Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

30 april 2010

Driftkop

“Hij heeft hem met een mes gestoken, dat tyfus jong”, gilt ze en ze haalt naar me uit. Haar halfslachtige poging om mij een klap te geven mislukt. Ik sta achter mijn moeder verscholen in de gang en kijk haar met grote verbaasde ogen aan. “Heb jij hem met een mes gestoken?”, vraagt mijn moeder mij. Ik ontken. Zover ik weet heb ik hem niet gestoken. Ik kan mij er niets van herinneren. Het slachtoffer is een dikke jongen met grote huilogen. We kregen bij het spelen ruzie met elkaar en voor ik het wist zat hij boven op me met de bedoeling om mij een stevig pak slaag te geven. Het liep echter anders. Opeens sprong hij van me af en brulde: “Hij heeft me gestoken, hij heeft me gestoken…” Huilend rende hij weg en liet mij en mijn vriendjes geschrokken achter. Ik voelde het zakmes dat in mijn zak zat in mijn hand. Het lemmet was dicht. Ik liet het aan mijn vriendjes zien. “Ik heb hem niet gestoken”, zei ik. Toen ik even later de bolle met zijn moeder onze kant zag uitkomen rende ik snel naar huis. Mijn moeder deed open en ik kon nog net naar binnen glippen en mijn zakmes weg stoppen voordat de bolle met zijn moeder aanbelden. De jongen toont op verzoek van zijn moeder zijn wond. Er zit een minuscuul krasje op zijn buik. Het stelt niets voor. “Waar is je zakmes?”, vraagt mijn moeder. Ik haal mijn schouders op. “Weet ik niet”, is mijn antwoord. Door de vrouw te beloven dat ik de rest van de dag niet meer naar buiten mag weet mijn moeder haar te sussen. Ik word naar mijn kamer gestuurd. Liggend op bed staar ik met mijn handen in mijn nek gevouwen naar het plafond. “Heb ik hem nu wel of heb ik hem nu niet gestoken?” vraag ik mij af. Zo’n halve eeuw later weet ik het antwoord nog niet. Maar het zou best hebben gekund.

Hij is zeker anderhalve kop groter dan ik. Arie heet-ie. Arie Nikken. We zijn wat aan het lanterfanten, Arie en zijn broer Peter, mijn broer Charles en ik. Peter is een goede vriend van me en zit bij mij in de klas. Na schooltijd speel ik altijd het liefst buiten. En dan bij voorkeur ergens waar mijn ouders mij niet kunnen zien. Bij de begraafplaats bijvoorbeeld, of achter de dijk bij het spoor. Er is daar een sloot met palingen en sommigen daarvan zijn zo dik als mijn pols. Als de trein langs dendert op zo’n vijf meter van ons vandaan proberen we door zo hard mogelijk te brullen boven het lawaai uit te komen. Of we stoppen onze vingers in onze oren.

Arie scheelt zeker drie jaar met mij. Hij trekt normaal nooit met ons op. Voor hem zijn we maar kleine knulletjes. Maar vandaag is het anders. Hij heeft zich deze keer bij ons aangesloten en we lopen met z’n vieren door de polder, waar de grond bouwrijp wordt gemaakt voor de huizen die er straks gebouwd zullen worden. Arie zit Charles te zieken. Een beetje duwen en trekken. Peter ziet aan mij dat ik boos begin te worden en probeert Arie op te laten houden. Maar dit pakt averechts uit.

Misschien juist daardoor voelt hij zich aangespoord om ons te laten zien dat hij de sterkste is. “Hou op met pesten”, roep ik driftig als hij Charles een ouwe pannenkoek noemt en verder gaat met hem te plagen. Charles is erg ontdaan en voelt zich hulpeloos tegenover de lange Arie. Deze wendt zich nu tot mij. “Wat wou je nou, mannetje?” zegt Arie lachend en wil ook mij een duw geven. Ik doe automatisch een stap opzij en hierdoor verliest Arie zijn evenwicht. Opeens ligt hij op de grond aan mijn voeten. In minder dan een tel heb ik een grote zware kei in mijn handen en hou die boven zijn hoofd. Dreigend buig ik mij voorover en brul: “Ik gooi je hersens in, ik gooi je hersens in…” Arie ziet lijkbleek. De rollen zijn nu omgedraaid. “Niet doen, Johnny. Niet doen…” smeekt hij. Peter en Charles weten mij tot bedaren te brengen. Ik sta te trillen van boosheid. Arie staat voorzichtig op en verliest mij daarbij geen moment uit het oog. Ik laat de kei op de grond vallen. Plagend geeft Arie mij een zachte stomp. “Geintje, jôh. Moet je tegen kunnen.” We lopen nog een poosje door. Arie is gestopt met plagen. Voor hem is de lol er van af. Zijn humor wordt blijkbaar niet gewaardeerd. Als het begint te schemeren gaan we naar huis. Weer een dag voorbij waarin niets was gebeurd.

26 april 2010

Mystiek brengt troost. Maar de Kerstman ook.

De laatste weken trek ik ’s morgen weer een dagkaart uit de Tarot. Het is een van de betere manieren om je de symboliek die in de kaarten verborgen ligt eigen te maken. Wat de reden is waarom ik hiermee begonnen ben ontgaat me, maar ik denk dat ik behoefte heb om weer nieuwe wegen in mijn leven in te slaan. Behalve dat zijn er de onrust in de samenleving en de bedreigingen waar wij mogelijk als mensheid de komende jaren aan zullen worden bloot gesteld, die mij ook natuurlijk niet onberoerd laten. Van het kijken naar een filmpje over de smeltende gletsjers in Groenland word ik bepaald niet erg vrolijk. Evenmin als van het onzalige plan om wereldwijd meer kerncentrales te gaan bouwen, gezien de groeiende behoefte aan energie. Of de wetenschap dat als de dollar in elkaar stort dit ook gebeurt met de wereldeconomie. En elk weldenkend mens weet dat de dollar eigenlijk geen zak meer waard is, maar dat de Chinezen en Arabieren er zoveel van hebben dat zij het zich niet kunnen veroorloven om deze munteenheid niet te steunen. Ze moeten wel. Wat de wereld wordt aangedaan wordt ons allen aangedaan. Af en toe kolkt en briest het van binnen. Soms breekt het door de oppervlakte heen met een enkele driftbui of traan, meesttijds blijft het echter ondergronds. Maar ik weet dat het er zit, daar is geen twijfel aan.Het trekken van de kaart bevalt me goed en ik heb weer zin om er verder mee te gaan.

Het is al erg lang geleden dat ik intensief met de Tarot bezig was. De laatste keer heb ik zelfs met Paula een cursus gevolgd op de Open Universiteit. Maar dat werd niet de revival waarop ik had gehoopt. Terwijl het beslist een boeiende cursus was.

Net als met droomwerk en meditatie heb ik alles voor een tijdje opzij geschoven om mijn tijd te wijden aan andere zaken. Muziek maken, schrijven, fotograferen, lezen en hardlopen staan nu even centraal. Ik verwacht niet dat dit de komende tijd anders zal worden. Maar ik denk wel dat ik het werken met de Tarot er weer aan toe ga voegen.

Ik heb niets met de obscure kant van mystiek. Geheimzinnig doen omdat het zo interessant staat, stuit me tegen de borst. Al die nono ’s die het hebben over linker of rechter hersenhelft gedoe. Of de Maya kalender. Maar die daar bij nader inzien niets anders kwijt over kunnen dan “Ik heb gelezen dat…” of “Ze zeggen dat…” hebben al hun kritische zin verloren. Ik zie geen verschil tussen hen en degenen die in de Kerstman geloven. Of God, want dat is wat mij betreft hetzelfde.

Dat wil niet zeggen dat ik overal een verklaring voor hoef te hebben om er open voor te staan. Mijn persoonlijke ervaringen zijn voldoende. Ook al weet ik hoe misleidend deze kunnen zijn. Droomwerk is een krachtig instrument. Meditatie ook. En hetzelfde kan worden gezegd van de Tarot. Voor mij zijn het hulpmiddelen die mij helpen om de patronen beter te herkennen en te begrijpen van mijn gevoelens, mijn gedachten en mijn handelen. Blijft natuurlijk onverlet dat een mens zichzelf blijft verbazen. En dat maakt het leven juist zo boeiend en vaak leuk. Althans in mijn geval.

Juist in tijden van intense ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld in je pubertijd, maar ook ten tijde van existentiële crisis, waarin je aan alles twijfelt en nog het meest aan jezelf, lijken er reserves te worden aangesproken, die je kunnen helpen om weer in balans te komen.Genoemde instrumenten kunnen, mits juist toegepast, daar een rol in spelen.

Als mensen met zichzelf overhoop liggen, om wat voor reden dan ook, zijn de zintuigen extra alert op de aanwezigheid van informatie die hen helpen kan.De overgangstijd waarin we leven leidt tot chaos op alle fronten en de één kan hier beter mee omgaan dan de ander. Mij helpt het als ik beter begrijp waarom ik doe wat ik doe. En als ik daar hulpmiddelen bij gebruiken kan, dan is dit wel zo fijn.Ja, een mystieke benadering van het leven kan troost bieden. Vraag het alle gelovigen. Hiermee brengen wij onze nietigheid tot uiting. Want iedereen weet dat hij leeft in de schaduw van een intelligentie die onbevattelijk groot is. Net als de goedheid van de Kerstman.

25 april 2010

Dagje Arboretum Trompenburg.

Wat doe je op een mooie zondag als je snipverkouden bent maar geen zin hebt om op de bank te blijven hangen? Juist, dan ga je samen op de fiets naar het Arboretum Pompenburg. Een fietstochtje van zo’n kleine 15 kilometer vanwaar we wonen. Met een matig windje en een vriendelijk zonnetje dat gedeeltelijk achter sluierbewolking verborgen gaat is dat geen straf. Je kijkt eerst nog even op internet wat de openingstijden zijn, want je wil niet voor een gesloten deur komen te staan. En tot je genoegen zie je dat er plantenstekjes van éénjarige planten te koop aangeboden worden die door goedwillende amateurs zijn gekweekt en dat vandaag de toegang gratis is. En toen hadden natuurlijk alle alarmbellen moeten gaan rinkelen, want als een Hollander het woord ‘gratis’ leest krijgt hij spontaan een orgasme.
Bij ons bleef het muisstil en met het vooruitzicht om straks ontspannen tussen de bloeiende rododendrons te wandelen en de rust van het park over ons te laten komen reden wij in de richting van Kralingen. Niet in zo’n hoog tempo als anders, want ik had geen zin om al te bezweet te geraken. Het was typisch weer om een koudje te vatten of om, als je dit al hebt, een longontsteking te krijgen. De bomen stonden overal schitterend in bloei en degenen die er voor hadden gekozen om vandaag al in de file te gaan staan omdat zij niet tot morgen konden wachten hadden ongelijk. Dit was een dag om de fiets te pakken en om dan ergens in de buurt een wandelingetje te maken. Als je tenminste de vijftig bent gepasseerd en dat zijn wij gelukkig. Na een mooie fietstocht door Overschie, Hilgersberg en Kralingen kwamen bij het arboretum aan. En wij waren niet de enigen. De jengelende kindertjes ontbraken en er was niemand onder de veertig te zien, maar het was er bijna net zo druk als in blijdorp.
Mannen en vrouwen op hun paasbest gekleed. Velen in een scootmobiel of achter een rollator. Allemaal zag je ze denken ‘wat is het hier druk.
Veel bloeide er nog niet. Net als elders was hier de lente laat. Al was het niet moeilijk om een leuk fotootje te schieten van het jonge groen.
Op een bankje in het zonnetje gezeten en onze benen ingetrokken zodat iedereen er langs kon, aten we onze boterhammetjes met kaas. Na ruim een half uur vertrokken we en reden we langs de maasboulevard weer richting Schiedam. Thuis aangekomen strekte Paula zich op de bank uit en omdat poes Loes ook haar middagdutje wilde doen, ging ze aan haar voeteinde liggen. Ons dagje uit zat er weer op.
Posted by Picasa

24 april 2010

Speeltje.

Nog terwijl ik zat te wachten om doorverbonden te worden met de klantenservice van mijn provider, ontdekte ik dat mijn internetverbinding het weer deed. Dus gooide ik gauw de hoorn op de haak, want wij zijn echt penny-wise en pound-foolish; 15 cent is tenslotte 15 cent.
Nu ik weer verbinding heb kan ik gelukkig mijn nieuwste speeltje installeren.
Ik durf er nog niks over te zeggen, maar als het gaat zoals ik hoop dan heb ik er weer een leuke en tijdrovende hobby bij gekregen.
Mijn verkoudheid is nog niet helemaal over en erg helder denken gaat me slecht af. Arm blogje. Je hebt het al zo zwaar de laatste weken. Ik beloof je dat als ik weer helemaal beter ben ik je eens extra zal verwennen. Je krijgt dan een heleboel lettertjes van me. En misschien nog iets extra’s. Maar wat dat is hou ik nog even geheim.

20 april 2010

Wie heeft mijn neus verstopt?

Ben ik me daar toch een partij schijtverkouden...Niet normaal. Mijn reukorgaan lijkt het loodje te hebben gelegd, want zelf de vicks kan ik niet ruiken. En die troep stinkt anders behoorlijk.
Nee, een saai voorjaarsverkoudheidje is het niet geworden. De gele bagger loopt spontaan mijn neusgaten uit. En eens stevig snuiten levert onveranderd een rode zakdoek op. Ik moet dus voorzichtig zijn, want op complicaties zit deze jongen niet te wachten. Het verhaaltje dat ik wilde schrijven over de wedijver in lelijkheid tussen een foeilelijke hond en zijn bazinnetje moet dus nog maar even wachten. Ik ga eens lekker vroeg naar bed en hoop maar dat ik deze keer niet mijn longen uit mijn arme lijfje hoef te hoesten. Zal die arme Paula die naast mij ligt te snurken ook wel waarderen.

19 april 2010

Dit is Loes.

Nu ik toch een onderwerp zoek voor mijn min of meer dagelijkse lulverhaal leek het mij wel aardig om poes Loes op te voeren. Loes is de schijterigste poes die ik ooit gekend heb.
Ze zit zowat de hele dag onder de kast en probeert zo de boze wereld buiten te sluiten.
 
Posted by Picasa

We hebben haar maar een maand of twee te leen, maar de lieverd heeft nog niet helemaal door in wat voor een paradijs zij terecht is gekomen.
Haar bazinnetje heeft een heel druk leventje en hoopt dat ze woensdag mee kan met het vliegtuig richting Malawi. Wij hebben beiden ook onze dagelijkse bezigheden, maar door de bank genomen hoeven wij haar niet zo vaak alleen te laten als het bazinnetje dat ze nu heeft.
Ze is 10 jaar en komt uit het asiel. Wie weet wat voor een nare dingen Loes heeft meegemaakt. En hoeveel bazinnetjes ze heeft gehad.
Maar vanavond kwam ze dan toch eindelijk naar me toe om aangehaald te worden.
Dus ik geef haar een schop…
Nee, natuurlijk niet. Het zou niet eens in me opkomen. Met mijn magische vingers had ik haar in no time aan het spinnen en ik moest haar na verloop van tijd nota bene duidelijk maken dat het welletjes was. Al dat gekroel.
Ik zag tot mijn genoegen dat ze de kabeljauw had opgegeten die ik voor haar ontdooid had. Haar andere eten staat er nu al twee dagen onaangeroerd. Ja, als je de hele dag onder een kast zit gebruik je niet veel energie. Probeer zelf maar eens. Ik denk dat je met één maaltijd per dag kunt volstaan.
Loes mag dan wel een schijterd zijn, ze is wel zindelijk. Ze doet alles keurig netjes op de kattenbak.
Ja, Loes is geloof ik wel een aanwinst. Ik ben zelf niet zo’n dierenmens. Goed, we hebben twaalf jaar een herder gehad en die hebben we altijd goed verzorgd. Maar de verantwoordelijkheid nemen voor de verzorging van een dier is meestal een niet geringe opgave. Voor ons was de hond ons vierde kind en toen onze eigen kinderen al de deur uit waren was er alleen Mirjam waarnaar ze wilde luisteren en die liet haar dan uit op momenten dat wij daar even geen tijd voor hadden. Het is daarom wel leuk dat wij voor haar poes zorgen tijdens haar afwezigheid. Of we een band gaan krijgen met elkaar, ik weet het niet.
Ik zou het al heel fijn vinden als ze het deze twee maanden naar haar zin bij ons zou hebben.
 
Posted by Picasa

14 april 2010

Ziek?

Vandaag voel ik me voor het eerst sinds lange tijd weer eens een beetje ziek, zwak en misselijk. Pijn in mijn keel en een kleine temperatuursverhoging. Logisch dat je jezelf dan gelijk afvraagt: Goh, ik zal toch geen kanker hebben? Of HIV besmet zijn?
Die keel kan ik wel verklaren. Geen shawl om en met die koude wind uit het noorden heb je zo een verkoudheid te pakken. Dus bij de drogist rap drophoestsiroop gekocht en dropjes.
Mogelijk dat dat klein beetje koorts er ook mee te maken heeft.
Mijn vader was een stevige roker, maar voordat hij door longkanker werd geveld hadden de heren Korzakov en Alzheimer hem al te grazen genomen. Hij was toen de 80 al ruim gepasseerd.
Nee, bij ons in de familie is kanker voor zover ik weet niet familiair.
HIV dan? Kun je besmet geraken van een vieze Wc-bril? Zo nee, dan zal ik dit ook vermoedelijk niet hebben.
Nee, het zal wel zo’n saai voorjaarsverkoudheidje zijn. Vanavond vroeg naar bed. Ik denk dat dit voldoende is om me morgen weer helemaal het mannetje te voelen.

13 april 2010

Omen?

Omdat ik vaak met het OV reis, neem ik altijd wat leesvoer mee voor onderweg. Het boek dat ik nu aan het lezen ben is “De organisatie die nooit bestond” van Bahlmann & Meesters.
Ik vind het fascinerend geschreven en het is het eerste boek over organisaties dat ik lees, waarin o.a. verwezen wordt naar wetenschappers als Fritjof Capra, Morris Berman, Bateson, Maturana, Prigogine en Varela.
Deze onderzoekers en auteurs vechten het Cartesiaans dualistische verlichtingsdenken aan en staan een ander, meer op de tegenwoordige stand van zaken in de wetenschap aansluitend, wereldbeeld voor.
Varela en Maturana, beiden biologen, hebben samen het fascinerende begrip ‘autopoiese’ geïntroduceerd, wat ‘zelf-productie’ betekent. Strekking hiervan is dat, wanneer onder de juiste omstandigheden alle componenten van een biologisch systeem aanwezig zijn, dat biologisch systeem 'vanzelf' wordt gevormd en zichzelf in stand kan houden. Het is bijvoorbeeld aangetoond dat, wanneer alle componenten van een virus in oplossing worden gebracht, er vanzelf complete en volledig functionele virusdeeltjes ontstaan.
Gregory Bateson is o.a. bekend van zijn belangstelling voor de systeemtheorie en cybernetica.
Morris Berman, wiskundige, schreef veel over de invloed van de verlichting op de moderne samenleving.
Prigogine is grondlegger van wat vandaag als de 'chaostheorie' bekend staat, een theorie die in essentie zegt dat in een situatie van instabiliteit elementen de neiging hebben om zich te organiseren tot structuren van een hogere orde (auto-organisatie, zo noemt Prigogine dat). Zijn theorieën over de onomkeerbaarheid van de evolutie en het belang van tijd in de fysica leverden hem in 1977 de Nobelprijs voor Scheikunde op.
En Fritjof Capra, die een achtergrond heeft als natuurkundige, heeft met zijn bestsellers bij miljoenen leken zoals ik de belangstelling opgewekt voor de ontdekkingen in de moderne wetenschap m.b.t. het leven zoals wij dit kennen.
Misschien juist omdat ik een atheïst ben en een gemakkelijke oplossing als een God die deze wereld met alles er op en er aan geschapen heeft afwijs, probeer ik mij met mijn kleine snappertje een samenhangend en voor mij meer acceptabel beeld te vormen van de wereld door populair wetenschappelijke boekjes hierover te lezen. Ik pik er natuurlijk alleen datgene uit wat ik meen te begrijpen. Het is in ieder geval fijn dat vele knappe koppen bereid zijn hun inzichten met je te delen.
Bovengenoemde heren zijn overigens slechts enkele van de apostelen van het geloof dat ik aanhang.
Omdat ik de kost verdien als docent vergeet ik soms dat ik opgeleid ben tot Sociaal en Organisatiepsycholoog. Maar door het lezen van dit boek heb ik zin gekregen om mij opnieuw te verdiepen in de boeken die ik meestal voor mijn opleiding al eens eerder (gedeeltelijk) gelezen heb. Maar vooral in boeken die ik ben tegen gekomen in de literatuurlijst die bij het boek behoren dat ik nog aan het lezen ben.
Directe aanleiding voor mijn hernieuwde belangstelling was een gedicht in dit boek, dat mij als ‘hippie’ erg aansprak. Ik was ook hoogst verbaasd om het tegen te komen in een boek over organisaties.

To see a world in an grain of sand
and a heaven in a wild flower
Hold infinity in the palm of your hand
And eternity in an hour

William Blake


Tijdens mijn studie waren het vooral boeken met een positivistische inslag die ik moest doorworstelen en ik begin steeds beter te begrijpen waar mijn weerstand vandaan kwam. De meer mystieke invalshoek, die overigens alleen mystiek wordt genoemd omdat wij de vormende principes die er bij behoren nog niet goed kunnen verwoorden, spreekt mij intuïtief meer aan. Maar ik besef dat dit heel veel zegt over mij, weinig over mystiek en niets over het positivisme.

12 april 2010

Poes.

Binnenkort hebben we een poes. Volgens haar bazin is het echt een lieverd. We zullen zien. Het beestje is 10 jaar oud en meerdere baasjes gewend. Haar huidige baasje heet Mirjam en zij gaat voor een paar maanden naar Malawi als onderdeel van haar opleiding tot arts. Als ze weer terugkomt gaat de poes weer naar haar.
Heel lang geleden hebben we zelf ook een poes gehad. We woonden toen nog in een afbraakbuurt. Een voor een werden de huizen gesloopt.
Ik zag de poes voor het eerst aan de overkant van de straat. Het arme beest kon zich niet meer oriënteren en leek de weg kwijt te zijn. Ze was door de ingrijpende verandering in haar omgeving volledig van slag.
Toen ik in het zonnetje voor de deur zat kwam ze naar me toe. Ik gaf haar wat te drinken en te eten en voor ik het wist was ik de eigenaar van een kat.
Het was een schitterend beest. Grijs met zwarte strepen en een oplettende blik in haar ogen.
We namen haar in huis en verzorgden haar. ’s Nachts begon ze te mauwen als ze naar buiten wilde en dan ging ik uit bed en deed de deur voor haar open.
Eerlijk gezegd beschouwde ik haar niet als onze kat, maar als een beestje dat tijdelijk bij ons logeerde. Zij was van de straat en ik was al lang blij dat we haar eten en drinken mochten geven en een dak boven haar hoofd als zij daar behoefte aan had.
Ik had echt met het beest te doen. Er waren natuurlijk veel gezinnen die weg trokken uit de buurt en vermoedelijk was ze het gezin waaruit zij kwam kwijt geraakt. Of ze hadden haar gewoon op straat gezet.
Er zijn diereneigenaren die hemel en aarde bewegen om hun huisdier weer terug te krijgen als zij dit kwijt zijn geraakt. Maar naar onze poes werd door niemand geïnformeerd. Waarschijnlijk was ze daarom beter af bij ons.
Dit alles duurde enkele maanden. Er stonden nu haast geen huizen meer in onze straat. Na een brand in een van de sloopwoningen een paar deuren verderop, waarvoor wij midden in de nacht door de brandweer werden gewekt, leek het of men haast begon te maken.
Wij hadden nog geen acceptabel bod op onze woning van de gemeente gehad en wachtten rustig af op de dingen die gingen komen.
Op zekere dag kwam mispoes, want zo hadden wij haar genoemd, ’s avonds niet voor het eten opdagen. Die avond zetten wij de buitendeur op een kier, maar het bleef stil in de gang.
De volgende dag kwam ze ook niet. Wij begonnen ons zorgen te maken.
Toen ik de huiskamer aan het vegen was bleef ik met de bezem achter iets groots onder de bank haken. Ik keek onder de bank en zag daar onze mispoes liggen, stijf als een plank en dood als een pier.
Ik heb haar netjes in krantenpapier gepakt en aan de vuilnisman meegegeven.
Ik hoop dat de poes die we straks te leen hebben blijft leven. Mocht ze toch dood gaan, dan zal ik ook haar in krantenpapier inpakken. Maar in plaats van dat ik haar aan de vuilnisman zal meegeven zal ik haar in de vriezer leggen tot haar bazinnetje terug is uit Malawi.

11 april 2010

Dat was de marathon van Rotterdam.

Zo, de marathon van Rotterdam zit er weer op. Er stond een stevige noordoosten wind, die vooral op de Erasmusbrug behoorlijk koud aanvoelde. Het zonnetje liet bovendien net iets te vaak verstek gaan. Maar afgezien van de bewolking en wind was het allemaal goed te doen. Toen ik zaterdag in het beursgebouw was en ik het standje zag van de na-inschrijving, bedacht ik dat ik me alsnog kon inschrijven, maar het leek me niet slim. In de week voor de marathon komt het er op aan dat je je lichaam voldoende rust geeft en zorgt dat je extra goeie calorieën naar binnen krijgt. Rust heb ik nagenoeg niet gehad en de extra calorieën die ik naar binnen heb gewerkt waren van de slechte soort. Calorieën die vooral voorkomen in producten waar veel suiker in is verwerkt.
Vandaar dat ik vandaag niet heb meegelopen, maar samen met Paula de lopers heb staan aanmoedigen. Op 16 mei is het pas mijn beurt. Ik kan nu nog lekker een maandje trainen en een paar kilootjes proberen kwijt te raken.
De komende weken zal ik geen chips, chocolade, droptoffees en andere rotzooi in dit lichaam proppen. Deze tempel, die ik zo vele malen heb geschonden en nog vele malen hoop te schenden, zal ik schoon maken en rein houden tot na 16 mei. Met uitzondering van de dagen dat ik knetterstoned naar bed ga, maar dat zullen er nog maar een paar zijn, want de bubblegum en white widow zijn bijna op. Op 17 april heb ik nog een gezellige avond bij Theo en Yvonne en daar zal ik ook niet geheel ongeschonden vandaan komen. Gelukkig maar. Maar daarna is het echt weer voor een maandje afgelopen en ga ik doen alsof ik een normaal mens ben.
Overigens kun je in het nieuws lezen dat het geen bal uitmaakt of je gezond leeft en doet alsof je normaal bent. Heb je pech dan sta je als mens altijd met lege handen. Op de grillen van het lot heb je geen greep, evenmin als op een vliegtuig dat moet landen in de dichte mist.
Volgens de zwarte doos die is gevonden is het zo gegaan:
Piloot: Mijnheer de president, wij krijgen het advies om uit te wijken met het vliegtuig, want het vliegveld is niet berekend op dit soort situaties.
Lech Kaczynski: Wat krijgen we nou? Wie is hier de baas aan boord?
Piloot: Uh…ik, mijnheer de president.
Lech Kaczynski: Jij? Nee, mijn beste man. Ik ben hier de baas. Ik ben de president van Polen.
Piloot: Maar aan boord….
Lech Kaczynski: Zwijg en doe wat je wordt verteld. Als ik zeg dat het veilig is om te landen dan is het veilig.
Piloot: Maar…
Lech Kaczynski: Ga van die stoel. Laat mij het maar doen. Ik heb een vliegbrevet voor mijn eigen sportvliegtuig. Zo’n toepolev kan iedereen besturen.
Piloot: Mijnheer de president. Dit gaat ons straks allemaal het leven kosten.
Lech Kaczynski: Zwijg, lafaard. Ik zal jou eens laten zien waar een president nog meer toe in staat is. Vergeet niet dat ik persoonlijk de paus ontmoet heb en zijn hand gekust. God zou mij nooit in de steek laten.

Tja, en dat laatste had hij natuurlijk nooit moeten zeggen. Want dat maakt God zelf wel uit.


Nagekomen bericht dd 12-01-2011

Ik zat er niet ver naast met mijn suggestie dat de Polen zijn neergestort door de eindeloze hoogmoed van Lech Kaczynski. De Russen hebben hun onderzoek naar de ramp met het vliegtuig afgerond en komen tot de conclusie dat er druk is uitgeoefend op de piloot. Lees dit krantenbericht.

10 april 2010

Foto uit 1980

Of ik maar even een foto uit 1980 op wilde sturen.
Als je dochter je zoiets vraagt dan ga je natuurlijk onmiddellijk op zoek naar een foto uit die tijd en komen de schoenendozen en albums tevoorschijn. Hieraan kun je al merken dat de techniek sinds die tijd niet heeft stil gestaan. Tegenwoordig druk ik niet één foto meer af. Alles staat op harde schijf en eerlijk gezegd zitten daar meer foto’s tussen die de moeite van het afdrukken waard zijn dan vroeger.
Vóór het digitale tijdperk ging je naar de fotograaf of drogist om je rolletje weg te brengen en een week later trok je gretig de enveloppe open waarin de afdrukken zaten om onvermijdelijk teleurgesteld te worden. Die ene foto van dat zo bijzondere moment was net te donker en ook de compositie was nogal rommelig. Op die andere foto stond je partner met een half hoofd en van weer een andere foto kun je je niet herinneren waarom je hem hebt genomen. Er staan een paar bomen op, maar wat was daar voor bijzonders aan? Oh, ja. Als je goed keek zag je een geel vlekje en dat was dat vogeltje dat je thuis in je vogelboek zou opzoeken, alleen kost het je wel enige moeite om het vlekje te herkennen als een vogeltje.
Als je begint met het bekijken van foto’s van vroeger besef je opeens dat je een verleden hebt. Foto’s van je kinderen toen ze nog klein waren, foto’s van vakanties die je al lang bent vergeten, foto’s van de tijd dat jij en je partner nog mooie mensenkinderen waren en de zwaartekracht het vlees nog niet naar beneden trok. Alles lekker strak in het vel.

 
Posted by Picasa

De meeste foto’s die ik vond waren van na 1980. Tussen 1970 en 1980 heb ik vreemd genoeg heel weinig foto’s gemaakt, al schiet mij opeens te binnen dat ik ergens nog een doos met foto’s moet hebben met foto’s van Peggy, mijn Amerikaanse vriendin.
En ik weet zeker dat ik ook ergens foto’s van Sjanie en Marian heb liggen. Maar waar?
Dat ik geen foto’s van Bea en mij heb uit de tijd dat we nog samen woonden valt me nu pas op. Gek eigenlijk dat het verleden nog alleen bestaat in mijn herinneringen. Soms vraag ik mij af of ik toen wel besefte dat van elk moment slechts een gefluister overblijft, dat langzaam wegsterft. Besef ik dat eigenlijk nu wel?

08 april 2010

Tijd voor slechte songteksten

Deze keer maak ik mezelf er eens gemakkelijk van af. Mijn mentor heeft mij enkele weken geleden opgedragen om voor onze jamsessie op 17 april wat liedjes te schrijven. Toevallig heb ik daar nagenoeg geen ervaring mee. Maar het leek mij wel de moeite waard om het te proberen.
Ik begon in het Nederlands, maar hij zei dat Engelse teksten de kans op een internationale doorbraak vergroten. Hij heeft natuurlijk gelijk. Helaas is mijn Engels niet van dattum, maar ik doe mijn best. De liedjes die volgen zijn allemaal in zo’n 15 á 30 minuten geschreven. Let dus maar niet teveel op de tekst. (Let op de letters. Want soms staan er teveel en soms staan er te weinig van. En dan ook nog eens op de verkeerde plaats)

Het loze zaad.

Als ik mijn warme zaad in je heb geloosd
En mijn broek heb opgetrokken
Is er altijd die ene vraag die mij bezig houdt
Waar zijn verdomme toch mijn zwarte sokken?


No mercy

They hit you where they can
when you're helpless on the ground
Whether a dog or a strong proud man
Trow poison in the open wound

Down on your knees, you fool
I say down, down, down
Ain't I acting really cool?
No mercy for a fallen clown


Potje

Ik zocht naar een tekst en pakkende melodie
Een lied waarin staat hoe ik het leven zie
Ik vond slechts bagger, het ging boven mijn pet
Wat is er toch mis met "een potje met vet"?


Just a fantasy

My dreams of her are undeniable
She is never far away
My feelings for her are unreliable
I wonder if my love for her is here to stay

Refr.

Woman mesmerize me
Tantalize me
Inspire me in my moment of torment.
Hypnotize me
Scandalize me
with your beauty, be my friend.

I can’t understand why I lover her
why my thoughts of her causes so much pain
I know she’s just existing in my fantasy
Is all my love of her in vain?

Refr.


Smelling cunt

Lady you’re gorgeous
You know how to put a man to shame
If his dig swells up when you’re teasing him
He knows he’s just himself to blame

Refr.
Cause your cunt smells like an open sewer
a weeks old corps in an open grave
So it won’t take much for him to resist you
You’ll never ever make him your drooling slave

My friends all tell me you’r special
no other woman ever stole so many a heart
Their own wives all are very jealous
but they don’t have to worry that their love ones
for you will ever part

Refr.


Stoned again

Sitting on a couch smoking grass
having a good time, just feeling high
Smoking with a stupid smile on my face
watching the time go by

Refr.
Hey little man inside my head
you know how to fuck a duck
Life is funny, life is gay
Just relax before you run out of luck

My wife is drunk again and so are my kids
They are a burden on my soul
I’d rather had them smoking instead of drinking
But’s too expensive when you live on the dole

Refr.


The Trans Afganistan Pipeline

He went into politics to help his fellow man
But the Russians have the monopoly on gas
and now he sends their sons and daughters to Afghanistan
To figtht the terrorist, to fight the taliban
to help the locals reconstructing their land
and to die for the Trans Afganistan Pipeline

Ref.
Politicians, you’re always in time
to twist the truth, to lie and deceive
Never a minute to late
To preach for war and hate

Greed and corruption you’ll find everywhere
I scratch your back, so it’s fair
you scratch mine
Don’t hesitate with your solutions
Let them believe it’s all for the best
Just rape and destroy the suckers down the line

06 april 2010

De oorpeuteraar.

