Gelukkig ben ik al weer bijna helemaal opgeknapt. Dat ik gisteren onverwachts door mijn rug ging was natuurlijk vervelend, maar dit lekkere lijf van me herstelt zich blijkbaar weer snel.
Zoals ik al schreef zijn de paar dagen in Londen goed bevallen. Tot nu toe was ik niet zo geïnteresseerd in de vele stedentrips die er worden aangeboden, maar daar kijk ik nu anders tegen aan. Mogelijk dat ik na de grote vakantie wat vaker dit soort uitjes ga maken.
Nog vijf stations en dan moet ik er uit. Anders dan in Nederland zijn de zijkanten van het metrovoertuig in de Londense ondergrondse naar binnen gebogen, zodat het lijkt of we met z’n allen in een gecapitonneerde tunnel zitten. In het midden is de stahoogte maximaal twee meter. De Engelsen zijn niet zo lang als de Nederlanders en voor mij is het ruim genoeg.
Vanaf de plek waar ik zit zie ik bij elk station wisselende tableaux vivants. Er zitten prachtige plaatjes tussen, zowel qua compositie als inhoud.
Twee frêle meisjes in lichtblauwe zomerjurken staren wazig voor zich uit, terwijl drie grote kerels achter hen staan. Eén van hen draagt op zijn spijkerbroek slechts een wit hemd en heeft zich niet geschoren. Hij heeft kolossale bovenarmen. De anderen lijken mij kantoormensen; strak in het pak en hun blikken gericht op het krantje dat ze met één hand vast houden.
De meisjes mogen er dan kwetsbaar en tenger uit zien, ze hebben wel grote borsten en ik slaag er maar niet in om mijn ogen er van af te houden.
Dan is er een omslag en zie ik alleen vijf keurig geklede heren staan, de grootste in het midden en de kleinere meer opzij. Allen houden ze zich met de linkerhand vast en lezen een krantje. Weer even later staan er twee punkers en een moeder met een kinderwagen.
Het gaat maar door. Het meisje tegenover me zit me aan te staren en wendt haar blik zedig af als ik terug kijk. Waar denkt ze nu aan? Wat zijn haar fantasieën? Die van mij zijn meestal hetzelfde, al blijft tegenwoordig een spontane erectie steeds vaker uit. De leeftijd, hè?
Het is bloedheet. Ik zit hier zeker vijftig meter onder de grond. Het is een gigantisch onderwereld vol tunnels en stations. Vanaf straatniveau leiden roltrappen en liften je naar de darmen van Londen. Af en toe zie je een muzikant, die met optimisme in zijn stem de voorbijgangers probeert te verleiden om even naar hem of haar te luisteren, maar de meesten lopen met strakke gezichten door.
Tussen de vaste reizigers vallen de vele toeristen onmiddellijk op. Sommige van hen sjouwen grote koffers met zich mee, anderen dragen rugzakken of kleine schoudertasjes.
Ze kijken meestal anders dan de Londenaren zelf. Minder onverschillig en aandachtig er op lettend wanneer zij er uit moeten.
Al deze mensen zal ik nooit kennen. Daar leef ik te kort voor. Ze hebben net als ik allemaal hun eigen leven en aan het eind wacht hen hetzelfde lot als ik.
Mijn eigen kleine wereldje maakt geen deel uit van dat van hen. Ze weten niet eens wie ik ben. En het zal ze ook worst zijn.
Hoe zou het zijn als ik hier opnieuw zou beginnen? Als ik alles in Holland achter me zou laten en hier een nieuwe start zou maken? Mijn dochter Mirte heeft het gedaan. Bijna zeven jaar heeft ze in Engeland gewoond. Er gewerkt en gestudeerd. Nog steeds mist ze de vele vrienden die ze er heeft gemaakt en als ze straks klaar is met haar studie in Utrecht trekt ze misschien opnieuw de wereld in.
Nee, tenzij het lot mij er toe dwingt om te vertrekken zal ik altijd in Nederland blijven wonen.
Hier is mijn leven en hier voel ik mij prima thuis. Maar zo’n fantasie heeft wel iets. Er zijn genoeg mensen die gedaan hebben waaraan ik even zat te denken.
Ha, halte Hyde Park. Ik moet er uit. De metro rijdt verder en neemt mijn gefantaseerde toekomst met zich mee.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten