Als we nog in de baarmoeder zitten bestaat ons enige speeltje uit de navelstreng, die ons met de buitenwereld verbindt. Het is het laatste waarmee we letterlijk verbonden zijn met onze moeder. Bij onze geboorte wordt deze veilige band doorgesneden.
We krijgen tijdens onze opvoeding slechts een denkbeeldig touw mee dat nergens aan vast lijkt te zitten, maar door het vast te houden hebben we toch het prettige gevoel van houvast.
In de baarmoeder konden we niet verdwalen (een enkeling uitgezonderd), maar daarbuiten wel.
Zonder touw zouden we de weg kwijt raken, zonder dit touw zouden we ons verloren voelen.
Onze hele leven worden we aan dit touw herinnerd, want het touw zit wel degelijk vast. Het zit vast aan alle anderen die in ons hoofd zitten. Onze ouders, onze docenten, onze vrienden… eigenlijk zit het vast aan iedereen die ons weet te vertellen hoe we het beste kunnen leven. Alleen dat beseffen we niet. Ondanks het touw voelen de meeste van ons zich vrij. Pas als we beseffen wie het touw vasthouden worden we opstandig. Pas dan beginnen we aan het touw te rukken. Wie zijn die anderen wel om ons te vertellen hoe we moeten leven!
In Nederland leven we aan de leiband van Amerika. Aan dat land hebben we veel te danken. Net als aan onze ouders. En hoe beter we beseffen dat ons hele denken doordringt is van Amerikaanse waarden en normen, hoe meer we beseffen dat ook Amerika het touw vasthoudt dat ons bij elkaar houdt, hoe bozer we worden op Amerika. We willen vrij zijn zonder te weten wat dit betekent. We willen niet aan de leiband lopen.
“Amerika is de incarnatie van de ondergang zelf. Het zal de hele wereld meesleuren de bodemloze afgrond in”. Was getekend: Henry Miller in ‘De Kreeftskeerkring’ (1980, blz. 87)
En van dezelfde Henry een citaat uit Wikipedia: "I see America spreading disaster. I see America as a black curse upon the world."
Nu had Henry reden genoeg om een hekel aan zijn vaderland te hebben, waar zijn boeken tot 1964 verboden waren omdat ze obsceen werden gevonden. Eén van de redenen waarom hij tot mijn favoriete schrijvers behoort. Daarnaast is deze man gewoon een taalgenie.
Of zijn analyse juist is weet ik niet. Ik kan nog wel meer landen opnoemen die ons misschien in de toekomst een bodemloze afgrond in zullen sleuren. Hierop hebben de Yanks geen patent.
Toen Henry deze woorden schreef was het 1931. Weinig kon hij toen bevroeden dat het in de tweede wereldoorlog juist dankzij de Amerikanen was dat we slechts langs de afgrond scheurden en er niet zijn in gevallen, enkele tientallen miljoenen van onze soortgenoten daargelaten. Ik bedoel, anders hadden we nu een ander volkslied gehad.
In de jaren erna veroverden de hamburger en cola de hele wereld en ook de Amerikaanse normen en waarden kregen op veel plekken voet aan de grond. Want de Amerikanen zijn goede verkopers. Inmiddels lijkt het of je alleen maar voor of tegen Amerika en het Amerikanisme kunt zijn.
Blijf ik toch met de klemmende vraag zitten wat ik met dit touw moet doen. Moet ik er mijn medemens mee redden als deze op het punt van verzuipen staat? Moet ik het gewoon vast blijven houden en er vanuit gaan dat degenen die het ook vast hebben het beste met me voor hebben? Zij hebben immers laten zien dat zij weten hoe ze het beste moeten leven... Of moet ik mezelf er mee opknopen nu ik besef dat ik nooit echt vrij kan zijn?
Het touw maakt het niks uit. In alle gevallen zal het zijn taak zo goed mogelijk doen.
Kun je anderen eigenlijk wel redden? Moet je dat willen? Moet je de band die je hebt met anderen respecteren en ze het touw laten vast houden?
Of moet je leren hoe je het touw los kunt laten zonder te verdwalen?
Vanuit mijn speelse aard bedenk ik gelukkig dat je met een touw ook touwtje kunt springen. Tenslotte is het leven iets om te vieren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten