.
Het lijkt me een spel voor voyeurs en ik ga er eens lekker voor zitten om alles goed te kunnen overzien.
Santino is nu echt weggegaan. Lilian heeft hem naar de deur gebracht. Als ze er weer is loopt ze naar me toe. Zo John, hoe gaat hen nu met je enkel?
Voor ik haar kan antwoorden buigt het donkerharige meisje met de mooie blauwe ogen zich naar mij toe en vraagt of ik met het spel mee wil doen. Eigenlijk kijk ik liever maar mijn mond heeft al gezegd Leuk, natuurlijk wil ik meedoen.Vertel me maar wat ik doen moet.
Ik ben gelijk aan de beurt en moet een goudkleurige kaart pakken van een stapeltje.
Je moet de vraag hardop lezen, zegt de donkere. Hoe heet je, vraag ik.
Sabine, antwoordt ze. Jij heeft John,hè? Ik knik. Ik lees de kaart eerst voor mezelf. Wauh, dat is heftig. Hardop, zegt Sabine.
16 juli 2009
6. Tijd voor een kleine pauze
Santino kreunt en steunt.Er zit nog genoeg leven in hem al heeft hij er op dit moment weinig over te zeggen. Theo doet het grote licht aan en verbreekt hiermee de betovering.
Misschien moeten we hem even bij het Beest in de kooi zetten, grinnikt hij.
Lijkt me niet. Ik ga even een stevige bak koffie zetten, reageert Yvonne.
Ze verdwijnt naar beneden.
Monique kleedt zich weer om. Frank komt naast me zitten en stelt zich aan me voor.
Ik ben de vriend van Monique, zegt hij nadrukkelijk waarmee hij te kennen geeft dat hij gezien heeft hoe ik naar haar zat te kijken. Ik ben nu eenmaal iemand wiens gevoelens als een open boek van zijn gezicht te lezen zijn.
Ik begrijp die knul wel, zegt Frank op vertrouwelijke toon en knikt in de richting van Santino.
Mijn broer zit ook bij de politie. Slecht betaald, altijd maar doen wat je gezegd wordt, thuis niks te zeggen hebben en altijd maar de schijn ophouden dat je het zo geweldig vindt. Alleen omdat je een uniform fetisjist bent.
Ongevraagd krijg ik het hele verhaal te horen van zijn broer die tijdens feestjes na enkele biertjes helemaal los gaat en dan al zijn frustraties er uit gooit. Zoals laatst op die bruiloft van een nicht waar hij in zijn blote kont in de tuin stond te dansen met een rokje van oranje ballonnen gevuld met helium, die door hem één voor één werden losgemaakt zodat hij uiteindelijk piemeltjesnaakt rondjes stond te draaien en daarna door de andere gasten in het zwembad werd gegooid.
Wat doe jij? vraagt Frank.
Ik sta voor de klas.
Ik heb een zus die ook in het onderwijs zit. Zo gek als een deur. Ze zit nu al weer een half jaar overspannen thuis. Voorlopig mag ze niet beginnen.
Wat doe jij eigenlijk? vraag ik. Niet dat het me echt interesseert. Maar nu we toch met elkaar aan het praten zijn wil ik me wel een goed beeld vormen van degene met wie ik praat.
Op het moment ben ik even zonder werk. Volgende maand ga ik met Joep naar Thailand. Die heeft daar een huis laten bouwen.
Met Joep? vraag ik. Dat is die jongen beneden met die baard en met dat mooie Thaise meisje. Ik probeer me Joep en het meisje voor de geest te halen maar het licht blijft uit.
Koffie. Yvonne komt met een grote kan koffie de studio binnen gewandeld. Achter haar één van de andere gasten die de kopjes draagt.
Na zijn koffie is Santino zichtbaar opgeknapt.
Ik moet maar weer eens gaan, zegt hij en staat op. Nu al? wordt er geroepen.
Er moet gewerkt worden. Het was gezellig luitjes. Kan iemand mij even naar beneden helpen?
Lilian volunteert. We nemen hartelijk afscheid van Santino. Het is wel jammer dat hij nu niets heeft gezongen.Ik neem me voor om naar de volgende aflevering van de x-factor te kijken. Het lijkt me een goeie vent.
Inmiddels heb ik het gevoel dat ik iedereen al heel erg lang ken, terwijl er misschien hooguit twee uur zijn verstreken sinds ik hier naar binnen werd gedragen.
Hoewel mijn voet nog steeds erg pijnlijk aanvoelt is de zwelling verdwenen. Ik moet straks maar een taxi naar huis nemen.
Zullen we allemaal weer naar beneden gaan? vraagt Theo. Iedereen zit wat duf voor zich uit te staren. De Grote Bong heeft flink huis gehouden. Het duurt nog een kwartier maar uiteindelijk komt iedereen langzaam in beweging. Hoewel niemand het zegt is men toch wat aangeslagen door die toestand met Santino.
Frank ondersteunt me bij het naar beneden gaan en als we even later weer met z’n allen door de ultraviolet verlichte gang lopen stopt Theo voor de deur van de verboden kamer, waar een vreselijk lawaai uit komt.
Het klinkt alsof er iemand binnen aan de tralies van een kooi staat te trekken.
Theo gebaart om stilte. Laten we het Beest even gaan troosten. Hij zit daar zo alleen. Dan opent hij voorzichtig de deur. Ik zie een uitdrukking van verbazing op zijn gezicht verschijnen. Hé, ga jij eens aan het werk, zegt hij dan met een vette grijns.
Misschien moeten we hem even bij het Beest in de kooi zetten, grinnikt hij.
Lijkt me niet. Ik ga even een stevige bak koffie zetten, reageert Yvonne.
Ze verdwijnt naar beneden.
Monique kleedt zich weer om. Frank komt naast me zitten en stelt zich aan me voor.
Ik ben de vriend van Monique, zegt hij nadrukkelijk waarmee hij te kennen geeft dat hij gezien heeft hoe ik naar haar zat te kijken. Ik ben nu eenmaal iemand wiens gevoelens als een open boek van zijn gezicht te lezen zijn.
Ik begrijp die knul wel, zegt Frank op vertrouwelijke toon en knikt in de richting van Santino.
Mijn broer zit ook bij de politie. Slecht betaald, altijd maar doen wat je gezegd wordt, thuis niks te zeggen hebben en altijd maar de schijn ophouden dat je het zo geweldig vindt. Alleen omdat je een uniform fetisjist bent.
Ongevraagd krijg ik het hele verhaal te horen van zijn broer die tijdens feestjes na enkele biertjes helemaal los gaat en dan al zijn frustraties er uit gooit. Zoals laatst op die bruiloft van een nicht waar hij in zijn blote kont in de tuin stond te dansen met een rokje van oranje ballonnen gevuld met helium, die door hem één voor één werden losgemaakt zodat hij uiteindelijk piemeltjesnaakt rondjes stond te draaien en daarna door de andere gasten in het zwembad werd gegooid.
Wat doe jij? vraagt Frank.
Ik sta voor de klas.
Ik heb een zus die ook in het onderwijs zit. Zo gek als een deur. Ze zit nu al weer een half jaar overspannen thuis. Voorlopig mag ze niet beginnen.
Wat doe jij eigenlijk? vraag ik. Niet dat het me echt interesseert. Maar nu we toch met elkaar aan het praten zijn wil ik me wel een goed beeld vormen van degene met wie ik praat.
Op het moment ben ik even zonder werk. Volgende maand ga ik met Joep naar Thailand. Die heeft daar een huis laten bouwen.
Met Joep? vraag ik. Dat is die jongen beneden met die baard en met dat mooie Thaise meisje. Ik probeer me Joep en het meisje voor de geest te halen maar het licht blijft uit.
Koffie. Yvonne komt met een grote kan koffie de studio binnen gewandeld. Achter haar één van de andere gasten die de kopjes draagt.
Na zijn koffie is Santino zichtbaar opgeknapt.
Ik moet maar weer eens gaan, zegt hij en staat op. Nu al? wordt er geroepen.
Er moet gewerkt worden. Het was gezellig luitjes. Kan iemand mij even naar beneden helpen?
Lilian volunteert. We nemen hartelijk afscheid van Santino. Het is wel jammer dat hij nu niets heeft gezongen.Ik neem me voor om naar de volgende aflevering van de x-factor te kijken. Het lijkt me een goeie vent.
Inmiddels heb ik het gevoel dat ik iedereen al heel erg lang ken, terwijl er misschien hooguit twee uur zijn verstreken sinds ik hier naar binnen werd gedragen.
Hoewel mijn voet nog steeds erg pijnlijk aanvoelt is de zwelling verdwenen. Ik moet straks maar een taxi naar huis nemen.
Zullen we allemaal weer naar beneden gaan? vraagt Theo. Iedereen zit wat duf voor zich uit te staren. De Grote Bong heeft flink huis gehouden. Het duurt nog een kwartier maar uiteindelijk komt iedereen langzaam in beweging. Hoewel niemand het zegt is men toch wat aangeslagen door die toestand met Santino.
Frank ondersteunt me bij het naar beneden gaan en als we even later weer met z’n allen door de ultraviolet verlichte gang lopen stopt Theo voor de deur van de verboden kamer, waar een vreselijk lawaai uit komt.
Het klinkt alsof er iemand binnen aan de tralies van een kooi staat te trekken.
Theo gebaart om stilte. Laten we het Beest even gaan troosten. Hij zit daar zo alleen. Dan opent hij voorzichtig de deur. Ik zie een uitdrukking van verbazing op zijn gezicht verschijnen. Hé, ga jij eens aan het werk, zegt hij dan met een vette grijns.
14 juli 2009
5. De Grote Bong
Theo ziet er verhit uit. Ik denk dat het niet zo vaak voorkomt dat er zoveel mensen tegelijk in zijn studio staan. Vermoedelijk zit hij er meestal in z’n eentje wat te jammen of samen met Yvonne, zijn muze, wat inspiratie op te doen. Zo te zien ontbreekt het hem daaraan niet.
Straks wil ik een groupiefoto maken met Santino en z’n gitaar in het midden. En wij knielen allemaal aan zijn voeten en kijken dan naar hem op. Lekker vet.
Maar eerst wil ik Monique vragen of zij nog wat te zeggen heeft over haar laatste ontmoeting met het Beest. Monique, aan jou het woord.
Het klinkt allemaal nogal plechtig en ik vraag me nieuwsgierig af waar dit over gaat.
Ogenblikje hoor, zegt Monique en verdwijnt samen met Yvonne achter een gordijn.
Er klinkt wat gestommel en gelach. Dat gaat zo enkele minuten door. Zijn jullie nou eens eindelijk klaar? roept Theo.
Okidoki, klinkt het.
Uit speakers klinkt ‘Breathe’ van Pink Floyd. Het geluid zwelt aan tot een imponerend volume dat na ‘And all you touch and all you see is all your life will ever be’ weer afneemt. Tegelijk dooft langzaam het licht en als het bijna donker is en hierna weer wat sterker wordt is het paars.Beetje gelikt allemaal maar wel indrukwekkend.
Het gordijn wordt opzij geschoven en Yvonne en Monique komen er achter vandaan. Ze dragen nu lange zwarte jurken tot aan de grond, volgehangen met glinsterende kettingen en amuletten. Ze schrijden bijna statig naar voren. Beiden kijken wat ondeugend en daaruit leid ik af dat ik het toch niet al te serieus moet nemen.
Dan, als de volumeknop de muziek helemaal heeft weggedraaid, declameren beiden in koor:
Uit het eeuwig Moederwezen
breekt het Godskind vrij,
en in glans van Isis
klinkt het lied zo blij.
Dankt Osiris-Isis-Liefde
Die het Al vervult,
die als wondermantel
lichtend ons omhult.
Hierna loopt Yvonne langzaam achterwaarts en verdwijnt weer achter het gordijn zodat Monique in haar eentje voor ons staat. Het is nu doodstil. Dan klinkt er een rauwe galmende stem die uit de diepte lijkt te komen van een grote put. De bibber loopt over mijn rug.
Dit wil ik kwijt:
Strek jezelf uit tot buiten je grenzen
Reik naar de sterren
Ga tot waar de zon de maan kust
En de zee het land
Waar de namen van de doden staan geschreven
In het natte zand
Dit is het lot der mensen.
Waarvan, waarom, waarheen?
Geen antwoord zul je vinden
Niet van hier of gene zijde
Dáár uiteindelijk vaart u allen heen
Laat nu de Grote Bong je leiden.
Simon, we zullen je niet vergeten.
Ah, de Grote Bong. Theo komt weer in beweging. Uit een eikenhouten kastje haalt hij een soort van grote glazen waterpijp en begint onmiddellijk de kop vol te stoppen met toverkruiden.
Iedereen zit nou in een cirkel en de bong wordt aangestoken. Lilian neemt als eerste een haaltje, maar eerst toont ze haar respect. Grote Bong, respect.
Ze inhaleert zo diep als ze maar kan en krijgt een hoestbui. Dan is Theo aan de beurt.
Grote Bong, open je deuren. Zijn ogen puilen bijna uit als hij de rook probeert vast te houden.
Dan is Frank. Grote Bong, ik kom er aan. De tranen schieten in zijn ogen.
Hierna is Monique. Grote Bong, neem bezit van mij. Haar blik is zwoel als ze het mondstuk van de pijp tussen haar lippen perst.Hier kan geen enkele Grote Bong weerstand aan bieden.
Als ik aan de beurt ben zeg ik met schorre stem: Grote Bong. Neem mij als een wervelende wietwolk met je mee.
Yvonne houdt het zakelijk: Grote Bong. Maak moes van mijn hersens.
Ik zie aan haar ogen dat de Grote Bong haar wens aan het vervullen is.
Santino zit er met opgestroopte mouwen bij. Zijn pet ligt beneden en zijn uniformjasje heeft hij op de bank gegooid. Geef mij mijn hersens terug, fluistert hij.
Had je gedacht, denk ik. Daar is het nu te laat voor.
De pijp wordt telkens doorgegeven tot dat hij leeg is.
Theo vindt het nu tijd voor de volgende ronde. En nu we allemaal van die leuke pretoogjes hebben is het tijd voor …de foto. Santino, ga jij daar eens staan met die gitaar. Santino, Santino, hé Yvonne, kijk eens of-t-ie nog leeft. Volgens mij was de Grote Bong een beetje te groot voor hem. Santino? Hallooo, zijn we er nog?
Straks wil ik een groupiefoto maken met Santino en z’n gitaar in het midden. En wij knielen allemaal aan zijn voeten en kijken dan naar hem op. Lekker vet.
Maar eerst wil ik Monique vragen of zij nog wat te zeggen heeft over haar laatste ontmoeting met het Beest. Monique, aan jou het woord.
Het klinkt allemaal nogal plechtig en ik vraag me nieuwsgierig af waar dit over gaat.
Ogenblikje hoor, zegt Monique en verdwijnt samen met Yvonne achter een gordijn.
Er klinkt wat gestommel en gelach. Dat gaat zo enkele minuten door. Zijn jullie nou eens eindelijk klaar? roept Theo.
Okidoki, klinkt het.
Uit speakers klinkt ‘Breathe’ van Pink Floyd. Het geluid zwelt aan tot een imponerend volume dat na ‘And all you touch and all you see is all your life will ever be’ weer afneemt. Tegelijk dooft langzaam het licht en als het bijna donker is en hierna weer wat sterker wordt is het paars.Beetje gelikt allemaal maar wel indrukwekkend.
Het gordijn wordt opzij geschoven en Yvonne en Monique komen er achter vandaan. Ze dragen nu lange zwarte jurken tot aan de grond, volgehangen met glinsterende kettingen en amuletten. Ze schrijden bijna statig naar voren. Beiden kijken wat ondeugend en daaruit leid ik af dat ik het toch niet al te serieus moet nemen.
Dan, als de volumeknop de muziek helemaal heeft weggedraaid, declameren beiden in koor:
Uit het eeuwig Moederwezen
breekt het Godskind vrij,
en in glans van Isis
klinkt het lied zo blij.
Dankt Osiris-Isis-Liefde
Die het Al vervult,
die als wondermantel
lichtend ons omhult.
Hierna loopt Yvonne langzaam achterwaarts en verdwijnt weer achter het gordijn zodat Monique in haar eentje voor ons staat. Het is nu doodstil. Dan klinkt er een rauwe galmende stem die uit de diepte lijkt te komen van een grote put. De bibber loopt over mijn rug.
Dit wil ik kwijt:
Strek jezelf uit tot buiten je grenzen
Reik naar de sterren
Ga tot waar de zon de maan kust
En de zee het land
Waar de namen van de doden staan geschreven
In het natte zand
Dit is het lot der mensen.
Waarvan, waarom, waarheen?
Geen antwoord zul je vinden
Niet van hier of gene zijde
Dáár uiteindelijk vaart u allen heen
Laat nu de Grote Bong je leiden.
Simon, we zullen je niet vergeten.
Ah, de Grote Bong. Theo komt weer in beweging. Uit een eikenhouten kastje haalt hij een soort van grote glazen waterpijp en begint onmiddellijk de kop vol te stoppen met toverkruiden.
Iedereen zit nou in een cirkel en de bong wordt aangestoken. Lilian neemt als eerste een haaltje, maar eerst toont ze haar respect. Grote Bong, respect.
Ze inhaleert zo diep als ze maar kan en krijgt een hoestbui. Dan is Theo aan de beurt.
Grote Bong, open je deuren. Zijn ogen puilen bijna uit als hij de rook probeert vast te houden.
Dan is Frank. Grote Bong, ik kom er aan. De tranen schieten in zijn ogen.
Hierna is Monique. Grote Bong, neem bezit van mij. Haar blik is zwoel als ze het mondstuk van de pijp tussen haar lippen perst.Hier kan geen enkele Grote Bong weerstand aan bieden.
Als ik aan de beurt ben zeg ik met schorre stem: Grote Bong. Neem mij als een wervelende wietwolk met je mee.
Yvonne houdt het zakelijk: Grote Bong. Maak moes van mijn hersens.
Ik zie aan haar ogen dat de Grote Bong haar wens aan het vervullen is.
Santino zit er met opgestroopte mouwen bij. Zijn pet ligt beneden en zijn uniformjasje heeft hij op de bank gegooid. Geef mij mijn hersens terug, fluistert hij.
Had je gedacht, denk ik. Daar is het nu te laat voor.
De pijp wordt telkens doorgegeven tot dat hij leeg is.
Theo vindt het nu tijd voor de volgende ronde. En nu we allemaal van die leuke pretoogjes hebben is het tijd voor …de foto. Santino, ga jij daar eens staan met die gitaar. Santino, Santino, hé Yvonne, kijk eens of-t-ie nog leeft. Volgens mij was de Grote Bong een beetje te groot voor hem. Santino? Hallooo, zijn we er nog?
12 juli 2009
4. Solo
Laten we naar boven gaan en een CD-tje maken.
Heb jij dan een studio? vraagt Santino.
Zo kun je het wel noemen. Theo wendt zich tot mij. Je lijkt me niet zo zwaar. Misschien kan je op Santino ’s rug zitten. Kan dat Santino?
Dat kleine mannetje stop ik mijn binnenzak. Natuurlijk kan hij mijn rug op. En hij schiet in de lach om zijn eigen grapje.
Ja, met een beetje goeie wiet is alles leuk, denk ik.
Behalve Theo, Yvonne, Lilian, Santino en ik gaan ook Frank en Monique mee naar boven. Hen leer ik later beter kennen. Verder zijn er nog een paar mensen bij die ik ook later niet gesproken heb.
Santino draagt mij op zijn rug alsof dat zijn dagelijkse werk is. Agenten zouden zich best nuttig kunnen maken door invaliden of oude vrouwtjes en mannetjes die slecht ter been zijn op hun rug te nemen, denk ik. Deze hier heeft er in ieder geval geen moeite mee.
Boven moeten we eerst door een donkere gang die verlicht wordt door tl-lampen met ultraviolet licht. Als we in een spookachtige stoet langs de gesloten deuren lopen hoor ik achter één van de deuren gebonk en geschreeuw. Santino hoort het ook. Hij staat stil en roept naar Theo: Wat is dat?
Oh, dat is een verboden kamer. Die deur kun je maar beter dicht laten.
Santino aarzelt. Zijn speurneusinstinct zegt dat er iets achter de deur zit dat er niet hoort. Maar echt veel zin om te kijken heeft hij niet. Dus loopt hij verder achter Theo aan.
De anderen hebben geen aandacht aan het geluid geschonken. Mogelijk weten zij wat er achter de deur schuil gaat.
We gaan nog een trap omhoog en komen dan in een ruimte die er uit ziet als de binnenkant van een ruimtevaartuig. Alleen heel anders.
Overal staan of hangen gitaren. De meeste zijn elektrisch. Ik herken een paar Gibsons en enkele Fenders. Verder een Yamaha, een Washburn en een Ibanez. Er staan er veel die ik niet ken maar alles ziet er tiptop verzorgd uit.
Ik zie twee mengpanelen en nog wat ander spul dat ik niet kan thuisbrengen.
De anderen zijn hier eerder geweest en voor hen is het niet nieuw. Maar Santino en ik zijn opgetogen. Ik ga op de donkere leren bank zitten, terwijl Santino voorzichtig een Gibson van de muur plukt. Wow, een Dark Fire, hoor ik hem zeggen.
Zal ik hem even inpluggen? vraagt Theo en hij pakt een snoertje uit het bosje snoeren dat op een tafel ligt en sluit de Dark Fire aan op een versterker.
Santino pielt wat op de snaren, stopt even en gooit er dan opeens foutloos en strak een gitaarrif uit van Led Zeppelin. Voor onze ogen verandert Santino in Jimmy Page. Hij raakt in no time helemaal in extase en terwijl hij bij elke beat met zijn schouders schokt en op de grond stampt brult iedereen uitzinnig “Whole lotta love”. Wat een sfeertje. Alsof oude tijden herleven. Wat kan jij spelen, jongen. Theo is helemaal opgewonden.
Lilian is wat dichter bij Santino gaan staan. Ze ziet er uit als een dweperige groupie. Zoals jij die gitaar beetpakt, dat is bijna obsceen.
Een beetje geil is het wel, hè? is zijn reactie.
Iedereen begint opeens tegen elkaar te praten over optredens die ze hebben gezien en festivals die ze hebben bezocht, over Michael Jackson die dood is en andere dode rockstars, vakantiebelevenissen, Wouter Bos, de crisis, de verandering van het klimaat. Na deze hemelse ervaring is er behoefte om weer even met de voetjes op de grond te staan. Over het maken van een CD-tje wordt niet meer gesproken.
Ik ben de enig die zit en kan daarom goed zien wat er allemaal om mij heen gebeurt.
Theo is bezig een fototoestel te bevestigen op een statief.
Lilian zit nog steeds idolaat naar Santino te staren en hangt aan zijn lippen terwijl hij haar wat sterke verhalen vertelt over zijn avonturen bij de hermandad.
Yvonne heeft uit een kast een knalrode pruik gepakt en op haar hoofd gezet. Ze staat wat voor een spiegel te tutten. Monique helpt haar om de pruik recht te krijgen. Ik zie haar glimlachend in de spiegel naar mij kijken en als ze klaar is loopt ze samen met Monique naar mij toe. Hé John, dit is Monique. Hoe vind je mijn schoenen ?
Ik word in verlegenheid gebracht. Die felrode hakjes zien er fantastisch uit. Maar dat geldt ook voor Monique, die ik schat op zo’n jaar of veertig. Ik weet even niet wat ik zeggen moet en stotter mooi, erg mooi. Staat goed bij je haar.
Dames en heren. Mag ik even uw aandacht alstublieft, roept Theo boven het geroezemoes uit. Mag ik even uw aandacht?
Heb jij dan een studio? vraagt Santino.
Zo kun je het wel noemen. Theo wendt zich tot mij. Je lijkt me niet zo zwaar. Misschien kan je op Santino ’s rug zitten. Kan dat Santino?
Dat kleine mannetje stop ik mijn binnenzak. Natuurlijk kan hij mijn rug op. En hij schiet in de lach om zijn eigen grapje.
Ja, met een beetje goeie wiet is alles leuk, denk ik.
Behalve Theo, Yvonne, Lilian, Santino en ik gaan ook Frank en Monique mee naar boven. Hen leer ik later beter kennen. Verder zijn er nog een paar mensen bij die ik ook later niet gesproken heb.
Santino draagt mij op zijn rug alsof dat zijn dagelijkse werk is. Agenten zouden zich best nuttig kunnen maken door invaliden of oude vrouwtjes en mannetjes die slecht ter been zijn op hun rug te nemen, denk ik. Deze hier heeft er in ieder geval geen moeite mee.
Boven moeten we eerst door een donkere gang die verlicht wordt door tl-lampen met ultraviolet licht. Als we in een spookachtige stoet langs de gesloten deuren lopen hoor ik achter één van de deuren gebonk en geschreeuw. Santino hoort het ook. Hij staat stil en roept naar Theo: Wat is dat?
Oh, dat is een verboden kamer. Die deur kun je maar beter dicht laten.
Santino aarzelt. Zijn speurneusinstinct zegt dat er iets achter de deur zit dat er niet hoort. Maar echt veel zin om te kijken heeft hij niet. Dus loopt hij verder achter Theo aan.
De anderen hebben geen aandacht aan het geluid geschonken. Mogelijk weten zij wat er achter de deur schuil gaat.
We gaan nog een trap omhoog en komen dan in een ruimte die er uit ziet als de binnenkant van een ruimtevaartuig. Alleen heel anders.
Overal staan of hangen gitaren. De meeste zijn elektrisch. Ik herken een paar Gibsons en enkele Fenders. Verder een Yamaha, een Washburn en een Ibanez. Er staan er veel die ik niet ken maar alles ziet er tiptop verzorgd uit.
Ik zie twee mengpanelen en nog wat ander spul dat ik niet kan thuisbrengen.
De anderen zijn hier eerder geweest en voor hen is het niet nieuw. Maar Santino en ik zijn opgetogen. Ik ga op de donkere leren bank zitten, terwijl Santino voorzichtig een Gibson van de muur plukt. Wow, een Dark Fire, hoor ik hem zeggen.
Zal ik hem even inpluggen? vraagt Theo en hij pakt een snoertje uit het bosje snoeren dat op een tafel ligt en sluit de Dark Fire aan op een versterker.
Santino pielt wat op de snaren, stopt even en gooit er dan opeens foutloos en strak een gitaarrif uit van Led Zeppelin. Voor onze ogen verandert Santino in Jimmy Page. Hij raakt in no time helemaal in extase en terwijl hij bij elke beat met zijn schouders schokt en op de grond stampt brult iedereen uitzinnig “Whole lotta love”. Wat een sfeertje. Alsof oude tijden herleven. Wat kan jij spelen, jongen. Theo is helemaal opgewonden.
Lilian is wat dichter bij Santino gaan staan. Ze ziet er uit als een dweperige groupie. Zoals jij die gitaar beetpakt, dat is bijna obsceen.
Een beetje geil is het wel, hè? is zijn reactie.
Iedereen begint opeens tegen elkaar te praten over optredens die ze hebben gezien en festivals die ze hebben bezocht, over Michael Jackson die dood is en andere dode rockstars, vakantiebelevenissen, Wouter Bos, de crisis, de verandering van het klimaat. Na deze hemelse ervaring is er behoefte om weer even met de voetjes op de grond te staan. Over het maken van een CD-tje wordt niet meer gesproken.
Ik ben de enig die zit en kan daarom goed zien wat er allemaal om mij heen gebeurt.
Theo is bezig een fototoestel te bevestigen op een statief.
Lilian zit nog steeds idolaat naar Santino te staren en hangt aan zijn lippen terwijl hij haar wat sterke verhalen vertelt over zijn avonturen bij de hermandad.
Yvonne heeft uit een kast een knalrode pruik gepakt en op haar hoofd gezet. Ze staat wat voor een spiegel te tutten. Monique helpt haar om de pruik recht te krijgen. Ik zie haar glimlachend in de spiegel naar mij kijken en als ze klaar is loopt ze samen met Monique naar mij toe. Hé John, dit is Monique. Hoe vind je mijn schoenen ?
Ik word in verlegenheid gebracht. Die felrode hakjes zien er fantastisch uit. Maar dat geldt ook voor Monique, die ik schat op zo’n jaar of veertig. Ik weet even niet wat ik zeggen moet en stotter mooi, erg mooi. Staat goed bij je haar.
Dames en heren. Mag ik even uw aandacht alstublieft, roept Theo boven het geroezemoes uit. Mag ik even uw aandacht?
10 juli 2009
3. Het wordt gezellig
Ja, hier woon ik. Heb je naar me gezocht?
Wat zei je zo-even ook al weer toen ik je om je legitimatie vroeg?
Dat je de tyfus kon krijgen. Je verwacht toch niet dat ik mij midden in de nacht kan legitimeren omdat jij vindt dat ik dat moet kunnen?
Je reed op de stoep zonder licht. Eigenlijk slingerde je wat heen en weer op zo’n éénwielertje. De deur stond open en ik zag hem in de gang staan.
Mensen, de agent went zich tot de rest van de mensen die nieuwsgierig naar hem staan te kijken, je moet je deur in deze buurt nooit ’s nachts open laten staan. Dat is vragen om moeilijkheden.
Moet u wat drinken, agent? Yvonne houdt hem een glas met cola voor. Ik heb ook wel wat anders. Iets sterkers als u dat wil.
Of rookt u liever wat, zegt Theo die een stevige haal aan een stick neemt en deze dan uitnodigend in de richting van de agent houdt. Die begint te glunderen.
Hier kwam ik niet voor. Maar als jullie het goed vinden.
Er wordt een stoel bijgeschoven, de agent legt zijn pet op tafel, kijkt nog een keer om zich heen, zet de stick aan zijn lippen en neemt een stevige haal. Hij houdt de spirituele rook een paar tellen vast en blaast dan een mooie blauwe pluim de kamer in. Iemand begint spontaan te applaudisseren en dit wordt overgenomen door de anderen. Het is dan ook wel een applausje waard.
Sorry van daarnet, zegt Theo. Jij doet natuurlijk ook maar je werk.
De agent doet zijn ogen half dicht.
Wist jij dat wij bij de politie de beste dope hebben? En gratis. Dit is trouwens ook wel stevig spul. En hij neemt nog een haaltje.
Ik ben mijn pijnlijke enkel vergeten en kijk geamuseerd om mij heen. De gesprekken worden voortgezet, de sfeer is gemoedelijk.
Agent, was u laatst niet op televisie? Het was in de X-factor geloof ik. De jonge blonde vrouw die de vraag heeft gesteld kijkt hem verwachtingsvol aan.
Ik zie dat de agent aangenaam verrast is. Heb je me gezien? Hij straalt.
Ik vond u hartstikke mooi zingen. U bent toch door naar de volgende ronde?
Kan jij zingen, vraagt Theo. Ik mag toch wel jij zeggen, hè? Ik heet Theo.
Ik heet Santino. Ja, ik zing graag. Zal ik wat zingen?
Ik weet iets beters, zegt Theo.
Wat zei je zo-even ook al weer toen ik je om je legitimatie vroeg?
Dat je de tyfus kon krijgen. Je verwacht toch niet dat ik mij midden in de nacht kan legitimeren omdat jij vindt dat ik dat moet kunnen?
Je reed op de stoep zonder licht. Eigenlijk slingerde je wat heen en weer op zo’n éénwielertje. De deur stond open en ik zag hem in de gang staan.
Mensen, de agent went zich tot de rest van de mensen die nieuwsgierig naar hem staan te kijken, je moet je deur in deze buurt nooit ’s nachts open laten staan. Dat is vragen om moeilijkheden.
Moet u wat drinken, agent? Yvonne houdt hem een glas met cola voor. Ik heb ook wel wat anders. Iets sterkers als u dat wil.
Of rookt u liever wat, zegt Theo die een stevige haal aan een stick neemt en deze dan uitnodigend in de richting van de agent houdt. Die begint te glunderen.
Hier kwam ik niet voor. Maar als jullie het goed vinden.
Er wordt een stoel bijgeschoven, de agent legt zijn pet op tafel, kijkt nog een keer om zich heen, zet de stick aan zijn lippen en neemt een stevige haal. Hij houdt de spirituele rook een paar tellen vast en blaast dan een mooie blauwe pluim de kamer in. Iemand begint spontaan te applaudisseren en dit wordt overgenomen door de anderen. Het is dan ook wel een applausje waard.
Sorry van daarnet, zegt Theo. Jij doet natuurlijk ook maar je werk.
De agent doet zijn ogen half dicht.
Wist jij dat wij bij de politie de beste dope hebben? En gratis. Dit is trouwens ook wel stevig spul. En hij neemt nog een haaltje.
Ik ben mijn pijnlijke enkel vergeten en kijk geamuseerd om mij heen. De gesprekken worden voortgezet, de sfeer is gemoedelijk.
Agent, was u laatst niet op televisie? Het was in de X-factor geloof ik. De jonge blonde vrouw die de vraag heeft gesteld kijkt hem verwachtingsvol aan.
Ik zie dat de agent aangenaam verrast is. Heb je me gezien? Hij straalt.
Ik vond u hartstikke mooi zingen. U bent toch door naar de volgende ronde?
Kan jij zingen, vraagt Theo. Ik mag toch wel jij zeggen, hè? Ik heet Theo.
Ik heet Santino. Ja, ik zing graag. Zal ik wat zingen?
Ik weet iets beters, zegt Theo.
08 juli 2009
2. Een persoonsverwisseling
Ik herken haar van de foto's die Jan mij vorige maand nog had laten zien. Hij was behoorlijk enthousiast over haar geweest. Er is geen twijfel mogelijk. Dit is Lilian. Mijn spirituele leidsvrouw, zo had hij haar genoemd. Hoewel hij haar slechts één keer gezien had. Nu staat ze zomaar en geheel onverwachts voor me.
Ze verwart me met mijn tweelingbroer Jan, denk ik. Die vindt John mooier klinken en gebruikt daarom vaak mijn naam.
Mijn ouders hielden wel van een geintje en door ons beiden bijna dezelfde naam te geven voorzagen ze dat overal waar wij onze gezichten zouden laten zien verwarring zou ontstaan. Dat was hun manier om het systeem te ontregelen. Dat zij hiermee ons leven ook ontregelden vonden ze mooi meegenomen. Het zou ons scherp houden.
Ik heb deze keer geen zin om uit te leggen dat er sprake is van een vergissing en besluit te doen of ik haar ken.
Hallo, leuk dat jij hier ook bent. Ik geef haar een kus op haar donzige wang. Ze ruikt naar een overdosis patchouli.
Hoe is het geweest, vraagt ze. Ik heb geen idee waar ze het over heeft.
Geweldig. Met zo’n antwoord kan ik niet fout zitten. Voor ze me nog meer kon vragen zeg ik: ik heb mijn enkel verstuikt. Theo heeft me bijna ondersteboven gereden.
Theo? Die jongen is maf. Zeker met z’n éénwieler. Heeft-ie van Yvonne gekregen.
Hé Theo, ik zei het je nog, hè? Dat je beter tot morgen kon wachten.
Ja lieve Lilian. Maar anders had je John niet gezien. Toevallig allemaal, hè?
Hij lacht ontwapenend. Lilian kijkt hem streng aan en schiet dan in de lach.
Daar sta ik dan. Ik ken niemand maar ik heb deze aardige mensen nu al in mijn hart gesloten. Ze lijken me lekker ontspannen, zijn vriendelijk en op een aangename wijze behoorlijk maf.
Laat mij je enkel eens zien, John. Lilian lijkt mij een kordaat typetje.
Ga daar maar eens zitten. Ze wijst op een ligstoel van bamboe.
Ik ga zitten en trek een schoen en sok uit.
Die is behoorlijk blauw. Heb je je tattoo laten weghalen? Ik denk aan de blauwe vlinder die Jan op zijn enkel heeft zitten. Ik bedenk dat ik nu misschien de waarheid moet zeggen.
Dat ze mij voor mijn tweelingbroer aanziet. Dat ik nog nooit een tattoo heb gehad.
In plaats daarvan zeg ik: Die is weggevlogen, zijn vrijheid tegemoet.
Ze lacht en kijkt mij vragend aan. Omdat ik haar vriendelijk lachend aan blijf kijken en mijn mond houd vindt ze het nodig om verduidelijking te vragen.
Ik heb hem laten weghalen in Londen met een nieuwe nanolasertechniek. Pijnloos en je ziet er helemaal niets meer van.
Blijkbaar overtuigt dit haar. Maar waarom dan?
Ik heb hem niet meer nodig om mij vrij te voelen.
Ik weet hoe Jan aan zijn tattoo gehecht is maar ze gelooft me en laat het hierbij.
Ze doet een bakje met ijsklontjes in een washandje en even later lig ik uitgestrekt op de bamboeligstoel met in mijn linkerhand een koude kompres die ik tegen mijn enkel druk en in mijn rechterhand een klein jointje dat Theo in mijn handen heeft gedrukt.
Lilian is weer terug gegaan naar het groepje waar ze bij stond en heeft mij beloofd om straks weer terug te komen.
Theo zit naast me en kijkt met grote stuiterogen wezenloos naar de punten van zijn nep armani schoenen. Veel dringt er op dat moment niet meer tot hem door.
Yvonne is naar de keuken gegaan om wat hapjes te maken.
Opeens gaat de deur open en op dat zelfde moment valt er een stilte. Alle ogen zijn gericht op de persoon die net is binnen gekomen.
In de deuropening staat een jonge agent in uniform. Hij haalt eens diep adem en zegt: Goedenavond allemaal. Wat ruikt het hier lekker.
Dan ziet hij Theo staan en roept verbaasd: Dus hier woon jij, bolle.
Ze verwart me met mijn tweelingbroer Jan, denk ik. Die vindt John mooier klinken en gebruikt daarom vaak mijn naam.
Mijn ouders hielden wel van een geintje en door ons beiden bijna dezelfde naam te geven voorzagen ze dat overal waar wij onze gezichten zouden laten zien verwarring zou ontstaan. Dat was hun manier om het systeem te ontregelen. Dat zij hiermee ons leven ook ontregelden vonden ze mooi meegenomen. Het zou ons scherp houden.
Ik heb deze keer geen zin om uit te leggen dat er sprake is van een vergissing en besluit te doen of ik haar ken.
Hallo, leuk dat jij hier ook bent. Ik geef haar een kus op haar donzige wang. Ze ruikt naar een overdosis patchouli.
Hoe is het geweest, vraagt ze. Ik heb geen idee waar ze het over heeft.
Geweldig. Met zo’n antwoord kan ik niet fout zitten. Voor ze me nog meer kon vragen zeg ik: ik heb mijn enkel verstuikt. Theo heeft me bijna ondersteboven gereden.
Theo? Die jongen is maf. Zeker met z’n éénwieler. Heeft-ie van Yvonne gekregen.
Hé Theo, ik zei het je nog, hè? Dat je beter tot morgen kon wachten.
Ja lieve Lilian. Maar anders had je John niet gezien. Toevallig allemaal, hè?
Hij lacht ontwapenend. Lilian kijkt hem streng aan en schiet dan in de lach.
Daar sta ik dan. Ik ken niemand maar ik heb deze aardige mensen nu al in mijn hart gesloten. Ze lijken me lekker ontspannen, zijn vriendelijk en op een aangename wijze behoorlijk maf.
Laat mij je enkel eens zien, John. Lilian lijkt mij een kordaat typetje.
Ga daar maar eens zitten. Ze wijst op een ligstoel van bamboe.
Ik ga zitten en trek een schoen en sok uit.
Die is behoorlijk blauw. Heb je je tattoo laten weghalen? Ik denk aan de blauwe vlinder die Jan op zijn enkel heeft zitten. Ik bedenk dat ik nu misschien de waarheid moet zeggen.
Dat ze mij voor mijn tweelingbroer aanziet. Dat ik nog nooit een tattoo heb gehad.
In plaats daarvan zeg ik: Die is weggevlogen, zijn vrijheid tegemoet.
Ze lacht en kijkt mij vragend aan. Omdat ik haar vriendelijk lachend aan blijf kijken en mijn mond houd vindt ze het nodig om verduidelijking te vragen.
Ik heb hem laten weghalen in Londen met een nieuwe nanolasertechniek. Pijnloos en je ziet er helemaal niets meer van.
Blijkbaar overtuigt dit haar. Maar waarom dan?
Ik heb hem niet meer nodig om mij vrij te voelen.
Ik weet hoe Jan aan zijn tattoo gehecht is maar ze gelooft me en laat het hierbij.
Ze doet een bakje met ijsklontjes in een washandje en even later lig ik uitgestrekt op de bamboeligstoel met in mijn linkerhand een koude kompres die ik tegen mijn enkel druk en in mijn rechterhand een klein jointje dat Theo in mijn handen heeft gedrukt.
Lilian is weer terug gegaan naar het groepje waar ze bij stond en heeft mij beloofd om straks weer terug te komen.
Theo zit naast me en kijkt met grote stuiterogen wezenloos naar de punten van zijn nep armani schoenen. Veel dringt er op dat moment niet meer tot hem door.
Yvonne is naar de keuken gegaan om wat hapjes te maken.
Opeens gaat de deur open en op dat zelfde moment valt er een stilte. Alle ogen zijn gericht op de persoon die net is binnen gekomen.
In de deuropening staat een jonge agent in uniform. Hij haalt eens diep adem en zegt: Goedenavond allemaal. Wat ruikt het hier lekker.
Dan ziet hij Theo staan en roept verbaasd: Dus hier woon jij, bolle.
06 juli 2009
1. Een vreemde ontmoeting.
Een zwoele nacht. De boven de daken hangende gele maan is nog net niet vol.
Ik loop in gedachten verzonken te slenteren door de Claes de Vrieslaan in Rotterdam als ik van mijn sokken word gereden door een giechelende grote man met een bolhoed, die op een éénwieler rijdt.
Sorry, roept hij geschrokken. Ik had je niet gezien.
Hij heeft me nauwelijks geraakt maar ik heb toen ik opzij sprong mijn enkel verstuikt.
De man is van zijn fietsje gestapt en in het licht kan ik hem nu beter zien. Hij heeft een stevig postuur, een woeste baard en uitpuilende ogen. Karakteristieke kop. Die is goed stoned, denk ik.
Heb je je erg bezeerd, vraagt hij me. Ik vertel hem dat ik mijn enkel heb verstuikt.
Daar moet je wat ijs op doen.
Ik vind dat een goed advies, maar waar haal je midden in de nacht ijs vandaan?
Daar woon ik, zegt de bolhoed en wijst naar een groot pand zo’n dertig meter van ons vandaan. Hij steekt zijn enorme hand uit die ik aarzelend beet pak.
Theo, zegt hij. John.
We hebben een feestje. Kom even mee, dan doen we er wat ijs op.
Zijn stem is vriendelijk en ik besef dat hij het goed bedoelt. Het is niet mijn gewoonte om met vreemde mannen mee te gaan. Maar deze goedaardige reus heeft geen kwaad in de zin, vermoed ik. Bovendien doet mijn enkel behoorlijk zeer en kan een koude zwachtel de pijn misschien verlichten.
Ik ga met hem mee en volg hem een donkere smalle trap op. Boven staat een rijzige roodharige vrouw ons op te wachten.
Dit is John. Ik heb hem ondersteboven gereden.
Ik geef haar een hand. Yvonne, zegt ze.
Is het ernstig?
Alleen mijn enkel verstuikt.
Ik kijk om mij heen en zie dat ik in een enorm grote kamer sta.
De wanden zijn bedekt met fel gekleurde schilderijen, die zowel dynamisch als ingetogen zijn. Grote varens hangen in potten voor het raam en overal staan planten.
De veelkleurige lampjes met hun glazen kralen stralen een warm licht uit.
Mensen staan met een glas in hun hand nieuwsgierig naar ons te kijken.
Een vrouw maakt zich van hen los en loopt op ons af.
John, roept ze verrast.
Lilian. Jij hier? Het zweet breekt me uit. Opeens heb ik het vreselijk warm.
Wordt vervolgd.
Ik loop in gedachten verzonken te slenteren door de Claes de Vrieslaan in Rotterdam als ik van mijn sokken word gereden door een giechelende grote man met een bolhoed, die op een éénwieler rijdt.
Sorry, roept hij geschrokken. Ik had je niet gezien.
Hij heeft me nauwelijks geraakt maar ik heb toen ik opzij sprong mijn enkel verstuikt.
De man is van zijn fietsje gestapt en in het licht kan ik hem nu beter zien. Hij heeft een stevig postuur, een woeste baard en uitpuilende ogen. Karakteristieke kop. Die is goed stoned, denk ik.
Heb je je erg bezeerd, vraagt hij me. Ik vertel hem dat ik mijn enkel heb verstuikt.
Daar moet je wat ijs op doen.
Ik vind dat een goed advies, maar waar haal je midden in de nacht ijs vandaan?
Daar woon ik, zegt de bolhoed en wijst naar een groot pand zo’n dertig meter van ons vandaan. Hij steekt zijn enorme hand uit die ik aarzelend beet pak.
Theo, zegt hij. John.
We hebben een feestje. Kom even mee, dan doen we er wat ijs op.
Zijn stem is vriendelijk en ik besef dat hij het goed bedoelt. Het is niet mijn gewoonte om met vreemde mannen mee te gaan. Maar deze goedaardige reus heeft geen kwaad in de zin, vermoed ik. Bovendien doet mijn enkel behoorlijk zeer en kan een koude zwachtel de pijn misschien verlichten.
Ik ga met hem mee en volg hem een donkere smalle trap op. Boven staat een rijzige roodharige vrouw ons op te wachten.
Dit is John. Ik heb hem ondersteboven gereden.
Ik geef haar een hand. Yvonne, zegt ze.
Is het ernstig?
Alleen mijn enkel verstuikt.
Ik kijk om mij heen en zie dat ik in een enorm grote kamer sta.
De wanden zijn bedekt met fel gekleurde schilderijen, die zowel dynamisch als ingetogen zijn. Grote varens hangen in potten voor het raam en overal staan planten.
De veelkleurige lampjes met hun glazen kralen stralen een warm licht uit.
Mensen staan met een glas in hun hand nieuwsgierig naar ons te kijken.
Een vrouw maakt zich van hen los en loopt op ons af.
John, roept ze verrast.
Lilian. Jij hier? Het zweet breekt me uit. Opeens heb ik het vreselijk warm.
Wordt vervolgd.
03 juli 2009
Nog één schoolweekje te gaan.
Vandaag een spetterende afsluiting van een schoolweek zoals ik er wel meer zou willen zien. Met een grote presentatie, waarin er werd gedanst, toneel werd gespeeld, exposities waren, fotopresentaties waren te bewonderen en er met djembé's een stevig percussie-optreden werd verzorgd eindigde de zone-week
Ik vond het een passende afsluiting van wederom een chaotisch schooljaar. Zelfs de vechtpartij aan het eind tussen twee meiskes die even de woorden niet konden vinden om elkaar te vertellen wat ze van elkaar vonden (slet, hoer,trut)past daar naadloos in. Mochten wij maar eens zo met het management stoeien.
Volgende week nog wat puinruimen, gesprekken voeren en vooruitblikken op het nieuwe schooljaar, een personeelsuitje en dan zit het er weer even op.
Ik weet niet of we het warme weer van de afgelopen tijd moeten zien als een voorproefje van wat er ons nog meer te wachten staat maar het heeft me wel erg in de stemming gebracht. De huurauto is al gereserveerd...
Ik vond het een passende afsluiting van wederom een chaotisch schooljaar. Zelfs de vechtpartij aan het eind tussen twee meiskes die even de woorden niet konden vinden om elkaar te vertellen wat ze van elkaar vonden (slet, hoer,trut)past daar naadloos in. Mochten wij maar eens zo met het management stoeien.
Volgende week nog wat puinruimen, gesprekken voeren en vooruitblikken op het nieuwe schooljaar, een personeelsuitje en dan zit het er weer even op.
Ik weet niet of we het warme weer van de afgelopen tijd moeten zien als een voorproefje van wat er ons nog meer te wachten staat maar het heeft me wel erg in de stemming gebracht. De huurauto is al gereserveerd...
02 juli 2009
Volgens mij klopt er iets niet. Maar wat?
Het is een rare wereld. 1 Miljard mensen lijdt honger en tweederde van de Amerikanen heeft last van ernstig overgewicht.
De CO2-uitstoot moet worden teruggedrongen en ter wille van de werkgelegenheid worden er wereldwijd kapitalen in een zieltogende auto-industrie gestoken.
Pensioenfondsen nemen ongehoorde risico’s met het aan hun in beheer gegeven geld, en verhogen vervolgens hun pensioenpremies of bevriezen hun pensioenen om de gaten te dichten.
Banken speculeren op de huizenmarkt, lijden enorme verliezen en in plaats van het geldsysteem te hervormen besluiten regeringen de belastingbetalers, die eerst door de banken beroofd zijn, het laatste beetje geld uit de zakken te kloppen om daarmee het geldsysteem overeind te houden.
Kleine hardwerkende zelfstandigen, die al blij zijn als zij er in slagen om hun hoofd boven water te houden, worden met sussende woorden naar de slachtbank geleid terwijl men achter hun rug de zaak liquideert. Moet ik nog even doorgaan?
De goedgelovigheid, de gewelddadigheid en kortzichtigheid waarmee de menselijke soort het zichzelf en zijn nageslacht moeilijk maakt is werkelijk met geen pen te beschrijven, al hebben velen dit geprobeerd.
Het is triest dat de vele talenten waarmee het mensdom is begiftigd het telkens weer afleggen tegen de regelnevenmentaliteit van zijn bestuurders en de hebzucht van de velen die verlangen naar steeds beter en steeds meer.
Het is helemaal niet zo vreemd dat miljoenen depressief zijn, gestoord of moordlustig. Het zou pas vreemd zijn als het niet zo was.
De ‘gewone’ man zal wijzen naar de Grote Zakkenvullers als hem wordt gevraagd minder hebzuchtig te zijn. Zijn autootje heeft hij echt nodig en als hij hem wil gebruiken voor het halen van de boodschappen om de hoek is dat immers zijn zaak. Hij is tenslotte een vrij mens.
Ja, wij allen hebben een goede babbel als ons eigen gedrag ter discussie staat. Als ons gevraagd wordt om een beetje te minderen en wat meer verantwoordelijkheid te nemen.
Niet wij maar de anderen maken er immers een rommeltje van.
Misschien is het een anticlimax als ik daarom hier beken geen haar beter te zijn. Ik moet er niet aan denken om te minderen. Dat ik geen auto heb maar er alleen eentje huur als ik er eentje nodig heb wil niet zeggen dat ik een milieufreak ben.
Ik weet dat McDonalds zijn hamburgerleveranciers laat grazen op plekken waar eens grote oerbossen stonden. Maar mijn hamburger smaakt er niet minder om.
Ik weet dat oorlog voeren verkeerd is maar als ik mijn land zou moeten verdedigen zou ik dat zonder morren doen.
In de kledingwinkel ga ik voor de koopjes en neem bewust het risico dat kleine kinderhandjes een bijdrage hebben geleverd aan de veel te goedkope shirtjes en broeken.
Nee, gelukkig ben ik geen haar beter dan de mensen waarover ik hier mijn beklag doe.
De mensheid is mijn familie en als wij er voor kiezen om ons zelf en deze wereld naar de verdoemenis te helpen wie ben ik dan om mij daartegen te verzetten? Al zal ik mijn contributie aan greenpeace en milieudefensie tot het bittere eind blijven betalen, want volgens mij zitten er bij die clubjes heel aardige mensen. Veel aardiger dan ik ben.
De CO2-uitstoot moet worden teruggedrongen en ter wille van de werkgelegenheid worden er wereldwijd kapitalen in een zieltogende auto-industrie gestoken.
Pensioenfondsen nemen ongehoorde risico’s met het aan hun in beheer gegeven geld, en verhogen vervolgens hun pensioenpremies of bevriezen hun pensioenen om de gaten te dichten.
Banken speculeren op de huizenmarkt, lijden enorme verliezen en in plaats van het geldsysteem te hervormen besluiten regeringen de belastingbetalers, die eerst door de banken beroofd zijn, het laatste beetje geld uit de zakken te kloppen om daarmee het geldsysteem overeind te houden.
Kleine hardwerkende zelfstandigen, die al blij zijn als zij er in slagen om hun hoofd boven water te houden, worden met sussende woorden naar de slachtbank geleid terwijl men achter hun rug de zaak liquideert. Moet ik nog even doorgaan?
De goedgelovigheid, de gewelddadigheid en kortzichtigheid waarmee de menselijke soort het zichzelf en zijn nageslacht moeilijk maakt is werkelijk met geen pen te beschrijven, al hebben velen dit geprobeerd.
Het is triest dat de vele talenten waarmee het mensdom is begiftigd het telkens weer afleggen tegen de regelnevenmentaliteit van zijn bestuurders en de hebzucht van de velen die verlangen naar steeds beter en steeds meer.
Het is helemaal niet zo vreemd dat miljoenen depressief zijn, gestoord of moordlustig. Het zou pas vreemd zijn als het niet zo was.
De ‘gewone’ man zal wijzen naar de Grote Zakkenvullers als hem wordt gevraagd minder hebzuchtig te zijn. Zijn autootje heeft hij echt nodig en als hij hem wil gebruiken voor het halen van de boodschappen om de hoek is dat immers zijn zaak. Hij is tenslotte een vrij mens.
Ja, wij allen hebben een goede babbel als ons eigen gedrag ter discussie staat. Als ons gevraagd wordt om een beetje te minderen en wat meer verantwoordelijkheid te nemen.
Niet wij maar de anderen maken er immers een rommeltje van.
Misschien is het een anticlimax als ik daarom hier beken geen haar beter te zijn. Ik moet er niet aan denken om te minderen. Dat ik geen auto heb maar er alleen eentje huur als ik er eentje nodig heb wil niet zeggen dat ik een milieufreak ben.
Ik weet dat McDonalds zijn hamburgerleveranciers laat grazen op plekken waar eens grote oerbossen stonden. Maar mijn hamburger smaakt er niet minder om.
Ik weet dat oorlog voeren verkeerd is maar als ik mijn land zou moeten verdedigen zou ik dat zonder morren doen.
In de kledingwinkel ga ik voor de koopjes en neem bewust het risico dat kleine kinderhandjes een bijdrage hebben geleverd aan de veel te goedkope shirtjes en broeken.
Nee, gelukkig ben ik geen haar beter dan de mensen waarover ik hier mijn beklag doe.
De mensheid is mijn familie en als wij er voor kiezen om ons zelf en deze wereld naar de verdoemenis te helpen wie ben ik dan om mij daartegen te verzetten? Al zal ik mijn contributie aan greenpeace en milieudefensie tot het bittere eind blijven betalen, want volgens mij zitten er bij die clubjes heel aardige mensen. Veel aardiger dan ik ben.
Abonneren op:
Reacties (Atom)