Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

31 mei 2009

1e Pinksterdag 2009

Natuurlijk ben ik vandaag even naar het Dunya festival geweest. Het was schitterend weer.
Er werd een kwart miljoen bezoekers verwacht.
De sfeer was goed en de muziek ook. En druk, druk…Die verwachtingen klopten wel. Gelukkig had ik mijn eigen drinken bij me want bij de vele kraampjes met hapjes en drankjes was er geen doorkomen aan.
Voetje voor voetje schuifelde je tussen de duizenden anderen vooruit zonder goed te weten waarheen je op weg was. Velen zaten met een hapje en een drankje in groepjes op het gras.
Maar ik voelde er niet veel voor om er bij te gaan zitten. Tevergeefs zocht ik naar lachende gezichten. Iedereen had vandaag zijn lach naar binnen gekeerd.
Het zal daarom wel aan mij hebben gelegen dat ik al snel de behoefte voelde aan wat meer ruimte om mij heen. Daarom ben ik even naar het water gelopen om te genieten van het uitzicht op de skyline van de kop van Zuid.
Daar aan de overkant lag de ‘oude’ Rotterdam waar ik ooit een wereldreis mee had kunnen maken. In mijn jeugdige onnozelheid heb ik die kans afgeslagen omdat ik weer eens met de Kerst thuis wilde zijn. Hoe dom kun je zijn.
Ik zag ook de ‘nieuwe’ Rotterdam aan de Wilhelminakade liggen. Ik kreeg er een onrustig gevoel van. Zonder dat het me enige moeite kostte kon ik mij voorstellen dat ik aan boord stond en tegen de reling leunde. Zoals ik dit jaren geleden ook deed op de Nieuwe Amsterdam toen we in de Caribische Zee voerden. En ik pas 18 was.
Heel even ben ik nog terug gegaan naar het festival. De mensenmassa was me echter teveel. Vandaag wilde ik eigenlijk niet zoveel mensen om mij heen. Ik liep door naar de Binnenweg, kocht in een obscure Toko een bara en een baka bana met pindasaus en ging ergens op de stoep in het zonnetje deze lekkernijen samen met een blikje Cola naar binnen werken. Het leven was goed.

29 mei 2009

Keuzes

Dagelijks maken we vele keuzes. En wij denken daarbij meestal dat wij dit bewust doen. Wij zijn immers verstandige mensen, niet waar? Niet waar dus!
Het is niet moeilijk om zowel onze keuzes te beïnvloeden als het gevoel dat wij hebben dat bij deze keuzes behoort. Talloze experimentjes in de psychologie bewijzen dat. Ik wil daar nu niet dieper op ingaan. Dit is een blog en geen scriptie. Het is misschien al voldoende als je beseft dat onze keuzes beïnvloed worden door onze ervaringen vanuit het verleden. Iemand die bijvoorbeeld een slechte ervaring heeft met een persoon of situatie zal er meestal voor kiezen deze situatie of persoon te vermijden. Herken je dit?
Wij hebben bovendien de neiging om meer verantwoordelijkheid te nemen voor keuzes die goed zijn uitgepakt dan voor keuzes waarvan de resultaten tegen zijn gevallen.
Haal je maar eens een of enkele situaties voor de geest waarin je een belangrijke keuze hebt gemaakt. Als je tevreden bent over de resultaten van deze keuze zul je geneigd zijn positief te denken over de keuze die gemaakt is en hem aan jezelf toeschrijven. We noemen dit een interne attributie.
Bij negatieve resultaten herinner je je veel sneller hoe anderen jou keuzes hebben beïnvloed en is het veel moeilijker om de verantwoordelijkheid voor de keuze op je te nemen. Hier is sprake van een externe attributie.
In deze recessie wordt de mensen bijvoorbeeld geadviseerd om het geld te laten rollen om het verder instorten van de economie te voorkomen. Mocht je hier gehoor aan geven en straks tot over je oren in de schulden zitten dan is het moeilijker om je hiervoor verantwoordelijk te voelen dan dat je op eigen initiatief besloot je geld te 'investeren' in de economie.

Kiezen en kunnen kiezen heeft vreemd genoeg zowel erg positieve als erg negatieve kanten. Positief is natuurlijk het gevoel van autonomie dat wij hebben. Het gevoel niet afhankelijk te zijn van anderen. Maar het steeds weer moeten kiezen heeft ook velen op de rand van een zenuwinstorting gebracht. Herken je bij jezelf de nerveusiteit bij het moeten maken van een keuze? Het is ook niet vreemd dat mensen onrustiger worden naarmate zij meer moeten kiezen en minder kunnen overzien wat hiervan de gevolgen zijn. Dit is één van de vele paradoxen waar wij mee moeten leven: naarmate wij meer keuzemogelijkheden hebben des te moeilijker wordt het om een keuze te maken. Om de onrust die dit met zich meebrengt te vermijden zijn wij daarom geneigd anderen voor ons te laten kiezen.
Wij lijken soms onze 'vrijheid' op te willen geven voor onze gemoedsrust.
Dat het maken van keuzes soms ook heel complex kan zijn illustreert het volgende verhaal dat elke kerel kan overkomen.
"Je rijdt op een stormachtige avond met je auto in de stad rond. Je passeert een bushalte en ziet daar drie mensen staan wachten op de bus:
1. Een oud vrouwtje, dat doodziek is.
2. Je beste vriend, die ooit je leven redde.
3. De ideale vrouw, waarvan je al heel je leven droomde.
Maar: je rijdt in een BMW Z3, er kan dus maar één passagier mee en je krijgt maar één kans voor de beste oplossing. Wie neem je mee?
Denk goed na. Dit is een ethisch/moreel dilemma dat ooit gebruikt werd in een selectieprocedure voor managers.
Je kan het oude vrouwtje naar het hospitaal brengen, waardoor je haar leven redt. Of je neemt je vriend mee zodat je quitte staat. Maar dan ben je natuurlijk de liefde van je leven kwijt.

Het ideale antwoord was: Ik geef de sleutels van mijn wagen aan mijn vriend en laat hem het oude vrouwtje naar het hospitaal brengen. Ik wacht samen met de vrouw van mijn dromen op de bus. Moraal van het verhaal: Wie bereid is om eens anders te denken, bereikt meer in het leven.

De kans is uiteraard groot dat jij hebt gezegd: Ik overrijd het oude vrouwtje om haar uit haar lijden te helpen, neuk de vrouw van mijn dromen in mijn auto en rij dan naar de dichtstbijzijnde kroeg om dat met mijn vriend te vieren... Het is je vergeven!"

27 mei 2009

Blij

Ik ben een blije gek. Iemand die ze over het hoofd hebben gezien toen ze de inrichtingen aan het vullen waren. Mijn moeder zat er al en misschien dat ze het daarom een beetje sneu vonden om mij er ook op te bergen.
Mijn moeder was namelijk manisch-depressief. Als je niet weet wat dit is kijk dan eens hier.
Erg, hè? Op een bevolking van ruim 16 miljoen mensen zijn er in Nederland ruim 160.000 manisch-depressief. Gelukkig kan medicatie in veel gevallen hen helpen hun leven op de rails te houden.
Omdat manisch-depressiviteit erfelijk is zou ik een verhoogde kans moeten hebben om ook manisch-depressief te worden. Maar ik zei het al, ze hebben me over het hoofd gezien, mijn schikgodinnen. Of dit ook geldt voor mijn kinderen moeten we maar afwachten.
Nee, ik ben niet manisch. En depressief al helemaal niet. Gewoon een blije gek. Blij, want dat is de gemoedstoestand die ik het beste ken. En gek, omdat mijn manier van kijken naar mezelf en de mensen niet ‘mainstream’ is en ik ook in andere opzichten ongevaarlijk afwijkend gedrag vertoon. Ik denk hierbij aan onschuldig vermaak als jongleren kort na het wakker worden, door weer en wind regelmatig enkele uurtjes door de polder rennen en bewust navelstaren, wat anderen ook wel ‘mediteren’ noemen. Over mogelijk minder onschuldig vermaak waar ik ook veel lol aan beleef heb ik het misschien een andere keer.

Als je oprecht kunt blijven lachen om de absurditeiten waarmee je dagelijks te maken hebt in het onderwijs (of waar je ook werkt) en om het egotrippen waarop je jezelf en je omgeving regelmatig betrapt, dan moet je wel een beetje gek zijn. Echt normale mensen worden er doodongelukkig van. Ja, ik verdenk veel van mijn collega’s er ook van op zijn minst een beetje gek te zijn want ook hen betrap ik er regelmatig op dat ze veel lol hebben in het werk dat ze doen. Echt, ik heb het niet zo op met ‘normale’ mensen. Ze zijn vaak zo saai.
Gelukkig ken ik net als anderen ook negatieve gevoelens. Onze wereld is niet zo ingericht dat we altijd en overal alleen maar blij kunnen zijn. Sterker nog, uit sommige stukjes die ik in dit blog heb geschreven kun je gemakkelijk opmaken dat ik uiterst pessimistisch ben.
Maar dat staat mijn goede humeur niet in de weg.
Tijden mijn lessen psychologie zeg ik ook altijd dat het mij verbaast dat er sowieso tussen mensen niet meer misverstanden bestaan. Want de studie psychologie heeft mij wel geleerd dat wij een gezond wantrouwen moeten koesteren in onze mogelijkheden om onszelf of onze medemens echt te begrijpen. Onbegrip en misverstanden liggen meer voor de hand.
Maar je hoeft niet alles te begrijpen om er toch plezier aan te kunnen beleven. Sterker nog, ons begrip kan ons gemakkelijk dit plezier ontnemen. “Leve de domheid” zou een spreuk kunnen zijn die niet mis zou staan boven de ingang van menig organisatie of als spreuk op een wandtegeltje in veel huiskamers. Ik zou het een voorrecht vinden als mijn baas mij zou vragen om deze letters boven de ingang van onze school te schilderen.

25 mei 2009

Boos.

Er is een tijd geweest dat ik ontzettend boos kon worden. Vaak om de verkeerde redenen.
Die tijd ligt niet ver achter me.
Met het ouder worden ben ik minder snel boos en houd ik vaker mijn mond. Ook om de verkeerde redenen.
Je zou hieruit kunnen opmaken dat ‘boosheid’ een onredelijke uiting is van onze gevoelens.
Je maakt je druk om niets en als je je druk moet maken dan doe je dat niet.
Boosheid is dus onredelijk? Niets is minder waar.
Boosheid kan vele goede redenen hebben. Meestal is zij terug te herleiden tot frustratie.
Je zou kunnen zeggen dat boosheid egocentrisch is: wij nemen datgene wat wij als onze belangen zien heel serieus en willen anderen dit laten weten. En is dit onredelijk?
Mensen die niet boos kunnen worden lopen kans om depressief te geraken. Van vrouwen wordt het maatschappelijk minder getolereerd dat zij hun boosheid uiten. Mede daardoor komt depressiviteit vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
Een man die zijn boosheid niet laat zien als dat van hem wordt verwacht wordt al snel een ‘watje’ genoemd. Blijkbaar ben je pas een echte man als je laat zien dat je ‘het’ niet pikt.
Ook statusverschillen spelen een grote rol bij het tonen van boosheid. Een boze leraar wordt meestal nog wel gezien als acceptabel, maar als een leerling boos is dan wordt er op zijn minst een wenkbrauw gefronst.
Ik stel voor dat iedereen die een reden ziet om boos te zijn dit laat zien. Maar….wel bewust. Wees zo boos als je maar zijn kunt maar hou de controle. Laat je niet meeslepen door je boosheid. Verhef het boos worden tot een kunst. Wees boos met woorden en met daden.
Waarmee ik niet zeg dat je iemand op zijn bek moet slaan. Ik pleit hier immers voor het uiten van boosheid om voor je belangen op te komen en niet om de belangen van anderen te schaden. Maar dat begreep je al.
De keren dat ik controle had over mijn boosheid en mijn gevoel om kon zetten in daden die tot het door mij gewenste effect leidden herinner ik mij als uiterst bevredigend.
De keren dat mijn boosheid controle had over mij, waardoor ik niet alleen mijn doel niet bereikte maar ook nog eens mooi voor lul stond, zou ik echter het liefst vergeten.

23 mei 2009

Internet

Maandag kon ik opeens niet meer op internet. Ik had net mijn abonnement bij Online omgezet van ADSL-light naar ADSL-extra. Hierbij is het netwerk van KPN niet nodig en ik had een flauw vermoeden dat mijn internetprobleempje hiermee te maken had. Dinsdagavond lukte het me nog steeds niet om op internet te komen en daarom belde ik woensdag de servicedesk van Online. Tja, dit lag waarschijnlijk aan mijn modem. Dit zou ik opnieuw moeten configureren. De techneut aan de andere kant legde mij uit hoe ik via de opdrachtpromp mijn instellingen het beste zou kunnen wijzigen. Ik volgde deze instructies op maar kwam niet veel verder. Dan maar op zoek naar de instructie CD-ROM van mijn modem die ik uiteindelijk na twee uur zoeken vond. Ik installeerde mijn modem opnieuw maar zag dat het adres van mijn standaard gateway niet was wat het moest zijn. Hoe dit op te lossen? Inmiddels was het laat geworden en ik overwoog om maar een nieuw modem aan te schaffen. Net voor ik de deur uit wilde gaan werd ik gebeld door Online. Bij het omzetten van ons telefoonabonnement was men problemen tegen gekomen en kwam men tot de ontdekking dat men mij geen nieuw modem had toegezonden. Ja, daar had ik recht op. Ze zouden het zo snel mogelijk naar mij toe zenden. Inderdaad was het nieuwe modem zaterdag al in ons bezit. Bij het uitpakken van de doos zag ik dat er een gewoon modem in zat i.p.v. een draadloos modem. Dus belde ik maar weer eens naar Online. Een draadloos modem? Men zou het opsturen. De extra kosten zouden € 3,- per maand zijn. Iets wat me destijds niet was verteld, maar toen ik de website van Online nog eens goed bekeek zag ik wel dat het er stond.
Voorlopig heb ik het aan mij toegezonden modem maar aangesloten. Ik had nog een ethernetkabeltje van zo'n 10 meter liggen en dit kwam nu goed van pas.
Aan degene van Online die ik het laatste sprak gaf ik het advies om te noteren dat het misschien verstandig was om bij het werven van nieuwe abonnementen voortaan alle informatie aan de klant te verstrekken en niet de helft. Dit om ergernissen en extra kosten te voorkomen. De man bleef beleefd en begripvol. Volgende week heb ik mijn draadloos modem. Alles zal goed komen. Toch?

17 mei 2009

Een dag uit het leven van…

Volgende week weer een paar dagen vrij. Komt goed uit. Mijn vorige vakantie is al weer bijna twee weken geleden. Door de verbouwing van de badkamer en de overige klussen die er in huis worden gedaan is het een grote zooi. Nee, het is een nog grotere zooi. Dinsdag vertrekken de mannen die zo hard hebben gewerkt en die deze rommel hebben gemaakt en ben ik aan de beurt om het op te ruimen.
Paula heeft al meer dan twee weken last van Ischias. Dat is een zenuwpijn die begint in je rug en doorloopt via je bil naar je tenen. Dat doet vreselijk veel pijn. In ieder geval zit ze ook de komende tijd nog in de ziektewet en van haar kan ik bij het opruimen geen hulp verwachten. Integendeel, ik doe zo’n beetje het hele huishouden er nog bij naast mijn werk.
Voor school zijn er nog allerlei klusjes die ik moet afronden maar waar ik niet aan toe kom.
Ik verwacht na morgen weer bij mijn spullen te kunnen komen. Die liggen nu ergens op stapels onder dozen en planken. Jammer dan maar helaas.
Het is volgens mij voor het eerst sinds ik docent ben dat ik de dagen aftel naar de grote vakantie. Niet letterlijk, maar met zo’n zes schoolweken nog voor de boeg gaat het allemaal lekker snel. Even geen nieuwe rotzooi er bij. Dat komt wel weer in september.
Paula en ik gaan twee weken samen weg, de overige vijf die ik alleen ga moet ik nog inplannen. In ieder geval ga ik weer een paar weken naar Buitenkunst in Drenthe. Dat doe ik nu al zo’n 25 jaar en dat vind ik nog steeds het leukst. Aan mensen die liever aan het strand liggen tussen duizenden anderen of die graag uren in de file staan naar verre vreemde oorden is dit niet uit te leggen. Maar zij kunnen mij hun lol ook niet uitleggen.
Mensenmassa’s zijn aan mij niet besteed. In een kleine groep of alleen heb ik het meestal erg naar mijn zin. En natuurlijk samen met het wijfie.
Mijn collega’s en ik hebben het dit schooljaar wel gehad. Weinig is zo gelopen zoals we hadden gewild en onduidelijk is of we de bodem al hebben bereikt. Ik denk eerlijk gezegd van niet. Dit ligt niet aan alle inzet en betrokkenheid, maar het nieuwe schoolmodel en de daarbij behorende cultuurverandering zijn een moeizame en taaie materie. Iedereen moet er nog aan wennen en daarbij komt dat er veel weerstand tegen bestaat waarover niet erg duidelijk wordt gecommuniceerd. Het lijkt soms wel of iedereen ontevreden is en dat zuigt energie. Nu heb ik niets tegen zuigen maar je moet je er wel beter van voelen.
Erg vrolijk klinkt dit allemaal niet. Ja, de toon is zelfs wat somber. Is er dan niets leuks te vertellen? Echt helemaal niets? Nou misschien dit artikeltje. Een geval van dikke pech?
Een 42-jarige Pool in Nottingham reed met zijn 14-jarige zoon naar een weg waar zich prostituees aanboden. Hij wilde zijn zoon een dame van plezier aanbieden om hem te leren wat seks is.
De jongen koos helaas uit de reeks vrouwen uitgerekend een politieagente in burger. Zij vormde de spil van een politieactie tegen prostitutie.

Mijn zoon is 30 en woont op zichzelf. Die heeft z'n vader hiervoor niet nodig.

14 mei 2009

"Don't panic, we're all on the Titanic."

We leven in een woelige overgangstijd. Ik schreef dit al eerder. Op alle fronten is de wereld in een razendsnel tempo aan het veranderen. De gezondheidszorg, het onderwijs, onze financiële systeem, onze vertrouwde normen en waarden...alles lijkt in crisis te zijn. De veranderingen gaan zo snel, dat velen afhaken en hun ogen hiervoor sluiten. De door hun opvoeders aangereikte kettingen die hen tot gevangene maken waarover ik in mijn vorige stukje schreef en die hun veiligheid en zekerheid moeten bieden zijn elastisch geworden. Hierdoor vervagen de grenzen waarbinnen wij ons veilig voelen. Steeds vaker komt het voor dat het onbegrijpelijke, het andersdenkende ons domein ongevraagd binnendringt. Alsof er opeens een vreemde in je huis staat en het recht opeist om daar te mogen wonen. Notabene in jouw huis.
Er is een groeiend verlangen naar een geborgenheid die nergens meer te vinden is. Vluchtend in geweld, onverschilligheid, alcohol- en drugsgebruik proberen we te ontsnappen aan datgene waaraan niet te ontsnappen is. De menselijke psyche is ontredderd en voelt zich steeds vaker hopeloos verloren.

Als alle zekerheden weg lijken te vallen moeten we leren om op eigen benen te staan.
We moeten opnieuw het vertrouwen in ons zelf terug vinden dat wij als kind hadden toen wij onze wereld begonnen te verkennen. Als wij toen dat vertrouwen niet hadden gehad dan kropen wij nog steeds. Lopen leer je met vallen en opstaan. Is het echt waar dat wij ons pas veilig voelen als we geketend zijn? Als we leven naar de verwachtingen van anderen?
We kunnen wel bij elkaar wegkruipen, lid worden van een clubje gelijkgestemden zodat het allemaal wel mee lijkt te vallen maar door ons te omgeven met wat ons vertrouwd is verdwijnt de boze buitenwereld niet. We zullen moeten leren om er mee te dealen.
Velen onderschatten de krachten waarover zij beschikken. Zij denken oprecht hulpeloos te zijn, maar juist in hen zelf ligt een nagenoeg onverwoestbare kracht verscholen die, mits goed gebruikt, hen in staat stelt niet alleen ongeschonden door deze overgangstijden heen te komen maar hen kan helpen er als een beter en sterker mens uit te komen. Zie het als een spannende reis en geniet er van met volle teugen. Of je nu arm bent of rijk, slim of minder slim, sterk of zwak...niemand weet wat de dag van morgen hem of haar brengen zal. Het leven gaat in een ademtocht aan ons voorbij. Juist nu is er zoveel om je over te verbazen, zijn er zoveel vragen die je nooit beantwoord zult krijgen, zijn er zoveel dringende problemen die opgelost moeten worden dat het meer dan waard is om als mens te mogen leven. Juist nu moet je elke dag dat je getuige bent van dit geweldige spektakel blij zijn dat je leeft. Morgen, nee vandaag al, kun je immers dood zijn. En heb je er spijt van dat je niet méér met je leven gedaan hebt.

Na deze twee 'zware' bespiegelende bijdragen aan dit blog zal ik de komende tijd wat lichtere stukjes schrijven. Eigenlijk hoort bij deze borrelpraat een lekker biertje en ik raad je aan jezelf zo'n natte jongen in te schenken. Zelf heb ik inmiddels ook een droge strot gekregen van het typen.

13 mei 2009

De ketting

Stel je voor dat je aan een korte ketting ligt. Door de beperking van je bewegingsvrijheid zul je waarschijnlijk zeggen dat je je gevangen voelt.
Wat nu als die ketting erg lang is? Zo lang dat je er geen last van hebt. Dat het voor jou lijkt dat je niet vast zit. Dan zul je vermoedelijk zeggen dat je je niet gevangen voelt. Want je merkt immers niet dat je in je bewegingsvrijheid beperkt wordt.
In beide gevallen lig je aan de ketting, maar de ene keer voel je je vrij en de andere keer een gevangene. In werkelijkheid ben je altijd een gevangene maar weet je dat niet.

We zitten vast aan meerdere kettingen. Telkens aan een andere. Op één levensgebied kunnen we ons vrij voelen, op een ander levensgebied een gevangene.
Wie heeft ons deze kettingen om gedaan? Wanneer is dit gebeurd?
Deze kettingen zijn ons aangemeten door de samenleving waarin wij opgroeien. Het is gebeurt toen wij sliepen. Toen wij ons hier niet bewust van waren. Toen wij hulpeloos waren.
Ons is gezegd dat dit voor onze eigen bestwil was.
Onze ouders, onze leraren op school, onze politici, onze religieuze leiders, onze vrienden en vriendinnen…Iedereen om je heen wil jou aan hun ketting vastleggen en jij laat ze dat doen. Want je houdt van ze en zij houden van jou. Ze zeggen je geen kwaad te willen doen en ze geloven zelf wat ze zeggen. Zij, die vastliggen aan hun eigen kettingen.

Een absolute en totale vrijheid is niet mogelijk en ook niet gewenst in een gemeenschap van mensen. Want al word je door je kettingen beperkt, elke ketting biedt ook veiligheid en zekerheid. Voor jezelf en voor de ander. De wereld lijkt een stuk overzichtelijker als je hem begrenst.
Wat is er mooier dan je veilig en geborgen te voelen en te geloven dat er zekerheden zijn?
En te denken dat je een vrij mens bent? Waarom zou je een langere ketting willen als je er geen last van hebt? Waarom zou je echt vrij willen zijn? Je wéét niet eens dat je een gevangene bent.

In deze woelige overgangstijden waar de ene zekerheid moet wijken voor de andere zekerheid wordt ons wijs gemaakt dat wij vrije mensen zijn met een vrije wil.
Wij zouden er uit vrije wil voor gekozen hebben om deze wereld te verkloten. Het was onze keuze om een systeem te ontwikkelen dat alleen maar kan voort blijven bestaan door uitbuiting en vernietiging.
Onze kettingen hebben ons beschermd maar nu de boel in brand staat en het vuur steeds verder om zich heen slaat kunnen we niet weg. Tevergeefs wachten we op iemand die ons los maakt. Maar willen we eigenlijk wel los? Valt het niet allemaal ontzettend mee? Misschien is er helemaal niets aan de hand. Proberen ze je bang te maken, waardoor je je nog steviger vast klampt aan je kettingen. Je vast klampt aan je vermeende zekerheden.

Is het niet beter om degenen die je hebben geketend dankbaar te zijn voor hun bezorgdheid om jou? Ze hebben je vast gezet en zullen je niet meer laten gaan. Hoe banger je bent hoe zekerder zij er van zijn dat je de kettingen die door hen zijn aangebracht zal gaan koesteren als levenslijnen die jou met hen verbinden.
Je weet immers dat je kwetsbaarder wordt en je zekerheden op losse schroeven komen te staan als je de wereld die buiten het bereik van de kettingen ligt wil gaan verkennen. Dit is een wereld die je niet kent.
Het betreden van die wereld zonder hulp en voldoende vertrouwen is niet zonder gevaar. Niet alleen dat je er gemakkelijk in kunt verdwalen. Erger is ook mogelijk. Nee, er valt geen vrijheid op te geven want die heb je niet. Alleen een illusie van vrijheid. En illusies voorzien soms beter in een behoefte dan de rauwe werkelijkheid. Zo te zien leven we allemaal in de Matrix.

12 mei 2009

Nogmaals vissen.

Ik kon het niet laten. Zouden die karpers van gisteren vandaag weer bezig zijn? En ja hoor, ze gingen opnieuw als beesten tekeer. Volgens mij zijn ze zo blind van geilheid dat ze jou ook pakken als je per ongeluk in het water mocht vallen.
Gek, hè? Ik zou hier gewoon eindeloos naar kunnen blijven kijken. Wat een woeste kanjers.
Nu bijten ze niet. Ze hebben wel wat anders te doen. Maar over een poosje...

11 mei 2009

Vissen

Drie weken terug kocht ik na jaren weer eens een visvergunning. Dat inmiddels is vastgesteld dat ook vissen gevoel hebben en niet echt kicken op een haak die door hun bovenkaak is geslagen of erger, door hun tere lijfje, weerhoudt mij er niet van om te proberen zo'n diertje hiermee pijn te doen. Ik heb hier geen excuus voor en wil me ook niet verschuilen achter het feit dat deze 'sport' door vele anderen wordt beoefend. Of achter de opmerking dat we niet zo kleinzielig moeten doen. Nee, ik geef eerlijk toe dat ik me tijdens het vissen hier helemaal niet mee bezig houd. Ik zit dan bij voorkeur of heel vroeg in de ochtend of laat in de avond aan de waterkant en staar gebiologeerd naar een klein rood puntje dat net boven het water steekt en wacht totdat dit in beweging komt. Al mijn gedachten vallen stil, de wereld is samengebald tot een dobber die zachtjes wiegt op de golven.
Vissen. Ik zat als kind zo vaak te hengelen dat ik er mijn middelbare school mee heb vergooid. En als ik er aan terug denk was dit geen slechte keuze. Een kind hoort niet alleen maar gedrild te worden tot een consument die zich naadloos voegt in de bestaande orde. Een kind moet vooral naar buiten, de natuur in.
De eerste keer dat ik ging vissen zal ik zo'n jaar of vijf zijn geweest. Samen met mijn opa ging ik eerst op kikkerjacht. Dat was toen heel gewoon. We vingen van die kleine babykikkertjes en deden die in een busje. Daarna gingen we naar de vaart die langs het dorp stroomde waar mijn opa woonde. Opa leerde mij hoe ik een kikkertje aan de haak moest doen. Ik vond het fascinerend.
Die dag ving ik een joekel van een paling. Opa hielp mij bij het binnenhalen. Wauw, wat was dat een fantastische ervaring.
In de jaren erna was ik vaak aan de waterkant te vinden. Later, ik was toen zeventien, kon ik deze hobby uitoefenen in de Caribische zee. De vissen die wij vingen vanaf het schip waarop ik voer gaven we aan de Spanjaarden aan boord die er lekker soep van maakten. Een enkel keer vingen we kleine haaien van zo'n anderhalve meter. Dat was een behoorlijk spektakel.
Ondanks de goeie herinneringen die ik aan het vissen heb ben ik helaas nooit een erg goede visser geworden. Mogelijk omdat er meer zaken waren die mijn belangstelling hadden.
Maar goed, ik heb weer een visvergunning. Alleen heb ik hem nog niet gebruikt. Telkens wanneer ik dacht dat ik er wel even een paar uurtjes tussenuit kon gaan was er wel iets wat me tegen hield. Zoals sommigen van mij weten is een dag van 24 uur tekort voor mij.
Maar nu gaat het er binnenkort toch van komen. Op nog geen honderd meter van mijn huis zag ik vandaag een groot aantal joekels van karpers paaien. Het leek wel of het stormde onder de oppervlakte, zo ging het water tekeer. Ik wist niet wat ik zag. Karpers van minstens vijftig centimeter en sommige beduidend groter. Mijn hart maakte een sprongetje. Heel even weer was ik dat verrukte kleine kind dat zijn eerste paling ving.
Vissen, actief meditatief in de stilte aan de waterkant zitten. Geen geouwehoer aan je hoofd, even niets moeten. Raar eigenlijk dat het mij zo weinig kan schelen dat zo'n stomme vis hiervoor pijn moet lijden.

09 mei 2009

Luxe problemen.

Denk niet dat alleen dat mensen met minder inkomen het moeilijk hebben. Zo wordt er al een aantal dagen stevig gewerkt in ons huis. Twee stevige Oost-Duitsers nemen de badkamer grondig onderhanden. Als het gekmakende gehamer en geboor even ophoudt hoor je het gekweel van Frans Bauer uit hun gettoblaster klinken. Gelukkig gaan ze meestal snel verder met boren en timmeren.
Onze buren hebben dit weekend pech. Weinig uitslapen voor hen met die kolere herrie. Zelf was ik er vandaag al vóór 6 uur uit om een en ander te regelen en enig medelijden kan dus van mij niet worden verwacht.

Morgen is het moederdag en straks ga ik op zoek naar een presentje voor mijn lieve moedertje en natuurlijk voor Paula, die soms ook als een moedertje voor mij is. Vrouwen vinden nu eenmaal dat hun mannelijke partners net als kinderen zijn. Ach, niemand is tenslotte perfect.
Ik zie er tegen op om de stad in te gaan. Iedereen is natuurlijk op zoek naar het perfecte cadeau waarmee je al je schuldgevoelens kunt afkopen en dat betekent lange rijen voor de kassa.

Niet alleen de afgelopen nacht heb ik veel te weinig geslagen, ook in de dagen hiervoor. Zal wel komen omdat ik weer even met blowen ben gestopt. Na het lopen van de marathon had ik wat bubble gum gehaald. Die was wel lekker maar overdag voelde ik me niet energiek. Dus voorlopig maar weer even niet.
Ik heb wallen onder mijn ogen, waar een matte blik in ligt. Ik vind van mezelf dat ik er beter heb uitgezien. De 29e wordt de stoomcabine gebracht en geïnstalleerd. Pas na die datum verwacht ik weer het ‘mannetje’ te zijn. Tot die tijd moet mijn omgeving zich maar zien te redden met mij.

Je ziet het: ook ik heb mijn problemen.

06 mei 2009

Competentie Gericht Leren (CGL): onderwijs opbouwen of afbreken?

Het is bekend dat het Mbo-onderwijs de laatste jaren radicaal is veranderd. Overal wordt gesproken over het Competentie Gericht Leren (CGL). Je oren gaan er soms van tuteren.
Als ik de vele artikelen die er over het CGL geschreven zijn moet geloven kun je degenen die er mee te maken hebben grofweg verdelen in twee groepen: de believers en de non-believers.
Helaas bestaat er voor CGL geen gefundeerde wetenschappelijke basis waarin wordt aangetoond dat het een betere onderwijsvorm zou zijn dan bijvoorbeeld het Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO). Of Natuurlijk Leren (NL), om er twee te noemen. Daarom kun je het op één rij zetten met een ideologie of godsdienst.
CGL heeft hiermee nog meer overeenkomsten. Afwijkende meningen over de invoering van het CGL zijn niet welkom en kunnen gevolgen hebben voor degenen die er voor uit komen dat zij zich ernstige zorgen maken over het belang hiervan voor de leerling. Conflicten met degenen die hoger in de hiërarchie staan zijn dan zeker niet denkbeeldig.
Als docent en lid van een organisatie die gekozen heeft voor het CGL ben ik samen met veel van mijn collega’s noodgedwongen een believer. Laat ik daar duidelijk over zijn. Als jouw organisatie een koers uitzet zul je deze loyaal moeten volgen. Tenzij deze onethisch of immoreel is en dat is hier niet het geval.
Eerlijk gezegd heeft het meewerken aan de ontwikkeling van CGL mijn plezier in het geven van les nooit in de weg gestaan. Dat is echter een valkuil voor veel professionals. Als zij maar plezier in hun werk hebben geven zij de managers en beleidsmedewerkers teveel ruimte.
De mensen daar zijn vaak niet slimmer maar hebben binnen de organisatie wel meer macht en invloed. Meestal zijn zij beter georganiseerd en bovendien worden zij er voor betaald om de nieuwe koers uit te zetten. En te zorgen dat anderen hen daar in volgen.

Als docent zie ik de gevolgen die de invoering van het CGL heeft voor zowel de leerlingen, de docenten en de praktijk. En heb ik vage vermoedens wat uiteindelijk de gevolgen kunnen zijn voor de organisatie waarvoor ik werk.
Zo is er voor alle partijen veel onzekerheid en onduidelijkheid. Een eerste algemene indruk is dat de kwaliteit van het onderwijs er niet op is vooruit gegaan de laatste jaren. Integendeel.
Veel klachten die ik hoor zijn gegrond en de gevoelens van onmacht en de frustraties die ik tegen kom kan ik heel goed begrijpen.
Het was voor mij dan een aangename verrassing dat leerlingen mij vandaag vroegen om informatie om een leerlingenraad op te zetten. Het lijkt er op dat ze eindelijk beginnen te beseffen dat ze zich zullen moeten organiseren willen ze enige invloed kunnen uitoefenen op het onderwijs dat ze ontvangen. Ik hoop van harte dat het ze lukt. Op de site van het LAKS is uitgebreide informatie te vinden over wat een leerlingenraad is en hoe je deze op zet. Ja, jongens en meisjes. Als je je niet organiseert en alleen maar blijft mopperen dan wordt er nooit naar je geluisterd.
Dan geldt het motto van de Fabeltjeskrant: “Snaveltjes dicht en oogjes toe. Welterusten.”

05 mei 2009

Wat is ons universum ongelooflijk groot.

Gepubliceerd: 28 april 2009 19:33 | Gewijzigd: 28 april 2009 20:39
ANP, AP, BBC

Garching, 28 april. Astronomen hebben het tot nu toe verst verwijderde en daarmee oudste object in het heelal geregistreerd. Het gaat om een exploderende ster, ruim 13 miljard lichtjaren van de aarde. Dit houdt in dat het licht er 13 miljard jaar over deed om de aarde te bereiken. Dat meldde ruimtevaartorganisatie NASA vandaag.

Iedereen leest wel eens van dit soort berichtjes. Over enorme afstanden of juist over afstanden die onnoemelijk klein zijn. Daarna gaat men weer over tot de orde van de dag. Dit is immers iets wat niemand kan bevatten. Probeer je het eens voor te stellen: een ster die 13.000.000.000 lichtjaren hiervandaan explodeert.
Het licht reist met een snelheid van ongeveer 300.000 kilometer per seconde.
In een jaar legt het dan een afstand af van 60x60x24x364x300.000 kilometer (bij schrikkeljaren is dit 60x60x24x365x300.000 kilometer). Dat is per jaar 9.434.880.000.000 kilometer. Hierna vermenigvuldigen we dit met 13.000.000.000
Je komt dan aan een afstand van 122.653.440.000.000.000.000.000 kilometer. Tjonge, dat is een eind. En…eh…diezelfde astronomen hebben tussen die exploderende ster en hun observatorium nergens een man met een lange grijze baard gezien. Of engeltjes die op harpjes speelden. En degenen onder ons die het fijn lijkt om in het gezelschap van zo’n dertig maagden te verkeren moet ik ook teleurstellen. In het heelal waren ze niet te vinden en op aarde worden ze boven de 16 ook snel zeldzamer. Denk daar maar eens over na.

04 mei 2009

Alles heeft zijn tijd

Je kunt ook als niet-christen genoegen scheppen in wat er in de bijbel staat geschreven. Dat ik het christendom een treurig voorbeeld vind van menselijk miskleunen wil niet zeggen dat er niet veel mooie passages in de bijbel staan die mij aanspreken. Het zijn geen domme jongens en meisjes die zulke diepzinnige teksten hebben geschreven. Net als ieder ander heb ik houvast nodig en ik heb er geen enkele moeite mee om leentjebuur te spelen bij diegenen die dieper hebben nagedacht over het leven dan ik en die dit ook veel beter kunnen verwoorden. Ik vind het een troostrijke gedachte dat het na mijn dood allemaal voorbij is; hemel en hel dragen de mensen in hun hart met zich mee. Zolang ik leef zal ik niet alleen mijn eigen levenservaring als leidraad nemen voor wat ik moet doen, maar ook troost zoeken in de wijsheden van anderen en mij door hen laten inspireren. Zij hebben niet voor niets geleefd en als mensenkind heb ook ik recht op een deel van de erfenis die zij achter hebben gelaten aan ons. Het volgende stuk van ‘Prediker’ is mij uit het hart gegrepen.


Prediker 3: 1-15


[3] 1 Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
2 Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
3 Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
4 Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
5 Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
6 Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
7 Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
8 Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

En nu is het tijd om naar bed te gaan.

03 mei 2009

Gênant.

Ze stapte samen met hem uit het donker van de nacht in de oranjerode lichtcirkel van het vuur. Daar zaten bij het flakkeren van de vlammen zo’n twintig mensen op gedempte toon met elkaar te kletsen, wat te blowen of te drinken en elkaar te versieren. De stemming was opperbest.
Lallend riep ze luid “Hoe heet je ook al weer?” De mensen aan het vuur keken verrast op en spitsten hun oren.
“Frank” klonk het schuchter. “En hoe oud ben je?”
“Zestien.” Het was duidelijk dat Frank zich opgelaten voelde.
“Hebben jullie het gehoord? Dit is Frank en hij is zestien. En ik ben er tweeëndertig. Ik heet trouwens Loes. Frank is wel groot voor zijn leeftijd. Toch? Hij vroeg me om met hem naar het meertje te gaan. Waren we samen in dat donkere bos zegt-ie ‘Ik vind jou wel leuk’. Ja toch Frank, dat zei je.”
Alle ogen waren nu op Frank gericht die er zeer ongelukkig uit zag. Hij knikte.
“Weet je wat-ie nog meer zei? Iemand enig idee?” Ze keek met een vragende blik haar verbaasde toehoorders aan. Niemand reageerde.
“Hij zei ‘zal ik jou eens tegen een boom aan zetten?’ Iemand in de kring schoot hinnikend in de lach. Het was degene die had zitten blowen. Het werkte aanstekelijk want ook de anderen begonnen luidruchtig te lachen. Frank vond dat het tijd werd om af te taaien.
Hij mompelde iets van “ik vind dit niet leuk” en verdween.
“Dit wordt vannacht weer een koude slaapzak, Loes” riep een vrouwenstem.“Ik heb nog een bijna volle fles wijn. Kom je naast me zitten?”
Ik zag hoe Loes zich onzeker waggelend in de richting van de fles wijn bewoog en besloot dat het mooi was geweest. “Ik ga naar mijn tent” zei ik tegen de jonge vrouw die mij de hele avond gezelschap had gehouden en waarvan ik de naam al weer vergeten was. “Ik heb mijn zaklantaarn niet bij me. Ik loop wel even met je mee”, zei ze. Ik liet mijn hoofd naar achteren vallen en keek de donkere nacht in waar miljoenen sterren tranen schreiden van geluk.

02 mei 2009

Ik geloof er geen bal van.

Er wordt beweerd dat de man die op Koninginnedag in Apeldoorn in volle vaart inreed op het publiek van plan zou zijn geweest om een aanslag te plegen op de koninklijke familie. Deze bewering is gebaseerd op wat een agent hem heeft horen zeggen. Een aanwezige fotograaf die binnen 10 seconden al naast de rampwagen stond en foto’s van de bestuurder stond te schieten heeft zich hierover verbaasd want het leek hem dat de man op dat moment bewusteloos was.
Huiszoeking heeft geen verdere aanknopingspunten opgeleverd voor het motief van de man en daarom ben ik zo vrij om te concluderen dat het niet is uitgesloten dat het hele verhaal is verzonnen. Zelf geloof ik er geen bal van.
Ik denk dat de man in een vlaag van verstandsverbijstering heeft gehandeld. Wat zijn daad overigens niet minder weerzinwekkend maakt.
De AIVD mag blij zijn dat de man niet werkelijk een aanslag had willen plegen. Met bommen en zo. Want dan was er gisteren een einde gekomen aan de Oranje dynastie.
Het komt degenen die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van de koningin vermoedelijk heel goed uit dat dit alles is gebeurd. Ook de koningin beseft nu dat zij een kwetsbaar mensje is. En dat de tijden zijn veranderd.
Dit opent eindelijk de deur naar maatregelen die natuurlijk al lang genomen hadden moeten worden, maar die hare majesteit tot nu toe blijkbaar met succes heeft tegen gehouden.
Het sprookje dat zij een koningin is van het volk en dat werkelijk iedereen van haar houdt was bijna slecht afgelopen. Gelukkig voor haar en voor haar vele fans lopen sprookjes altijd goed af. Anders is het geen sprookje. Wat extra sluipschutters hier en daar verdekt opgesteld zullen er de komende tijd voor moeten zorgen dat de Oranjes nog lang en gelukkig verder kunnen leven.

01 mei 2009

1 mei Dag van de arbeid

Voor al degenen die de lange weg naar het kapitalisme nog moeten afleggen en geen spijker hebben om hun gat te krabben zet ik vandaag de tekst van “De internationale” op mijn blog. Ik hoop oprecht dat zij deze spijker alsnog bij elkaar weten te sparen want met je vingers krabben is lang zo lekker niet.
Het is allemaal nogal strijdlustig wat er geschreven staat . Logisch dat er veel bloed gevloeid heeft waar dit lied werd gezongen.
Mijn (stief)moeder kende de tekst uit haar hoofd. Opa was een rooie rakker en het gezag was niet erg gelukkig met mensen zoals hij.
Als kind luisterde je naar het “Morgenrood” en hoorde je verhalen over de AJC, een soort van padvinderij die de jeugd wilde “verheffen”.
Uiteindelijk is er geen arbeidersparadijs ontstaan, maar een wereldje van kleine en grote graaiers. De arbeider heeft altijd voldoende voorbeelden gehad van zakkenvullers die het “Pecunia non olet” (= geld stinkt niet) als lijfspreuk hadden. Onlangs zijn daar vanuit de financiële sector nog een paar snelle jongens en meisjes bij gekomen. Wie kan het ‘Jan met de pet’ kwalijk nemen dat hij ook een stuk van de koek wil zolang dit nog kan?
Jan-Peter, onze man van de normen en waarden, heb ik deze keer niet gehoord.
Het zij zo. Genoeg gemopperd. Tijd voor een vrolijk deuntje.

De internationale

Ontwaakt, verworpenen der aarde!
Ontwaakt, verdoemde in hongers sfeer!
Reedlijk willen stroomt over de aarde
En die stroom rijst al meer en meer.
Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen,ontwaakt,ontwaakt!
De wereld steunt op nieuwe krachten,
Begeerte heeft ons aangeraakt!

Makkers, ten laatste male,
Tot den strijd ons geschaard,
en D'Internationale
Zal morgen heersen op aard.

De staat verdrukt, de wet is gelogen,
De rijkaard leeft zelfzuchtig voort;
Tot merg en been wordt de arme uitgezogen
En zijn recht is een ijdel woord
Wij zijn het moe naar anderer wil te leven;
Broeders hoort hoe gelijkheid spreekt:
Geen recht, waar plicht is opgeheven,
Geen plicht, leert zij, waar recht ontbreekt.

Makkers, etc..

De heerschers door duivelse listen
Bedwelmen ons met bloedigen damp.
Broeders, strijdt niet meer voor anderer twisten,
Breekt de rijen! Hier is uw kamp!
Gij die ons tot helden wilt maken,
O, barbaren, denkt wat ge doet;
Wij hebben waap'nen hen te raken,
Die dorstig schijnen naar ons bloed.

Makkers etc.

Ja, dat was een gezellig muziekje. Maar ik mis wel de X-factor en daarom zal het bij de jeugd van nu niet zo bekend zijn.