Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

03 mei 2009

Gênant.

Ze stapte samen met hem uit het donker van de nacht in de oranjerode lichtcirkel van het vuur. Daar zaten bij het flakkeren van de vlammen zo’n twintig mensen op gedempte toon met elkaar te kletsen, wat te blowen of te drinken en elkaar te versieren. De stemming was opperbest.
Lallend riep ze luid “Hoe heet je ook al weer?” De mensen aan het vuur keken verrast op en spitsten hun oren.
“Frank” klonk het schuchter. “En hoe oud ben je?”
“Zestien.” Het was duidelijk dat Frank zich opgelaten voelde.
“Hebben jullie het gehoord? Dit is Frank en hij is zestien. En ik ben er tweeëndertig. Ik heet trouwens Loes. Frank is wel groot voor zijn leeftijd. Toch? Hij vroeg me om met hem naar het meertje te gaan. Waren we samen in dat donkere bos zegt-ie ‘Ik vind jou wel leuk’. Ja toch Frank, dat zei je.”
Alle ogen waren nu op Frank gericht die er zeer ongelukkig uit zag. Hij knikte.
“Weet je wat-ie nog meer zei? Iemand enig idee?” Ze keek met een vragende blik haar verbaasde toehoorders aan. Niemand reageerde.
“Hij zei ‘zal ik jou eens tegen een boom aan zetten?’ Iemand in de kring schoot hinnikend in de lach. Het was degene die had zitten blowen. Het werkte aanstekelijk want ook de anderen begonnen luidruchtig te lachen. Frank vond dat het tijd werd om af te taaien.
Hij mompelde iets van “ik vind dit niet leuk” en verdween.
“Dit wordt vannacht weer een koude slaapzak, Loes” riep een vrouwenstem.“Ik heb nog een bijna volle fles wijn. Kom je naast me zitten?”
Ik zag hoe Loes zich onzeker waggelend in de richting van de fles wijn bewoog en besloot dat het mooi was geweest. “Ik ga naar mijn tent” zei ik tegen de jonge vrouw die mij de hele avond gezelschap had gehouden en waarvan ik de naam al weer vergeten was. “Ik heb mijn zaklantaarn niet bij me. Ik loop wel even met je mee”, zei ze. Ik liet mijn hoofd naar achteren vallen en keek de donkere nacht in waar miljoenen sterren tranen schreiden van geluk.

Geen opmerkingen: