Nu je er toch bent...

Om de een of andere duistere reden zit je nu op mijn weblog. Nu je er toch bent kun je net zo goed een artikeltje lezen en eventueel van commentaar voorzien. En dan fluks weer verder, want het is hier geen parkeerplaats. Groetjes.

Pagina's

29 juni 2010

Hoed u voor de luistervink.

Het geluid van de sirene komt naderbij. In de verte zie ik het kanariegeel van een ziekenauto met zwaailicht. De wagens die de kruising blokkeren nemen aarzelend een nieuwe positie in zodat de ambulance er straks langs kan. Ik sta gefascineerd naar het tafereeltje te kijken.
Pas als de wagen vlak voorbij scheurt besef ik een kans gemist te hebben.
Want in mijn tas zit een geweldige geluidsrecorder en als nieuwbakken geluidsjager had ik nu toch mooi het geluid van een ambulancesirene op kunnen nemen. Jammer, maar er komt nog wel een kans.
Een tijdje geleden heb ik zoals bekend een virtuele geluidsstudio op mijn computer geïnstalleerd. Met mijn recordertje heb ik nu ook de gelegenheid om voor de input te zorgen die ik zelf wil en dat schept een wereld van ongekende mogelijkheden.
Het betekent wel dat ik mogelijk wat minder in mijn weblog schrijf.
Nu is het vakantietijd en dan heb je het meestal druk met andere zaken. Vorig jaar heb ik in augustus maar twee keer wat in mijn weblog geschreven en het is wel aardig dat ik toen blijkbaar al vage plannen had om te gaan wandelen in het Lake District, maar er door gebrek aan tijd vanaf zag.
Omdat ik mijn recordertje vooral wil gaan gebruiken om inspiratie op te doen voor mijn weblog is het niet onverstandig om, als ik in de buurt ben, te kijken of toevallig mijn recorder aan staat. Want hoewel deze luistervink geen kwade bedoelingen heeft met wat hij zoal hoort en ziet en het leuk kan zijn om jezelf te herkennen in een verhaaltje op mijn weblog, moet je er misschien niet aan denken dat je herkend wordt door anderen.

27 juni 2010

Voor de laatste keer: Loes.

Paula is een heldin en ik ben een dierenbeul. Zo, het is er uit. De hele wereld mag het weten.
Gisteren zou Loes, onze logeerpoes, weer terug gaan naar haar bazinnetje. De vakantie zat er op en we hadden samen een leuke tijd gehad.
Toen ik gisteravond laat thuis kwam was Loes er tot mijn verbazing nog. Het bleek dat ze zich niet had laten pakken en het hele huis op stelten had gezet. Zo’n poes kan zich overal onder verstoppen en voor zulke grote plompe mensen als wij is dit erg lastig.
Paula en Mirjam hebben het geprobeerd met extra lekkere brokjes en stukjes vis en een ware poezenjacht, maar de poes dacht “bekijk het maar, ik zit hier goed”. Na ruim een half uur gaven ze het op. Eén nul voor Loes.
Vandaag was de herkansing. En nu ging ik mij er mee bemoeien. Ik had een fijne band met Loes opgebouwd en hoopte dat Loes alleen daarom al mee zou willen werken. Mooi niet en ik liep dus even later met een houten ruggenkrabber achter haar aan om haar te pakken te krijgen en later met een bezem. Maar de lieverd was me steeds te slim af.
Met stevig blazen waarschuwde ze me om haar met rust te laten als ik haar weer eens in een hoekje gedreven had. En het leek mij verstandig om naar haar te luisteren. Hele taferelen van open gekrabde armen en bloedende vingers met de tandafdrukken van Loes er in trokken aan mijn geestesoog voorbij. Als ik nou wist hoe ik haar op kon pakken…
Paula en ik zelf vonden het zielig voor het beest, dat natuurlijk in een ogenwenk al haar vertrouwen in mij verloren had. Eerst lekker vertroetelen en nu met de bezem achter haar aan. Niet zo goed voor haar zelfvertrouwen.
Geheel ontdaan kroop ze bij Paula op de bank en die vroeg mij of ik voorlopig even stoppen wilde met de jacht. Nu had ik gisteravond chiwawa gegeten en ik kefte dat ik poes later wel even zou pakken. Alleen wist ik nog niet hoe.
Ik ging voorlopig even wat anders doen en toen ik twee uur later beneden kwam hoorde ik Paula zeggen: “Zo, ik heb hem. Help je me even met de kooi?” Met de ene hand had ze Loes in haar nekvel vast en de andere onder aan de rug. Het arme dier liet zich nu zonder protest in haar kooi helpen. Misschien dacht ze wel: “Had dit nu gelijk gezegd. dan had al die consternatie niet nodig geweest.”
In ieder geval was ik hartstikke trots op Paula, die zelf in haar moedige aanpak het kordate gedrag van haar moeder in noodsituaties herkende. Ik was blij dat ik niet meer de dierenbeul hoefde te spelen. Loes is nu weg en het zal wel even wennen zijn dat ze er niet meer is.
Alleen de muizen vieren feest.