Contact, riep ik met luide stem. Er volgde geen reactie. Het meisje waarvoor mijn opmerking was bedoeld ging rustig door met kletsen. Hallo, zijn we er nog? vroeg ik met stemverheffing. De buurvrouw van het babbelende meisje stootte haar aan en wierp een veelbetekenende blik naar voren. Pas toen drong het tot haar door dat ik iets tegen haar geroepen had. Wat is er, mijnheer? Ik had u niet verstaan.
Je loopt de hele tijd al te kletsen, zei ik. Je bent zo met jezelf bezig dat je me niet eens hoort als ik je roep.
Ik liep naar de intercom die naast de deur was bevestigd en drukte op het rode knopje. Even later klonk er een harde rauwe vrouwenstem door de luidspreker.
Receptie. Ik keek over mijn rechterschouder de klas in. Ik zag de verbaasde gezichten, maar besloot om deze keer door te zetten.
Willen jullie de oorpeuteraar naar boven sturen? Ik zit in 8.26.
Komt in orde. De verbinding werd verbroken.
Ik wacht even met de les tot dit achter de rug is, zei ik. Het meisje dat de aanleiding had gegeven tot al deze commotie had als enige blijkbaar niet gehoord waar het over ging, al zag zij aan haar klasgenoten wel dat er blijkbaar iets ongewoons te gebeuren stond.
De deur ging open. Drie forse mannen in blauwe uniformen kwamen de klas binnen. Wij waren toevallig in de buurt, reageerde één van de mannen toen ik opmerkte dat ze er wel erg snel waren. Ik knikte dat ik het begreep en wees toen op het meisje, dat een vuurrood hoofd had gekregen nu ze besefte dat de mannen voor haar waren gekomen.
Ik gebaarde haar om naar voren te komen, maar daar had ze duidelijk geen zin in.
Twee van de drie mannen liepen toen op haar af en tegenstribbelend voerden ze haar naar voren, waar ze op mijn stoel werd gezet. Ze hielden haar stevig vast, zodat ze zich niet kon bewegen. Toen ze begon te schreeuwen dat ze haar los moesten laten hield één van hen zijn hand voor haar mond, zodat haar geschreeuw werd gesmoord.
De derde man had zich inmiddels over haar gebogen en haar blonde krullen opzij geduwd.
In zijn rechterhand had hij een haarspeld en bracht deze met een routineus gebaar naar binnen in één van haar oren. Vervolgens draaide hij de haarspeld voorzichtig heen en weer en haalde hem vervolgens weer naar buiten.
Posted by Picasa

Gadver, zei hij en trok een vies gezicht. Hij veegde de geelbruine smurrie af aan een witte zakdoek. We zullen het andere oor ook maar doen nu we toch bezig zijn, zei hij en het ritueel herhaalde zich.
Toen hij klaar was lieten ze het meisje los. Ze zag er verhit uit. Met al die blikken op zich gericht voelde ze zich vreselijk opgelaten. Wat een vernedering.
De oorpeuteraar toonde de klas de zakdoek. Over de vlekkeloos witte stof liepen twee duidelijke bruine strepen. Hier waren we niet te vroeg bij, zei hij. Als we nog een weekje hadden gewacht was ze doof geweest.
Ik bedankte hem en zijn helpers en tevreden verlieten ze het lokaal.
De leerlingen wisten niet goed hoe zij op het hele voorval moesten reageren en staarden daarom maar met een geamuseerde blik voor zich uit. Ze hadden gehoord dat er een nieuw beleid was om de docenten bij ordeproblemen in de klas te helpen. Tot nu toe had niemand echter begrepen wat hiermee werd bedoeld. Dit had niemand verwacht.
Ik wendde mij tot het blondje. Nu je weer kunt horen wat ik zeg, verwacht ik dat je gewoon de les volgt en ophoudt met kwekken. Is dat duidelijk? Ze knikte. Van deze jongedame zou ik voortaan in de klas geen last meer hebben.

05 april 2010

Negativismus

Citaat

I do understand what love is, and that is one of the reasons I can never again be a Christian. Love is not self denial. Love is not blood and suffering. Love is not murdering your son to appease your own vanity. Love is not hatred or wrath, consigning billions of people to eternal torture because they have offended your ego or disobeyed your rules. Love is not obedience, conformity, or submission. It is a counterfeit love that is contingent upon authority, punishment, or reward. True love is respect and admiration, compassion and kindness, freely given by a healthy, unafraid human being.

~ Dan Barker


Zo op 2e paasdag leek het mij leuk om mijn lulpraatje te openen met een citaat van Dan Parker. Eigenlijk zou er nu aansluitend een verhaal vol van zelfverloochening en gemaskeerde geilheid moeten volgen. Van een meisje dat verliefd is op de meester, van een priestertje die zich aangetrokken voelt tot een koorknaapje, van een man die beweert dat hij gestuurd is door zijn vader om de zonden van alle mensen op zich te nemen….uit liefde.
Maar nee, wat volgt is weer eens zo’n vrolijke bespiegeling over hoe wij allen zijn gedoemd tot een akelig einde. Het is maar dat u het weet.

Het is 2050. Grote plekken op aarde zijn voor de mens onleefbaar geworden.
Het mensenras is gedecimeerd door oorlogen, ziektes, hongersnood, watersnood en natuurrampen.
In 2010 was de verwachting dat er omstreeks 2050 ongeveer 10 miljard mensen op aarde zouden leven. Het zijn er echter 1 miljard, evenveel als in 1800.
In de meest sombere scenario’s had men niet verwacht dat er zovelen in zo’n korte tijd zouden sterven. In de rijke westerse landen van weleer heerst nu grote armoede.
De steden zijn het terrein geworden van bendes die elkaar op leven en dood bestrijden.
Wetteloosheid heerst alom.
Als door een wonder heb ik alle catastrofes overleefd. Ik ben nu bijna honderd jaar en ik verwacht dat ik het eind van het jaar niet ga halen.
Ik woon in een grot in Limburg. Het is hier betrekkelijk veilig. Het honderden kilometers lange gangenstelsel is nog bijna volledig in tact. Ik heb geleerd om er mijn weg in te vinden en er niet in te verdwalen. Ik heb er een voorraadkamer in aangelegd met genoeg eten en drinken om het jarenlang uit te houden. Een tamme rat is mijn enige gezelschap. Ik heb voor het dier een tuigje gemaakt, waaraan een koord zit van zo’n meter of tien.
Twintig jaar geleden ben ik hier naar toe verhuisd vanuit de randstad. Rotterdam en een groot deel van het Rijnmondgebied waren verwoest en ik had er niets meer te zoeken.
Iedereen die ik gekend had was dood of verdwenen.
De ineenstorting van de samenleving was geleidelijk gegaan en had zich over vele jaren uitgestrekt…..

Ik stel me zo voor dat dit het begin zou kunnen zijn van een boek of een kort verhaal, dat beschrijft hoe onze beschaving langzaam maar zeker in elkaar stort.
De combinatie van atoomwapens en christendom, jodendom of islam en een toenemend gebrek aan grondstoffen en energie is niet zo’n gelukkige.
En er zijn meer onzalige combinaties die reden geven tot zorg. Wilders en zijn pruik bijvoorbeeld, de Paus en zijn leger van kinderverkrachters, John en een laptop, om er maar enkele te noemen.
De kans dat een doomscenario als hiervoor vermeld echt uitkomt moet niet worden onderschat. Anderzijds is het zinloos om je er druk over te maken. Er zijn al zoveel beschavingen verdwenen en door andere vervangen. Maar gelukkig leven we nog, voelen we ons prima na de 30 km die we vandaag hebben gerend en steken we toch maar weer eens een jointje op, want de marathon die ik ga lopen is nog ver weg.
De komende tijd moet ik van mijn mentor allemaal liedjes schrijven en veel gitaar spelen, zodat wij op 17 april wat te jammen hebben in zijn geluidsstudio. Het zij zo. Ik hoop dat ik nog tijd over hou om dit weblog een beetje bij te houden. Ik zit immers nog vol met stront en af en toe wil ik eens een stevige keutel achter mijn toetsenbord draaien.

03 april 2010

bezoek

Gompie. Nu heb ik nota bene al een paar dagen niets op mijn weblog gezet. En tot mijn verbazing draait de wereld nog steeds gewoon door. Dat had ik toch echt niet verwacht. Anderzijds is het ook wel een geruststellende gedachte. Ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat de boel in elkaar stort alleen omdat ik even niets op mijn weblog gezet heb.

Mijn moeder zat er vandaag ontspannen bij. Ze had net een dutje gedaan en genoot er zichtbaar van dat ik langs kwam met mijn paasboeketje. De laatste keer dat ik haar zag was twee maanden geleden op haar verjaardag. Toen had mijn zusje Ada een groot verjaardagsfeest voor haar georganiseerd. De hele familie was er met kinderen en aanhang. En een paar vriendinnen waar ze nog steeds contact mee heeft. En natuurlijk mijn oom Leen, de jongste broer van mijn vader en de laatst levende van mijn ooms.
Minstens drie keer per jaar ga ik langs: met Pasen, de Kerst en met haar verjaardag. Ja zo’n aardige zoon hebben ze niet allemaal. Ik moet toegeven dat mijn eigen kinderen vaker bij mij langskomen, maar als ze ouder worden, wordt dat vanzelf wel minder.
Vanuit haar kamer heb je goed zicht op de Van Brienenoordbrug en de watertoren in Kralingen. Het onweerde en hagelde en met het schelle licht van de zon zorgde dit voor mooie tafereeltjes.

 
Posted by Picasa

Zelf had ze er niet zo veel oog meer voor. Als je zo oud bent zoals zij en je woont nu al vele jaren in een verzorgingstehuis met uitzicht op de Nieuwe Maas dan kan zelfs dat soms gaan vervelen.
Zou ook ik mijn interesses kwijt raken bij het ouder worden? Zullen mijn zintuigen zich langzaam maar onvermijdelijk terugtrekken, zodat er uiteindelijk geen verschil meer is tussen mij en het meubilair waarmee ik mijn kamer heb ingericht?
Als ik zo om mij heen kijk is dit niet persé afhankelijk van het ouder worden. Velen van ons hebben zich zo aangepast aan de wereld om hen heen dat zij er volledig in verdwijnen.
Gedachteloos vullen zij hun dagen in, opgenomen in een oneindige eentonigheid van verveling en leegte. Bij het opmeten van hun energieveld slaat de wijzer niet uit, maar blijft treurig hangen op de nul. Je kunt ze slaan, je kunt tegen ze schreeuwen of ze door elkaar schudden, maar niets ter wereld is in staat om ze te bevrijden van de lethargie die bezit van ze heeft genomen. Of ben ik nu te optimistisch? Is het nog erger en bestaan ze eigenlijk gewoon niet meer? Zijn het slechts schimmen die ik elke dag weer overal tegen kom en ligt hun lichaam ergens weg te rotten?
De enkele keer dat ik tv kijk worden mijn ergste vermoedens bevestigd: wij zijn niet het paradijs uitgetrapt maar van de kermis geschopt. En velen van ons blijven terug verlangen naar de voormenselijke tijd, waarin de mens nog mens moest worden en Adam en Eva opgesloten zaten op een groot kermisterrein, waar ze zich de hele dag van de ene naar de andere attractie repten en hier nooit genoeg van kregen.
Dit oerverlangen naar ongedwongen lol trappen en lachen om iemand die struikelt is volgens mij zo’n beetje de sterkste drijfveer die mensen lijkt te binden. Of ben ik nu weer te optimistisch? Worden ze alleen verbonden door verveling en reageren ze alleen als stomme automaten op de prikkels die ze nog kunnen begrijpen?
Mijn mensvisie is niet al te optimistisch en over mezelf denk ik echt niet veel beter. Bijna iedereen om mij heen lijkt te slapen en al slaap ik net zo diep, ik weet dit van mezelf en ik hou mezelf voor dat ik tenminste een poging doe om wakker te worden.
Paradoxaal genoeg hou ik van de mensen. Niet van de mensen in het algemeen, maar de mensen die niet anoniem voor me zijn. Pas achter het toetsenbord komt er een gevoel van ongeremde boosheid in mij op. De gedachte dat zo velen van ons dit korte leventje gebruiken om er zo’n zootje van te maken windt me op, al kom ik er niet van klaar.
Blijkbaar heb ik nog steeds het idee dat als ik maar hard genoeg op de deur bons er open wordt gedaan. “Vergooi je tijd niet, het is allemaal zo voorbij, maak er wat van…” wil ik roepen. Maar ik weet dat de deur gesloten zal blijven. En zo heeft iedereen zijn frustraties.