24 juni 2010

Ongeluk

De ziekenwagen zette de sirene uit en stopte achter een politiewagen ter hoogte van een bekende hamburgerzaak op de Coolsingel, waar ze van die heerlijke wraps hebben.
Nee, het ging niet om een acuut geval van voedselvergiftiging. De etenswaren van deze hamburgerzaak zijn erg gewild en daarom is de doorlooptijd van hun snacks groot, wat de kans op bederf klein maakt.
Gisteren uit de koelcel gehaald en naar de hamburgergigant gebracht in een grote truck. Vandaag al over de toonbank met een colaatje of milkshake.
Er was een ongeluk gebeurd en mensen stonden er op de stoep naar te kijken. Ik was natuurlijk nieuwsgierig, maar mijn tram kwam er net aan en die reed sowieso in de richting van het ongeluk. Dus toen ik instapte ging ik zo staan dat ik goed kon zien wat er was gebeurd.
Mijn zucht naar sensatie werd beloond, want toen we langzaam langs de plek van het drama reden zag ik een vrouw met haar gezicht naar beneden op straat liggen tussen de stoeprand en een kleine zwarte personenauto, waarvan de achterbank bezaaid was met kinderspeelgoed en andere spulletjes. Ze had een jurk aan in vrolijke zomerkleuren en haar donkerblonde steile haren bedekten haar gezicht, zodat ik daar niets van kon zien.
Ik had de indruk dat het een kleine vrouw was. Het leek me een jonge moeder, maar dat was natuurlijk maar een idee van me omdat ik kinderspeelgoed in de wagen had gezien. Was zij echter wel de bestuurster? Wie ligt er daar op straat, dacht ik. Zou ze dood zijn?
De ambulancebroeders stonden met de agenten te praten en leken geen haast te maken om de vrouw verder te helpen. Dat zag er niet best uit.
De overige passagiers in de tram besteedden geen aandacht aan het ongeluk. Ik hoorde nog wel iemand roepen “Voetganger aangereden”, maar daar bleef het bij. Het was benauwd warm en de mensen hadden wel wat anders aan hun hoofd.
Die avond op het journaal werd er alleen maar over de kabinetsformatie en voetbal geleuterd en op internet vond ik ook niets terug van wat er was gebeurd.
En ook vandaag heb ik er niets van terug gevonden. Ja, er was natuurlijk wel nieuws over dat vreselijke treinongeluk in Spanje waarbij 12 jongeren de dood vonden. En er was een zielige orka, die uit zee was opgevist en nu in het dolfinarium van Harderwijk op adem mocht komen. Maar van dat ongeluk, waarbij een onbekende jonge vrouw misschien het leven liet, geen woord.
Anoniem liggen te sterven op straat, terwijl de mensen om je heen verder gaan met hun leven. Uit het leven worden gerukt terwijl je je afvraagt wat je die avond gaat eten. Niks bijzonders natuurlijk. Het gebeurt elke dag. Steeds weer opnieuw verbaas ik mij er over dat het einde zo onverwachts kan komen en zo prozaïsch kan zijn.

22 juni 2010

Alleen voor mannen.

Laat ik beginnen om een misverstand de wereld uit te helpen: vrouwen zijn géén mysterieuze wezens. Het zijn geen heiligen en geen hoeren. En als je goed om je heen kijkt zie je dat zij voor meer geschikt zijn dan alleen het moederschap. Veel meer zelfs.
Het onverstandigste wat je misschien een vrouw als man aan kan doen is haar op een voetstuk plaatsen. Haar tot iets bijzonders maken, alleen maar omdat ze vrouw is.
Zij wil normaal behandeld worden en niet als iemand die van een andere planeet afkomstig is. Een beetje extra aandacht wordt meestal wel gewaardeerd, maar overdrijving is dodelijk.
Nog steeds merk ik dat er vele mannen zijn die een compleet vertekend beeld van vrouwen hebben. Sommigen zien hen als een man zonder ballen en weer anderen zien alleen maar ballen. Als mijn hormonen weer eens opspelen kun je mij eerlijk gezegd ook bij deze laatste categorie indelen. Mijn verstand zegt ‘het is een mens’, maar mijn gevoel zegt ‘het is een gleuf’. Er is echter niet veel nodig om de betovering te verbreken. Dat merkte ik weer eens toen ik vandaag in de trein zat.

Er komen vier mooie jonge meiden binnen. Leuk gekleed, mooi gevormd. Ik schuif mijn leesbril naar beneden om ze eens goed te bekijken. Zo’n oude man kan al dat jonge scharrelvlees wel waarderen.
Wat is het hier bloedheet in die kuttrein, zegt degene die voorop loopt en ze gaat aan de andere kant van het looppad schuin tegenover me zitten. Ze heeft een lief gezichtje, maar haar ogen staan dof.
Ik zweet uit m’n reet, krijgt ze als reactie van een van haar vriendinnen.
Gaat die tyfustrein nou nog rijden of hoe zit dat, merkt nummer drie op.
En zo gaat het nog een tijdje door. Kanker dit en tyfus dat. Geen nieuwe woorden waarmee de taal kan worden verrijkt, maar slechts luchtbellen die opborrelen uit het riool.
Stoerdoenerij uit onzekerheid. Meisjes die graag duidelijk zijn maar daar nog een gepaste vorm voor zoeken.
Maar ook hun hormonen regeren. Want als zo’n lieverd een jongen aardig vindt en ze ontdekt dat hij geen prijs stelt op haar grote mond blijkt ze ook nog uit een ander vaatje te kunnen tappen.
Opeens blijkt ze heel gevoelig en begripvol te kunnen zijn. Een en al zachtheid en schoonheid. Niet in de volle zon natuurlijk, maar bij gedempt licht.
Het maakt me niet uit met wie van jullie twee ik ga, zei ooit eens een meisje tegen mij waar ik straal verliefd op was en die, behalve mij, nog een vriend had. Met haar zaadvragende blik maakte ze me duidelijk dat ze zo snel mogelijk een kind wilde hebben. N'importe quoi. Gelukkig is ze met die ander getrouwd, mij aanvankelijk ontroostbaar achter latend. Het duurde toch nog een paar jaar voordat ik besefte dat ik door het oog van de naald was gekropen. Bijna was ik zo stom geweest om met haar verder te gaan en ik was pas twintig. Inmiddels had ik ontdekt dat er nog veel meer leuke meisjes waren.

Het tafereeltje in de trein had me aan het denken gezet over het misverstand man versus vrouw. Zelfs als het hormoonbrilletje waar beide seksen door naar elkaar kijken wordt afgezet, blijft het moeilijk om de ander in de eerste plaats als mens en dan pas als vrouw of man te zien. De natuur heeft daar geen belang bij. Sterker nog, de mensen zelf willen niets liever dan de sekseverschillen benadrukken. Ze houden het misverstand graag in stand.
Eerlijk gezegd vind ik dit wel zo prettig. De geile feestjes in mijn hoofd, waar ik altijd de belangrijkste gast ben, zou ik niet graag willen missen.
Nee, vrouwen zijn geen mysterieuze wezens. Maar ze waarderen het meestal wel als je doet alsof je dat niet door hebt.

20 juni 2010

De subway.

Gelukkig ben ik al weer bijna helemaal opgeknapt. Dat ik gisteren onverwachts door mijn rug ging was natuurlijk vervelend, maar dit lekkere lijf van me herstelt zich blijkbaar weer snel.
Zoals ik al schreef zijn de paar dagen in Londen goed bevallen. Tot nu toe was ik niet zo geïnteresseerd in de vele stedentrips die er worden aangeboden, maar daar kijk ik nu anders tegen aan. Mogelijk dat ik na de grote vakantie wat vaker dit soort uitjes ga maken.

Nog vijf stations en dan moet ik er uit. Anders dan in Nederland zijn de zijkanten van het metrovoertuig in de Londense ondergrondse naar binnen gebogen, zodat het lijkt of we met z’n allen in een gecapitonneerde tunnel zitten. In het midden is de stahoogte maximaal twee meter. De Engelsen zijn niet zo lang als de Nederlanders en voor mij is het ruim genoeg.
Vanaf de plek waar ik zit zie ik bij elk station wisselende tableaux vivants. Er zitten prachtige plaatjes tussen, zowel qua compositie als inhoud.
Twee frêle meisjes in lichtblauwe zomerjurken staren wazig voor zich uit, terwijl drie grote kerels achter hen staan. Eén van hen draagt op zijn spijkerbroek slechts een wit hemd en heeft zich niet geschoren. Hij heeft kolossale bovenarmen. De anderen lijken mij kantoormensen; strak in het pak en hun blikken gericht op het krantje dat ze met één hand vast houden.
De meisjes mogen er dan kwetsbaar en tenger uit zien, ze hebben wel grote borsten en ik slaag er maar niet in om mijn ogen er van af te houden.
Dan is er een omslag en zie ik alleen vijf keurig geklede heren staan, de grootste in het midden en de kleinere meer opzij. Allen houden ze zich met de linkerhand vast en lezen een krantje. Weer even later staan er twee punkers en een moeder met een kinderwagen.
Het gaat maar door. Het meisje tegenover me zit me aan te staren en wendt haar blik zedig af als ik terug kijk. Waar denkt ze nu aan? Wat zijn haar fantasieën? Die van mij zijn meestal hetzelfde, al blijft tegenwoordig een spontane erectie steeds vaker uit. De leeftijd, hè?
Het is bloedheet. Ik zit hier zeker vijftig meter onder de grond. Het is een gigantisch onderwereld vol tunnels en stations. Vanaf straatniveau leiden roltrappen en liften je naar de darmen van Londen. Af en toe zie je een muzikant, die met optimisme in zijn stem de voorbijgangers probeert te verleiden om even naar hem of haar te luisteren, maar de meesten lopen met strakke gezichten door.
Tussen de vaste reizigers vallen de vele toeristen onmiddellijk op. Sommige van hen sjouwen grote koffers met zich mee, anderen dragen rugzakken of kleine schoudertasjes.
Ze kijken meestal anders dan de Londenaren zelf. Minder onverschillig en aandachtig er op lettend wanneer zij er uit moeten.
Al deze mensen zal ik nooit kennen. Daar leef ik te kort voor. Ze hebben net als ik allemaal hun eigen leven en aan het eind wacht hen hetzelfde lot als ik.
Mijn eigen kleine wereldje maakt geen deel uit van dat van hen. Ze weten niet eens wie ik ben. En het zal ze ook worst zijn.
Hoe zou het zijn als ik hier opnieuw zou beginnen? Als ik alles in Holland achter me zou laten en hier een nieuwe start zou maken? Mijn dochter Mirte heeft het gedaan. Bijna zeven jaar heeft ze in Engeland gewoond. Er gewerkt en gestudeerd. Nog steeds mist ze de vele vrienden die ze er heeft gemaakt en als ze straks klaar is met haar studie in Utrecht trekt ze misschien opnieuw de wereld in.
Nee, tenzij het lot mij er toe dwingt om te vertrekken zal ik altijd in Nederland blijven wonen.
Hier is mijn leven en hier voel ik mij prima thuis. Maar zo’n fantasie heeft wel iets. Er zijn genoeg mensen die gedaan hebben waaraan ik even zat te denken.
Ha, halte Hyde Park. Ik moet er uit. De metro rijdt verder en neemt mijn gefantaseerde toekomst met zich mee.

19 juni 2010

Londen

Zo-even bij het uitschudden van een tafelkleed ben ik stevig door mijn rug gegaan. Niemand had mij verteld dat tafelkleden zo gevaarlijk konden zijn. Net als de verlamming in mijn rechterbeen die ik vorige week had bij het opstaan, zal dit ook wel overgaan. Zo’n lijf kan het ineens zomaar laten afweten en daar sta je dan met al je plannen en denk je “Ik zal toch niet dood gaan?”
De timing is gelukkig goed. Dit had ook op de eerste vakantiedag kunnen gebeuren.

In de paar dagen dat ik in Londen was heb ik heel mijn lijstje kunnen afwerken en had ik zelfs nog wat ruimte voor een aantal activiteiten die er niet op stonden.
Omdat het gratis was en ik uit Nederland kom, heb ik drie musea bezocht: het prachtige Natural History Museum waar ik onder andere de dinosaurussen en fossielen heb bekeken; het British Museum waar ik een vluchtige blik geworpen heb op een aantal sculpturen, waaronder de Elgin marbles en natuurlijk het Tate Britain, de vroegere Tate Gallery, waar ik wat langer heb stil gestaan bij de ontroerend mooie schilderijen van de Preraphaëlieten en William Turner.
In het Hydepark heb ik nog even in het zonnetje gelegen en gewandeld door de prachtige rozentuin die er ligt.
In Westminster, met zijn indrukwekkende gebouwen zag ik dat actievoerders een tentenkamp hadden opgezet en spandoeken opgehangen met protesten tegen de oorlog in Afghanistan en het kapitalisme.
 
Posted by Picasa

Een man liep rond met een kartonnen doos over zijn hoofd getrokken, het stilzwijgen symboliserend van de onverschillige massa. Of omdat hij zo lelijk was.
In Chinatown heb ik voor het eerst van mijn leven pannenkoekjes met peking eend gegeten.
Na wat gestoeid te hebben met de pancakes en de oystersauce kwam de vriendelijke serveerster mij helpen en deed ze mij voor hoe ik deze onwaarschijnlijke combinatie naar binnen moest werken.
Op Trafalgar Square, waar de trappen vol zaten met toeristen die zich aangenaam verpoosden in het voorjaarszonnetje, ben ik er even bij gaan zitten. Mijn voeten deden zeer van het vele slenteren en wandelen, dus het kwam goed uit dat het zulk heerlijk weer was.
Met de leerlingen heb ik, na enig aandringen van een propper, in de buurt van Leicester Square de discotheek Metra bezocht. Een afknapper van de eerste orde waar ik het in mijn vorige bijdrage al over heb gehad.
Maar de mooiste ervaring had ik toch wel bij de fantastische musical ‘We will rock you’, die ik onverwachts kon bezoeken in het Dominion theater. Net als ’s middags kwamen de leerlingen gelukkig niet opdagen op de afspraak die ik met ze gemaakt had en na een kwartier gewacht te hebben ben ik in mijn eentje de stad in gegaan. Vijf minuten voordat de musical begon liep ik langs het theater en voor maar 27 pond zat ik even later op vijf á zes meter van het podium. Geweldig.
In 2003 heb ik in het Dominion de musical Grease gezien. De uitvoering die ik later in Nederland zag kon er niet aan tippen. Als je in Londen bent is het niet overdreven om, als je de kans krijgt, even naar het theater te gaan. Ook al heb je in Nederland nog nooit een theater van binnen gezien.
Door de vele indrukken die ik moest verwerken en de lange dagen en korte nachten had ik het gevoel al dagen onderweg te zijn. Het leek wel of ik al op vakantie was.
De leerlingen die ik moest begeleiden zijn hun eigen gang gegaan. Niet omdat ze mij niet mee wilden hebben, maar shopping stond niet op mijn lijstje en museumbezoek niet op het hunne.
Zowel op de heen als de terugreis was het gezellig met hen. Gewoon prima mensen. Ik heb ze nu eens in een andere setting meegemaakt en zij mij en dat zorgt toch voor een aanvulling op de beeldvorming die wij al van elkaar hebben.
Dat we elkaar door een misverstand ’s avonds hebben gemist en niet met elkaar uit eten zijn gegaan is jammer, maar anders had ik nooit zo’n geweldige avond gehad in het theater.
Zo, nu nog maar twee weken en dan begint de echte vakantie. Dit moeten we maar zien als een voorschot hierop.

18 juni 2010

Op weg naar Nederland.

Het is half vijf. Midden in de nacht, om precies te zijn. In het oosten wordt het al lichter. Ik zit achter een computer aan boord van een schip van de Stena Line en ben op weg naar Nederland. Met zes van mijn leerlingen hebben we Londen twee dagen bezocht. De slaap die ik tekort kom haal ik toch deze reis niet meer in en ik besluit daarom om maar wakker te blijven.
Ik heb een geweldige tijd achter de rug en ik hoop dat de leerlingen dit ook kunnen zeggen.
Ik ga het hier nu niet hebben over wat we allemaal hebben gedaan. Eerlijk gezegd weet ik dat van de leerlingen maar in grote lijnen. Je dacht toch niet dat als een soort aanhangwagentje bij ze ben gebleven?
Alleen gisteravond zijn we met elkaar naar een disco geweest en ik ben gelijk weer helemaal genezen. Wat een tering herrie was dat. Muziek van de slechtste soort werd nonstop door de disjoker de dansvloer op gesmeten. Niet dat mijn leerlingen de dansvloer op gingen. Daar was het te druk voor. Een beetje weggedoken zaten we met elkaar aan de kant en omdat je elkaar door het lawaai toch niet kon verstaan verviel een enkeling in een soort van apathische regressie, waarbij hij of zij lethargisch voor zich uit zat te staren. Ik herken dat nog wel van de tijd dat discobezoek tot het vaste weekendprogramma behoorde. Zat je daar maar te wachten op dat knappe meisje dat toch nooit kwam (Ja, nu heeft ze spijt, maar nou is het mooi te laat.) en was je te beroerd om toe te geven dat de sfeer kut was, de herrie elk gesprek onmogelijk maakte en hoopte je maar tegen beter weten in dat het toch nog leuk zou worden.
Wat een verloren dagen waren dat. Maar goed, de leerlingen beweerden dat ze het naar hun zin hadden, al moesten ze voor hun colaatje wel 5 pond betalen. Zelf heb ik wel even gedanst, maar eigenlijk waren het meer een soort stuiptrekkingen die een gevolg waren van de kortsluiting in mijn hoofd als gevolg van een overdosis aan decibels.

Inmiddels ben ik weer thuis. Mijn berichtje was niet door de computer aan boord verzonden. Nu bij deze dan maar. In volgende artikeltjes wat meer over mijn Londense avonturen.

13 juni 2010

Vader

Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat ik met de toekomst bezig ben en dan onverwachts met het verleden geconfronteerd word. Zo was ik bezig met het zoeken van papieren die ik nodig had om Paula aan te melden bij mijn pensioenverzekeraar toen ik een overzicht vond het militaire verleden van mijn vader.
Als klein kind was het mijn grootste wens om later er zo uit te zien als hij. Eigenlijk zoals die man in dat militaire uniform op de foto. En toevallig was dit mijn vader.
 
Posted by Picasa

In juni '36 tekende hij een contract bij het leger voor vijf jaar en vertrok eind september met het Ms "Marnix van St Aldegonde" vanuit Amsterdam naar de Oost.
Pas zeventien jaar later verliet hij de dienst.
Ik zie ook op het overzicht dat hij op 12 januari 1942 krijgsgevangene werd van de Jap. Hij overleefde de hel van het krijgsgevangenenkamp en werd bevrijd op 15 augustus 1945, enkele dagen nadat twee atoombommen de Jap tot overgave had gebracht.
Hij vertelde mij wel eens dat hij hier zijn leven aan te danken had gehad.
Eigenlijk besta ik dus omdat Japan nog net op tijd werd verslagen. Mijn pa vertelde dat slechts 10% van de krijgsgevangenen waar hij mee opgesloten had gezeten het had overleefd.
Vreemd. Als kind ben je niet zo met het leven van je ouders bezig. Maar nu mijn natuurlijke ouders beiden al jaren dood zijn ontdek ik tot mijn verbazing dat ze een gezicht beginnen te krijgen. Misschien dat ouders pas na hun dood voor hun kinderen beginnen te leven...

10 juni 2010

Schoolreisje

Gisteren werd mijn arme lijfje meermalen heen en weer geslingerd, ondersteboven gedraaid, door elkaar geschud, met grote snelheid door de lucht gesmeten en nat gegooid met water. Mijn lichaam heeft deze capriolen lijdzaam ondergaan met angstzweet in de handen en een knoop in de maag. Senioren zijn nu eenmaal niet gebouwd op deze vorm van zelfkastijding die onze jeugd op school zo node mist en dit daarom zelf maar gaat zoeken in een attractiepark.


Gelukkig gebeurde er wat ik had gevreesd. Een klein groepje leerlingen ontfermde zich over mij (“Ach die zielige leraar. Zie hem daar een in zijn eentje voortsjokken in de motregen.”) en zorgde er voor dat het dagje Walibah ondanks mezelf een leuk dagje werd.
Ze namen me mee op safari door het woud van staal dat er was gebouwd en verleidden mij er toe om mij over te geven aan het zinnelijke genot van angst, hoofdpijn en misselijkheid.
Deze laatste twee werden mij gelukkig bespaard, maar vrij van angst was ik zeker niet. En zo kreeg ook ik de stevige portie adrenaline waarop elke parkbezoeker recht heeft.
Eerst waren er natuurlijk de fysieke optaters die ik kreeg in de achtbanen als Robin Hood, Xpress en Megacoaster Goliath en nog enkele andere zes, zeven of achtbanen. En tussen de bedrijven door mocht ik even een nat pak halen in de unieke Splash Battle, Crazy River en El Rio Grande.
Eerlijk gezegd had ik het niet eens overwogen om gebruik te maken van de attracties. Zoiets is voor jonge mensen en die waren er in overvloed. Oudjes zag je niet of nauwelijks.
Maar toen ik werd uitgenodigd om mee te doen kon ik voor mijn gevoel geen nee zeggen.
Het zal vermoedelijk de laatste keer zijn geweest dat ik me zo heb aangesteld. Geef mij de Efteling maar, die is mensvriendelijker.
 
Posted by Picasa

Op de foto’s kun je de Amerikaanse aanpak zien van Waliboe. Je komt binnen in een straat met souvenirwinkels en zaakjes vol zoetigheid. Er staat een oranje konijn naar iedereen te zwaaien. In mijn onmetelijke domheid had ik niet door dat het een kangoeroe was. Daar moest ik op gewezen worden door het beest zelf, dat wel zo aardig was om met ons op een groepsfoto te gaan.
 
Posted by Picasa

De prijzen zijn ook Amerikaans en toen de leerlingen enkele lollies achterover drukten kon ik er alleen maar bewondering voor hebben dat ze niet gepakt werden. Die jongelui toch. Bijna allemaal hadden ze een prima dag gehad. En al was het niet ‘my cup of tea’, ik voelde me zelf ook weer even twintig.

07 juni 2010

Hebben, hebben, hebben…

Het zoontje van de overburen is een vriendelijk manneke. Ik schat hem op 6 jaar.
Sinds kort loopt hij wat vaker bij ons lang het raam en werpt dan een belangstellende blik naar binnen. Alsof er iets op hem te wachten ligt.
Als ik in de keuken bezig ben met het eten en hij komt toevallig voorbij, zwaait hij zelfs. En dat deed hij vroeger nooit.
Wat is er aan de hand? Vanwaar die aandacht? Dat komt omdat Raphael, want zo heet hij, van Paula alle WK-gadgets krijgt die wij hebben gekregen bij het halen van de boodschappen.
Ze heeft hem nu al een paar keer wat toegestopt en bewaart de gadgets in een schaaltje bij het raam. Als het er voldoende zijn en Raphael speelt op dat moment op straat roept ze hem bij zich en glunderend staat hij dan voor de deur te wachten op de buit die hem is beloofd.
Het is vaak van alles wat. Bungles van Super de Boer, WK Handjes van Bas, juichbandjes van de Plus en straks ook de Beesies van Albert Heijn, want die liggen pas sinds vandaag bij de kassa.
Raphael weet niet wanneer hij zijn gadgets krijgt, maar laat niet na ons er aan te herinneren dat ze van hem zijn.
Hij weet inmiddels dat Paula van ons twee de Sinterklaas is. Zelf ben ik niet het type dat kleine kindertjes een aardigheidje toestopt. Bij Albert Heijn merk ik dat de kinderen dit aan me zien. Ze slaan me meestal over bij het vragen. “Dat is die kindonvriendelijke meneer”, zie je ze denken.
Hoewel je vijftien euro aan boodschappen moet halen voor één beesie waren de instructies aan het personeel blijkbaar nog niet binnen, want bij mijn aankopen van nog geen negen euro deed de caissière een stevige greep in een kartonnen doos en stopte mij een handvol beesies toe. Mijn dag kon niet meer stuk.

Kleine groepen jongens en meisjes stonden met een begerige blik in hun ogen bij de deur te wachten op de klanten met hun boodschappenkarretjes. Dat was bij de voetbalplaatjes zo en bij de Beesies heb ik vandaag gezien dat het niet anders is.
Een kennis van me, die vroeger juf was op de lagere school, stond met haar volle boodschappenkarretje tegenover drie kleine knulletjes, die deze aardige mevrouw wel van haar beesies wilden afhelpen.
“Hoeveel heb jij er al?” vroeg ze aan één van de jongetjes. Het was duidelijk dat zij haar beesies niet zomaar weg deed. Je moest eerst een kruisverhoor ondergaan en als je de juiste antwoorden gaf dan kreeg je van haar een beesie. Ik heb er een minuutje naar zitten kijken. Haar vriendelijke glimlach en de toon waarop ze haar vragen stelden imponeerden de jochies, die zwijgend naar haar opkeken, zichtbaar. Als je zelf maar één meter twintig bent en zo’n grote dikke vrouw staat daar met een handvol beesies dan kun je maar beter wat ontzag tonen, zullen ze hebben gedacht.
Misschien had ik mijn beesies op de grond moeten gooien voor hun voeten, zodat ze er om hadden kunnen vechten. Het kwam wel bij me op, maar ik vond het wat lullig voor Raphael. Dit waren de eerste beesies en misschien ook wel de laatste die ik gekregen had. Want of ik de komende dagen meer dan vijftien euro aan boodschappen bij Albert Heijn ga halen is nog maar de vraag. De WK Handjes van Bas vind ik namelijk veel leuker.

05 juni 2010

The penissong

Beter goed gejat dan zelf verzonnen. Deze keer een filmpje dat toch zeker wel een glimlach aan je zal ontlokken. Begrijp je nu waarom onze leerlingen Engels op school krijgen? Deze bijdrage kostte me vijf minuten i.p.v. de twee uur die ik vaak aan mijn blog besteed.




dear penis,
i dont think i like you anymore,
you used to watch me shave,
now all ya do is stare at the floor,
oh dear penis,
i dont like you anymore.

it used to be you and me,
a paper towel and a dirty magazine,
thats all we needed to get by,
now it seems things have changed,
and i think that youre the one to blame,
dear penis,
i dont like you anymore.

he sings

dear rodney,
i dont think i like you anymore,
cos when you get to drinking,
you put me places ive never been before,
dear rodney,
i dont like you anymore.

why cant we just get a grip,
on our man to hand relationship,
come to terms with truly how we feel,
if we put our heads together,
we'd just stay home forever,
dear penis,
i think i like you after all.

oh and rodney,
while you're shaving, shave my balls.

04 juni 2010

Het touw.

Als we nog in de baarmoeder zitten bestaat ons enige speeltje uit de navelstreng, die ons met de buitenwereld verbindt. Het is het laatste waarmee we letterlijk verbonden zijn met onze moeder. Bij onze geboorte wordt deze veilige band doorgesneden.
We krijgen tijdens onze opvoeding slechts een denkbeeldig touw mee dat nergens aan vast lijkt te zitten, maar door het vast te houden hebben we toch het prettige gevoel van houvast.
In de baarmoeder konden we niet verdwalen (een enkeling uitgezonderd), maar daarbuiten wel.
Zonder touw zouden we de weg kwijt raken, zonder dit touw zouden we ons verloren voelen.
Onze hele leven worden we aan dit touw herinnerd, want het touw zit wel degelijk vast. Het zit vast aan alle anderen die in ons hoofd zitten. Onze ouders, onze docenten, onze vrienden… eigenlijk zit het vast aan iedereen die ons weet te vertellen hoe we het beste kunnen leven. Alleen dat beseffen we niet. Ondanks het touw voelen de meeste van ons zich vrij. Pas als we beseffen wie het touw vasthouden worden we opstandig. Pas dan beginnen we aan het touw te rukken. Wie zijn die anderen wel om ons te vertellen hoe we moeten leven!

In Nederland leven we aan de leiband van Amerika. Aan dat land hebben we veel te danken. Net als aan onze ouders. En hoe beter we beseffen dat ons hele denken doordringt is van Amerikaanse waarden en normen, hoe meer we beseffen dat ook Amerika het touw vasthoudt dat ons bij elkaar houdt, hoe bozer we worden op Amerika. We willen vrij zijn zonder te weten wat dit betekent. We willen niet aan de leiband lopen.
“Amerika is de incarnatie van de ondergang zelf. Het zal de hele wereld meesleuren de bodemloze afgrond in”. Was getekend: Henry Miller in ‘De Kreeftskeerkring’ (1980, blz. 87)
En van dezelfde Henry een citaat uit Wikipedia: "I see America spreading disaster. I see America as a black curse upon the world."
Nu had Henry reden genoeg om een hekel aan zijn vaderland te hebben, waar zijn boeken tot 1964 verboden waren omdat ze obsceen werden gevonden. Eén van de redenen waarom hij tot mijn favoriete schrijvers behoort. Daarnaast is deze man gewoon een taalgenie.
Of zijn analyse juist is weet ik niet. Ik kan nog wel meer landen opnoemen die ons misschien in de toekomst een bodemloze afgrond in zullen sleuren. Hierop hebben de Yanks geen patent.
Toen Henry deze woorden schreef was het 1931. Weinig kon hij toen bevroeden dat het in de tweede wereldoorlog juist dankzij de Amerikanen was dat we slechts langs de afgrond scheurden en er niet zijn in gevallen, enkele tientallen miljoenen van onze soortgenoten daargelaten. Ik bedoel, anders hadden we nu een ander volkslied gehad.
In de jaren erna veroverden de hamburger en cola de hele wereld en ook de Amerikaanse normen en waarden kregen op veel plekken voet aan de grond. Want de Amerikanen zijn goede verkopers. Inmiddels lijkt het of je alleen maar voor of tegen Amerika en het Amerikanisme kunt zijn.

Blijf ik toch met de klemmende vraag zitten wat ik met dit touw moet doen. Moet ik er mijn medemens mee redden als deze op het punt van verzuipen staat? Moet ik het gewoon vast blijven houden en er vanuit gaan dat degenen die het ook vast hebben het beste met me voor hebben? Zij hebben immers laten zien dat zij weten hoe ze het beste moeten leven... Of moet ik mezelf er mee opknopen nu ik besef dat ik nooit echt vrij kan zijn?
Het touw maakt het niks uit. In alle gevallen zal het zijn taak zo goed mogelijk doen.
Kun je anderen eigenlijk wel redden? Moet je dat willen? Moet je de band die je hebt met anderen respecteren en ze het touw laten vast houden?
Of moet je leren hoe je het touw los kunt laten zonder te verdwalen?
Vanuit mijn speelse aard bedenk ik gelukkig dat je met een touw ook touwtje kunt springen. Tenslotte is het leven iets om te vieren.

03 juni 2010

Tuinhuisje.

Buurman heeft een tuinhuisje neergezet. Ziet er prima uit. Handige kerel, onze ene buurman. En hij heeft er lol in als hij zo’n huisje maakt. Je ziet hem glunderen.
Het vorige tuinhuisje was bij de prijs van de woning inbegrepen. Het was eigenlijk te groot. Want het zijn maar piepkleine tuintjes. Dat vind ik tenminste. Al kan ik me voorstellen dat je met zo’n tuintje best tevreden bent als je alleen een balkon hebt.
Het vraagt weinig onderhoud. Het heeft iets kneuterigs. Als ik meer vrije tijd had gehad was een grotere tuin fijner geweest. Maar hiermee ben ik nu ook tevreden.
Het vorige tuinhuisje van de buren begon te verzakken. Niet veel, maar je kon het wel zien als je er op werd gewezen. En de deur klemde.
Buurman moet gedacht hebben dat hij het beter gelijk maar goed kon aanpakken. Zeker twee weken is hij alleen maar bezig geweest met de fundering. Misschien wel langer.
Beton storten over de hele oppervlakte vond hij te riskant. Misschien zou alles dan nog sneller verzakken. Dus eerst een aantal palen van twee meter de grond in. Hierop zouden de binten komen. En dan alleen gewapend beton langs de rand, zodat het huisje een stevig fundament had.
Het was koud. Het regende. Maar buurman liet zich niet ontmoedigen en werkte achter elkaar door in zijn oranje regenpak. En vandaag heeft hij met zijn zoon het bouwpakket in elkaar gezet. Heel mooi. Het moet nog van een beschermlaag worden voorzien, maar dat gaat helemaal lukken.
Onze andere buurman is niet zo handig. Toch heeft ook hij een tuinhuisje in de tuin gezet. Met de twee vierkante meter die het inneemt heeft het precies de juiste afmeting.
’s Morgens was er nog niks en toen ik na mijn werk thuis kwam stond daar ineens het huisje. Zo kan het dus ook.
Wij hebben geen tuinhuisje. Nog niet tenminste. Het schuurtje wat ik gebouwd heb mag geen naam hebben. Het ziet er uit als een krottenwoning. Het staat vol troep. Blikken met restjes verf. Verroest gereedschap. Een kruiwagen, die ik misschien beter gebruiken kan als bloemenbak. Stukken hout voor de vuurkorf. Maar vooral veel rotzooi.
Van de plannen om er een extra werkruimte van te maken is helemaal niets terecht gekomen. Ik overweeg om het af te breken, want wij hebben de gewoonte om elke onbenutte ruimte vol te plempen met spulletjes die misschien nog wel eens van pas zouden kunnen komen.
Met een schuin oog kijk ik naar het tuinhuis van mijn handige buurman. Eigenlijk is het te groot, maar het ziet er mooi uit. Nee, zo handig als mijn handige buurman ben ik niet. Zal ik ook nooit worden. En veel lol aan het klussen beleef ik ook niet. In huis zijn er nog zoveel zaken die gedaan moeten worden en ik stel ze steeds weer uit.
Nee, ik ga mijn schuurtje niet afbreken. Beter is het om eens goed na te denken over wat ik er mee wil. Beter is het om er nog eens een paar nachtjes over te slapen. Slapen, daar ben ik goed in.

01 juni 2010

Oh, wat is het fijn om docent te zijn.

Al die docenten maar klagen dat ze het zo zwaar hebben. Natuurlijk hebben ze gelijk, maar laten we ook eens naar de leuke dingen kijken.
Zo mag ik over een paar weken enkele dagen als begeleider van zeven á acht van mijn favoriete leerlingen mee naar Londen. Reis en verblijf worden natuurlijk helemaal vergoed.
Waarschijnlijk zijn er minder leuke manieren om je brood mee te verdienen.
Zover ik mij herinner was ik voor het laatst in Londen in 2003. Ik ben er toen een weekje geweest. Een vriend van me had een reis naar Londen gewonnen en omdat hij zelf geen zin had om te gaan vroeg hij mij of ik wilde. Met een goede fles whisky werd de deal bezegeld.
Ik heb er fijne herinneringen aan. Zo was er een indrukwekkende foto-expositie van Yann Arthus-Bertrand, Earth from the air, op het terrein van het Natuur Historisch Museum, die een geweldige indruk op me heeft gemaakt omdat ze liet zien hoe prachtig en kwetsbaar onze planeet is gezien vanuit de lucht.
Natuurlijk mocht een bezoek aan de Elgin Marbles niet ontbreken. Wat mij betreft de kunstroof van de 19e eeuw en nog steeds onderwerp van meningsverschil tussen Griekenland en Engeland. Vanzelfsprekend zouden de kariatiden terug gegeven moeten worden aan Griekenland, maar zie jij het gebeuren?
Verder wilde ik graag de schilderijen van William Turner zien en de schilderijen van de Pre-Rafaëlieten. Als ik de kans krijg ga ik daar nu weer naar toe.Helaas verwacht ik dat we niet veel verder komen dan het Trocadero.

Dat ik volgende week als begeleider mee ga naar Walibi maakt het helaas wel weer wat minder, want pretparken zijn niet mijn cup of tea. Die georganiseerde onderbroekenlol vond ik leuk tot m’n vijfde. Daarna was het ook ineens af, voorbij en genoeg geweest.
Dat ik nog vele malen op kermissen ben blijven rondhangen wil ik wel toegeven. Maar dat was altijd om een leuk meisje te versieren. Na mijn tiende was ook dat een gepasseerd station.
Natuurlijk ben ik wel eens naar de Tilburgse kermis geweest. De echte freaks weten dat dit de grootste kermis is in de Benelux. De mensen in Tilburg leggen een heel jaar stuivertjes, dubbeltjes en kwartjes opzij en gaan dan helemaal los op de kermis. Lekker veel zuipen en hamburgers eten. Nee, niks voor mij dus. Maar als je van kermissen houdt, vooral gaan.
Nu ik toch mijn misdragingen aan het opbiechten ben, wil ik ook wel toegeven dat ik op achttienjarige leeftijd naar Coney Island bij New York ben geweest. De eerste achtbaan stond er al in 1884, maar dat was voor mijn tijd.
Het enige pretpark dat ik echt leuk vind is de Efteling, maar wat me daarvan tegen staat zijn de grote aantallen mensen die voor je in de rij staan, want daar kom ik niet voor.
Nee, docenten hebben het niet zo zwaar als velen denken. Veel collega’s zullen het met mij eens zijn dat ze een geweldig beroep hebben. Alleen het voortdurende gezeik van reorganisaties en van managers die echt niet weten waarover ze praten kost veel energie.
Maar daar is mee te leven. Vroeg of laat vallen de echte nono ’s toch door de mand en dan heb ik weer een goeie dag. Nee, docenten hebben een prima leven.